Geplaatst in Uncategorized | Reageer »
Tijdens een behandeling van een eetstoornis wordt er dikwijls gebruik gemaakt van het zogeheten ‘G-schema’.
Daarom besteed ik er ook aandacht aan. Ik raad je aan om, als je zelf aan een eetstoornis, depressie een schrift aan te schaffen en de eerstkomende tijd G-schema’s te maken om zo een duidelijk inzicht te krijgen in jouw eigen irrationele gedachten met betrekking tot eten en hoe je hier rationele gedachten tegenover kunt zetten, wat je gemoedstoestand ten goede zal komen.
Wat een G-schema precies inhoudt kun je hieronder lezen.
http://www.be66.eu/Arduin/pdf/HET%20G%20Schema.pdf
HET G-SCHEMA
1 Inleiding
Mensen kunnen verschillend reageren op dezelfde situatie. Eenzelfde gebeurtenis kan totaal verschillende emoties oproepen. Zo kan de een zich voor een examen erg gespannen voelen, terwijl de ander daar kalm onder blijft. Dit komt omdat er een wisselwerking is tussen gebeurtenissen, je gedachten daarover en je gevoelens. Met andere woorden: mensen nemen situaties niet zomaar “objectief” waar, maar doen dat op een persoonlijke (“subjectieve”) manier.
De manier waarop je tegen een situatie aankijkt bepaalt sterk hoe je je daarover voelt. Zo kunnen mensen een optimistische of een pessimistische blik hebben. Iemand die optimistisch tegen zaken aankijkt, maakt zich minder druk en zal meer van het leven kunnen genieten. Een pessimist zal echter eerder negatief naar zichzelf en gebeurtenissen kijken en zich daarom onnodig druk maken.
Vooral mensen met een eetstoornis denken vaak in zwart-wit en alles-of-niets patronen die hun gedrag negatief beïnvloeden. (vb. Ik heb één boterham te veel gegeten, dus nu kan ik evengoed helemaal door het lint gaan.). Vaak doen we dat onbewust. Je moet die foute gedachten ombuigen en op een meer realistische manier leren kijken naar de dingen die er in je leven gebeuren, zodat je je minder door je emoties (en daaraan verbonden negatief eetgedrag laat overspoelen).
Het klinkt eigenlijk simpel: Je gedachten bepalen je gevoel. Verander dus je gedachten, dan voel je je beter! De praktijk valt helaas tegen. Er zit vaak een hele geschiedenis aan vast waarom iemand negatief en niet realistisch denkt. Verandering vereist dus oefening om emoties zoals angst , woede, verdriet, schaamte beter te leren hanteren.
Een realistische opstelling is dus: Verwacht geen wonderen! Daarom enkele adviezen:
1. Verwacht zeker in het begin niet te veel. Waarschijnlijk bestaan je emotionele
problemen al geruime tijd. Ze zullen niet verdwijnen na een paar cursusbijeenkomsten.
2. Iets nieuws leren is moeilijk. Leren gaat het beste in kleine haalbare stappen. Probeer dan ook je waarneming van relatief kleine problemen te veranderen. Pas als dit naar tevredenheid verloopt, kun je de stap naar het aanpakken van moeilijkere problemen.
3. je moet je problemen actief aanpakken. Anders leren denken is te vergelijken met het leren van een nieuwe taal. Je moet oefenen en de confrontatie aangaan met moeilijke situaties om anders te leren denken en te reageren. Je moet dus die situaties opzoeken om je daarin beter te gaan voelen.
4. je wordt niet onkwetsbaar voor elk negatief gevoel. Het leven kent nu eenmaal bergen en dalen en daar horen zowel positieve als negatieve gevoelens bij. Het kan je wel helpen om de negatieve emoties binnen hanteerbare grenzen te houden.
2 Het g-schema
De relatie tussen een Gebeurtenis en de Gedachten, Gevoelens en Gedrag die ermee gepaard gaan kan in een schema worden weergegeven, een zogenaamd G-schema. Dit schema kan een goed hulpmiddel zijn om nauwkeuriger naar je zelf te kijken in voor jouw moeilijke situaties. Als je beter in staat bent om na te gaan waarom je je rot voelt, is de kans groter dat het je zal lukken jezelf te veranderen.
Mensen hebben vaak allerlei algemene ideeën over gevoelens en hun gedrag. Dergelijke ideeën hebben zij ook vaak over het doen en laten van anderen. Hoewel dat helemaal niet het geval hoeft te zijn, gaan zij er gemakshalve van uit dat deze kloppen. De manier van kijken naar anderen kan het eigen gedrag sterk beïnvloeden. Bijvoorbeeld:
- Ik weet zeker dat zij mij niet mag en daarom zeg ik niets tegen haar.
- Ik heb een ben dik en daarom wil niemand contact met me hebben
- Ik ben depressief omdat eigenlijk niemand te vertouwen is.
Dit zijn algemene uitspraken en verwachtingen waar je niet zoveel mee kunt doen. Ze kunnen er de oorzaak van zijn dat je problemen blijven bestaan of zelfs erger worden. Pas wanneer ze minder algemeen en vaag worden, kun je nagaan hoe je ze kunt aanpakken. Het G-schema kan daarbij helpen. Je zet daarbij de 4 grote G’s (gedrag, gebeurtenis, gedachten, gevoelens) in schema
Er doet zich een gebeurtenis voor: je moet je telkens de vraag stellen: waar was ik, met wie, wat gebeurde er?
Gedachten : Wat ging er door mijn hoofd? Wat dacht ik of zei ik tegen mezelf ? Wat vond ik ervan?
Gevoelens : Wat voelde ik, welke emoties had ik?
Gedrag : Wat deed ik? Hoe reageerde ik?
Een voorbeeld van een G-schema:
Gebeurtenis : Ik bel een vriend(in) op en vraag of hij/zij met me wil uit gaan.Ik krijg als antwoord dat hij/zij geen tijd heeft.
Gedachten : Dat heb ik nou altijd! Ik ben te dik, daarom wil ze niets met mij ondernemen. Zie je wel dat ze me niet aardig vinden. Maar ja, wie wil er nou ook met zo’n dik monster uit als ik?
Gevoelens : Somber, gedeprimeerd, verdrietig.
Gedrag : De rest van de avond voor de tv hangen, eventueel eetbuien, het opstellen van een streng dieetplan
Het G-schema is als het ware een analyse van een emotionele ervaring. De bedoeling is dat je zoveel mogelijk naar je zelf leert kijken in de vorm van G-schema’s in plaats van in vage, algemene termen.
Nog een voorbeeld:
Magda en Gerda hebben les gehad bij dezelfde wiskundeleraar, de heer Schutte. Ze doen hun examen bij een andere wiskundeleraar de heer Caminada.
De heer Schutte staat bekend als een prima lesgeverr, terwijl van de heer Caminada wordt gezegd dat hij streng maar rechtvaardig is. Gerda en Magda hebben examen gedaan en zojuist de uitslag gekregen. Die valt niet mee: beiden zijn gezakt. Het gaat dus om een soortgelijke gebeurtenis:
- Magda zakt voor het examen
- Gerda zakt voor het examen.
Wat is de emotionele reactie en wat is het gedrag van beide personen in deze situatie?
Magda voelt zich teleurgesteld en enigzins teneergeslagen na het horen van de uitslag. Zij informeert nog eens bij de examinator, de heer Caminada, naar de oorzaak van het zakken en praat erover met de heer Schutte. Na enige tijd heeft zij de zaken voor zichzelf op een rijtje gezet en is de grootste teleurstelling voorbij. Zij voelt zich weer wat opgewekter en lacht al weer een beetje. Zij zou – indien een vriendin niet met haar wil uitgaan – de zaken ook snel relativeren, bv door te denken: ze heeft het vast te druk momenteel
Gerda daarentegen windt zich erg op over de negatieve uitslag van het examen. Zij is woedend en maakt zowel haar lesgever als de examinator allerlei verwijten en blijft de rest van de dag prikkelbaar en chagrijnig. Kleine aanleidingen zijn voldoende om opnieuw boos uit te vallen. Zij zou ook erg boos zijn als haar vriendin niet met haar wil uitgaan, de schuld bij zichzelf zoeken
Zoals je ziet is er sprake van een indentieke situatie en twee totaal verschillende emotionele reacties en ook ander gedrag. Hoe komt dit? De reden is dat de beide dames heel verschillend omgaan met de gebeurtenis ” zakken voor het examen”. Ze kijken er verschillend naar en interpreteren de gebeurtenis anders. Dezelfde gebeurtenis wordt dus anders beleefd.
In dit verband zijn de gedachten van Magda en Gerda belangrijk. Als we letten op wat zij zeggen en op wat zij doen, dan zouden hun gedachten als volgt kunnen zijn;
De mogelijke gedachten vanMagda:
- jammer dat ik het niet heb gehaald, maar de wereld vergaat niet
- volgende keer beter
- eigenlijk had ik verwacht te zullen slagen
- Die Caminada is inderdaad wel erg precies
- wat dat axioma van Euclides betreft heeft hij gelijk, maar over die stelling van Pythagoras kun je van mening verschillen
- toch heb ik het in het algemeen niet slecht gedaan
- zonde van het geld, nu moet ik weer een keer, maar ik zal het wel een keer halen
- maar weinig mensen slagen de eerste keer.
Wat Gerda heeft gedacht:
- wat een ramp, dit is verschrikkelijk
- zij moeten mij ook altijd hebben, altijd gaat het mis met mij
- allemaal willekeur en vriendjes politiek
- wat een ontzettende !%&*$ is die Caminada
- Schutte brengt er ook niets van terecht, anders was ik wel geslaagd
- dit laat ik niet over mijn kant gaan, ze kunnen me nog veel meer vertellen – die extra lessen kan Schutte me wel gratis geven
- mijn hele dag naar de filistijnen
- en Gerda maar dokken.
In een G-schema ziet dit voorval er als volgt uit:
Magda:
Gebeurtenis : Magda zakt voor haar examen
Gedachten : Jammer, de wereld vergaat niet, volgende keer beter, enz.
Gevoelens : Teleurgesteld, teneergeslagen
Gedrag : Praten met de heer Schutte en Caminada, zaken op een rijtje zetten enz.
Gerda:
Gebeurtenis : Gerda zakt voor haar examen
Gedachten : Wat een ramp, ze moeten mij ook altijd hebben, enz.
Gevoelens : Woedend, opgewonden, chagrijnig
Gedrag : Druk doen, druk praten, opvliegerig gedrag, enz.
Gerda heeft in vergelijking met Magda duidelijk meer en langer last van de situatie en toont een overdreven reactie door de manier waarop zij (onbewust) tegen de gebeurtenis aankijkt. Zij maakt daar bij “denkfouten”: haar gedachten zijn niet realistisch, ofwel “irrationeel”. Wij komen daar later op terug.
Ter voorkoming van misverstanden: het is natuurlijk niet zo dat je nooit boos mag worden. Het voelen van boosheid en het uiten daarvan kan zelfs belanrijk zijn en kan helpen bij het voorkomen en verminderen van spanningen. Waar het om gaat is dat de boosheid van Gerda in verhouding tot wat er is gebeurd overdreven is. Zij is te lang en te hevig boos. Over deze en andere emoties en het onstaan ervan hebben wij het in het volgende hoofdstuk.
3 Hoe onstaan gevoelens?
Zoals we in het voorgaande al zagen hebben mensen vaak een verklaring voor hun gevoelens, bijvoorbeeld:
- Ik ben somber omdat ik te dik ben
- Ik ben boos omdat mijn vriend iets vervelends tegen me heeft gezegd
- Ik ben bang omdat ik morgen een examen heb.
In deze voorbeelden wordt de emotie rechtstreeks toegeschreven aan een situatie of gebeurtenis. Zoals we echter al hebben gezien is voor het begrijpen van gevoelens niet alleen de gebeurtenis of de situatie belangrijk, maar hebben ook de gedachten daarover een grote invloed.
Om dit te illustreren zetten wij de verklaringen in een G-schema. Om het een voudig te houden laten we gedrag even weg.
Gebeurtenis : Ik besef dat ik dik ben.
Gedachten : ?? Gevoelens : Somberheid
Gebeurtenis : Mijn vriend zegt iets vervelends
Gedachten : ??
Gevoelens : Boosheid
Gebeurtenis : Ik ga morgen examen doen
Gedachten : ??
Gevoelens : Angst
Wat je in deze schema’s mist zijn de gedachten! Als bovenstaande verklaringen waar zouden zijn, dan zou als algemene regel gelden: Wat gebeurt bepaald hoe mensen zich voelen. Situaties zijn echter hooguit de aanleiding voor gevoelens. Tussen de feitelijke gebeurtenis en de uiteindelijke emotionele reactie zit nog een schakel: de manier waarop je tegen de dingen aankijkt. Dus of iemand overstuur raakt door een gebeurtenis hangt af van de gebeurtenis op zich, maar zeker ook de interpretatie van de situatie.
Wat je denkt bepaald in belanrijke mate hoe je je voelt en hoe je je gedraagt. In bovestaande G-schema’s moeten we dus de gedachten invullen om echt te verklaren waardoor mensen zich somber, boos of bang voelen. Hoe gedachten gevoelens kunnen beïnvloeden leer je in deze training. Eigenlijk leer je te denken over je gedachten en leer je je gedachten bewust te worden.
