Feed on
Berichten
Reacties

Driss

Vandaag, een mailtje gelezen van mijn ex-stiefzoon Driss aan T. Het is tien jaar geleden dat ik iets van hem hoorde. Hij is nu zeventien something. Hij schreef dat hij nog regelmatig terugdacht aan al die leuke momenten samen, dat hij mij de ideale stiefmoeder vond en dat het spijtig is dat het allemaal zo gelopen is. Ook zijn vader dacht nog regelmatig terug aan de hoogtijdagen, beweerde hij. Dat geloof ik best. Wij gingen samen oud worden in Griekenland, dat heeft hij mij zo dikwijls op het hart gedrukt. En hij meende dat ook…Als er iets is waar ik rotsvast van overtuigd ben dan is het dat L heel veel van mij gehouden heeft. Soms is dat nog een opsteker van formaat. Hoewel, afscheid nemen van drie mensen van wie je gehouden hebt is niet niks…maar het hoofd heeft soms redenen die het hart niet kent

Jorge Donn

Als kind had ik geen hoge pet op van ballet. Als, pakweg, het Bolstoiballet op TV een dansvoorstelling gaf van het ‘Zwanenmeer’ dan kreeg ik allergische reacties omwille van het zeemzoeterige en het pruikenstof dat van het scherm afdroop. Ballerina’s in witte tulen jurkjes wrongen zich in sierlijke arabesken die té perfect waren om te kunnen boeien. Ballet was iets voor nuffige huppeltrutten die zich bij voorkeur in het rode pluche van literaire salons ophielden. Wij gewone plebejers waren té down to earth om ons met dat soort arty farty toestanden bezig te houden. Van Morrison of Uriah Heep, dat waren pas artiesten. Dansers en danseressen, dat waren sissies. Dan mochten ze nog Margot Fonteyn of Rudolf Nurejev heten. Het gerucht ging bovendien dat alle balletdansers verkapte homofielen waren en alle ballerina’s anorexia nervosa-adepten. Toen was dat nog bijzonder ‘weird’.

De school gooide echter roet in het eten. Die had zich namelijk tot doel gesteld de ruwe franjes van onze ongevormde geesten weg te werken. Die wilde ons sculpteren naar Gods’ beeld en gelijkenis, ons met het ciseleermes bijschaven tot fijnbesnaarde zielen die hongerden naar het hogere in dit leven. Te dien einde werden er om de haverklap uitstappen geprogrammeerd naar één van de vele cultuurtempels die Vlaanderen rijk is. De culturele centra van onze provinciale hoofdsteden kregen busladingen schoolgaande jeugd over zich heen om hen een stukje beschaving in te lepelen. De platte stationsromantiek van een Konsalik moest baan ruimen voor de hoofse minnekunst van Tristan en Isolde. De laag bij de grondse smartlappenrijmelarij van Willy Sommers moest wijken voor de op toon gezette poëzie van Dimitri Van Toren. En het gefiedel en gehuppel van volksdansgezelschappen kreeg concurrentie van de peristaltische vormgeving van het klassiek ballet. Balen was het iedere keer als de leraar estethica weer met een lading toegangstickets stond te zwaaien. Voor een voorstelling van ‘the caretaker’ van Harold Pinter in het Mechels Miniatuurtheater, of voor de eeuwigdurende monoloog van Julien Schoenaerts in het stuk ’Apologie van Socrates’. Op een dag had hij een nieuwe kwelling voor ons in petto. Wij zouden met zachte dwang naar Vorst Nationaal worden gevoerd om daar een opvoering van de negende symfonie van Beethoven bij te wonen. Niet zomaar een opvoering tout court. Maar eentje die op choreografie was gezet door Maurice Bejart, en gedanst werd door het Ballet van de Twintigste Eeuw. Wij deden er een beetje lacherig over. Het was allesbehalve en vogue om met ballet te dwepen. Dus vlogen de termen truttig en debiel over en’t weer.

Jorge en Béjart

Maar er was geen ontkomen aan. Dus reden wij op een zonnige dag met zijn allen naar Vorst om deze rijzende sterren aan het Belgische firmament aan het werk te zien. De verrassing was compleet. Niks frullerige tutu’s, gotische spitsboogjes of tierelantijnen. Niks uitgesponnen duootjes met teringlijdende schaduwpoppen. Dit was fors en krachtig ballet dat hoekigheid tot kunst had verheven. 25 verschillende nationaliteiten stonden op het reuzepodium in kreuklinnen de geschiedenis van de danskunst te herschrijven. De ‘ode an die freude’ was een werveling van armen, benen en hoofden die het vleesgeworden geluk verzinnebeeldde. Eén danser vooral sprong in het oog. Het was de onnavolgbare Argentijn Jorge Donn die later aan aids zou sterven omwille van ‘des heeren liefde’ (men beweert dat hij bovendien aan anorexia leed…immers, ook toen al legden dansers zichzelf een ijzeren discipline op om de top der danskunst en liefde te bereiken). Als een mysterieuze faun bewoog Jorge zich tussen de rest van het gezelschap. Zijn lichaam en gezicht waren een lofzang op de schoonheid. En dansen deed hij als een god. Deze voorstelling van Béjart en zijn gezelschap heeft mijn mening over het artritische gehalte van ballet in het algemeen bijgestuurd. Ook in deze steriele wereld was er dus blijkbaar beweging mogelijk. En zelfs in figuurlijke zin. Sindsdien ben ik ongegeneerd liefhebber van modern ballet met zijn rijke spectrum van scholen en stijlen en in al zijn tonaliteiten. Dat Bejart nadien door de kortzichtigheid van de directie van de Muntschouwburg naar Lausanne uitweek, is nog altijd een smet op het Belgische blazoen. Wij verloren daardoor niet alleen een groot kunstenaar, maar ook een charismatische figuur die zelfs stenen kon doen bewegen.

P.S.: de bovenste foto is niet van Maurice Bejart, maar van zijn pupil Jorge Donn, waarmee hij naar verluidt de Griekse liefde bedreef. Of zij dat op de tonen van een buzuki deden is niet nader bekend.

De Bolero van Ravel en Jorge Donn (scène uit ‘Les uns et les autres’ van Claude Lelouch)

Zoals zoveel anderen denk jij wellicht dat eten alleen maar een middel is om ons lichaam naar behoren te doen functioneren. Dan hebt u het verkeerd voor. Een recente studie kwam met verrassende conclusies op de proppen. Eten, zeggen wetenschappers van de Cambridge Universiteit in Engeland, is essentieel voor het nemen van de juiste beslissingen.   
Dat betekent dat er misschien wel enige waarheid schuilt in het gamma van oudbollige clichés genre: ‘je kan niet denken op een lege maag’. Aan de basis van de nieuwe ontdekking ligt de chemische hersenstof serotonine, die verantwoordelijk is voor woedebeheersing, agressie, stemming, slaap, appetijt en metabolisme.

Maaltijden overslaan verlaagt het serotoninepeil in de hersenen, bevordert impulsief en roekeloos gedrag, en dat leidt op zijn beurt tot het nemen van verkeerde beslissingen.  Serotoninecomponenten kunnen gevonden worden in diverse voedingsmiddelen, zoals rood vlees, noten, granen, zuivelprodukten, tonijn en sojaprodukten – wil je een verstand dat op volle toeren draait dan is het raadzaam om deze eetwaren dus niet van het dagelijkse menu te schrappen.
“Onze bevindingen wijzen uit dat serotonine een cruciale rol speelt in de sociale omgang; het houdt namelijk agressieve sociale responsen in toom. Verandering van eetgedrag en stress doen het sertoninepeil natuurlijk fluctueren; het is belangrijk om in te zien dat dit een effect kan hebben op onze besluitvaardigheid,’ zegt PhD student Molly Crockett, die deel uitmaakte van het onderzoeksteam.
Serotonine wordt ook wel het ‘gelukshormoon genoemd’” – te veel van het goedje, en we worden allemaal roekeloos euforisch, te weinig en we worden depressief. Een antidepressivum zoals prozac probeert nu net om een hoog gehalte aan serotonine in de hersenen te handhaven. Wij hebben er absoluut geen baat bij om onze hersenen op een geluksdieet te zetten door essentiële voedingsstoffen zoals vlees en zuivelprodukten uit het menu te weren. Op lange termijn kunnen de effecten daarvan erg schadelijk zijn..

Haar eigenwaarde werd bepaald door wat anderen van haar vonden. Haar onzekerheid compenseerde ze door in alles erg perfectionistisch te zijn. Falen, afwijzing en pijn leidden ertoe dat ze eetstoornissen kreeg: anorexia en boulimia nervosa. Van haar vijftiende tot haar drieëntwintigste draaide haar leven om afvallen, aankomen, eetbuien en calorieën tellen. Na diverse therapieën en uiteindelijk een opname bij De Hoop, heeft Inge nu weer een normaal eetpatroon. Achteraf ziet ze in hoe haar eetproblemen ontstaan zijn.

Inge (24) groeit op in het Groningse Sauwerd. Als oudste van elf kinderen zorgt ze al vroeg voor haar broertjes en zusjes. Er zijn altijd kleine kinderen thuis. Haar ouders hebben een goed huwelijk en runnen samen het gezin. “De sfeer bij ons thuis was gezond. We maakten weinig ruzie.” Toch is Inges jeugd niet heel gelukkig. Op school wordt ze gepest. “Ik was hier erg gevoelig voor. Het maakte me erg onzeker en ik ontwikkelde geen eigenwaarde.” Na de basisschool komt Inge eerst op de havo terecht. Na een jaar verlaat ze de havo en begint op het vbo. Op beide scholen gaat het pesten door.

