Je weet dat ik een geschiedenis-nerd ben, en je vraagt je waarschijnlijk af: en wat is dan wel het historische aspect van anorexia in dit betoog? Wel kijk!
’Struwwelpeter’ is een zeer oud boek dat in Duitsland ettelijke generaties kinderen in de ban hield.
In 1844 was Dr. Heinrich Hoffmann, dokter en kinderpsychiater aan het Instituut voor psychotici en epileptici van Frankfurt op zoek naar een kerstgeschenk voor Carl, zijn zoontje van drie jaar, maar hij vond niets dat hem de moeite waard leek. Dus kocht hij een notitieblok om zelf een verhaal- en plaatjesboek samen te stellen voor zijn zoon. Carl was erg met het boek ingenomen, maar ook vrienden van de familie die op bezoek kwamen waren dolenthousiast over de verhaaltjes met een lichtjes moraliserende inslag. Zacharias Loewenthal, kon uiteindelijk Hoffmann overhalen om het boek te laten publiceren. In 1845 werd de eerste gedrukte versie verkocht. Het boek bevatte verhalen over kinderen, die niet erg goed opgevoed waren en daardoor van de ene idiote situatie in de andere belandden: De ondeugende Friederich, die dol was op het pijnigen van dieren, werd door een hond gebeten, Paulinchen verbrandde zich, omdat ze met lucifers speelde, kinderen die de spot dreven met zwarten werden door Sinterklaas in een reusachtige inktpot gedoopt zodat ze ook zwart werden, de duim van klein duimzuigertje werd door een kleermaker afgeknipt enz. (Foto van de Cover van het boek van 1917)

Plaatje: de sint doopt stoute kinderen in een bad met inkt

Plaatje: de door de sint zwartgemaakte kinderen lopen nu achter het zwartje aan waar ze eerder de spot mee dreven
Maar het verhaal dat ik je vandaag wil vertellen is dat van de Soepenkasper ofte ‘der Suppenkaspar’. Dit verhaal is uniek in de literatuur omdat er een beschrijving in voorkomt van iemand die aan Anorexia leed in een tijdperk dat deze ziekte nog zo goed als onbekend was. Het is mogelijk dat Heinrich Hoffmann zich baseerde op gevallen van anorexia die hij zelf behandelde als kinderpsychiater. Niet langer dan twee eeuwen geleden waren honger en hongersnood gewoon een onderdeel van het leven. Daarom moet iemand die welbewust weigerde om te eten wel bijzonder absurd overgekomen zijn. Vandaag bestaan er aanwijzingen dat het verhaal van ‘Suppenkaspar’ op waargebeurde feiten is gebaseerd. In Leoben (Steiermark) was er tot zo’n twintig jaar geleden een graf op het Jakobi kerkhof dat toebehoorde aan een jongen van negen jaar. In de grafsteen stond ‘Suppenkaspar’ gegrift. In de kerkarchieven noteerde de pastoor als oorzaak van zijn overlijden: „Hij weigerde om te eten en stierf daardoor in 1834“. We weten niet of Hoffmann het graf gezien heeft, maar misschien waren hem een aantal geruchten ter ore gekomen. Het graf van ‘Suppenkaspar’ werd verwijderd in 1984, toen er op die plek een snelweg werd aangelegd.
Hieronder vindt u het Duitse gedicht over ‘Suppen-kaspar’ met een vertaling in het Engels van Mark Twain.
Die Geschichte vom Suppen-Kaspar
Der K a s p e r , der war kerngesund,
Ein dicker Bub und kugelrund,
Er hatte Backen rot und frisch;
Die Suppe aß er hübsch bei Tisch.
Doch einmal fing er an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !”
Am n ä c h s t e n Tag, - ja sieh nur her !
Da war er schon viel magerer.
Da fing er wieder an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Ich esse meine Suppe nicht !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !”
Am d r i t t e n Tag, o weh und ach !
Wie ist der Kaspar dünn und schwach !
Doch als die Suppe kam herein,
Gleich fing er wieder an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Ich esse meine Suppe nicht !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !
“Am v i e r t e n Tage endlich gar
Der Kaspar wie ein Fädchen war.
Er wog vielleicht ein halbes Lot -
Und war am f ü n f t e n Tage tot.
Engelse versie
Young Kaspar he was kernel-sound,
A fleshy cub and barrel-round;
Had cheeks all rosy-red and fresh,
Was fond of soup - it added flesh.
But finally, with scowling brow,
He said he’d strike, and make a row:
“No swill for me; I’m not a cow;
I will not eat - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”
A day rolled slowly o’er his head -
Behold, his flesh began to shed !
Yet still his strike he did maintain,
And screamed as erst with might and main:
“No swill for me; I’m not a cow,
I will not eat it - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”
The third day came - lo, once so sleek,
Observe him now, how thin and weak !
Yet still his flag he feebly flew
And hailed that humble dish anew:
“No swill for me; I’m not a cow,
I will not eat it - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”
The fourth day came, and here you see
How doth this little busy bee;
He weighed perhaps a half a pound -
Death came and tucked him in the ground.

Plaatje: De originele bladzijde met het gedicht over “Suppenkaspar”
De voorbije decennia werd het boek van Hoffmann door moderne pedagogen afgedaan als oudbollig, maar rehabilitatie is in zicht en iedereen kent de verhalen. Sommige uitspraken uit het boek zijn doorgedrongen tot het alledaagse taalgebruik. En de kinderen zijn nog steeds dol op het boek.
Bron: Wikipedia; Der Struwwelpete
Aunt Sabine
http://sabineofgermany.typepad.com/aunt_sabine/2007/04/the_first_cas_o.html