De meeste gebeurtenissen roepen gedachten op en dus ook gevoelens. Wij zijn ons vaak eerder onze gevoelens bewust dan onze gedachten. Van positieve gevoelens hebben wij in de regel geen last. Het gaat daarom in deze training over negatieve emoties. Daar hebben wij last van en die willen we kwijt. Toch zijn ook deze gevoelens vaak passend, dat wil zeggen ze geven aan dat je iets naar vindt en stellen je in staat om hierop adequaat te reageren.
Ongepaste gevoelens vormen vaak een belemmering om constructief op een situatie te reageren en ze kunnen er toe leiden dat iemand nog meer in de problemen komt. Het is dus zaak te proberen ongepaste emoties om te zetten in gepaste. Het verschil tussen gepaste en ongepaste gevoelens wordt geïllustreerd door het voorbeeld van de Gerda en Magda in het vorige hoofdstuk.
4 Gedachten
We hebben gezien dat gedachten kunnen leiden tot gepaste en ongepaste gevoelens. Ook de gedachten zelf kunnen we onderverdelen. We maken onderscheid tussen realistische (of rationele) en niet realistische ( of irrationele) gedachten.
Niet realistische gedachten veroorzaken stress. Het gaat erom dat je deze beter leert op te sporen en dat je situaties op een realistische manier leert te bekijken. Nare gebeurtenissen zijn niet te voorkomen, des te belangrijker is het te leren daar goed mee om te gaan. Door het opsporen van “denkfouten” en door te leren anders tegen omstandigheden aan te kijken, kun je leren je anders te gaan voelen en anders gaan optreden. Je leert denkfouten te vervangen door gedachten die wel kloppen.
Wat zijn de kenmerken van irrattionele gedachten?
1. Irrationele gedachten bevatten overdrijvingen, onjuistheden (“fouten”) en veralgemeniseringen. Als we “verschrikkelijk” zeggen, overdrijven we meestal. De gedachten over een gebeurtenis komen in een dergelijk geval niet overeen met de werkelijkheid. Als je niet beseft dat je eigen waarneming niet overeenkomt met de feiten, kun je aardig overstuur raken. Vaak gaat het er dan niet allen om dat iets lastig, vervelend of hinderlijk is.
Andere voorbeelden waaruit overdrijving blijkt:
- het is afschuwelijk dat ik zo lang moet wachten
- het is vreselijk dat ik dat heb vergeten
- wat een ramp dat ik dit niet begrijp
- ik hou dit nooit vol
- dat overkomt mij nou altijd
- ik kan er niet tegen kritiek te krijgen
- niemand vindt mij aardig
- nooit houdt er iemand rekening met mij
- dat kan toch iedereen.
De woorden op zichzelf veroorzaken natuurlijk geen spanningen. Het gaat erom welke gedachte erachter zit. Deze is bepalend voor je houding en manier van reageren. Het is goed om er even bij stil te staan dat wij met deze training allerlei situaties in het dagelijks leven voor ogen hebben, waar gemakkelijk met overdrijving op gereageerd kan worden.
Natuurlijk zijn er ook bijzondere omstandigheden die erg ingrijpend zijn en waarvoor veel tijd en moeite nodig is om deze te verwerken. Denk daarbij aan oorlogen, overstromingen, bomaanslagen, geweld en verkeersongevallen. Ook als je hier realistisch naar kijkt, zullen de meeste mensen van mening zijn dat deze gebeurtenissen verschrikkelijk zijn.
2. Irrationele gedachten bevatten een overdreven “moeten” en houden onredelijke eisen aan jezelf of anderen in. Het woord “moeten” betekent dat iets niet anders kan, dat het absoluut noodzakelijk is. Ook dit woord wordt vaak verkeerd gebruikt. Voorbeelden waarin dit tot uitdrukking komt:
- Ze moeten me aardig vinden
- Ik zou niet zo stom moeten zijn
- Ik mag dat verzoek niet weigeren
- Ik mag die fout niet maken
- Hij moet me uitnodigen
- Ik moet dat examen halen
- Hij had op mij moeten wachten.
Ook hier gaat het niet om de woorden zelf, maar om de houding die er achter zit. Het gaat niet om het moeten zoals in de zin: “Ik moet naar de supermarkt om eten te kopen”, maar om “moeten” waaruit blijkt dat een van een wens een eis is gemaakt. Zo is het prima om ernaar te streven zo weinig mogelijk fouten te maken, maar het is onzin van jezelf te eisen dat je nooit vergissingen maakt. Dit kan zelfs het tegengestelde effect hebben, want door de druk waaronder je komt te staan kan de kans op falen juist groter worden.
Een irrationele (= niet realistische) gedachte bevat dus meestal een van de volgende woorden:
Verschrikkelijk ( vreselijk, afschuwelijk,etc.)
Iedereen – niemand Nooit – altijd
Moet (“het heilige moeten”)
Irrationele gedachten leiden dus tot ongepaste – of inadequate – gevoelens Ze zijn in de regel gewoon niet waar of op zijn minst schromelijk overdreven. Door de te hoog opgelopen emoties zijn ook de bijbehorende reacties niet meet adequaat ( passend ). Ze helpen je niet verder of zelfs van de regen in de drup.
Rationele gedachten daarentegen leiden tot gepaste – of adequate – gevoelens. Ze zijn in overeenstemming met de werkelijkheid, dus ze kloppen. Rationele gedachten leiden in vervelende situaties dus wel tot negatieve emoties, maar dit blijven gepaste negatieve gevoelens.
Een voorbeeld:
Stel je voor dat iemand je kritiek geeft op een onderdeel van je gedrag. Een rationele (realistische) gedachte hierover zou kunnen zijn: “Jammer dat hij/zij dat zo ziet, misschien help het als we er eens over praten”. Deze gedachte leidt tot een enigzins teleurgesteld gevoel, maar ook tot actie. Je denkt na over wat je eraan zou kunnen doen.
Voorts is de gedachte reëel: Het is namelijk niet leuk om kritiek te krijgen op je gedrag, maar het is ook weer geen ramp. Je zelfvertrouwen zou zefs toe kunnen nemen als je reactie (erover praten bijvoorbeeld) Tot meer begrip zou leiden en de onenigheid op dit punt wordt opgelost.
Een irrationele (niet-realistische) gedachte naar aanleiding van dezelfde kritiek zou kunnen zijn: “Wat ben ik toch ontzettend stom, het komt nooit goed met mij”. Dit zal eerder leiden tot gevoelens van somberheid, minderwaardigheid en misschien wel een depressie. Ze kunnen leiden tot blokkades.
Van een aanpak om het probleem op te lossen zal niet veel meer terechtkomen en dat terwijl we kunnen vast stellen dat de gedachte niet waar is! Er bestaat geen mens die nooit iets goed doet. Bovendien heb je misschien wel iets doms gedaan, maar dat maakt jou als persoon nog niet iemand die totaal niets goed kan doen!
Als je G-schema’s maakt, is het belangrijk om je gedachten volledig uit te schrijven. Dat is vaak moelijker dan je denkt. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel je voor dat je hard komt aanrennen bij de bushalte en de bus net ziet wegrijden. Je wordt daar ontzettend boos over en je besluit een G-schema te maken. Dat ziet er als volgt uit:
Gebeurtenis : De bus rijdt net voor mijn neus weg
Gedachten : Hé !$+-$#,kon die nou niet even wachten?
Gevoelens : Razernij
Gedrag : Staan schelden tot de bus uit het zicht verdwijnt.
Als je naar dit schema kijkt en je probeert je in te leven, dan zal je opvallen dat de gedachte zoals die er nu staat niet voldoende is om je zo kwaad te voelen. Wat betekent dit nu? Waarschijnlijk was je je bewust van deze gedachte, maar had je er nog meer. De gedachte die er staat is dus nog niet af. Je besluit dan ook om bij jezelf na te gaan wat je nog meer hebt gedacht:
- Wat een rund is die chauffeur
- Hij had op mij moeten wachten
- Door hem moet ik nog een half uur wachten, wat een ramp
- Ik hoop dat hij vandaag drie lekke banden krijgt en dan net zo’n rotdag heeft als ik!
Deze gedachten verklaren je woede wel en zijn dus erg belangrijk. Zo gaat dat vaak: Het is juist het moeilijkste om die gedachten op te sporen waar het echt om gaat. Dat zijn vaak de irrationele gedachten. Schrijf deze op als korte beweringen, dat is het duidelijkste. Dus niet:”Waarom stopt hij niet?” maar “Hij had moeten stoppen”.
Het is moeilijk om toe te geven dat je irrationeel hebt gedacht. Het kan dan helpen als je bedenkt dat iedereen wel eens onredelijk denkt. Dat is blijkbaar iets menselijks. Als je het van jezelf accepteert kun je het tenminste veranderen. Daarover gaat het volgende hoofdstuk: Het veranderen van niet- realistische gedachten in realistische.
5 Het veranderen van gedachten.
Je kunt zorgen dat je je beter voelt door rationeel te denken. Hoe kun je nu beoordelen of een gedachte realistisch is of niet? Dat kan lastig zijn, maar let op het volgende.
_______________________________________________________________________
_________________________________________________
Een rationele (=realistische) gedachte heeft vier eigenschappen:
1. Een realistische gedachte is in overeenstemming met de werkelijkheid. Deze gedachte is gebaseerd op opjectieve feiten.
2. Een realistische gedachte helpt je om je zo te voelen als je graag zou willen en helpt je om je doel te bereiken.
3. Een realistische gedachte helpt om ongewenste negatieve gevoelens en ongewenst gedrag te voorkomen.
4. Een realistische gedachte leidt niet tot onnodige conflicten met anderen.
_______________________________________________________________________
_________________________________________________
Het is belangrijk dat je onredelijke, irrationele gedachten bij jezelf leert opsporen. Misschien heb je daar wel ideeën over, of heb je intussen al zitten denken aan een recente gebeurtenis die bij jou veel negatieve emoties heeft veroorzaakt en gedrag waarover je niet echt tevreden bent. Heb je inmiddels geprobeerd helder te krijgen of je ideeën over het voorval realistisch waren en is dat gelukt?
Om zicht te krijgen op je gedachten is zelfonderzoek nodig. Het is niet een voudig om eerlijk en kritisch naar je zelf te kijken. Ook is het natuurlijk niet zomaar duidelijk hoe je dat moet doen. Vandaar dat je door training een methode kunt leren die je helpt om stapsgewijs te ontdekken in hoeverre je gedachten realistisch zijn, dus een betrouwbaar beeld geven van de werkelijkheid.
Hieronder volgt een beschrijving van de stappen met betrekking tot het onderzoeken van jezelf:
Stap 1: Je stelt bij jezelf een ongewenst gevoel vast, bijv.neerslachtigheid. De gebeurtenis waarover je je neerslachtig voelt ga je in een G-schema zetten.
- Schrijf bij gebeurtenis alleen op wat objectief is waar te nemen. Een handig ezelsbruggetje is te doen alsof je door een camera kijkt of naar een film kijkt en alleen letterlijk opschrijft wat je ziet of hoort. Daarmee voorkom je een interpretatie van hetgeen zich afspeelt. Je noteerd dus niet:”Henk is onaardig tegen mij”, maar “Henk zegt tegen mij dat ik hem moet laten uitpraten”. – Maak je gedachten af tot alle “moetens” en “verschrikkelijks” boven tafel zijn (zie het vorige hoofdstuk). Schrijf ze op als korte beweringen.
- Breng je gevoelens onder woorden. In dit geval bijvoorbeeld niet: “Ik voelde me niet geaccepteerd” (dit is een gedachte!) maar “ik voelde me gedeprimeerd” (dit is een emotie).
- Schrijf op wat je deed, je gedrag dus. Bijvoorbeeld: Ik zweeg, ik bloosde, ik schold, ik draaide me om, ik liep weg.
Stap 2: Schrijf vervolgens onder je G-schema op hoe je je in de beschreven situatie zou willen voelen en wat je zou willen doen.
Bijvoorbeeld:
- Doelgevoel :teleurstelling
- Doelgedrag :zeggen dat ik het jammer vindt
Denk er aan dat je doelen haalbaar en van jezelf zijn en passend bij de situatie.
Stap 3: Stel bij elke gedachte die je hebt opgeschreven de vragen:
- Is de gedachte waar? Of: klopt dit? Kan ik dit bewijzen? Is dit altijd zo? enz.
- Helpt deze gedachte mij om mijn doelen (doelgevoel en doelgedrag) te berijken?
Met behulp van deze vragen spoor je op welke van je gedachten rationeel (realistisch) en welke irrationeel (niet-realistisch. Zie de kenmerken van rationele en irrationele gedachten in het vorige hoofdstuk.
Wees er niet tevreden mee de twee vragen met “ja” of “nee” te beantwoorden, maar leg jezelf uit waarom een gedachte niet realistisch is.
Stap 4: Vervang vervolgens de irrattionele gedachten door de rationele. De criteria uit hoofdstuk 4 kunnen je hierbij helpen, maar ook de “Twaalf irrationele gedachten” in hoofdstuk 6.
Stap 5: Zoek de moeilijke situaties in de praktijk op, om je rationele gedachten goed te kunnen oefenen en ervoor te zorgen dat je denken echt verandert. Pas dan kun je je beter gaan voelen en zal je gedrag adequater worden. Het maken van een uitgebreid schema op papier is weliswaar nodig, maar op zich niet voldoende om de gewenste veranderingen te bereiken.