Afgewezen

Vanaf haar twaalfde heeft Inge een vriendje, aan wie ze zich erg optrekt: “Hij vond me wél aardig, voor hem was ik wél de moeite waard!” Voor Inge betekent het meer dan een relatie: het is een vlucht. “Ik droomde van geluk, van ‘huisje, boompje, beestje’. In mijn dromen sloot ik me af voor mijn pijn en onzekerheid.” Inge is net vijftien als ze merkt dat haar vriendje niets meer voor haar voelt. Hij wordt zelfs verliefd op een ander meisje. Haar droom stort in. “Op dat moment knapte er iets in me. Ik voelde me totaal afgewezen. Er ontstond een pijn die zo sterk was dat ik er niet mee kon leven. Ik moest iets doen!”

Afvallen

“Ik was altijd een stevige meid, maar niet dik. ‘Hollands welvaren’ noemden ze me.” Daar moet verandering in komen. Ze besluit af te vallen. “Als ik slank ben, word ik misschien geaccepteerd,” denkt ze. Inge is een perfectionist. Ze wil geen half werk leveren. Het afvallen pakt ze dan ook grondig aan. Ze stopt met eten en valt in één maand tijd tien kilo af. Eerst heeft dit het gewenste effect. “Ik kreeg complimentjes van klasgenootjes, ik had het voor elkaar, dacht ik.” Maar het afvallen wordt een obsessie. In totaal valt Inge ruim zeventien kilo af. Lichamelijk gaat het slecht. Haar menstruatie stopt en ze vermagert zo sterk dat ze het altijd koud heeft. Ze slaapt met vier truien en drie broeken aan.

Aankomen

Inges ouders krijgen door dat er iets aan de hand is. Ze wordt meegenomen naar de dokter. “De dokter vertelde me dat ik anorexia nervosa had. Ook zei hij dat ik, wanneer ik niet méér zou gaat eten, naar een psychiater zou moeten. Dat vooruitzicht vond ik zo eng, dat ik van de ene op de andere dag besloot om weer te eten.” Maar haar lichaam, dat lange tijd ondervoed is geweest, zendt geen normale signalen meer af. Het kent geen honger en verzadigingsgevoel meer. Daarnaast weet Inge niet meer hoe een normaal eetpatroon eruit ziet. “Om aan te komen begon ik als een gek te eten. Ik sloeg volledig door.” De obsessie voor afvallen verandert in een obsessie om aan te komen. Ze heeft eetbuien, wel vijf per dag.

Als ze ontdekt hoe snel ze aankomt, geeft ze na elke eetbui over. Ze krijgt last van haar darmen, verschrikkelijke buikpijn en is vaak duizelig. Eindelijk zoekt ze hulp. Een gedragstherapeut vertelt haar dat ze boulimia nervosa heeft en probeert haar te helpen. Maar met haar zestien jaar heeft Inge niet goed door wat er precies met haar aan de hand was. Toch beseft ze dat ze behoorlijk ziek is.

Huilen

Op haar achttiende verlaat Inge haar ouderlijk huis en gaat aan de andere kant van het land wonen. Ze begint met de opleiding verpleegkunde maar stopt daar al snel weer mee. Vervolgens gaat ze werken als activiteitenbegeleidster. Na een half jaar verhuist ze terug naar het noorden. Ze krijgt een baan als activiteitenbegeleidster in een bejaardentehuis. Deze baan moet ze na een jaar helaas weer afstaan en bij haar nieuwe baan komt ze na twee maanden in de ziektewet terecht. “Lichamelijk ging het steeds slechter. Ik zocht weer hulp en kwam terecht bij een therapeute. Die gaf me veel inzicht in mijn problematiek.”

Inge stopt geleidelijk met de eetbuien en begint pijn te voelen. Inge: “Opeens kon ik huilen. Heel hard. Ik had jarenlang niet gehuild. Ik voelde me net een kind. Soms huilde ik zonder te weten waarom. Ik had zoveel pijn in me, dat kwam er allemaal uit. Soms huilde ik een hele dag lang.” Inge ontdekt dat ze, door veel met eten bezig te zijn, haar gevoelens uitschakelde. De controle over haar gevoelens was haar veiligheid. Alle angst, pijn en afwijzing die ze had ervaren in haar leven, had ze vanaf haar vijftiende weggestopt.

Nieuwe obsessie

Nu ze de achtergronden van haar probleem weet, heeft Inge de eetbuien en het overgeven niet meer nodig. Maar hoe moet ze nu normaal gaan eten? Ze begint uit te rekenen wat ze aan calorieën nodig had. En dit wordt haar nieuwe obsessie. “Ik wist alles over calorieën en hield me keurig aan mijn eigen voorschriften,” zegt ze. Inge voelt zich er eerst gelukkig bij en kan er goed mee leven. Toch komt ze hierdoor in een isolement. “Ik was zo gefixeerd op het aantal calorieën dat ik bijvoorbeeld al in paniek raakte bij het idee om bij iemand te gaan eten.”

Inge gaat weer werken en denkt dat ze moet leren leven met deze nieuwe obsessie. Maar ze loopt weer vast in het werk en neemt vervolgens zelf ontslag, zó bang is ze om weer te falen. Inge gaat weer op zoek naar hulp en komt in contact met De Hoop. Ze doet intake en komt op de wachtlijst terecht.

De Hoop

Na een half jaar wordt Inge opgenomen bij De Hoop. “Ik was al veel minder bezig met eten, maar ik wist dat het er nog wel zat, in mijn hoofd. Ik moest leren om bepaalde gedachten heel bewust los te laten. ‘Ik heb het niet nodig!  bleef ik telkens tegen mijzelf zeggen.” Bij De Hoop komt Inge in een groepssetting terecht. Hier merkt ze dat gedrag dat ze zelf heel normaal vindt, door anderen niet altijd normaal wordt gevonden. Zo moet ze onder andere leren niet alleen te geven maar ook te ontvangen. Inge: “Als je alleen geeft, loop je uiteindelijk leeg. Je moet ook zelf je tank vullen door te ontvangen.”

Inge heeft ook een sterk verantwoordelijkheidsgevoel omdat ze gewend is om te zorgen voor haar broertjes en zusjes. Die verantwoordelijkheidsgevoelens heeft ze ook in de groep en dat moet ze loslaten. “Dat loslaten vond ik eng. Het ‘er zijn voor anderen’ was een wapen van me geworden.”

Tijdens haar opname bij De Hoop leert Inge zichzelf te accepteren. Ze leert zichzelf meer waarderen en kan nu al die dingen loslaten die ze had opgebouwd om er te mogen zijn. “Tijdens mijn behandeling ging ik werken bij De Hoop Music & Books en later bij de afdeling Vriendenkring en Fondswerving. In het werk kon ik goed aan mijn behandelpunten werken. Ik leerde om minder perfectionistisch te zijn en om mijn grenzen aan te geven. Maar het belangrijkste dat ik er leerde, was dat ik mocht leren, dat ik niet alles hoefde te kunnen.”

De volgende stap in de behandeling van Inge is het project Begeleid Kamer Wonen. Ze krijgt een kamer in het centrum van Dordrecht en kan werk gaan zoeken buiten De Hoop. In oktober 2003 komt Inge terecht bij Pipo’s, een hobbywinkel. Daar willen ze haar de mogelijkheid geven verder te leren en haar helpen te reïntegreren in de maatschappij.

Toekomst

Inge hoopt op een vast contract bij Pipo’s en is bezig met het zoeken naar een eigen huisje. Daarnaast hoopt ze gezond te blijven en wat te kunnen betekenen voor mensen. “Ik wil blijven genieten van de natuur en van gewone dingen: sporten, af en toe een film kijken, spelletjes doen.” Dat Inge van haar eetstoornis af is, betekent niet dat ze er al is. “Acht jaar van eetproblemen is niet zomaar verdwenen. Ik moet blijven kiezen.” Inge is nu nog erg bezig met het leren eten op gevoel, in plaats van met haar verstand. Haar toekomst laat ze aan God over. “Hij weet nu al hoe mijn toekomst eruit ziet”

Tekst: Harm Noordhof, 2004.

© Keerpunt, 2004. Gepubliceerd met toestemming van De Hoop.

 http://www.solcon.nl/langeveld/keerpunt/i/inge-anorexia-boulimia-nervosa.htm 

 

Of de herwaardering van ons culturele erfgoed

Hazo, u denkt dat u de enige bent die met de mond en ‘en plein public’ het geloof in gezonde voeding belijdt, maar met diezelfde mond koolhydraten en vetten verslindt, als de kust veilig en onbemand is! Wel dan hebt u het verkeerd voor. België’s nationale trots - de friet - is een succesnummer in alle uithoeken van de wereld. Ooit zag ik een frituur die zich als een buitenaards curiosum had neergepoot in Riobamba, een schilderachtig dorpje in Ecuador. Ze stond in de schaduw van een reusachtige Yucca en zowel de indigeno’s als de nakomelingen van de conquistadores waren er kind aan huis. Frieten en gebakken platano’s waren de smaakmakers in hun armoedig bestaan. Ze schransten dan ook gebakken patat alsof het een godenspijs in de aanbieding was.

De Belgische frituuruitbater deed gouden zaken en voelde zich als een vis in het water in dat godvergeten gat aan de voet van het Andesgebergte. Anders dan bij ons was de friet er nog niet gedemoniseerd. Integendeel zelfs, hij genoot er een zekere sterrenstatus. Of dacht u dat de Ecuadorianen het zich kunnen veroorloven om calorieen te tellen en bepaalde voedselsoorten onder curatele te stellen. Niet dus, dat is iets voor de luxepaardjes. In Ecuador is eten (wat dan ook) vaak nog een kwestie van overleven. De frituurman had in ieder geval het gat in de markt gezien en het met typische Belgische ondernemerszin dichtgeplamuurd. Hij noemde zichzelf een fritoloog. Hij wist alles over frieten: wie dit culinaire mirakel bedacht had, dat bintjes aardappelen niet per sé garant staan voor kwaliteit, dat ook de vorm van de friet een verschil kan maken.