Voorbeeld van een G-schema:
Erwin trekt zich kritiek van anderen altijd erg persoonlijk aan. Als iemand iets negatiefs over hem zegt, voelt hij zich meteen somber en in de put. Vaak meldt hij zich dan ziek en gaat hij niet naar zijn werk, maar ligt hij thuis op de bank. Vervolgens gaat hij na enkele dagen met lood in zijn schoenen naar zijn werk.
Laatst zei zijn chef:”Erwin, wat ben jij toch vaak ziek. Is er soms iets?” Erwin begon direct te piekeren over deze opmerking, voelde zich weer neerslachtig worden en nadat hij weer een dag op de bank had gelegen, zag hij dat het tijd werd voor een zelfonderzoek.
Het volgende G-schema verscheen op papier:
Stap 1:
Gebeurtenis : De chef zegt: “Erwin, wat ben je toch vaak ziek. Is er soms iets?.
Gedachten : – Ik doe het zeker weer niet goed.
– Mijn chef vindt me vast een aansteller.
– Dat is vreselijk.
- Eigenlijk bet ik ook een watje.
– Wat een rotwereld is dit toch.
Gevoel : Gedeprimeerd.
Gedrag : Ziek melden op de bank liggen.
Stap 2:
Doelgevoel : Teleurgesteld, bezorgd.
Doelgedrag : Doorwerken, op kritiek en opmerkingen reageren door te zeggen wat ik vindt.
Stap 3:
Is het waar dat “Ik het weer niet goed doe?”
Nee, ik weet niet of mijn chef dat vindt. Hij zegt het in ieder geval niet. Ik zit eigenlijk te beweren dat ik alles slecht doe en dat is flauwekul. Niemand doet alles slecht. Helpt deze gedachte mij om mijn doelen te berijken?
Nee, integendeel. Als ik mezelf wijs maak dat ik alleen maar slechte dingen doe, zit ik mezelf de put in te werken. Het is best vervelend dat ik fouten maak en opmerkingen krijg, maar dat betekent niet dat ik overal slecht in ben. Ik kan beter proberen om mijn fouten te veranderen, zonder mezelf wijs te maken dat ik niets goed doe!
Klopt het dat “mijn chef mij een aansteller vindt?”
Nee, dat hoor ik hem in elk geval niet zeggen. Ik kan hoogstens zeggen dat hij zijn bezorgdheid uitspreekt. De rest zit ik zelf in te vullen. Gedachten lezen is niet bepaald reëel: Ik weet niet wat mijn chef denkt, tenzij ik er naar vraag. Helpt deze gedachte mij? Nee, ik zit mezelf alleen maar overstuur te maken door gedachten te lezen. En wat dan nog belangrijker is: zelfs al zou mijn chef dat denken, dan wil dat nog niet zeggen dat hij gelijk heeft! Ik ben niet alleen een aansteller, ik heb ook goede kanten. Ik ben gewoon een mens.
Wat is er zo “vreselijk” aan dat mijn chef negatief over mij denkt? Natuurlijk is het vervelend en onprettig als mijn chef geen hoge dunk van me heeft, maar “vreselijk” of “een ramp” is het ook weer niet. Er valt te leven met onprettige dingen!
Helpt het mij als ik er iets “verschrikkelijks” van maak? Nou nee, niet bepaald! Als ik in mijn hoofd van vervelende dingen rampen maak, help ik mezelf alleen maar de put in. Vervelende dingen horen bij het leven, laat ik dat nu maar gewoon accepteren.
Wat is het bewijs voor de gedachte “ik ben een watje”? Tja , voor zover ik kan nagaan zien watjes er toch wel wat anders uit dan ik. Eigenlijk zit ik hier te beweren dat het feit dat ik problemen heb van mij een watje maakt. Dat is onzin. Is het logisch om mezelf totaal naar beneden te halen, omdat er in sommige opzichten iets aan mij mankeert? Nee natuurlijk, omdat ik tekortkomingen heb, ben ik nog geen zwakkeling. Mensen zijn nietperfect, dus ik ben gewoon een mens.
Helpt het als ik mezelf afkraak? Het helpt me de put in, maar dat is niet wat ik wil. Laat ik mijn gedrag beoordelen in plaats van mijzelf als totaal persoon, dan zal ik mij beter voelen.
Is het juist dat wij in een “rot wereld” leven? Het is waar dat er een hoop slechte en negatieve dingen op de wereld gebeuren. Er gebeuren echter ook een heleboel positieve dingen. Dus als ik beweer dat de wereld een grote ellende is, ga ik voorbij aan het goede en mooie.
Helpt het mij als ik ervan uitga dat de wereld “rot” is? Als ik alleen maar oog heb voor wat eraan mankeert, helpt dat me zeker niet! Integendeel, ik wordt er alleen maar depressief van. Het zou beter zijn om niet meteen de hele wereld erbij te halen en af te kraken als er eens iets vervelends gebeurd!
Stap 4:
Rationele gedachte:”Het is vervelend om problemen te hebben, maar dat maakt van mij nog geen slecht of minderwaardig mens. Als ik mezelf accepteer met mijn problemen en niet loop in te vullen wat anderen misschien voor negatiefs over mij denken, kan ik best met mijn chef bespreken wat de moeilijkheden zijn. Als ik me dat bovendien goedvoor ogen houd, kan ik aan de slag blijven ook al zegt iemand iets vervelends tegen me”.
Stap 5:
- Ik ga met mijn chef over de moeilijkheden praten.
- Ik blijf op mijn werk ook al krijg ik kritiek.
- Ik ga expres eens wat stomme dingen doen (bijvoorbeeld te laat komen op een afspraak of expres een foute optelling maken) om mezelf te oefenen in het accepteren van kritiek in plaats van mezelf de grond in te boren.
Onthoud tenslotte het volgende:
- Rationeel denken (en waarnemen) is iets anders dan rationaliseren.
Veel mensen vergissen zich in deze begrippen. Rationaliseren houdt in dat je doet alsof er niets aan de hand is, dat je de werkelijkheid ontkent. Rationeel denken betekent dat je leert te relativeren en redelijker te denken door niet te overdrijven. Ook leer je om reële eisen te stellen aan je zelf en anderen. Je leert de realiteit dus op een juiste manier onder ogen te zien.
- Rationeel denken betekent niet dat je je gevoelens kwijkraakt en alleen nogmaar gedachten hebt. Het betekent wel dat je redelijke gedachten probeert te hebben, zonder overdreven gevoelens bij je zelf op te roepen en zonder dat je te hoge eisen aan jezelf stelt. Je gebruikt je gedachten om je gevoelens te sturen.
- Rationeel denken houdt niet in dat je alleen maar positieve gevoelens maghebben. Negatieve gevoelens zijn een onderdeel van het leven: zonder verdriet is er geen blijdschap, zonder somberheid zou opgewektheid niet bestaan en zonder boosheid geen vriendelijkheid. Realistisch denken voorkomt echter wel dat gevoelens met je op de loop gaan en dat ze niet meer in een juiste verhouding staan tot de oorzaak ervan. Ze zijn minder hevig en ze duren minder lang.
- Rationeel denken betekent dat je verantwoordelijkheid aanvaardt voor hoe je je voelt. Gevoelens en gedrag worden niet alleen toegeschreven aan de gebeurtenis, maar ook aan je eigen gedachten daarover. Voor een deel ben je dus zelf verantwoordelijk voor je gevoelens en gedrag, waarmee duidelijk wordt dat je er dus ook controle over kunt uitoefenen.
Door rationeel te denken leer je je gevoelens de baas te worden!
6 Twaalf irrationele gedachten
In dit hoofdstuk worden twaalf veel voorkomende irrationele of niet realistische gedachten besproken. Misschien zijn ze voor een deel ook op jou van toepassing. Vaak zijn mensen zich deze gedachten niet bewust, terwijl ze wel van invloed zijn op de stemming en op het gedrag. Het zijn in elk geval geen gezonde gedachten.
De gedachten worden nu opgesomd en er wordt uitgelegd waarom zij niet realistisch zijn. Er staan telkens een aantal uitspraken bij en – tussen haakjes – gedachten die daar bij zouden kunnen horen. Deze gedachten zijn dieper liggend en worden meestal niet uitgesproken, maar wel “automatisch” gedacht.
Gedachte nummer 1:
Het is nodig dat iedereen mij aardig vindt, waardeert, het beste van mij denkt en van mij houdt.
Uitspraken die bij deze gedachten horen, zijn:
*De mensen mogen mij niet (en dat is verschrikkelijk).
*Als de mensen dat eens wisten (dan zouden zij mij niet moeten)
*Ik kan geen voet bij stuk houden (omdat ik een afwijzing niet kan verdragen).
*Ik doe alles wat hij/zij vraagt (in de hoop dat hij/zij van mij houdt).
*Ik heb geen succes bij de vrouwen/mannen (wat heel erg is).
*Ik ben bang om hem/haar dat te vragen (want zij/hij zou kunnen weigeren en mij dus afwijzen).
Waarom klopt deze manier van denken niet?
* Er wordt beweerd dat het nodig is om aardig gevonden te worden. Dit geldt misschien voor kleine kinderen, maar voor volwassen mensen is het hoogstens wenselijk dat zij gerespecteerd worden door mensen met wie zij in nauw contact staan.
* Het is onmogelijk dat echt iedereen van me houdt of me waardeert; er zullen altijd mensen zijn die dat niet doen.
* Als ik zo met de waardering door anderen bezig ben, dan blijf ik me steeds zorgen maken of ze me accepteren en of dat altijd zo zal blijven. Ik zal me daardoor voortdurend onzeker voelen.
* Wat nog belangrijker is: Ik moet als een jojo op en neer gaan en me steeds als een kameleon aanpassen aan wat ik denk dat anderen over me denken. Wie krijgt dat voor elkaar?
* Waarschijnlijk gaat hier zoveel tijd en energie in zitten dat ik geen tijd overhoud voor belangrijke zaken.
* Ik loop het risico dat iedereen altijd alles van me gedaan krijgt, omdat ik bang ben om afgewezen te worden.
* Als ik steeds bezig ben zo krampachtig de goedkeuring van anderen te krijgen, word ik misschien juist afgewezen omdat de ander zich daaraan irriteerd.
Gedachte nummer 2:
Ik moet in alle opzichten perfect en succes vol zijn om de moeite waard te zijn en mee te tellen in de maatschappij. Ik mag dus geen fouten maken, zowel thuis als op het werk.
Uitspraken die bij deze gedachten horen, zijn:
* Wat ben ik stom (blijkbaar ben ik nergens goed voor).
* Ik moet het examen halen (Want anders ben ik waardeloos).
* Ik moet trots op mezelf kunnen zijn (want anders ben ik waardeloos).
* Had ik die fout maar niet gemaakt (dan zou ik een beter mens zijn).
* Bij het sporten verlies ik altijd (en daarom ben ik ermee gestopt).
* Ik weet niet waar ik over moet praten (en dat moet ik eigenlijk altijd weten).
Waarom klopt dit idee niet?
* Niemand kan op alle gebieden even goed zijn: iedereen heeft sterke en zwakke kanten.
* Als ik steeds van mezelf eis dat ik moet slagen, is dat de beste voedingsbodem voor angst en minderwaardigheidsgevoelens als het niet lukt.
* Mij waarde als persoon wordt niet bepaald door mijn prestaties; ik ben niet minder waard als persoon als ik minder succes heb.
* Als ik steeds overbezorgd ben over mijn prestaties, dan kan ik niet meer genieten van datgene waarmee ik bezig ben. Bovendien is er een grote kans dat ik voortdurend zo gespannen ben, dat ik juist ga falen.
Gedachte nummer 3:
Mensen die in de fout gaan of slechte dingen doen, moeten streng worden aangepakt of gestraft. Dat geldt ook voor mezelf als ik dingen heb gedaan die niet door de beugen kunnen.
Uitspraken die bij deze gedachten horen zijn:
* Wat een smeerlap dat hij naar andere vrouwen kijkt (dat hoort niet).
* Met zo’n vrouw zou ik geen woord wisselen (die heeft gewoon geen hersens).
* Daar zullen ze voor boeten (en dat is hun verdiende loon).
* Ik verdien niet beter (het is erg dat ik het nooit meer goed kan maken).
* Ik schaam me dood (ik kom er nooit meer bovenop).
Waarom klopt dit niet?
* Er zijn meestal geen objectieve maatstaven voor goed en slecht gedrag.
* Een slechte handeling betekent nog niet dat je een slecht mens bent.
* Fouten zijn menselijk; het is irreëel om van jezelf of van anderen te verwachten dat ze nooit fouten maken.
* Afstraffen van fouten van anderen leidt meestal tot kwaadheid. Bovendien schuilt daar vaak het idee achter dat degene die een ander veroordeelt zelf zonder fouten zou zijn.
* Als ik mezelf steeds straf, leidt dat tot angst, depressie en voortdurende schuldgevoelens. Zelfbeschuldiging is een belangrijke oorzaak van psychische problemen.
* In plaats van me verschrikkelijk op te winden over gemaakte fouten, kan ik me beter voornemen het de volgende keer anders te doen.