Hij vertelde me dat frieten oorspronkelijk een goedkope variant waren van visjes die door de bewoners van de Belgische Maaskant in heet vet werden gefrituurd. In zijn vrije tijd maakte deze patatslijter trouwens kunstwerken met frieten. De gebronsde stokjes bewerkte hij met een speciaal conserveringsmiddel, om ze daarna opeen te stapelen tot geometrische figuren. Ook zijn poëtische ontboezemingen over ‘de pommes duchesse van het volk’ waren tot ver buiten de dorpsgrenzen bekend. Men beweerde zelfs dat hij aan de hand van frieten de toekomst kon voorspellen. Hij gooide een stuk of wat frieten in de lucht en las dan uit de manier waarop ze zich op de grond schikten welke grillen het fatum voor je in petto had.

Als ambassadeur van Belgische streekprodukten in het buitenland was hij geenszins een unicum. Ook in Afrika vind je Belgische frietkoten, in Zuid-West Patagonië, of in Anchorage. Iedereen is dol op de frieten van bij ons. Frieten zijn een universeel bindmiddel. Nergens kan je zo goed en zo intercultureel netwerken als aan de toog van Moeder Mora. Senegalezen, Belgen, Chinezen, Kosovaren staan er broederlijk naast elkaar en beslechten hun politieke geschillen met of zonder mayonaise.

Ik zelf vind het af en toe heerlijk om in zo’n baanfrituur lekker plebejisch een puntzak met goudgele boerenvingers te eten. Het eerste wat ik doe als ik thuiskom van een buitenlandse reis is trouwens zo’n patatkraam binnenduiken. De onthouding laat altijd weer diepe sporen na. Want, zeg nu zelf, frieten in Spanje smaken toch enigszins anders dan frieten van eigen bodem. En dan had ik het nog niet over de papillenschennende ‘patat uit de muur’ die in Nederland’ het mooie weer maakt! Bweikes! Maar wist u dat ook politici en al dat ander schoon volk bijwijlen de regels van de etiquette aan de laars lappen om incognito uit de bol te gaan in een fritotheek? Ik heb ze al vaak op heterdaad betrapt. Flip Dewinter kan het uiteraard niet nalaten om een speech af te steken over dat vreemd gespuis dat onze contreien teistert. De aardappel is nu eenmaal afkomstig uit Latijns-Amerika.

Maar al die andere grootheden! Ze smekken, likken duimen en vingers af, maken knorrende geluiden, kortom, zo kende u ze nog niet. Hoe kitscheriger het interieur, hoe zoeter de zonde overigens. Oranje plastic kuipzeteltjes, tafeltjes met een formica blad, het hoort bij een frituur als een kip bij een ei. Zo ook de vettige walm die bezoeker en uitbater omgeeft. In het ideale geval wordt de schranspartij muzikaal omlijst met een zeemzoete schlager die uit een klein transistorradiootje schalt. Als de frituuruitbater dan ook nog een praatvaar is die kan ouwehoeren als de beste, is het plaatje compleet. In de frietcultuur moet je nu eenmaal geen literaire of communicatieve hoogstandjes verwachten. En beste friturist, knoop dat nu eens goed in de oren, frieten komen niet uit de diepvries, maar worden onder het toeziend oog van de klant uit dikke verse aardappelen gesneden. En een echte fritofiel eet frieten met de vingers en niet met een vork.

Fier ben ik op onze nationale trots. Wee de Engelsman of de Amerikaan die in mijn bijzijn de woorden ‘French fries’ durft te bezigen. Ik vaardig niet minder dan ‘een fatwa’ tegen hem uit. Ik zal overigens in het buitenland nooit nalaten onze reputatie terzake hoog te houden. Wedden dat u bij vlagen ook een fritomaan bent, die alle schone schijn alsmede het dunne laagje beschaving laat varen om proletarisch en met gretige vingers naar het culinaire goud te grijpen! Liefst in een frituur die oogt als een Zwitserse alpenhut. Want - koning, keizer, admiraal - frieten lusten we allemaal 

En nu allemaal! Het frituurlied

Mika  houdt van grote meisjes. Hij houdt zoveel van grote meisjes dat hij er zelfs een liedje over heeft geschreven en nu dat liedje op single is uitgebracht heeft hij ook nog een videoclip over grote meisjes gemaakt. Leuk om voor de verandering eens een video tegen te komen zonder graatmagere modellen. In het filmpje loopt, danst en springt Mika over straat samen met een hele groep van zijn geliefde grote meisjes.Dit is één van de weinige clips die ik ken waar meisjes en vrouwen met een voller figuur er gewoon mooi uit mogen zien. Wat een verademing!

Alleen jammer dat het allemaal vanuit de hand is gefilmd op een bijna JackAss-achtige manier. Het ziet er daardoor weliswaar lekker spontaan uit, maar ook flets en goedkoop. Iedereen heeft felgekleurde kleding aan, er worden ballonnen opgelaten in alle kleuren van de regenboog en op het einde zit een fantastische scene met allemaal gekleurde paraplu’s. Dat ziet er nu al leuk uit maar het had nog zoveel mooier kunnen zijn! De video schreeuwt in mijn ogen bijna om een ouderwetse musical-productie met knallende technicolor kleuren. Zoals hij nu is tovert het filmpje nog steeds een glimlach op mijn gezicht maar het is wel jammer dat regisseur Patrick Daughters zich er zo makkelijk vanaf heeft gemaakt.

Big girl you are beautiful

Walks in to the room
Feels like a big balloon
I said, ‘Hey girls you are beautiful’
Diet coke and a pizza please
Diet coke I’m on my knees
Screaming ‘Big girl you are beautiful’

You take your skinny girls
Feel like I’m gonna die
Cos a real woman
Needs a real man is why

You take your girl
And multiply her by four
Now a whole lotta woman
Needs a whole lot more

Get yourself to the Butterfly Lounge
Find yourself a big lady
Big boy come on around
And they’ll be calling you baby

No need to fantasise
Since I was in my braces
A watering hole
With the girls around
And curves in all the right places

Big girls you are beautiful
Big girls you are beautiful
Big girls you are beautiful
Big girls you are beautiful

En de muziek?

Het is een vrolijk nummer, dat moet ik hem nageven. Ik vind het persoonlijk een beetje een suf liedje, maar toch heb ik er ook geen hekel aan. Mika wil hier duidelijk een feestje bouwen en dat lukt hem heel aardig. Zelfs al zou ik dit niet snel voor m’n plezier thuis opzetten, in combinatie met de videoclip word ik er toch wel een beetje blij van. Leuk om een keer gehoord te hebben, maar niet bepaald de nieuwe Grace Kelly.
Tekst: Eric Roggeveen

 

http://videoclips.blog.nl/pop/2007/07/11/nieuwe-video-mika-big-girl-you-are-beautiful

Dik zijn is ongezond.

Dikke mensen zijn lui en ongedisciplineerd.

Dik zijn is je eigen schuld, immers: ieder pondje gaat door het mondje. We hebben zo allemaal wel onze mening over zware mensen. Is dat wel terecht?

Op internet zijn enkele weblogs opgezet met als doel een het negatieve beeld dat momenteel heerst over dikke mensen te veranderen.

In de media verschijnen regelmatig negatieve berichten over mensen met een maatje meer. Allereerst worden de gevaren van overgewicht  keer op keer bewezen in diverse onderzoeken. Daarnaast wordt de bevolking overladen met goede adviezen op het gebied van diëten en andere mogelijkheden om af te vallen. Op internet bestaan honderden forums en weblogs waar mensen hun lief en leed in de strijd tegen de kilo’s met elkaar delen.  Hier wordt dagelijks braaf uitgewisseld hoeveel er is gegeten en wanneer er is gezondigd.

Een groep Amerikaanse webloggers heeft kenbaar gemaakt hier genoeg van te hebben. Ze voelen zich gediscrimineerd door alle negatieve publiciteit en vechten terug via het net. Ze pleiten voor de acceptatie van mensen met een maatje meer. Deze mensen mogen volgens hen ook trots zijn op hun lichaam. Met de weblog worden andere mensen met overgewicht dan ook opgeroepen hun lichaam te accepteren, te stoppen met lijnen en gewoon door te gaan met leven. Op deze manier keren ze hun rug toe naar het heersende schoonheidsideaal.

Op de weblogs is ook te lezen dat de makers ervan overtuigd zijn dat beweging en gezond eten niet bij iedereen leidt tot een slank figuur. Het lijkt er echter op dat dit ook niet hun doel is, aangezien ze ook op resultaten uit wetenschappelijk onderzoek wijzen waaruit naar voren komt dat mensen met (matig) overgewicht langer leven dan dunne mensen.

Het aantal Amerikaanse weblogs van en voor dikke mensen (de ‘fatosphere’) is de laatste maanden enorm toegenomen. Indien je nieuwsgierig bent geworden kun je een kijkje nemen op: bigfatblog.com, bfdblog.com, fatchicksrule.blogs.com en fatgrrl.com (‘Now with 50 percent more fat!’).

Op Nederlandse en Belgische websites is deze beweging nog niet gesignaleerd. Maar aangezien wij de lichaamsomvang van Amerikanen naderen, zouden dergelijke geluiden mogelijk niet lang meer op zich laten wachten…Iemand?

Bron:

Rabin R.C. In the Fatosphere, Big Is In, or at Least Accepted. New York Times, 22 januari 2008. http://www.nytimes.com/2008/01/22/health/22fblogs.html

 

http://www.gezonderafvallen.nl/page/520/acceptatie-dikke-mensen.html

 

fat female basher Al Bundy krijgt de volle laag

 

1-3-2008

Restaurants in Mississippi in de Verenigde Staten lopen door een wetsvoorstel de kans dat ze geen extreem dikke klanten meer mogen bedienen. Mississippi zit letterlijk met een zwaar probleem: overgewicht. Ruim tweederde van de inwoners van deze Amerikaanse staat is te dik en volgens een studie uit 2007 lijdt dertig procent zelfs aan obesitas, de ziekelijke vorm van overgewicht. Hiermee is Mississippi wereldwijd gezien een ware vetzuchtkampioen. Omdat de overheid een nationale ramp wil voorkomen, komen politici met soms wel erg radicale voorstellen op de proppen. Zo ook de republikein John Read, die het idee kreeg om restaurants te verbieden mensen met obesitas eten te serveren. De nieuwe wet zou het mogelijk maken dat de vergunningen van eettenten worden ingetrokken als de eigenaren betrapt worden op het bedienen van extreem dikke klanten.

In het wetsvoorstel wordt niet geformuleerd hoe obesitas precies zou worden gedefinieerd en hoe restaurants onderscheid zouden moeten maken tussen een ‘dikke klant’ en een ‘te dikke klant’. Vooralsnog zal het een taak van de overheid zijn om een werkwijze te bedenken voor het bepalen wie te zwaar is voor toelating tot een restaurant.

Dit voorstel toont aan dat er grote bezorgdheid heerst over de gevolgen van obesitas. Zwaarlijvigheid kan een aanslag zijn op de lichamelijke gezondheid, gezien het grote aantal aandoeningen dat ermee gepaard gaat. En die vergen vervolgens – dure – behandelingen. De kosten binnen de gezondheidszorg zijn nu al torenhoog en zullen verder omhoog schieten indien er geen actie wordt ondernomen.

De kans dat het plan later werkelijk in de praktijk wordt gebracht, is echter niet erg groot. Tegenstanders zijn van mening dat de overheid hiermee te veel vrijheid van de restauranthouders wegneemt en dat een restaurant zelf moet kunnen bepalen welke klanten toegelaten worden. Daarnaast vinden ze het absurd dat dikke mensen op grond van hun ‘lichamelijke afwijking’ worden afgekeurd en hun vertier maar ergens anders moeten zoeken. De oplossing zou in een andere hoek gezocht moeten worden, zoals voorlichting geven over gezond eten en sporten voor iedereen aantrekkelijk maken.

Voorlopig kunnen mensen met flink overgewicht nog gezellig uit eten gaan in Mississippi en zoveel hamburgers bestellen als ze maar willen. Of dit verstandig is, is een ander verhaal.  

http://www.gezonderafvallen.nl/page/565/restaurantverbod-voor-mensen-met-obesitas.html

Anne Peetoom

17/05/2008

Een op de vier meisjes die worden behandeld voor een eetstoornis was regelmatig op een Pro Ana-site te vinden. Dat zijn sites waar anorexia als levensstijl wordt gepropageerd, vaak in de vorm van een blog. Ze zijn er te vinden om tips uit te wisselen: hoe kan je het beste braken, wat zijn de tips en trucs om je ziekte voor de buitenwereld te verbergen, en wat zijn de beste laxeermiddelen. Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam deed onderzoek onder de eigen patiënten.

“ Was het lekker?” , roepen Anouk en Wendy, als Sandra na de lunch weer naar buiten komt uit de kliniek. Het is 1 uur in de middag, we zijn in het park rond het centrum eetstoornissen Ursula in Leidschendam opnames voor het NOS Journaal aan het maken. Het is warm. Blote benen weer. Maar dat is voor sommige meisjes in de kliniek nog een brug te ver. Veel spijkerbroeken en leggings, zien we langslopen. “ We hadden kapucijners en aardappelpuree met een kaasplak.  Best oké,”  roept Sandra terug. Verslaggever Tanja en ik kijken verbijsterd richting Eric van Furth, de directeur van de kliniek. “ Dit kan je niet menen, Eric! Deze meisjes hebben al anorexia. Dan ga je ze in deze temperaturen toch geen capucijners voorzetten!”

Het is voor het eerst dat we met z’n allen moeten lachen over het onderwerp ‘ eten’ . Voor de patiënten – cliënten zeggen ze liever hier-  is het een moeilijk thema.  Wendy moet ook lunchen. Zij heeft boterhammen meegenomen. Ze wendt zich af, zodat zo min mogelijk mensen haar minihapjes van het brood zien plukken.  “ Anders vinden ze dat gek,” .  “ Doe normaal!”  roept Anouk verontwaardigd. “ Waarschijnlijk denken ze alleen maar dat je lekker op een bankje een boterhammetje zit te eten. Niks meer en niks minder.” Anouk heeft natuurlijk gelijk. Maar meteen bedenk ik me, dat zij degene is die nog niks heeft gegeten. Ze volgt vandaag geen behandeling, dus het is maar de vraag of ze dat nog gaat doen.

Broodmagere rolmodellen
Anouk, Sandra en Wendy hebben alle drie een flinke eetstoornis. Het is bijzonder dat we met hen mogen praten, want ze zijn nog volop in behandeling.  Met terugvallen en met kleine stapjes vooruit. We  maken een onderwerp over Pro Ana-sites.  Dat zijn internetpagina’s, vooral blogs, waar meisjes en vrouwen met een eetstoornis elkaar op de hoogte houden van wat ze (niet) eten, hoe je het beste kan braken of hoe je je ouders zo goed mogelijk kan voorliegen.  Hoe invloedrijk zijn deze sites eigenlijk en maken meisjes met eetstoornissen er veel gebruik van?

Goede Nederlandse onderzoekscijfers waren er eigenlijk niet en daarom hebben de mensen van eetcentrum Ursula dat onderzoek zelf gedaan onder de eigen patiënten. Ongeveer een kwart van de vrouwen en meisjes in de kliniek is regelmatige gebruiker van de sites (geweest), bijna de helft van de cliënten heeft wel eens een Pro Ana-site bezocht. Vooral voor de tips en trucs en om plaatjes te kijken van broodmagere rolmodellen. “In zekere zin vielen de aantallen me nog mee. Als het 100%  was geweest, had me dat ook niet verbaasd, “ zegt Van Furth.  Veel bezoekers of weinig, eigenlijk doet dat er ook niet toe. Elke bezoeker is er een te veel. Deze drie meisjes waren regelmatige gebruikers van de sites. Op mindere dagen kijkt Anouk nog steeds. Na een korte stilte … “ twee dagen geleden nog..”

Verbieden?
Frankrijk heeft de blogs verboden: het aanzetten tot een eetstoornis wordt strafbaar. Collega Saskia Dekkers heeft daar al eerder een weblog over geschreven.

In Nederland zijn we nog niet zo ver. En het is maar de vraag of het zin heeft de sites te verbieden. Ze weten ze toch wel via een omweg te vinden: Wat kan, gebeurt. “Natuurlijk zou ik liever willen, dat de sites niet bestonden. Maar ze bestaan.  In verbieden geloof ik niet. Bovendien:  wie moet je dan straffen,” vraagt Van Furth zich af. “ De meisjes die zo’n blog bijhouden, hebben vaak zelf een ernstige eetstoornis.” Slechts 1 op de 5 vrouwen met een eetstoornis wordt daarvoor behandeld. Wat de sites doen met meiden van wie de eetstoornis niet wordt herkend, is gissen.

Sommige meisjes ontwikkelen al op hun achtste een rare relatie met voedsel, ze verstoppen eten en doen wedstrijdjes wie de platste buik heeft. Tussen de opnames door, vertellen de meiden in ‘de Ursula’ over de patronen waarin ze vastzaten.  Je avondeten stiekem in je zakken proppen en meteen daarna de hond uitlaten zodat je de aardappels ongemerkt in een vuilnisbak kan deponeren, in een carrousel van sapkuren en klisma’s vastzitten, proberen of je verslaafd kan raken aan braken. “Tja, dat bleek dus inderdaad te kunnen,” vertelt Anouk nuchter.

Had iemand iets kunnen doen of kunnen zeggen waardoor je jezelf niet zou zijn gaan uithongeren, vraag ik Wendy en Anouk. Ze denken beiden na. “ Nee,”  zegt Wendy beslist, “ het zit in mijn hoofd. Ik kom uit een gezin waar we gewoon aan tafel ontbeten, niks maaltijden overslaan. Niemand had iets kunnen doen.”

Vijf kilo dikker
Knap hoe deze drie meiden  heel goed hebben nagedacht over wat ze willen vertellen. En vooral wat niet. Ze mogen op ieder moment de opnames stopzetten en besluiten om toch niet mee te doen. Een camera blijft eng, en voor hen helemaal. “Televisie maakt vijf kilo dikker,”  waarschuwen ze elkaar. Ze gaan dan ook niet in hun eentje kijken als dit onderwerp wordt uitgezonden. Wendy, Anouk en Sandra hebben gelukkig weer wat vlees op de botten. Je pikt ze er niet snel uit als vrouwen met een ernstige eetstoornis. Maar toch is het een dun koord waar ze op balanceren. 

De opnames zijn klaar. Als we wegrijden zien we in de tuin een heel dun meisje, dat een ander, nog dunner meisje in een rolstoel voortduwt. Het is onhandig manoeuvreren met het infuus in haar arm.  In het zonlicht lijken de twee bijna doorschijnend.  Ondanks de weken van voorbereiding die in dit onderwerp over eetstoornissen zijn gaan zitten, went de aanblik niet.  We zien broze vrouwen, die eigenlijk in de kracht van hun leven zouden moeten zitten.  Maar ook  vrouwen met enorm overgewicht, die met moeite het trapje van de obesitaskliniek nemen. Ze zijn maanden, soms jaren bezig om beter te worden. Het is een wereld, waar we in de dagelijkse praktijk van het snelle nieuws niet zo vaak binnenkomen. Ik ben blij dat we af en toe de tijd nemen om geduld te hebben.