Gedachte nummer 4:
Als de dingen niet verlopen zoals ik dat wil, is dat rampzalig en verschrikkelijk. Het is terecht dat ik mij druk maak en mij ellendig voel.
Uitspraken die bij dit idee horen, zijn:
* Dat houd ik niet uit (het is verschrikkelijk).
* De wereld deugd niet (het leven is een ramp).
* Dat kan ik mij niet voorstellen (dat het anders is dan ik zou willen).
* O, als dat zo verder moet (dat houd ik nooit vol)
* Ik houd het in deze chaos voor gezien (het komt nooit meer goed).
* Is er dan niemand die wil inzien dat ik gelijk heb? (ik moet gelijk hebben)
* Waarom word ik altijd tegengewerkt? (mijn mening is de beste)
Waarom klopt deze gedachte niet?
* Het is normaal dat ik me erger wanneer het anders loopt dan ik wil, maar als ik me druk maak leidt dit alleen maar tot lichaamlijke klachten en niet tot verandering van de situatie.
* Op wat er gebeurt kan ik toch nooit helemaal greep krijgen. Dingen zijn vaak gewoon zoals ze zijn. Ik kan altijd voor (onaangename) verassingen komen te staan.
* Bovendien is het meestal zo dat een situatie echt verschrikkelijk of rampzalig is. Ik denk dat dit zo is, het is vaak mijn eigen uitleg. Frustratie leidt niet tot agressie, maar de houding van “ik moet mijn zin hebben, het moet gaan zoals ik het wil” leidt tot boosheid en vijandigheid.
* Ik kan er naar streven dingen te veranderen. Als dat niet lukt kan ik beter de realiteit accepteren zoals deze is.
Gedachte nummer 5:
Verdriet en ellende worden van buitenaf veroorzaakt en daar heb ik zelf geen invloed op.
Uitspraken die bij deze denkwijze horen, zijn.
* Dat heeft me nijdig gemaakt (ik kom er nooit los van).
* Die persoon maakt me ontzettend kwaad (daarom moet hij/zij veranderen).
* Jij zorgt er voor dat ik me de laatste tijd zo naar voel (en dat is jouw schuld)
* Ik voel dat je me niet mag en dat maakt me verdrietig (jij bezorgt me verdriet)
* Je bezorgt je vrouw schuldgevoelens (dat is jouw schuld)
* Ik voel me vreselijk door deze situatie. Als de situatie niet zo beroerd was, zou ik me niet zo ellendig voelen (de situatie moet veranderen)
Waarom klopt dit idee niet?
* Hoewel het natuurlijk zo is dat sommige gebeurtenissen, waarop ik geen greep heb veel leed kunnen veroorzaken, is het in ieder geval zo dat woorden en gebaren mij in werkelijkheid nooit kunnen raken. Alleen mijn eigen interpretatie daarvan kan nare gevoelens veroorzaken.
* Als ik voordurend tegen mezelf zeg “wat wordt ik gekwetst” en “ik kan er niet tegen” veroorzaak ik zelf die nare gevoelens.
* In het dagelijks leven komt het gevoel ongelukkig te zijn meestal vanuit mezelf en niet van buitenaf. Deze gevoelens worden door mijn eigen denkwijze opgeroepen.
Gedachte nummer 6:
Ik moet precies in de gaten houden wat gevaarlijk of schadelijk kan zijn en ikmoet er voortdurend rekening mee houden dat mij iets dergelijks kan overkomen.
Uitspraken die bij dit idee horen, zijn.
* Ik moet er steeds aan denken dat het zal mislukken (want dan kan ik dat misschien voorkomen).
* O, als ik toch eens zou zakken (dan is de ramp niet te overzien).
* Ik kan het toch niet zo maar op me af laten komen? (want dan ben ik verloren).
* Je zult zien dat dit mij weer moet overkomen (ik heb altijd pech).
Waarom klopt deze gedachte niet?
* Als ik me ontzettend druk of angstig maak over iets, kan ik niet meer goed beoordelen of iets in werkelijkheid ook zo gevaarlijk is als ik vermoed.
* Als ik mezelf van tevoren al zo opfok, kan ik niet goed meer goed handelen als er echt iets gebeurd.
* Mezelf zo bang maken kan niet voorkomen dat er inderdaad iets kan mislopen. Integendeel, mijn angst vergroot juist de kans dat er iets misgaat.
* Zelfs als er iets onaangenaams gebeurt, dan hoeft dat nog niet verschrikkelijk te zijn. Het hangt ook af van mijn eigen mening over de gebeurtenis.
Gedachte nummer 7:
Het is gemakkelijker om levensproblemen en eigen verantwoordelijkheden te vermijden of uit de weg te gaan, in plaats van deze onder ogen te zien.
Uitsprakendie bij dit idee horen zijn:
* Dat krijg ik nooit voor elkaar (dat kost teveel moeite).
* Waarom kost mij zoveel moeite wat anderen zo gemakkelijk afgaat (het moet gemakkelijk zijn).
* Als dit is opgelost beginnen de moeilijkheden pas echt (een beetje inspanning moet voldoende zijn).
* Dat helpt me ook al niet (niets lukt me meer).
* Iedere dag hetzelfde doen: wat is het leven saai voor mij (het leven moet afwisselend zijn).
* Ik zal maar afwachten of ze het niet gewoon vergeten (uitstel is gewoon het beste).
Waarom klopt deze opvatting niet?
* Als ik problemen steeds uit de weg ga voel ik me even wat prettiger, maar op de lange termijn wordt ik er dan des te sterker mee geconfronteerd. Kortom, het leidt op de korte termijn tot winst, maar op de lange termijn tot verlies.
* Altijd problemen uit de weg gaan ondermijnt op den duur mijn zelfvertrouwen, omdat ik mezelf niet train in het oplossen van problemen. Door te leren mijn moeilijkheden op te lossen zal ik veel beter opgewassen zijn tegen toekomstige problemen.
* Mensen voelen zich het prettigst wanneer ze doelgericht en met plezier bezig zijn hun problemen op te lossen en dus niet wanneer ze zitten af te wachten en ze vermijden. Dit geldt ook voor mij!
Gedachte nummer 8:
Ik voel me het beste wanneer ik op iemand kan steunen; ik heb iemand nodig die sterker is dan ikzelf om op te vertrouwen en om richting te geven aan mijn leven.
Uitspraken die bij deze gedachten horen, zijn:
* Zonder hem/haar kan ik niet leven (er moet altijd een ander zijn).
* Wat moet er zonder haar van mij terecht komen (zonder haar red ik het niet).
* Ik zal altijd iemand nodig hebben die mij helpt en op wie ik terug kan vallen (zonder hulpverlener wordt mijn leven een puinhoop).
* Ik heb geen zin om alleen met vakantie te gaan (dat zal me nooit lukken).
* Alleen krijg ik het nooit voor elkaar (want ik heb er geen ervaring mee opgedaan).
* Ik heb een vaste partner nodig (ik kan er niet tegen om alleen te zijn).
Waarom klopt dit idee niet?
* Hoewel we inderdaad voor sommige zaken afhankelijk zijn van anderen in deze maatschappij, is er geen enkele reden dit zo ver door te voeren dat ik van anderen verwacht dat ze voor mij gaan denken en kiezen.
*Hoe afhankelijk ik me opstel, des te meer zal ik me aanpassen aan de wensen van anderen en des te minder kan ik dingen doen die ik zelf graag doe.
* Hoe afhankelijker ik ben, des te afhankelijker zal ik worden. Als ik weinig doe en ik laat alles door anderen opknappen, zal ik steeds minder tot iets in staat zijn, omdat ik het nooit heb aangeleerd. Ook leer ik dan niet zelf beslissingen te nemen. Uiteindelijk zal ik steeds afhankelijker worden en zal mijn onzekerheid toenemen.
* Het is onmogelijk greep te blijven houden op degene ten opzichte van wie ik me afhankelijk opstel. Als die persoon verdwijnt, zal ik merken dat ik met lege handen achterblijf.
Gedachte nummer 9:
Mijn gevoelens en mijn gedrag worden bijna helemaal bepaald door mijn verleden. Aangezien ik mijn verleden niet kan veranderen, zal ik altijd zo blijven.
Uitspraken die bij dit idee horen, zijn.
* Dat licht aan mijn slechte opvoedeing (neem mij mijn huidige gedrag niet kwalijk).
* Ik kom uit een autoritair gezin (daarom kan ik niet veranderen).
* Ik heb nooit succes gehad bij de meisjes (dus hoef ik het nooit meer te proberen).
* Ik ben zo verschrikkelijk afgegaan (en dat zal dus weer gebeuren). * Op school was ik al een buitenbeentje (en dat zal dus weer gebeuren).
Waarom klopt deze gedachte niet?
* Door het verleden te benadrukken ga ik denken dat het onmogelijk voor me is om te veranderen.
* Iets wat vroeger waar was, kan er tegenwoordig heel anders uitzien.
* Ik kan mijn verleden ook als excuus gebruiken om de problemen in het hier-en-nu niet te hoeven aanpakken. Ik blijf dan wel in een vicieuze cirkel zitten.
* In plaats van me blind te staren op het verleden kan ik beter accepteren dat het verleden ook belangrijk is geweest en kijken wat ik daaruit kan leren.
* Vandaag is het verleden van morgen.
* Mensen worden bepaald door hun verleden, door het heden, maar vooral door hun gedachten over der toekomst.
Gedachte nummer 10:
Ik moet me altijd druk maken over het wel en wee van anderen.
Uitspraken die bij dit idee horen, zijn:
* Kon ik hem maar beter helpen (dat moet, want anders schiet ik te kort).
* Ik kan me pas beter gaan voelen als het met het huwelijk van mijn dochter beter zou gaan (haar gevoelens zijn mijn gevoelens)
* Ik schiet tekort omdat mijn vrouw zich zo ongelukkig voelt (dat komt door mij)
* Ik schaam me soms dat het zo goed gaat, terwijl er zoveel ellende op de wereld is (ik heb geen recht op geluk als niet iedereen gelukkig is)
Waarom klopt deze denkwijze niet?
* Door me zo druk te maken, denk ik eigenlijk dat ik de macht zou moeten hebben om de ander of de situatie te veranderen.
* Door zo met anderen bezig te zijn leid ik de aandacht af van mijn eigen problemen, die dan blijven liggen.
* Wanneer het helpen van anderen zo op de voorgrond treedt, dat ik niet meer aan mezelf toekom betekent dit meestal dat er twee ongelukkig worden. Daar heeft de ander dus helemaal niets aan.
*Het is goed om met anderen te doen te hebben, maar het is niet goed dat ik hierdoor zo van streek raak dat anderen met mij te doen krijgen
Gedachte nummer 11:
Er bestaat voor elk probleem een perfecte oplossing. Het is een ramp als iets me niet lukt deze beste oplossing te vinden en deze in praktijk te brengen.
Uitspraken die bij dit idee horen, zijn:
* Het is noodzakelijk dat ik de juiste oplossing vindt (want anders gaat het mis)
* Als ik dit niet oplos, zal men mij stom vinden en wordt er misschien wel een oplossing aangedragen door een ander (wat betekent dat ik heb gefaald)
* Ik heb al zoveel fouten gemaakt in mijn leven (vergissingen leveren onherstelbare schade op)
* Deze kwestie moet zo snel mogelijk uit de wereld worden geholpen (want anders kan ik niet verder met andere dingen).
Waarom klopt deze denkwijze niet?
* Het is onzin te geloven dat er voor elk probleem slechts een oplossing bestaat. Vaak bestaan er meerdere goede oplossingen, die alle hun voor-en nadelen hebben.
* Er is niet altijd een oplossing voor handen. Ook met goede wil zijn zaken niet altijd (of niet direct) oplosbaar. Dit kan vervelend zijn, maar dat hoeft niet te betekenen dat dit je hele leven gaat vergallen.
* Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Het is verstandig om een probleem van verschillende kanten te benaderen. De snelste weg naar een oplossing is niet altijd de beste. Een omweg waar veel geduld voor nodig is kan zelfs tot een beter resultaat leiden.
Het is vaak verstandig eerst goed na te denken en ideeën over een oplossing te laten bezinken.
* Het is niet erg om er tijdens het werken aan een oplossing achter te komen dat het beter is het anders te doen. Denk aan de gezegden “Al doende leert men” en “Door ervaring word je wijs”. Tenslotte is iedere mislukking de start van een nieuw begin.
Gedachte nummer 12:
Ik kan niet leven met onduidelijkheden en onzekerheden. Alleen als alles helder is en ik overal volkomen zeker van ben, kan ik me goed voelen en tot de beste prestaties komen.
UItspraken die bij dit idee horen, zijn:
* Ik moet elke minuut gebruiken om te studeren voor het examen (het is een ramp als ik iets niet weet).
* Het is beter om in het eigen land met vacantie te gaan (daar ben ik veilig).
* Laten we twee uur eerder vertrekken (de trein rijdt nooit op tijd).
* Ik doe alles liever zelf (op anderen kun je niet rekenen).
Waarom klopt deze manier van denken niet?
* Vrijwel niets is zeker in het leven. Vandaag weet je niet of morgen de zon opgaat. Als je niet leert om daarmee te leven, heb je geen leven.
* Het is onzin te denken dat je je pas goed kunt voelen als er geen onzekerheden bestaan. Als je alles kunt voorzien en voorspellen, zijn er ook geen leuke verassingen meer.