Ik zit nog wel met een probleem: volgens ongeschreven blogregels zou ik moeten doorlinken naar zo’n pro-ana site. Toch maar niet, besluit ik. Geïnteresseerden vinden de sites misschien zelf wel, maar daar hoef ik niet bij te helpen.

http://weblogs.nos.nl/binnenlandredactie/2008/05/17/anorexia-en-kapucijners/

John Prescott

Sommige politieke items in de zondagse kranten worden met weinig enthousiasme gelezen.

Maar dit bericht was anders.

John Prescott’s gevecht met bulimia kwam voor veel journalisten als een donderslag bij helderblauwe hemel.

De Sunday Times pakte uit met de primeur dat de voormalige vice-premier van Engeland bijwijlen liters gecondenseerde melk dronk en met gemak een vijfgangenmenu verslond in het Chinese restaurant om de hoek.

Hij zocht troost in mateloze schranspartijen die de vergelijking met ‘La Grande Bouffe” van Marco Ferreri moeiteloos konden doorstaan.

De details van het verhaal waren op zijn minst pikant, dat de minister ze zo lang geheim kon houden was ronduit verbazingwekkend.

Politieke tegenstanders wreven Prescott jarenlang een foute achtergrond en een paleonthologisch voorkomen aan. Nu gaan ze ongetwijfeld de draak steken met zijn bekentenissen. Op hun sympathie hoeft hij alvast niet te rekenen. 

Taai en compromisloos 

Hij was iedereen een stapje voor, en zei dat mensen hem op basis van zijn voorkomen geen erg succesvolle bulimia-lijder zouden noemen” .

Maar waarom ging hij tot bekentenissen over?

Cynici zullen opmerken dat hij van plan was om zijn memoires te publiceren en dat hij een deal afsloot met een zondagskrant om die mijmeringen in feuilletonvorm uit te brengen.

Vermoedelijk wilden zijn uitgevers met iets interessants voor de dag komen, iets smeuiigers dan zijn pogingen om verkozen regionale raden op de politieke agenda te krijgen.

John Prescott zelf beweert dat hij andere mensen die aan bulimia lijden wil helpen door zijn ervaringen openbaar te maken. En daar scoort hij een punt.

Nooit zal bulimia nog gezien worden als een aandoening die enkel jonge vrouwen treft.

Bovendien heeft zijn outing iets onthuld over de spanningen en de druk die een politicus die de top bereikt in een wurggreep houden.

Werkdagen van 16-tot-18 uur, enkel opgefleurd door korte lunchpauzes: ook andere voormalige ministers hadden het er moeilijk mee. Maar weinigen onder hen durfden zich in het openbaar uitspreken over de prijs die daaraan vasthing.

Toen in 1997 de Labour-partij aan de macht kwam leidde Prescott een enorm superkabinet. Die job in de wacht slepen was een politiek huzarenstukje,  maar nu geeft hij toe dat zijn werk hem soms boven het hoofd groeide. Dan zocht hij afleiding in de verlokkingen van brood, spijs en drank (wein, weib und gesang).

Anita Johnston, bestsellerauteur van ‘eating in the light of the moon’ spreekt over eetstoornissen

De bijbel en anorexia

Het bijbelse verhaal van Hannah, de moeder van de profeet Samuel is wellicht het eerste gedocumenteerde geval van anorexia nervosa in de geschiedenis der mensheid. Vasten en fertiliteitsproblemen gaan in dit verhaal immers hand in hand. In een artikel in het januarinummer van Fertility and Sterility, vertelt Isaac Schiff, hoofd van het Vincent Memorial Obstetrics and Gynecology Service in Massachusetts General Hospital (MGH), het verhaal van Hannah en stipt hij aan dat Hannah zo ongelukkig is omwille van haar onvruchtbaarheid dat ze weigert te eten. Na een gebed in de Tempel van Shiloh en een geruststellend gesprek met de hogepriester, krijgt Hannah in alle opzichten de smaak weer te pakken  en begint ze opnieuw te eten. Een paar maanden later krijgt Hannah eindelijk de zoon waar ze zo op hoopte

Schiff verklaart dat zijn rabbi hem gevraagd had om een lezing te geven over het verhaal dat deel uitmaakt van het eerste boek van Samuel. “Toen ik het relaas zorgvuldig nalas en merkte hoe dikwijls de schrijver verwees naar het vasten van Hannah, viel me plotseling te binnen dat ze waarschijnlijk aan anorexia leed.” zegt hij . Samen met zijn broer, Morty Schiff, professor creatief schrijven aan de City University van New York, schreef hij een artikel met als titel “The biblical diagnostician and the anorexic bride,”.

Het verhaal schetst een portret van Hannah, één van de twee vrouwen van Elkanah. De andere vrouw, Penninah, heeft meerdere kinderen en duwt Hannah voortdurend met de neus op haar kinderloosheid. Zelfs als haar echtgenoot haar verzekert dat zij zijn favoriete is, kan Hannah niet stoppen met wenen en hongeren. Tijdens een jaarlijks bezoek aan de tempel in Shiloh, is Hannah zo van streek dat ze in tranen uitbarst als ze het heiligdom betreedt. Ze smeekt God om haar een zoon te schenken. In ruil voor deze gunst zal ze de boreling aan hem opdragen. De hogepriester Eli ziet hoe de vrouw in zichzelf zit te praten. Eerst denkt hij dat haar ongewoon gedrag veroorzaakt wordt door dronkenschap en hij scheldt haar uit omwille van haar gebrek aan fatsoen:

“Nee meneer,  antwoordt Hannah. Ik ben alleen maar een vrouw die geestelijk in de war is. Ik heb geen wijn of bier gedronken, maar ik heb mijn hart uitgestort bij de Almachtige God. Een verdorven vrouw ben ik zeker niet. Ik heb gewoon mijn zorgen en leed aan de voeten van de Heer gelegd. Dan antwoordt Eli: Ga in vrede en moge de God van Israel je bede verhoren. Hannah vervolgt haar weg. Ze begint terug te eten en is niet langer neerslachtig.” (1 Samuel 1: 15-18).

Niet lang daarna wordt Hannah zwanger, ze geeft het leven aan een zoon Samuel. Als de ’speenperiode’ is afgelopen, brengt ze hem naar de tempel van Shiloh waar ze hem uit dankbaarheid aan God opdraagt.

“Dit verhaal leert ons heel veel over dingen die vandaag nog steeds gelden,” zegt Schiff. “Het geeft een expliciete beschrijving van het verdriet dat gepaard gaat met onvruchtbaarheid; hoe ongelukkig Hannah is in weerwil van de liefde van haar man. Het geeft ook een idee van de patriarchale structuur van de samenlevingen destijds: het is voor een vrouw ontzettend belangrijk om zonen te baren en onvruchtbaarheid wordt in een relatie vrijwel automatisch aan de vrouw toegeschreven. Vandaag weten we wel beter.

“We zien ook dat anorexia — dat doorgaans als een hedendaags probleem wordt beschouwd — misschien 2500 jaar geleden al bestond” aldus Schiff. “De talrijke verwijzingen van de schrijver naar het feit dat Hannah weigerde om te eten suggereren dat het hier om een ongewoon fenomeen ging. Vermits we nu weten dat extreem gewichtsverlies onvruchtbaarheid veroorzaakt, is het niet meer dan logisch om te concluderen dat Hannah geen kinderen kon baren omdat zij aan anorexia leed.

Schiff beweert dat de geruststellende woorden van Eli en de gebeden van Hannah beschouwd kunnen worden als een vorm van therapie die haar herstelproces in de hand werkten. Dit maakte dat zij uiteindelijk zwanger werd van haar kind. “In zowat 28 verzen heeft de opmerkzame schrijver genoeg details verwerkt om ons 25 eeuwen later tot de juiste conclusies te leiden,” zegt hij.

http://www.scienceblog.com/community/older/1998/B/199801623.html

April 09, 2007

Anorexia is een probleem dat nog in omvang groeit, niet alleen jonge meisjes worden getroffen, ook oudere vrouwen en mannen laten zich tegenwoordig verleiden door de paringsdans van de magerzucht. Stars en starlets geven iedereen het gevoel dat alleen hyperslanke mensen de krenten in de pap verdienen en dat al die andere mensen losers zijn die hun ongeluk zelf hebben gezocht. Kijk maar eens naar die Hollywood-„beauties“ die er als graatpakhuizen uitzien omdat ze de meest onmogelijke diëten uitproberen. Maken zulke diëten iemand seksie? Ik dacht het niet! Maar jonge mensen laten zich maar al te vaak beïnvloeden door zulke waanideeën en sloven zich uit om op hun favoriete filmster te lijken.

Je weet dat ik een geschiedenis-nerd ben, en je vraagt je waarschijnlijk af: en wat is dan wel het historische aspect van anorexia in dit betoog? Wel kijk!