* Het is de kunst om te leren zaken op hun beloop te laten, inplaats van alles krampachtig onder controle te houden. Een meer afwachtende houding kan bovendien veel energie besparen.
* Gelukkig zijn hangt niet alleen af van zekerheden, het is ook een manier van leven.
Verantwoording
Versie 2000
Deze handleiding is een bewerking van enkele anonieme producten die werden (en worden) gebruikt als onderdeel van cognitieve therapie programma’s
Aangezien de leesbaarheid als gevolg van taalgebruik en opmaak te wensen overliet, herschreef ik deze teksten in 1997 voor de doelgroep van de sector Sociale Psychiatrie.
Deze nieuwe versie is op enkele punten aangepast, waardoor de gebruikswaarde naar ik hoop verder is vergroot.
Met dank aan collega Paul Betgem voor zijn kritische opmerkingen.
Herman Kraaij
Gorinchem, 2000
Versie 2004
In deze versie zijn enkele tekstuele wijzigingen aangebracht en is het laatste hoofdstuk uitgebreid.
Herman Kraaij MBA
Gorinchem, maart 2004
Eventuele reacties naar a.van.kei@hetnet.nl
Gepubliceerd door A.J. van Klei
© 2004 A.J.van Klei Herman Kraaij
Geplaatst in Anorexia, Binge Eating Disorder, Bulimia, Eetstoornissen algemeen, Orthorexia nervosa | Reageer »
een werkboek met heel wat informatie en oefeningen om anorexia aan te pakken
In het Wereldwijd Handvest Eetstoornissen zijn rechten en verwachtingen van mensen met een eetstoornis en hun naasten vastgelegd. Hieronder tref je de tekst aan.
Rechten en verwachtingen van mensen met eetstoornissen en hun naasten
PREAMBULE
In aanmerking genomen dat:
Eetstoornissen – anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornissen en aanverwante stoornissen – ernstige psychiatrische stoornissen zijn, die het lichamelijke, psychologische en sociale welzijn van miljoenen mensen van alle leeftijden en hun naasten kunnen verwoesten.
Eetstoornissen kunnen dodelijke psychiatrische ziekten zijn;
Een hoge kwaliteit van behandeling een goede samenwerking betekent tussen verschillende behandelorganisaties, de persoon met een eetstoornis en zijn omgeving;
Mensen met een eetstoornis en hun naasten recht hebben betrokken te worden bij behandelinhoudelijke beslissingen en het recht hebben op een voortdurende dialoog met behandelaren over relevante eetstoornisgerelateerde informatie en wetenschappelijke ontwikkelingen;
Mensen met een eetstoornis recht hebben op een gerelateerd bewezen behandelaanbod van de hoogst mogelijke kwaliteit, uitgevoerd door competente behandelaren met de juiste behandelintensiteit en -duur;
Mensen met een eetstoornis recht hebben op volledig vergoede specialistische zorg (door zorgverzekeraars of overheid) in een zo vroeg mogelijk stadium.
Bij deze onderschrijven de belanghebbende partijen dit handvest en roepen alle betrokkenen op dit na te streven.
GESCHIEDENIS VAN HET HANDVEST
Dit handvest presenteert rechten en verwachtingen die mensen met een eetstoornis en hun naasten, ten aanzien van specialistische zorg op het gebied van eetstoornissen mogen hebben. Dit handvest is ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen de Academy for Eating Disorders (AED) en andere professionele organisaties wereldwijd. De inhoud is verkregen uit de resultaten van een groot internetonderzoek onder belanghebbenden (mensen met eetstoornissen, hun families en andere verzorgers en professionals uit de eetstoornisgespecialiseerde gezondheidszorg). Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode van februari tot en met mei 2006.
Dit document is geschreven in de volle overtuiging dat de kwaliteit en de toegankelijkheid van behandelprogramma’s en dienstverlening voor mensen met een eetstoornis wereldwijd niet gelijk zijn. Wij hopen dat dit handvest een hulpmiddel is voor mensen met een eetstoornis en hun naasten bij het herkennen van geschikte, kwalitatieve zorg en hen kan sturen in het uitdagen van niet-behulpzame, achterhaalde en antitherapeutische dienstverlening.
Voorts hopen wij dat dit handvest zorgontwikkelaars en behandelaren bouwstenen geeft voor het ontwikkelen van kwalitatieve behandelprogramma’s om de professionele dienstverlening te bevorderen. Het belangrijkste aspect van dit document is dat een goede samenwerking met duidelijke rechten en verwachtingen van alle partijen (mensen met een eetstoornis, hun omgeving en de professionals), door gespecialiseerde behandelcentra of in een individueel contact in de gezondheidszorg niet mag ontbreken.
RECHTEN VAN MENSEN MET EEN EETSTOORNIS EN HUN NAASTEN
I RECHT OP COMMUNICATIE EN SAMENWERKING MET GEZONDHEIDSSPECIALISTEN
II RECHT OP UITVOERIGE INDICATIESTELLING EN BEHANDELPLANNING
III RECHT OP TOEGANKELIJKE, GEHEEL VERGOEDE, GESPECIALISEERDE ZORG VAN EEN HOGE KWALITEIT
IV RECHT OP RESPECTVOLLE UITVOERIGE VERKLAARDE LEEFTIJDSADEQUATE EN VEILIGE ZORG
V RECHT VAN DE NAASTEN OP INFORMATIE, WAARDERING EN RESPECT. ZIJ DIENEN TE WORDEN GEZIEN ALS BRON VAN HULP BIJ DE BEHANDELING.
VI RECHT VAN VERZORGERS OP TOEGANKELIJKE ZORGONDERSTEUNING EN SCHOLING
I RECHT OP COMMUNICATIE EN SAMENWERKING MET GEZONDHEIDSSPECIALISTEN
- Mensen met een eetstoornis hebben het recht serieus genomen te worden omtrent hun ziekte, net als andere met lichamelijke of psychische ziekten.
- Mensen met een eetstoornis hebben het recht behandeld te worden met empathie en respect.
- Mensen met een eetstoornis hebben recht op uitleg, in begrijpelijke termen, over: de stoornis; ontstaansfactoren; instandhoudende factoren; gezondheidsrisico’s; prognose en behandelmogelijkheden.
- Voorts hebben zij het recht vragen te stellen en hun zorgen te uiten over hun ziekte en/of behandeling. Mensen met een eetstoornis hebben recht op een volledig onderbouwde uitleg van opname- en behandelreglementen.
- Mensen met een eetstoornis hebben recht op actieve wijze betrokken te worden bij eslissingen over hun behandeling en zorg.
Met betrekking tot zorgevaluatie en planning:
- De inbreng van mensen met een eetstoornis en hun naasten moet worden betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe behandelcentra voor eetstoornissen.
- Bij het evalueren van de zorg dient tevredenheid van zowel de cliënt als zijn omgeving te worden vastgesteld.
II RECHT OP UITVOERIGE INDICATIESTELLING EN BEHANDELPLANNING
-
Mensen met een eetstoornis hebben recht op een uitvoerige taxatie van hun fysieke, emotionele en sociale behoeften.
- Mensen met een eetstoornis hebben recht op een behandelplan.
III RECHT OP TOEGANKELIJKE, GEHEEL VERGOEDE, GESPECIALISEERDE ZORG VAN EEN HOGE KWALITEIT
- Mensen met een eetstoornis mogen verwachten dat hun behandelaar gespecialiseerd en competent is in het beoordelen en behandelen van de fysieke en psychologische aspecten van hun stoornis.
- Mensen met een eetstoornis hebben recht op de aanwezigheid van toegankelijke, gespecialiseerde en lokale behandelmogelijkheden.
- Alle mensen met een eetstoornis zouden recht moeten hebben op geheel vergoede, gespecialiseerde behandeling en zorg.
IV RECHT OP RESPECTVOLLE UITVOERIGE VERKLAARDE LEEFTIJDSADEQUATE EN VEILIGE ZORG
- Mensen met een eetstoornis hebben het recht geïnformeerd te worden over de wetenschappelijke resultaten van de aangeboden behandeling, inclusief de voor- en nadelen en alternatieve behandelingen.
- Indien toepasselijk, hebben mensen met een eetstoornis recht op informatie over de behandelresultaten van een specifi ek behandelcentrum in vergelijking met gepubliceerde data ten aanzien van behandelresultaten.
- Mensen met een eetstoornis moeten gewaarschuwd worden wanneer gezondheidsrisico’s ntstaan. Deze moeten worden gecontroleerd en wegen mee in alle behandelbesluiten.
- Mensen met een eetstoornis mogen verwachten dat hun behandeling gericht wordt op zowel hun voeding, fysieke gezondheid en veiligheid als hun psychische gezondheid en kwaliteit van leven.
- Mensen met een eetstoornis mogen verwachten dat terugvalpreventie een belangrijk onderdeel is van hun behandeling.
- Mensen met een eetstoornis mogen verwachten dat hun behandelduur overeenkomt met de aard en ernst van hun ziekte.
Betreffende klinische behandeling(opname):
- Mensen met een eetstoornis zouden moeten worden behandeld in de minst mogelijke restrictieve omgeving, overeenkomend met hun fysieke toestand.
- Kinderen en adolescenten oeten worden behandeld n leeftijdsadequate behandelfaciliteiten.
- Dreigementen, dwang of straf (afnemen van privileges) mogen geen onderdeel uitmaken van de behandeling van eetstoornissen. In levensbedreigende situaties waar dwangopname of -voeding noodzakelijk is voor gezondheid en veiligheid, moeten behandelinterventies plaatsvinden op een gespecialiseerde afdeling.
-
Bovendien moeten dit soort procedures uitgevoerd worden met respect voor de waardigheid van het individu en alleen wanneer alle mogelijke alternatieven zorgvuldig zijn overwogen.
Betreffende ambulante zorg:
- Mensen met een eetstoornis hebben het recht geïnformeerd te worden hoe gezondheidszorg te activeren in geval van een crisis.
- Mensen met een eetstoornis hebben het recht te verwachten dat behandelaren hen zullen helpen bij het plannen en hanteren van de overgang van kliniek naar maatschappij.
- Mensen met een eetstoornis hebben recht op een uitvoerige, informatieve overdracht tussen behandelcentra op het moment van transitie.
V RECHT VAN DE NAASTEN OP INFORMATIE, WAARDERING EN RESPECT. ZIJ DIENEN TE WORDEN GEZIEN ALS BRON VAN HULP BIJ DE BEHANDELING.
Met de term ‘verzorger’ bedoelen we hier ieder familielid, de partner of de naaste van een persoon met een eetstoornis.
- Verzorgers hebben het recht behandeld te worden met respect en empathie.
- Verzorgers hebben het recht gezien te worden als belangrijke behulpzame en waardevolle partners in de behandeling van hun naasten.
- Indien toepasselijk, zouden verzorgers betrokken moeten worden bij de onderzoeks- en behandelfase van een persoon met een eetstoornis. De exacte aard en omvang van deze betrokkenheid moet afgestemd worden op de wensen van de persoon met de eetstoornis en zijn verzorgers.
- Verzorgers moeten worden geïnformeerd omtrent de hoge risico’s van de eetstoornis en daar waar de persoon met de eetstoornis deel neemt aan de maatschappij, moeten de verzorgers geïnstrueerd worden over hoe te handelen bij deze risico’s.
VI RECHT VAN VERZORGERS OP TOEGANKELIJKE ZORGONDERSTEUNING EN SCHOLING
- Verzorgers moeten hulp krijgen om hun verzorgersrol te ondersteunen.
- Verzorgers hebben recht op informatie en scholing over de eetstoornis van hun naaste.
Dit Handvest Roept Verantwoordelijken Voor Beleid En Behandeling Op Het Volgende Te Doen:
Geef onderricht en informeer de maatschappij met programma’s die:
-
-
eetstoornissen destigmatiseren, door de wetenschap te bevorderen dat mensen met een eetstoornis hun ziekte niet kiezen alsmede het bewustmaken van de gevolgen van eetstoornissen;
-
de maatschappij bewust maken van vroege signalen en symptomen van eetstoornissen;
-
uitgebreide informatie over behandelcentra en andere hulpmiddelen toegankelijk maken.
-
- Samenwerken met de media om juiste informatie over eetstoornissen te verspreiden en helpen de culturele aandacht voor lichaamsbeeld-, gewichten eetgerelateerde zaken te verschuiven.
- Ontwikkelen en implementeren van effectieve preventieve zorgprogramma’s op scholen en universiteiten.
- Onderwijzen en trainen van behandelaren op alle niveaus, in het leren herkennen en behandelen van eetstoornissen om zodoende de kwaliteit van de zorg te verbeteren.
- Het voorzien in voldoende specialistische behandelcentra, gebaseerd op regionale behoeften.
- Mensen toegang verschaffen tot volledig vergoede, gespecialiseerde behandeling en zorg.
- Financiële ondersteuning geven aan wetenschappelijk onderzoek naar eetstoornissen.