 ’Struwwelpeter’ is een zeer oud boek dat in Duitsland ettelijke generaties kinderen in de ban hield. 433pxh_hoffmann_struwwel_01In 1844 was Dr. Heinrich Hoffmann, dokter en kinderpsychiater aan het Instituut voor psychotici en epileptici van Frankfurt op zoek naar een kerstgeschenk voor Carl, zijn zoontje van drie jaar, maar hij vond niets dat hem de moeite waard leek. Dus kocht hij een notitieblok om zelf een verhaal- en plaatjesboek samen te stellen voor zijn zoon. Carl was erg met het boek ingenomen, maar ook vrienden van de familie die op bezoek kwamen waren dolenthousiast over de verhaaltjes met een lichtjes moraliserende inslag. Zacharias Loewenthal, kon uiteindelijk Hoffmann overhalen om het boek te laten publiceren. In 1845 werd de eerste gedrukte versie verkocht. Het boek bevatte verhalen over kinderen, die niet erg goed opgevoed waren en daardoor van de ene idiote situatie in de andere belandden: De ondeugende Friederich, die dol was op het pijnigen van dieren, werd door een hond gebeten, Paulinchen verbrandde zich, omdat ze met lucifers speelde, kinderen die de spot dreven met zwarten werden door Sinterklaas in een reusachtige inktpot gedoopt zodat ze ook zwart werden, de duim van klein duimzuigertje werd door een kleermaker afgeknipt enz.  (Foto van de Cover van het boek van 1917)

 

Plaatje: de sint doopt stoute kinderen in een bad met inkt

Plaatje: de door de sint zwartgemaakte kinderen lopen nu achter het zwartje aan waar ze eerder de spot mee dreven

Maar het verhaal dat ik je vandaag wil vertellen is dat van de Soepenkasper ofte ‘der Suppenkaspar’. Dit verhaal is uniek in de literatuur omdat er een beschrijving in voorkomt van iemand die aan Anorexia leed in een tijdperk dat deze ziekte nog zo goed als onbekend was. Het is mogelijk dat Heinrich Hoffmann zich baseerde op gevallen van anorexia die hij zelf behandelde als kinderpsychiater. Niet langer dan twee eeuwen geleden waren honger en hongersnood gewoon een onderdeel van het leven. Daarom moet iemand die welbewust weigerde om te eten wel bijzonder absurd overgekomen zijn. Vandaag bestaan er aanwijzingen dat het verhaal van ‘Suppenkaspar’ op waargebeurde feiten is gebaseerd. In Leoben (Steiermark) was er tot zo’n twintig jaar geleden een graf op het Jakobi kerkhof dat toebehoorde aan een jongen van negen jaar. In de grafsteen stond ‘Suppenkaspar’ gegrift. In de kerkarchieven noteerde de pastoor als oorzaak van zijn overlijden: „Hij weigerde om te eten en stierf daardoor in 1834“. We weten niet of Hoffmann het graf gezien heeft, maar misschien waren hem een aantal geruchten ter ore gekomen. Het graf van ‘Suppenkaspar’ werd verwijderd in 1984, toen er op die plek een snelweg werd aangelegd.

Hieronder vindt u het Duitse gedicht over ‘Suppen-kaspar’ met een vertaling in het Engels van Mark Twain.

Die Geschichte vom Suppen-Kaspar  

Der K a s p e r , der war kerngesund,
Ein dicker Bub und kugelrund,
Er hatte Backen rot und frisch;
Die Suppe aß er hübsch bei Tisch.
Doch einmal fing er an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !”
Am n ä c h s t e n Tag, - ja sieh nur her !
Da war er schon viel magerer.
Da fing er wieder an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Ich esse meine Suppe nicht !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !”
  

 

Am d r i t t e n Tag, o weh und ach !

Wie ist der Kaspar dünn und schwach !
Doch als die Suppe kam herein,
Gleich fing er wieder an zu schrei’n :
“Ich esse keine Suppe ! Nein !
Ich esse meine Suppe nicht !
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht !
Am v i e r t e n Tage endlich gar
Der Kaspar wie ein Fädchen war.
Er wog vielleicht ein halbes Lot -
Und war am f ü n f t e n Tage tot.
 

Engelse versie 

Young Kaspar he was kernel-sound,
A fleshy cub and barrel-round;
Had cheeks all rosy-red and fresh,
Was fond of soup - it added flesh.
But finally, with scowling brow,
He said he’d strike, and make a row:
“No swill for me; I’m not a cow;
I will not eat - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”
A day rolled slowly o’er his head -
Behold, his flesh began to shed !
Yet still his strike he did maintain,
And screamed as erst with might and main:
“No swill for me; I’m not a cow,
I will not eat it - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”
The third day came - lo, once so sleek,
Observe him now, how thin and weak !
Yet still his flag he feebly flew
And hailed that humble dish anew:
“No swill for me; I’m not a cow,
I will not eat it - loathe it now;
I can’t ! I won’t ! I shan’t, I vow !”

The fourth day came, and here you see
How doth this little busy bee;
He weighed perhaps a half a pound -
Death came and tucked him in the ground.

 

 

428pxh_hoffmann_struwwel_18_3

Plaatje: De originele bladzijde met het gedicht over “Suppenkaspar”

De voorbije decennia werd het boek van Hoffmann door moderne pedagogen afgedaan als oudbollig, maar rehabilitatie is in zicht en iedereen kent de verhalen. Sommige uitspraken uit het boek zijn doorgedrongen tot het alledaagse taalgebruik. En de kinderen zijn nog steeds dol op het boek.

Bron: Wikipedia; Der Struwwelpete

Aunt Sabine

http://sabineofgermany.typepad.com/aunt_sabine/2007/04/the_first_cas_o.html

Bulimia is meer dan een eetprobleem. Extreem diëten of opgehoopte spanningen kunnen vreetbuien veroorzaken. Ook onaangename gevoelens zoals woede, verdriet, angst worden vaak gesmoord in een tsunami van voedsel. Mensen met bulimia purgeren soms om hun controle te herwinnen en om onderhuidse spanningen en angst het zwijgen op te leggen. Ook bulimia is meestal het gevolg van een cluster van factoren, onder meer:

  • socioculturele factoren

Vrouwen voelen hoe langer hoe meer de druk om aan het slankheidsideaal te beantwoorden. Dit ‘ideaal’ is verre van realistisch voor de meeste vrouwen. Maar vermits de modale vrouw permanent geconfronteerd worden met gestroomlijnde, flashy modellen in de media en elders vindt zij het alsmaar moeilijker om vrede te nemen met haar eigen lichaam. Ook mannen staan hoe langer hoe meer onder druk om aan een ideaal lichaamsbeeld te beantwoorden.

Een factor die volgens historici ook meespeelt, is de eeuwenoude cleavage tussen geest en lichaam die typisch is voor de westerse filosofie. In plaats van de mens te beschouwen als een geïntegreerd geheel van lichaam, geest en ziel, heeft het westerse denken dankzij Plato de menselijke natuur op een duale leest geschoeid. Het geestelijk leven staat diametraal tegenover de behoeften van het lichaam. Deze tweedeling is bovendien gendergevoelig. Het geestelijk leven is namelijk mannelijk van inslag terwijl de behoeften van het lichaam veeleer tot het vrouwelijke domein behoren. De opvatting dat de superieure geest de inferieure fysieke aspecten van het menselijk leven moet controleren was er mede debet aan dat het lichaam een negatief odium kreeg toegmeten. Het was niet meer dan een omhulsel voor en een begrenzing van het innerlijke en echte zelf. Er is niet veel verbeelding voor nodig om in te zien dat deze opvattingen over het lichaam gelinkt kunnen worden aan de manier waarop anorexia- en bulimialijders over hun lichaam denken.

  • familie en omgeving

Bulimia ‘zit in de familie’ zegt men. Veel mensen met bulimia hebben zusters of moeders met bulimia. Vaak spelen in deze families aanleg voor vetzucht en/of gespannen verhoudingen tussen de gezinsleden (o.m. seksueel misbruik, verwaarlozing, conflicten over eten enz. ) onderling een rol bij het ontstaan van de stoornis.  Ouders die veel belang hechten aan het uiterlijk, zelf op dieet staan of hun kinderen beoordelen op basis van hun lichaam hebben meer kans om een kind met bulimia te hebben. 

Populair is ook de thesis dat bulimia het gevolg is van een conflict tussen moeder en dochter over verzorging en afhankelijkheid. Meisjes krijgen doorgaans minder lang borstvoeding dan jongens. De eetbuien en het purgeren van een meisje met bulimia duiden op een innerlijk conflict. Enerzijds is zij op zoek naar troost en menselijke warmte, anderzijds is zij er van overtuigd dat ze geen troost of liefde verdient

  •   Veranderingen of stresserende situaties.

Traumatische gebeurtenissen zoals verkrachting kunnen leiden tot bulimia. Ook stresserende confrontaties zoals gepest worden omwille van de lichaamsomvang kunnen bulimia veroorzaken. Verder kunnen ook ogenschijnlijk banale voorvallen zoals een verhuis, een verandering van werkomgeving de lont in het kruitvat steken.

  • Psychologie 

 Een gering gevoel van eigenwaarde is typisch voor mensen met bulimia. Zij lijden ook vaak aan depressie.  Ze hebben soms moeite om gevoelens zoals boosheid, verdriet, ..te uiten.  Ze kunnen hun impulsief gedrag moeilijk onder controle houden.

  • Biologie.

Genen, hormonen, en chemische processen in de hersenen kunnen factoren zijn die bulimia in de hand werken. Studies wezen uit dat de abnormale serotonine-  (een neurotransmitter die gelinkt wordt aan stemmingsstoornissen) en cortisolgehaltes (een stresshormoon) bij bulimische patiënten die in hun jeugd het slachtoffer werden van seksueel misbruik sterke overeenkomsten vertoonden met  die van patiënten met een post-traumatisch stress disorder (mensen die een traumatische ervaring hadden in het verleden en daar niet van loskomen. Ze krijgen realistische flashbacks van het gebeuren)

Boulimia nervosa (verkort tot boulimia) betekent letterlijk eetlust als een os door nerveuze oorzaken. Ook deze naam klopt niet helemaal, omdat de eetbuien - typisch voor deze aandoening - vaak volgen op periodes van streng vasten. Bovendien hoeft het niet zo te zijn dat mensen met boulimia een grote eetlust hebben voordat ze een eetbui krijgen. Het gaat om het eten, niet om het stillen van honger. Spanningen, onverwerkte trauma’s, verdriet kunnen net zo goed eetbuien uitlokken. De drang om te eten lijkt op een verslaving. Boulimia wordt dan ook wel eetverslaving genoemd.