Email: aed@aedweb.org Web: www.aedweb.org
Dit handvest wordt gesponsord door de Academy for Eating Disorders (AED) en de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen (NAE)Phone: +1 847 498 4274 Fax: +1 847 480 9282
Betreffende overbruggingszorg in geval van verwijzing:
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »
23/11/2010
Wetenschappers hebben genetische varianten gevonden die de kans op het ontwikkelen van de eetstoornis anorexia vergroten. Het gaat zowel om hele kleine als grote stukjes DNA die veranderen, zich vermenigvuldigen of juist verdwenen zijn. De studie gaat de boeken in als het meest grootschalige onderzoek over genen en anorexia dat ooit werd uitgevoerd.
Uit eerdere onderzoeken onder tweelingen was al gebleken dat de eetstoornis voor een groot deel genetisch bepaald is. Maar welke genen dan precies verantwoordelijk zijn voor de stoornis bleef in nevelen gehuld. Tot nu.
Genoom
De onderzoekers scanden het genoom van 1003 mensen met anorexia (gemiddelde leeftijd: 27) en vergeleken hun gegevens met die van 3733 kinderen zonder anorexia (gemiddelde leeftijd: 13). Hoewel het mogelijk is dat de kinderen op latere leeftijd nog anorexia krijgen, denken de onderzoekers dat het toch een goede controlegroep is. Het aantal kinderen dat statistisch gezien anorexia zou ontwikkelen, is te verwaarlozen, zo meent onderzoeker Hakon Hakonarson.
Autisme
Tijdens het vergelijken van de gegevens vonden de wetenschappers enkele verschillen. Eén verschil zat in het gen OPRD1. Een ander verschil zat tussen de genen CHD10 en CHD9. Uit eerder onderzoek was gebleken dat de laatstgenoemde genen verband houden met autisme en beïnvloeden hoe hersencellen met elkaar communiceren. “Het feit dat deze nu opduiken is heel intrigerend,” meent Hakonarson.
WIST U DAT…
Behandeling
Nader onderzoek onder een nog grotere groep mensen moet uitwijzen of de gevonden genen ook echt doorslaggevend zijn in het ontwikkelen van anorexia. Als die resultaten positief zijn, kan dat leiden tot een effectieve behandeling van de eetstoornis.
Patiënten met anorexia nervosa hebben een irrationele angst om zwaarder te worden. Ook hebben ze een vertekend beeld van zichzelf. De aandoening treft over het algemeen tien keer zoveel vrouwen als mannen.
http://www.scientias.nl/genetische-basis-van-anorexia-ontdekt/20064
Geplaatst in Wetenschap | Reageer »
1/9/2010
Modellen aanmoedigen om dikker te worden en er zo voor zorgen dat minder meisjes een eetstoornis krijgen, is niet genoeg. Dat blijkt uit onderzoek. Niet het feit dat de modellen maatje 34 of kleiner hebben, maar het feit dat de modellen door ons gewone mensen als zeer succesvolle concurrenten worden gezien, zorgt voor (eet)problemen.
Diverse onderzoeken hebben al aangetoond dat foto’s en afbeeldingen in de media ervoor zorgen dat met name meisjes en vrouwen vatbaarder zijn voor eetstoornissen. Psycholoog Norman Li wilde weten hoe dat precies kon.
Experiment
Hij verzamelde 841 proefpersonen en liet ze portretten met een karakterbeschrijving zien. Li ontdekte dat vrouwen minder gelukkig waren met hun lichaam en wilden gaan lijnen wanneer ze het portret van een competitieve vrouw in handen kregen. En dat is opvallend, want deze vrouw had net als de vrouwen op de andere portretten een gemiddeld gewicht en een niet overdreven knap uiterlijk. Alleen haar karakteromschrijving was wat anders. Zo stond er bijvoorbeeld dat ze altijd wil winnen en gericht is op succes.
Homoseksueel
Heteroseksuele mannen lieten zich door dat competitieve karakter niet van de wijs brengen, maar homoseksuele mannen wel. Zij pasten ook – in tegenstelling tot homoseksuele vrouwen – hun eetgedrag aan wanneer ze een competitief profiel onder ogen hadden gekregen.
Competitief
Volgens Li vindt dit gedrag zijn oorsprong in de evolutie. Met name in het westen worden mensen dikker naarmate ze ouder worden. Daardoor wordt dunheid geassocieerd met jeugdigheid, aantrekkelijkheid én een pre als men de competitie met iemand anders wil aangaan. Media die beelden laten zien van hele dunne – en dus evolutionair gezien heel succesvolle en sterk concurrerende – vrouwen zorgen er welbeschouwd voor dat we overdreven competitief worden. En om een kans te maken die competitie te winnen, moeten we volgens ons instinct – ongeacht of de concurrent in kwestie nu maatje 34 of 40 heeft – slank zijn.
In de gaten houden
Vrouwen voelen zichzelf dus slechter wanneer ze succesvolle dames zien. Maar waarom blijven ze die bladen dan wel kopen? En waarom blijven ze naar die series met dunne mensen kijken? Li denkt het wel te weten. Vroeger moesten de mensen goed in de gaten houden hoe aantrekkelijk, succesvol en populair anderen waren. Alleen zo konden ze de competitie om sekspartners met deze mensen aangaan.
Onterechte concurrenten
In de kleine dorpjes werkte die tactiek uitstekend, maar nu de technologie ervoor gezorgd heeft dat de hele wereld een dorp is, loopt het uit de hand. We zien modellen, beroemdheden en televisiepersonages geheel onterecht als onze concurrenten en daar vloeien psychologische problemen zoals eetstoornissen uit voort.
En daar kunnen wij helemaal niks aan doen, zo concludeert Li. We zijn door de evolutie nu eenmaal zo geprogrammeerd.
http://www.scientias.nl/succesvolle-concurrenten-veroorzaken-eetstoornis/15295
Geplaatst in Wetenschap | Reageer »
Dit syndroom ontstaat na het plotseling gaan voeden van mensen die zwaar ondervoed zijn, zoals patienten met anorexia nervosa, alcoholisme, kanker, neurogene dysfagie, sondevoeding of na een ingrijpende operatie. De verschijnselen ontstaan meestal 4 dagen na de start van de voeding.
Het probleem ontstaat door het abrupt overschakelen van een vet- en eiwit metabolisme naar een koolhydraat metabolisme. Als gevolg van het verhoogde aanbod aan voedsel, wordt er meer glucose in het lichaam gebracht wat de afgifte van insuline stimuleert. De insuline stimuleert op zijn beurt de bloedcellen om meer glucose, kalium, magnesium en fosfaat op te nemen, waardoor de concentraties buiten de cel zullen dalen. Op die manier houdt het lichaam zout en water op waardoor de patiënt overvult zal geraken.
De ademhalingsspieren zijn door verhongering geslonken en kunnen het tempo niet bijhouden. Kortademigheid of een verhoogde ademhalingsfrequentie zijn het gevolg.
De beweeglijkheid van de darmen is door de verhongering erg laag geworden. Ook de productie van enzymen is afgenomen. Er is tijd nodig om de darmen weer te laten wennen aan de voedseltoevoer. Indien die tijd er niet is, zal de patient klagen over misselijkheid en diarree.
De energie in de cellen wordt gegenereerd door ATP. Voor de vorming van ATP is ADP en fosfaat nodig. In de verhongerde patient is daar een tekort aan in de bloedcellen. Door toediening van fosfaat via de voeding zal er een plotselinge shift van fosfaat van het serum (vloeistof van het bloed) naar de cellen van het bloed ontstaan. Hierdoor is het fosfaat in het serum uiteindelijk te laag. Dit kan een scala aan levendsbedreigende aandoeningen veroorzaken, waaronder: hartfalen, arrytmieen, rhabdomyolyse, respiratoir falen, convulsies, coma, erythrocyt- en leucocyt dysfunctie
Wat is ATP
http://www.fysiorevisie.nl/FysioRevisie-Pijn-Wetenschap.htm
Geplaatst in Anorexia, Wetenschap | Reageer »
Mi poeta preferido, Frederico Garcia Lorca
En Viena hay diez muchachas,
un hombro donde solloza la muerte
y un bosque de palomas disecadas.
Hay un fragmento de la mañana
en el museo de la escarcha.
Hay un salón con mil ventanas.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals con la boca cerrada.
Este vals, este vals, este vals, este vals,
de sí, de muerte y de coñac
que moja su cola en el mar.
Te quiero, te quiero, te quiero,
con la butaca y el libro muerto,
por el melancólico pasillo,
en el oscuro desván del lirio,
en nuestra cama de la luna
y en la danza que sueña la tortuga.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals de quebrada cintura.
En Viena hay cuatro espejos
donde juegan tu boca y los ecos.
Hay una muerte para piano
que pinta de azul a los muchachos.
Hay mendigos por los tejados,
hay frescas guirnaldas de llanto.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals que se muere en mis brazos.
Porque te quiero, te quiero, amor mío,
en el desván donde juegan los niños,
soñando viejas luces de Hungría
por los rumores de la tarde tibia,
viendo ovejas y lirios de nieve
por el silencio oscuro de tu frente.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals, este vals del “Te quiero siempre”.
En Viena bailaré contigo
con un disfraz que tenga
cabeza de río.
¡Mira qué orillas tengo de jacintos!
Dejaré mi boca entre tus piernas,
mi alma en fotografías y azucenas,
y en las ondas oscuras de tu andar
quiero, amor mío, amor mío, dejar,
violín y sepulcro, las cintas del vals.
Geplaatst in Uncategorized | Reageer »
ScienceDaily (June 4, 2010) — Wetenschappers hebben onlangs een biologische trigger ontdekt, die mogelijk bijdraagt tot het ontwikkelen van eetstoornissen tijdens de puberteit: met name een oestrogenenvariant die estradiol wordt genoemd.
- Deze baanbrekende pilootstudie die uitgevoerd werd door Michigan State University bracht aan het licht dat de invloed van genen op het ontwikkelen van eetstoornissymptomen veel groter was bij puberende meisjes met een hoger gehalte aan estradiol dan bij puberende meisjes met een lager gehalte aan estradiol. De studie verscheen in het tijdschrift Psychological Medicine.
Professor in de psychologie Kelly Klum die het onderzoek leidde, zegt dat eerder onderzoek reeds uitwees dat zowel genetische- als omgevingsfactoren een rol spelen bij het ontwikkelen van een eetstoornis, zodra een meisje de puberteit heeft bereikt.
Maar over de effecten van de genen was weinig geweten.
“Dat de genetische invloed tijdens de puberteit toeneemt is te wijten aan het feit dat de genen voor eetstoornissen in die fase in werking treden,” aldus Klump. “Met dit onderzoek hoopten we uit te vissen waarom precies. Waarom worden die genen nu net tijdens de puberteit geactiveerd. En we ontdekten dat een toename van estradiol blijkbaar het genetische risico voor eetstoornissen activeert.”
Estradiol is de overheersende oestrogenenvariant bij vrouwen. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de voortplantingsorganen maar oefent ook een invloed uit op andere organen, met inbegrip van de beenderen.
Klump stipt evenwel aan dat de onderzoekers nog steeds niet weten welke genen precies in werking treden door toedoen van estradiol. Bovendien moet er bijkomend onderzoek gevoerd worden om de bevindingen van de universiteit van Michigan te staven.
Maar de wetenschap dat estradiol vermoedelijk een rol speelt bij het ontwikkelen van eetstoornissen opent volgens Klum wel nieuwe perspectieven. Zo zouden er aangepaste behandelingsvormen kunnen uitgedacht worden
Bovendien zullen preventie-inspanningen zich voortaan niet alleen focussen op meisjes die in een risicovolle omgeving leven (omdat ze bv. een sport beoefenen waarbij een laag gewicht van tel is), maar ook op meisjes die genetische risico’s lopen omdat er eetstoornissen in de familie voorkomen.
De studie onderzocht het estradiol gehalte van 200 paren van vrouwelijke tweelingen in de leeftijdscategorie 10 tot 15 jaar.
http://www.sciencedaily.com/releases/2010/06/100604132043.htm
Geplaatst in Wetenschap | Reageer »
Psychiatric News October 15, 2010
Volume 45 Number 20 Page 20
© American Psychiatric Association
Recent onderzoek wees uit dat er meer raakvlakken zijn tussen obesitas en eetstoornissen dan oorspronkelijk werd aangenomen. Zo bleek uit studies dat belonings- of genotscircuits en sommige peptide hormonen bij beide condities een rol spelen.
Die hormonen – die zowat vijftien jaar geleden ontdekt werden – zijn leptine, ghreline en de endocannabinoïden. Zij hebben een belangrijke impact op eetlust, metabolisme en voedselinname van mensen. Allen werken ze in op de hypothalamus. Leptine vermindert de voedselinname, ghreline en de endocannabinoïden verhogen die.
Obese mensen hebben vaak een te hoog gehalte aan leptine in de bloedsomloop. Ze zijn evenwel immuun voor de effecten van leptine, net zoals mensen met diabetes type 2 immuun zijn voor de effecten van insuline. Personen met anorexia nervosa of met bulimia nervosa hebben doorgaans een abnormaal lage concentratie van leptine in hun bloedsomloop.
Het ghreline gehalte is dan weer abnormaal hoog in de bloedsomloop van anorexiapatiënten, terwijl het abnormaal laag is in de bloedsomloop van bulimia- of eetbuistoornispatiënten.