Tijdens een eetbui worden grote hoeveelheden eten naar binnen gewerkt en hebben de patiënten het gevoel dat zij de controle over hun eetgedrag kwijt zijn. Zij kunnen niet meer stoppen met eten. Soms maken zij zelfs gewag van dissociatieve ervaringen tijdens een eetbui: zij hebben dan geen voeling meer met zichzelf of met de realiteit. Het voedsel dat zij eten is dikwijls calorierijk en wordt vaak zonder proeven doorgeslikt. Meestal is het voedsel dat de patiënten zich buiten de eetbuien om niet toestaan.

De drang tot eetbuien is vaak zo groot dat patiënten deze gaan plannen. Zo kunnen patiënten bijvoorbeeld gedurende de dag, op hun werk, nauwelijks iets eten, om zich “s avonds wanneer ze alleen zijn over te geven aan een eetbui. Maar een eetbui kan ook ontstaan wanneer patiënten het gevoel hebben over de schreef te zijn gegaan, omdat zij iets meer gegeten hebben dan zij zichzelf hadden toegestaan. De frequentie van de eetbuien varieert van persoon tot persoon. De ene patiënt(e) heeft twee eetbuien per week, de andere heeft er vele per dag.

Na een eetbui proberen boulimia-patiënten het eten zo snel mogelijk weer kwijt te raken uit angst om dikker te worden. Vaak gebeurt dit door zelf opgewekt braken en/of het gebruik van laxeermiddelen en/of plasmiddelen. Het braken dient soms ook om na een eetbui het onaangename gevoel van een te volle maag te neutraliseren. Het is ook mogelijk dat er geen gebruik wordt gemaakt van braken of laxeermiddelen, maar dat na een periode van eetbuien een periode van streng vasten volgt. Als reactie op het hongergevoel dat door het vasten ontstaat, kunnen weer nieuwe eetbuien volgen. Ook het feit dat patiënten weten dat zij het eten na een eetbui weer snel kwijt kunnen, vormt vaak een voorwaarde voor het optreden hiervan.

Net als anorexia-patiënten zijn boulimia-patiënten dus geobsedeerd door voedsel, gewicht en lichaamsomvang. De meeste boulimia-patiënten hebben echter een normaal gewicht, al komt het ook voor dat ze mager of dik zijn. Wat hun gewicht ook is, in hun beleving zijn ze in ieder geval te dik en ze proberen dan ook voortdurend slanker te worden of op gewicht te blijven. Boulimia-patiënten schamen zich vaak erg voor hun eetbuien en proberen deze voor de buitenwereld verborgen te houden. Vandaar dat zij ogenschijnlijk vaak normaal functioneren

Er zijn twee subtypes van bulimia nervosa, al naargelang de methodes die de patiënt gebruikt om gewichtstoename te vermijden na een eetbui.

- het purgerende subtype: gebruikt zellfopgewekt braken, laxatieven of plasmiddelen (diuretica) om gewichtstoename te voorkomen

- het niet purgerende subtype: gaat vasten of overdreven sporten om de eetbuien te compenseren

Purgeergedrag leidt tot een verstoring van de spijsvertering en de stofwisseling die het bulimische gedrag nog versterkt

http://www.sabn.nl/index.asp?mainId=40&cat2=55&show=55

Bulimia - getuigenis

Peter Timmerman

De hele dag zenuwachtig worteltjes knabbelen of in no time chips en chocola naar binnen proppen en weer uitspugen. Anorexia en bulimia zijn ernstige eetstoornissen. Ze zijn niet alleen schadelijk voor de gezondheid, maar maken ook het sociale leven onmogelijk. Heidi Heuvelman, BSK-studente, weet alles van bulimia: twee keer schreef zij zich uit om normaal te leren eten. Heuvelman spreekt erover; vandaag in de krant en 11 november op tv.

‘Ik liep iedere dag tegen een muur van eten op’. Zo omschrijft Heidi Heuvelman haar obsessie met eten. Continu was ze op zoek naar eten, ze schrokte het op en spuugde het al uit voordat ze het doorslikte. Nu gaat het beter, maar nog steeds is eten voor haar een ramp. Iedere dag op de weegschaal en wat de wijzer ook aangeeft, altijd is ze te dik. Obsessieve gedachten als ‘ik ben moddervet’ verdringen de objectieve werkelijkheid. Deze blindheid betreft alleen het eigen lijf; anderen zijn zelden dik en als ze dat toch zijn is het erg noch lelijk. Bulimiapatiënten als Heuvelman (maar ook mensen met anorexia) vervreemden als het ware van hun eigen lichaam. ‘Ik voelde niet eens meer dat ik een lichaam had. Ik stond er heel kil en afstandelijk tegenover. Een afstotelijk ding, een lelijk object vond ik het.’ En zo ging ze er ook mee om. Ze schold erop, ze sportte dwangmatig om al het - ingebeelde - vet er af te krijgen.

Nu gaat het beter met haar: ‘Ik voel weer dat ik besta, ik vind het heerlijk om te wandelen of te sportklimmen. Nu doe ik dat voor mijn plezier, vroeger moest het.’

Diep dal

Voor het echter zo ver was ging Heuvelman door een diep dal. Twee keer schreef zij zich uit voor haar studie, omdat de eetstoornis al haar energie en concentratie wegnam. Heuvelman ging een half jaar in dagbehandeling om weer normaal te leren eten. Ze kwam daar in een groep terecht waar ze zich niet thuis voelde. Toen ze de studie voor de tweede keer oppakte leek de stage in Noorwegen een lichtpuntje. ‘Ik dacht: een nieuwe omgeving met nieuwe mensen, daar kan ik mijn dwangmatig denken doorbreken. Nou, mooi niet dus. Meteen verviel ik weer in mijn oude gedrag. Het ligt niet aan de omgeving, maar aan mezelf. Het zit in mijn hoofd en dat neem je nu eenmaal overal mee naar toe.’

Heuvelman heeft dan ook geen ‘maaghonger’, maar ‘hoofdhonger’. Gedachtes bepalen of ze honger heeft, niet haar maag. Dit zijn dwangmatige gedachtes: ‘ik moet eten!’ Uit angst om dik te wordenspuugde ze het eten al uit voordat ze het doorslikte. Op deze manier raakte Heuvelman verstrikt in een onhoudbare situatie. Ze was continu onderweg naar winkels en propte zich daarna op haar kamer stiekem vol. Spuugde het meteen weer uit, waarna het weer opnieuw begon. Bij dat alles staat haar lichaam centraal. Dat moet continu op de weegschaal en voor de spiegel. Zo is zij gevangene van haar eigen lichaam geworden.

Eenzaam

Heuvelmans ‘bulimia met anorextische preoccupatie’ haalde niet alleen haar studie overhoop, maar ook haar gevoelsleven. Zij slikte anti-depressiva en voelde zich ‘dodelijk eenzaam’. Een eetstoornis begint ook vaak met dergelijke gevoelens. Vooral jonge meiden met een negatief zelfbeeld hebben grote kans een eetstoornis te ontwikkelen, weet ze. Om toch een gevoel van zekerheid en controle te krijgen gaan ze extreem aan de lijn. ‘Niet eten is een vorm van controle die je een goed gevoel geeft, je ziet jezelf dunner worden. Gek genoeg willen mensen met bulimia ook dunner worden, maar hoe sterker de gedachte, hoe meer ze gaan eten. Onbegrijpelijk. Het is een stomme gedachte, maar ik betrap mezelf er vaak op dat ik jaloers ben op mensen met anorexia.’

Mensen kunnen soms jaren met eetstoornissen rondlopen voordat ze hulp zoeken. Via de zelfhulporganisatie Zie Zo geeft Heuvelman als ‘ervaringsdeskundige’ lezingen op de middelbare scholen om jongeren van dit probleem bewust te maken. ‘Je staat er versteld van hoeveel mensen er last van hebben. Soms word ik er bang van welke vormen het aanneemt. Voor klinieken bestaan nu al wachttijden van negen maanden! Mensen wijken zelfs naar België uit om hulp te vinden.’

Op donderdag 11 november vertelt Heidi Heuvelman op tv over haar gevecht met bulimia in het programma ‘Jong’, 19.30 uur op TV2. Bij zelfhulporganisatie Zie Zo kan iedereen terecht voor hulp en vragen. Je kunt contact opnemen met Ellen Spanjers (0575-580836).

2004 - 2006 UT Nieuws| Privacy | Adverteren op UT Nieuws Gratis website teller
UT Nieuws is het weekblad van de Universiteit Twente
 


 

Mijn zoon is nog maar zeven jaar oud, maar hij komt iedere dag thuis met zijn ziel onder de arm. Hij zegt dat een jongen die Mark heet hem voortdurend pest omdat hij dik is. Nu willen de andere kinderen ook niet meer met hem spelen omdat ze angst hebben dat Mark hen ook de duvel zal aandoen.Mijn zoon voelt zich miserabel en wil niet meer naar school gaan. Wat kan ik doen om hem te helpen?

Het thema ‘pesten op school’ heeft al heel wat inkt doen vloeien. Sommige mensen menen dat het niet meer dan een groeikramp is eigen aan het leerproces dat kinderen doormaken: met schrammen en builen worden ze groot en sterk. Maar je zal er als ouder maar mee te maken krijgen. Wat doe je als je kind op school het mikpunt wordt van spot en pesterijen omdat het te dik is, of te ‘sloom’, of een gezicht vol sproeten heeft. Heel wat kinderen spijbelen uit angst om aangevallen of geïntimideerd te worden door andere leerlingen uit de klas. We kunnen misschien weinig doen aan de pijn die pesterijen veroorzaken, maar we kunnen wel onze kinderen wapenen zodat ze zich kunnen verdedigen als ze het slachtoffer worden van pesterijen.