De biologie triomfeert soms over de wetenschap
‘Deze ontdekkingen hebben belangrijke implicaties’, zegt Walter Kaye – professor psychiatrie aan de universiteit van San Diego, Californië, ‘ze tonen aan dat biologie een serieuze vinger vinger in de pap heeft bij het ontstaan van obesitas of eetstoornissen. Het is zeker niet alleen een kwestie van wilskracht.’ Schwartz, professor geneeskunde aan de universiteit van Washington en obesitasdeskundige beaamt dit:
“De meeste mensen gingen er van uit dat obesitas in de eerste plaats het gevolg was van een gebrek aan wilskracht. Maar de nieuwe bevindingen geven aan dat er bij obesitas sprake is van een krachtige biologische component.”
‘Tegelijk moeten we benadrukken dat niet alleen hormonen het eetgedrag sturen bij obesitas en eetstoornissen’, zeggen diverse wetenschappers, ‘ook de hersenen spreken een woordje mee’.

Zo ontdekte Kaye dat bij mensen met anorexia de insula ( een hersengedeelte dat smaak en beloning aan elkaar linkt) minder sterk reageerde op de aanblik van een lekker snoepje dan die van een gezonde controlegroep.
Cary Savage, een arts die onderzoek doet naar obesitas, toonde foto’s van snacks aan obese mensen en aan een gezonde controlegroep. De anterieure cingulate cortex werd sterker gestimuleerd bij de personen met overgewicht dan bij de andere deelnemers aan het onderzoek. Dit breingedeelte speelt overigens ook een rol bij andere activiteiten die bepaalde mensen genot verschaffen: met name alcohol- en cocaïneverbruik, gok- of spelverslaving. “Het onderzoeksresultaat stemde overeen met eerdere vaststellingen die aantoonden dat obese personen hun voedselkeuze en -inname vaak laten bepalen door hedonistische aspecten, mede door een verhoogde activiteit in de beloningscircuits van het brein’ aldus Savage in Psychiatric News.
Welnu, meerdere studies toonden aan dat ook bij bulimiapatiënten de anterieure cingulate cortex abnormaal geactiveerd wordt
Veel vragen roepen om een antwoord
Veel aspecten van de rol van leptines, ghreline en cannabinoïden bij eetstoornissen en obesitas blijven vooralsnog onderbelicht. Bijvoorbeeld: het leptinegehalte is laag bij anorexiapatiënten tijdens de periode van ondervoeding, maar het stijgt als ze herstellen van hun ziekte. Betekent dit dan dat het leptinegehalte geen effect heeft op het ontstaan van anorexia, maar eerder een gevolg is van ondervoeding? En wat doen we met de wetenschap dat diverse varianten van het ghreline gen een link hebben met de eetbuistoornis. Betekent dit dan dat deze genvarianten een eetbuistoornis in de hand werken? Wetenschappers zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat de eetbuistoornis zelf de genvarianten genereert.
‘Of ze nu al dan niet mee de aanzet geven tot obesitas of eetstoornissen, ageren deze hormonen alleen of in groep? De situatie is ingewikkelder dat wetenschappers aanvankelijk dachten’, zegt dokter Rene Klinkby Stoving, in Psychiatric News. Hij is professor endocrinologie aan de Odense Universiteit van Denemarken en deed onderzoek naar deze hormonen en hun functies.
Volgens Kaye zijn er diverse neuropeptides (niet enkel ghreline, leptine of endocannabinoïden) die signalen m.b.t het energiemetabolisme van het lichaam naar het brein sturen. Bovendien is er een interactie tussen die peptides. Er zijn ook meerdere energiesignalen, en als de ene peptide er niet in slaagt ze naar de hersenen te sturen doet een andere dat wel.
En wat gebeurt er als de signalen van leptine, ghreline en de endocannabinoïden de hypothalamus bereikt hebben? Is dat het punt waarop hogere hersencentra de hormoonsignalen negeren en een persoon aanzetten tot overeten of tot hongeren? Het is mogelijk? Maar mogelijk komt die aanzet later. Het zijn in ieder geval de hersenen, en niet de hormonen die de beslissing tot overmatig te eten of hongeren beïnvloeden.
Schwartz zegt, “Het systeem waarop leptine, ghreline en de endocannabinoïden inwerken heeft tot doel de stabiliteit van de lichaamsmassa te verzekeren. Maar soms doen er zich zo’n ernstige emotionele of psychische problemen voor dat die het vermogen om te compenseren van dit homeostatische systeem saboteren. Anorexia nervosa is daar volgens mij een voorbeeld van. Het ondermijnt de normale respons op gewichtsverlies. Als gezonde mensen zoveel gewicht verliezen, gebeurt er iets met leptine en ghreline dat de drang om te eten activeert. Bovendien worden er andere metabolische processen in werking gesteld om het gewichtsverlies te herstellen.”
“De pathologie van anorexia, bulimia, en obesitas ligt misschien wel besloten in hersencircuits die een sleutelrol spelen bij beloning of genot,” besluit professor Kaye.
Geplaatst in Dikzijn, Wetenschap | Reageer »
Na lang vasten, zoals bij anorexia nervosa, maar ook na braken, of bij overmatig gebruik van laxeermiddelen kan hypoglykemie optreden (hypo betekent ‘te weinig’, glykemie = suiker)
Dat houdt in dat de bloedglucosespiegel te laag is. Alle organen van het lichaam hebben suiker nodig om te kunnen functioneren en voor de hersenen is een constante toevoer van suiker zelfs van levensbelang. Een bloedglucosewaarde onder 3,5 millimol per liter (mmol/l) wordt beschouwd als een hypoglykemie. Dit kan o.m. te wijten zijn aan een tekort aan voeding of aan hyperactiviteit.
Een hypoglykemie leidt tot allerlei onplezierige en soms schadelijke effecten. Veel symptomen van hypoglykemie worden veroorzaakt door hormonen die het lichaam aanmaakt om de bloedglucosespiegel te laten stijgen, voornamelijk adrenaline en cortisol. Een snelle en krachtige hartslag, trillen, transpireren en een slap gevoel zijn tekenen dat het lichaam probeert de bloedglucosespiegel te verhogen. Soms kunnen de genoemde hormonen niet voorkomen dat de bloedglucosespiegel verder daalt. Uiteindelijk kan de bloedglucosespiegel dan zo laag worden dat de hersenen niet goed meer functioneren. Dan kan men verward en/of geïrriteerd reageren en zelfs bewusteloos raken.
Dergelijke symptomen kunnen sterk lijken op die van dronkenschap, maar moeten daarmee dus zeker niet worden verward. Op het moment van een ernstige hypoglykemie moet men zo snel mogelijk glucose innemen (druivensuiker, cola, limonade). Soms kan men zelf niet meer eten of drinken. Dan blijven er feitelijk nog twee mogelijkheden over: ofwel er wordt een glucose-oplossing direct in de bloedbaan (intraveneus) geïnjecteerd (hetgeen alleen door gekwalificeerd medisch personeel kan en mag gebeuren) of er kan glucagon worden toegediend
Geplaatst in Anorexia, Binge Eating Disorder, Bulimia, Wetenschap | 1 reactie »
Leptine is een peptidehormoon met een molecuulgewicht van 16 kilo-Dalton dat op vele punten in het lichaam aangrijpt (pleiotropisch).
Leptine is voor het eerst ontdekt bij muizen. Bij deze muizen was door een mutatie de receptor voor leptine in de hersenen onwerkzaam geworden. Deze muizen, die al in de jaren 50 werden beschreven, bleken nauwelijks verzadiging te kennen als ze aten – ze bleven maar dooreten – en ook hun stofwisseling werd zuiniger. Het effect hiervan was dat deze muizen veel dikker werden dan muizen met wel werkende leptinereceptoren. Daarom werden ze ‘ob’ muizen genoemd (van obesitas, vetzucht). In de jaren 90 van de vorige eeuw werd het hormoon ontdekt en het mechanisme van de defecte receptor beschreven.
Bij de mens wordt het polypeptide leptine afgegeven door vetcellen in de vetreserve. Leptide bereikt via het bloed de hersenen en stimuleert het verzadigingscentrum. Hierdoor zal het hongergevoel afnemen. Oospronkelijk was er dan ook sprake van een “honger-hormoon”. Hoe meer lichaamsvet, hoe meer leptine er aan het bloed wordt afgegeven en hoe verzadigder men zich voelt. Men gaat kleinere maaltijden eten, meer bewegen en het immuunsysteem wordt actiever.
Het eiwit leptine speelt niet alleen een rol bij obesitas maar ook bij eetstoornissen. Het heeft met name een invloed op energieopname en -verbruik.
Er is gedacht dat mensen met overgewicht misschien te weinig leptine zouden aanmaken. Dit blijkt echter zelden tot nooit voor te komen. Het zou zo kunnen zijn deze mensen minder gevoelig zijn voor leptine, waardoor het minder effect heeft. Ondanks dat de hoeveelheid lichaamsvet toeneemt, worden de maaltijden niet kleiner en neemt de lichamelijke activiteit niet toe, met als gevolg een verdere toename van het lichaamsgewicht. Men heeft gedacht dat het toedienen van extra leptine dit zou kunnen verhelpen. Het blijkt echter nauwelijks effect te hebben op het lichaamsgewicht en de stofwisseling. Wel ontstaat er een hoger risico op diabetes en andere gezondheidsproblemen.
Als het leptinegehalte daalt, wordt de eetlust groter. Daalt het nog verder, dan zal op een gegeven moment een overlevingsmechanisme in werking treden: de warmteproductie gaat achteruit, de hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbruikt gaat omlaag en bij vrouwen stopt de menstruatie.
Bij mensen met anorexia nervosa blijkt het leptinegehalte in het bloed vaak extreem laag te zijn, veel lager dan men zou verwachten op grond van het percentage lichaamsvet. Waardoor dit veroorzaakt wordt, is niet bekend.
Het tegengesteld werkend hormoon is ghreline dat net honger opwekt.
Geplaatst in Dikzijn, Wetenschap | Reageer »
Lieve anorexia (AN als vriendin)
Ik wou je even een brief schrijven om te zeggen wat je voor me betekent. Je neemt namelijk een grote plaats in m’n leven in. Je geeft me een veilig, vertrouwd gevoel. Je bent een deel van me geworden. Je gaat overal mee naar toe. Je bent altijd bij me. Door jou heb ik het gevoel dat ik controle over iets heb. Eindelijk heb ik zelf een keer de touwtjes in handen. Er gebeur(d)en vaak dingen in m’n leven waar ik zelf niet voor heb gekozen, maar nu heb ik eindelijk wél zelf de controle over iets. En daar ben ik je heel dankbaar voor. Door jou kan ik eindelijk een keer trots op mezelf zijn. Ik heb nu iets waar ik goed in ben.
Elke keer als ik voor een keuze sta help jij me. Je zegt me altijd wat je er van vindt. En als ik je raad dan weer opvolg, heb ik altijd weer het gevoel dat ik iets overwonnen heb. Ik heb de verleiding weerstaan en heb gekozen voor de beste weg. Een weg van afvallen in plaats van een weg van dikker worden. Je wijst me op de gevaren van het leven (/ van het eten). Je laat me weten wat voor gevolgen het heeft als ik wél ga eten. Dankzij jou verander ik niet in een moddervet varken, waar iedereen alleen maar met afschuw naar kijkt. Misschien dat ik nu ook een plekje in de wereld kan veroveren, als ik wat slanker ben.
En zelfs als dat niet lukt heb ik in ieder geval jou nog. Ik sta niet meer alleen.
Ik had gehoopt dat, sinds ik jou ken, mensen me misschien wat eerder zouden zien staan, dat ik wat meer de moeite waard zou zijn, maar helaas ben ik dat nog niet. Misschien dat je daarvoor nog wat langer bij me moet blijven.
Het doet me pijn als mensen me niet snappen als ik probeer uit te leggen wie je bent, omdat je voor mij zo’n vertrouwd gevoel geeft. Je betekent zo veel voor me. Jij snapt wat ik nodig heb. Jij helpt me om liefde en waardering van andere mensen te verdienen. En… door jou kan ik ook een stukje van mezelf waarderen. Ik heb nu eindelijk iets waar ik een beetje trots op kan zijn.
Het is raar om je een brief te schrijven, omdat het lijkt alsof je naast me op de stoel zit, of misschien zelfs wel bij me op schoot. Zo erg voel ik me met je verbonden. Ik vraag me af of ik het zonder jou kan redden. Ik vraag me af of er dan nog iemand zou zijn die écht naast me staat, iemand die me zo goed begrijpt als jij. Ik weet in ieder geval dat jij me nooit uit jezelf zult verlaten. (in tegenstelling tot anderen)
Liefs,
Carola
http://www.xs4all.nl/~tjaco/hoe%20ging%20het%20met/Carola.htm
Dit is een oefening die vaak aan bod komt tijdens de behandeling van een eetstoornis.
Als je twijfelt of je hulp moet inroepen voor je anorexia, kan het helpen om de voordelen en nadelen van een leven met anorexia eens op een rijtje te zetten. Dit doe je voor de voordelen en nadelen op korte termijn (nu tot de eerstkomende maanden) en voor de voordelen en nadelen op lange termijn (de komende jaren). Zo ontstaat er een weloverwogen beeld van wat de anorexia je eigenlijk kost en wat het oplevert. Je kunt nog verder gaan door de voor- en nadelen met punten te waarderen. Hoe belangrijk is een voor- of nadeel voor jou. Geef elk voor- en nadeel een cijfer op een schaal van 10. Iets wat belangrijker is voor jou krijgt dus een hoger cijfer. Nadien kan je de verschillende rijtjes optellen en de totaalscores met elkaar vergelijken. zo kun je zien wat voor jou momenteel het belangrijkste is. Na een tijdje kan je deze oefening herhalen om te zien of je ideeën over je eetstoornis veranderd zijn.