Het is belangrijk om kinderen te leren hoe ze met hun kwelgeesten moeten omgaan. om hen bij te brengen dat er manieren zijn om conflicten op te lossen zonder gezichtsverlies of het gebruik van geweld. Het zal hun zelfvertrouwen een flinke boost geven. De volgende keer dat je kind ziedend van verontwaardiging thuiskomt omdat het gepest werd kan je het volgende doen

1. Luister en verzamel feiten.

De eerste stap is vaak de moeilijkste voor ouders: luister naar het verhaal van je kind zonder het te onderbreken. Jij wil aan de weet komen wat er gebeurde, wie er bij betrokken was, waar en wanneer de pesterijen plaatsvonden, en waarom je kind gepest werd. Je zal pestgedrag nooit met wortel en tak kunnen uitroeien, er zullen altijd pestkoppen zijn, maar je kan wel de schade voor je kind zo veel mogelijk beperken. Als je kind niet in onmiddellijk gevaar verkeert blijf je desondanks luisteren om uit te vissen hoe het reageert op de pesterijen. Als je weet welke reactie geen effect sorteerde kan je je kind andere - en misschien effectievere reacties -aanreiken.

2. Leer je kinderen een pestbestendige strategie aan

De tactiek die toegepast wordt door het ene kind is misschien niet erg doelmatig voor een ander. Het is dus aangewezen om een hele waaier van strategieën te bespreken en er dan één of twee uit te kiezen die je kind plausibel vindt. Je moet er wel van uitgaan dat pestkoppen bij voorkeur slachtoffers uitkiezen die onzeker, bang of zwak overkomen. Je kind moet dus bij wijze van spreken een rondje blufpoker spelen, en zichzelf sterker, groter of moediger voordoen dan in werkelijkheid het geval is.

Hier zijn zes van de meest succesvolle verdedigingstactieken voor kinderen:   

·     Wees assertief.

     Leer je kind om de confrontatie met de pestkop aan te gaan door pal en kordaat te blijven staan, hem recht in de ogen te kijken en een krachtige stem te gebruiken. Je kind moet het pestgedrag benoemen en de pestkop vragen om er mee te stoppen: “Dat is pesten (plagen). Hou er mee op.” of nog “Stop met me voor aap te zetten. Dat is gemeen.”               

·     Maak een vraag van het antwoord.

     Ann Bishop, die cursussen geweldpreventie doceert raadt haar studenten aan om met een nondefensieve vraag op een belediging of pesterij te antwoorden. “Waarom zeg je nou zoiets?” of “Wat bezielt je om mij te vertellen dat ik dom of dik ben en mijn gevoelens te kwetsen?”               

·     Gebruik “Ik wil.”

     Volgens communicatiedeskundigen moet je je kinderen leren om de pestkop aan te spreken met ‘Ik wil’. Na deze krachtdadige aanhef komt dan een kordate formulering van wat je kind veranderd wil zien: ‘Ik wil dat je me gerust laat’ of ‘ik wil dat je ophoudt met me te pesten’               

·     Ga akkoord met de pestkop.

     Help je kind om uitspraken te formuleren die de pestkop ogenschijnlijk gelijk geven. Pestkop: ‘je bent dom.’ Kind: “Ja, maar daar ben ik dan wel een kei in.” of Pestkop: “Hey, brillemans.” Kind: “Ja dat is juist, ik heb slechte ogen.”               

·     Het pestgedrag negeren.

     Pestkoppen genieten er van als een kind zich gekwetst toont door hun opmerkingen of gedrag. Leer je kind om zich onverschillig te tonen als de pestkop toeslaat. Het kan zich bvb. inbeelden dat het in het midden van een dikke mistwolk zit die alle beledigingen opslokt. Een groep van vijftienjarige jongens gaf me een aantal hints: “doe alsof ze onzichtbaar zijn,” “Ga weg zonder naar hen te kijken,” “Kijk snel naar iets anders en lach,” en “Kijk alsof het je geen moer interesseert.”               

·      Reageer met gevoel voor humor

     Fred Frankel, schrijver van Good Friends Are Hard to Find suggereert dat slachtoffers op iedere pesterij moeten reageren, maar zonder terug te pesten. Reageren met een kwinkslag kan wonderen doen. Het pesten stopt dan volgens Frankel omdat het kind de pestkop te verstaan geeft dat de beledigingen hem/haar niet kunnen raken (ook al is dit wel zo). Veronderstel dat de pestkop zegt: ‘jij bent dom.’ Het kind houdt een aantal ingeoefende antwoorden en/of kwinkslagen achter de hand zoals ‘echt?’ of ‘dom, maar oh zo cool, knap, schattig… ook goed: ‘En wat dan nog’, ’Waar wil je naartoe?’of “bedankt dat je me dat vertelt.”

3. Oefen de gekozen strategie met je kind.

Als je een techniek gekozen hebt, oefen die dan samen zodat je kind hem in een ontspannen sfeer kan uitproberen. Bij een confrontatie met een pestkop zou de strategie zo vlot mogelijk moeten overkomen alsof de reactie ter plekke verzonnen werd. Daar is dus oefening voor nodig. Maak duidelijk aan je kind dat hij/zij het recht heeft om boos te zijn omwille van de belediging of pesterij, maar dat hij/zij de controle niet mag verliezen. Boosheid gooit alleen maar olie op het vuur van de pestkop. Leer je kind om kalm te blijven. De pestkop vindt dan al snel geen plezier meer in het pesten. Zorg er ook voor dat het kind op een positieve manier over zichzelf blijft denken, door bijvoorbeeld een lijstje op te stellen met al zijn/haar positieve punten

Je kan ook telefoneren naar de kinder en jongerentelefoon en hulp vragen zonder jouw naam te zeggen. Zo kan je toch eens praten. Maar als je echt verandering wenst, moet je iemand hulp vragen.
Kinder- en jongerentelefoon : 078 - 15 14 13

Meer info over pesten vind je ook op onderstaande links

http://users.skynet.be/oase/pesten.html

http://www.klasse.be/kvl/87/45

http://www.goedgevoel.be/gg/nl/395/Opvoeding-Pesten/index.dhtml

Dr. Michele Borba, Ed.D.
michele@moralintelligence.com
         

Dr. Michele Borba is an educational consultant and author who has conducted parent and teacher seminars to over half a million participants. Her latest book is Building Moral Intelligence: The Seven Essential Virtues that Teach Kids to Do the Right Thing (Jossey Bass Publishers). Information on her publications and seminars can be accessed through her Web site, www.moralintelligence.com

 

 

 

Goed doorklikken op de pijl in het midden, want deze filmpjes doen het niet altijd zo goed. Ze zijn wel terug te vinden op you tube, en daar doen ze het dus uitstekend.

 

Fat pride - video

De boodschap van dit filmpje is; hou altijd een aantal wisecracks achter de hand als je te maken krijgt met giftige opmerkingen over je uiterlijk

Dr. Ira M Sacker

Interview met Ira Sacker, een Amerikaans deskundige met een internationale reputatie die zich al meer dan vijfendertig jaar verdiept in eetstoornissen. Hij is verbonden aan een ziekenhuis, maar ontvangt ook cliënten in zijn privépraktijk. Hij heeft ook tal van boeken en publicaties op zijn actief staan.  

  

V. Hoe kwam je op het idee om ’Regaining Your Self? te schrijven?

 

A: Mijn eerste boek Dying to Be Thin, werd twintig jaar geleden gepubliceerd. Sindsdien heeft de epidemie van eetstoornissen zich als een kwaadaardig virus over de hele wereld verspreid. Bovendien veranderde de aard van het beestje. Ik wilde een boek schrijven dat deze gedaanteverandering tegen de lamp hield en dat tegelijk een straaltje licht kon brengen in de levens van al die mensen die strijd leveren met een eetstoornis.  

 

V: Komen eetstoornissen vaker voor dan vroeger?

 

A: Absoluut; volgens de National Eating Disorder Association lijden 10 miljoen vrouwen en 1 miljoen mannen aan anorexia of bulimia. Het percentage van vrouwelijke universiteitsstudenten dat aan bulimia lijdt bedraagt tussen de 19% en 30%. En ongeveer 25 miljoen mensen hebben te kampen met binge eating disorder

 

V: Waarom lijden de jongste jaren zoveel mensen aan een eetstoornis?

 

A: Dat is een goeie vraag, maar het is niet gemakkelijk om ze te beantwoorden. Ik denk dat angst een rol speelt. Een overweldigend gevoel van opwinding kan sommige mensen er toe aanzetten om zichzelf rigide regels op te leggen en/of een obsessie te ontwikkelen voor  voedsel en gewicht. Een eetstoornis is een containeroplossing die angst of andere onaangename sensaties comprimeert in iets dat hanteerbaar is. De eetstoornis leidt de aandacht af van dat kluwen van complexe gevoelens en creëert een nieuwe identiteit. Niet alleen wordt de nieuwe obsessie een veilige haven, een vrijzone voor de angst, zij zorgt ook voor een structuur voor een verstoorde identiteit..In een cultuur zoals de onze waarin imago en identiteit onderling inwisselbaar schijnen te zijn, ziet de eetstoornisidentiteit een ziekte zoals anorexia soms zelfs als een verwezenlijking.

.

V. Wat bedoel je met ‘de eetstoornisidentiteit’?”

 

Wij willen allemaal een identiteit die ons een sterk gevoel geeft, een naamkaartje dat ons onderscheidt van anderen en tegelijkertijd een afspiegeling is van wie we in feite zijn. Maar als dat zelf-gevoel kwetsbaar is of een gebrek aan fond heeft, voelen we ons gedwongen om een identiteit te zoeken die gebaseerd is op de goedkeuring van anderen. Dat kan gevaarlijk zijn, omdat de individuele interesses, passie