Mogelijke Voordelen van anorexia
- bewonderd worden om je slanke lijn, want slank is cool
- meer aandacht krijgen dan anders
- makkelijker aanvaard worden door de groep
- leuke kleren kunnen dragen
- er wordt veel voor je gedaan, zodat je minder verantwoordelijkheid moet nemen
- jezelf sterk voelen omdat je het toch maar kan, zo systematisch hongeren
- je voelt je klein en veilig, je neemt niet te veel ruimte in van andere mensen en ze worden niet zo snel boos op je
- niet veel plaats innemen want je voelt je schuldig als je te veel vraagt, eist opkomt voor jezelf
- gevoelens van pijn en verdriet worden minder sterk aangevoeld
- je kan je concentreren op 1 probleem, de anorexia, zodat al de andere problemen wat meer in de schaduw komen te staan
- het geeft een zekere structuur als je in een chaotische situatie zit
Mogelijke nadelen
- fysieke problemen, zoals haaruitval, botontkalking, brosse nagels, doffe huid, donsbegroeiing (lanugo), enz,
- je komt in een isolement terecht omdat je alle situaties waar mogelijk eten bij te pas komt wil vermijden
- je wordt er niet bepaald mooier op, ook al wil je dat voor jezelf niet toegeven
- je kan soms moeilijk in slaap komen
- mensen gaan een stempel op je drukken, ‘dat is dat meisje met anorexia’ (en die geraak je nog moeilijk kwijt)
- je presteert niet meer naar behoren, studeren en/of werken gaat je steeds moeilijker af
- je kan er van dood gaan
- je kan onvruchtbaar worden
- je hebt het voortdurend te koud
- het kost je moeite om nog echt van iets te genieten
- je verliest bepaalde interesses of hobby’s omdat al je energie naar de anorexia gaat
- ruzies met familieleden of vrienden
- verlies van vrienden die je problematiek uiteindelijk niet meer aankunnen
Als tweede oefening kan je een overzicht maken van de voor- en nadelen van professionele behandeling. Wat zijn de voordelen van professionele behandeling op korte termijn en op lange termijn. En wat zijn de nadelen van het inschakelen van professionele hulp op korte en lange termijn. Vaak zul je merken dat de voordelen van een eetstoornis op korte termijn spelen en de voordelen van een behandeling op lange termijn.
Voordelen van een gezond gewicht
schrijf op de achterkant van een foto van vroeger, waar je gelukkig was, al de positieve dingen van een gezond gewicht.
- kunnen genieten van het leven
- niet aangestaard worden
- je voelt je beter in je vel
- iedereen doet normaal tegen je
- je bent weer van tel, je wordt uitgenodigd op activiteiten of op feestjes
- de kou die vanbinnen in je botten zat is verdwenen
- je haar gaat terug groeien en glanzen
- je hebt weer energie om overal tegenaan te gaan, interesses en capaciteiten komen terug
- je bent niet meer zo dwangmatig met eten of gewicht bezig
- je wordt mooier
- je lichaam herstelt zich langzamerhand van eventueel opgelopen schade (uitblijven van de regels, donsbegroeiing, brosse nagels enz,)
- je geeft met je gezonde lichaam het signaal dat je de moeite waard bent, dat er rekening moet gehouden worden met je verlangens, noden, je mening, enz,Als je aan tafel zit en je bent aan het eten, leg je de foto naast je bord en je kijkt er naar als je het moeilijk hebt.
Ga niet op dieet en sla geen maaltijden over. Hoe strenger je je voedselinname beperkt, hoe meer je gaat verlangen naar de dingen die je niet mag eten, het gevaar voor eetbuien wordt dan wel erg groot. Eet uitgebalanceerde maaltijden en raadpleeg een diëtist voor een professioneel en gepersonaliseerd dieetplan. Korte termijn diëten hebben geen lange termijn effect, dus maak van gezond eten een positieve verandering van levensstijl.
Probeer eetbuien te vermijden. Als je dat kan, zal je minder de overweldigende drang voelen om te purgeren. Dit is niet gemakkelijk, maar begin met je bewust te worden van situaties waarbij grote hoeveelheden voedsel je kunnen verleiden om dwangmatig te overeten (vb. 3-gangen maaltijden)
Vermijd bepaalde media-beelden (op TV, internet, in tijdschriften) of mensen die je op één of andere manier inspireren om op dieet te gaan. Dit zijn ongezonde invloeden die je onrealistische verwachtingen inblazen omtrent het ideale vrouwenlichaam. Ze zijn nefast voor je gevoel van eigenwaarde!
Hou van jezelf om wie je bent. Leer je positieve eigenschappen waarderen en oordeel niet over jezelf op basis van je gewicht of voorkomen.
Identificeer de situaties en emotionele omstandigheden die je eetbuien en purgeergedrag in de hand werken. Als je die onderliggende triggers kent dan kan je stappen ondernemen om er mee leren om te gaan. Als de bulimia vooral toeslaat als je erg gestresseerd bent, kan je bijvoorbeeld technieken voor stressmanagement aanleren en het aantal stresserende factoren in je leven verminderen. Probeer een dagboek bij te houden waarin je je persoonlijke triggers (uitlokkende factoren) noteert.
Hou het probleem niet langer geheim. Dit bestendigt alleen maar het probleem. Probeer er met vrienden en familie over te praten. Zij zijn waarschijnlijk een bron van aanmoediging en steun.
Sluit je aan bij een zelfhulpgroep zoals de anonieme overeters. Zij leren je stapsgewijs je eetgedrag te veranderen en je vindt er steun en begrip van lotgenoten.
Wees geduldig voor jezelf. Bulimia is meer dan eetbuien en purgeergedrag, het is een emotionele stoornis waarbij iemand voedsel gebruikt om met moeilijke gevoelens om te gaan. Verwacht niet dat je in een week of een maand kunt genezen. Als je doelbewust blijft streven naar het overwinnen van je stoornis zal je vast gezondere manieren van leven vinden die je van binnenuit een gevoel van zelfverwezenlijking geven.
Inloophuis rond eetstoornissen krijgt wieltjes
LEUVEN/TIENEN – Negentien Vlamingen vertrekken op maandag 5 april in Leuven aan een sponsorfietstocht van 710 kilometer. Ze doen dit om geld in te zamelen voor een nieuw project over eetstoornissen.
De opbrengst gaat naar de nieuwe ‘Inloopmobiel eetstoornissen’. Met dit busje gaat de vereninging Anorexia Nervosa – Boulimia Nervosa, of kortweg AN-BN, zelf tot bij de mensen. Dit is nodig omdat er nog altijd een groot taboe heerst rond eetstoornissen, en slechts 1 op 3 patiënten hulp zoekt. De Inloopmobiel zal Vlaanderen doorkruisen vanaf juli 2010. Iedereen kan er dan terecht voor een goed gesprek of informatie.
In Leuven bestond er al een Inloophuis. Hier kunnen mensen met eetstoornissen, maar ook familieleden met vragen terecht. Marc Denauw van AB-BN zegt: ‘Het inloophuis in Leuven is heel succesvol. In de vijf jaar dat we daar gevestigd zijn, zijn er al 4000 mensen over de vloer geweest. Maar we stellen vast dat, hoewel Leuven goed bereikbaar is, het toch nog iets te ver is voor sommige mensen. Daarom zetten we ons Inloophuis nu op wieltjes.’
Maar de nieuwe Inloopmobiel moet nog verder uitgerust worden. Daarom springen negentien Vlamingen tien dagen op de fiets en maken een tocht van 710 kilometer door Vlaanderen. De peter van het project is acteur Jef de Smedt, beter bekend als Jan Vandenbossche uit Familie. Samen met nog vier andere acteurs van Familie fietst hij de startetappe mee op paasmaandag.
Om 10 uur geeft burgemeester Louis Tobback het officiële startsein van deze etappe aan het stadhuis van Leuven. De fietsers trekken richting Tienen. Daar worden ze ontvangen op de afdeling eetstoornissen van de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen. Daarna zetten ze hun tocht voort naar de jeugdherberg in Bokrijk.
Sympathisanten kunnen op paasmaandag meefietsen voor een inschrijvingsbedrag van acht euro. Inschrijven gaat nog tot vlak voor de start. Ofwel rijdt u mee tot in Bokrijk, ofwel maakt u de lus Leuven-Tienen-Leuven.
Wanneer? Maandag 5 april om 10 uur
Waar? Grote Markt Leuven
Prijs? 8 euro
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BLIVA_20100403_001
Geplaatst in Anorexia, Binge Eating Disorder, Bulimia, Eetstoornissen algemeen, Orthorexia nervosa | Reageer »
KU Leuven start therapie voor studenten met anorexia
Het Nieuwsblad, maandag 31 januari 2011 (Dey)
De KU Leuven begint met een groepstherapie voor studenten met eetstoornissen. Die moet vooral meisjes met magerzucht helpen.
In april begint de KU Leuven met een eetgroep. In zeven groepssessies kunnen ongeveer tien studenten met eetstoornissen hun ervaringen delen en aanleren hoe ze hun eetstoornis onder controle kunnen krijgen. Ze krijgen ook huiswerk mee en worden individueel opgevolgd.
Ongeruste ouders
‘Steeds vaker bellen ouders ons ongerust op: onze dochter zit op kot en vermagert zienderogen. Studenten kloppen ook geregeld zelf bij ons aan’, zegt Ilse Devacht, diensthoofd van het medisch en psychotherapeutisch centrum van de KU Leuven.
‘We zien soms heftige situaties. De zwaarte van de pathologieën neemt toe’, zegt Devacht. ‘Elk academiejaar moeten tientallen studenten worden opgenomen.’
Met de eetgroep hoopt de KU Leuven preventiever te werken, zodat dergelijke extreme toestanden minder voorkomen. ‘We focussen op studenten die beseffen dat ze een probleem hebben, maar bij wie hun eetstoornis nog niet uit de hand is gelopen. Daarom komen studenten die eerder al eens in de psychiatrie zijn opgenomen, niet voor de eetgroep in aanmerking. Zij kennen de trucjes om snel te vermageren en zouden de andere studenten verkeerde tips kunnen geven.’
Vooral meisjes
Devacht legt niet toevallig de klemtoon op het probleem van anorexia of magerzucht. ‘We behandelen zowel anorexia als boulimie of vraatzucht. Maar de meeste studenten lijden aan anorexia. En het gaat bijna altijd om meisjes. Zij zijn zeer verstandig, uitermate perfectionistisch, stellen hoge eisen aan zichzelf en lijden heel erg onder de stress. Die stress ligt vaak aan de basis van eetstoornissen.’
Omdat die stress vooral in het tweede semester toeslaat, wil de KU Leuven de groepstherapieën in april houden.
‘Bij het begin van het academiejaar manifesteren eetproblemen zich vaak nog niet.’
Studenten kunnen zich voor de groepstherapie inschrijven zonder dat ze hun ouders op de hoogte moeten stellen.
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=G7G35N5RV
05 November 2010
Eetstoornissen in de atletiek
Profilering en signalering van een onderschat probleem (deel 1)
De afgelopen week kopten de kranten: ”Aantal meisjes met anorexia fors gestegen. Vooral in de leeftijdsgroep 15-19 jaar.” Is er sprake van vroegere signalering of een toename van het probleem? Ook in de atletiek is de laatste tijd meer aandacht gekomen voor eetstoornissen, niet alleen Anorexia Nervosa maar ook Builmia Nervosa en aanverwante eetstoornissen.
Naar aanleiding van een Noors artikel van Sungot-Borgen (1) over de verschillende aspecten van gestoord eetpatroon bij hoge-intensiteit sporten deed ook NOC*NSF een onderzoek naar deze groep in Nederland. Zij concludeerden dat gewichtsproblematiek en eetproblemen geen zeldzaamheid zijn en dat preventie en zorg in de (top)sport verbeterd zouden moeten worden. In maart 2010 werd het congres “Thin is going to win” georganiseerd naar aanleiding van een promotieonderzoek van Karin de Bruin, hieruit bleek weer de onderschatting van de epidemiologie van eetstoornissen in de atletiekwereld. Een gestoord eetpatroon ontstaat vaak na een periode van diëten, restrictieve voedselinname, abnormaal eetgedrag en kan uiteindelijk zelfs resulteren in een klinische eetstoornis.
Prevalentie
De exacte cijfers, om de omvangrijkheid van het probleem te objectiveren, zijn moeilijk te geven. Dit heeft te maken met (h)erkenning van het probleem (zowel door omgeving als door atleet zelf) en de scheidslijn tussen gecontroleerd/rigide “gezond” sportgedrag en doorgeschoten gestoord gedrag. De prevalentie van eetstoornissen is wel duidelijk verhoogd in de groep (sub)topatleten ten opzichte van niet-sportende groepen en recreatieve sporters. Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen waardoor deze groep atleten beginnen met voedselrestricties:
• verwachte prestatieverbetering
• socioculturele druk voor het ‘ideale (sport)lichaam’
• perceptie van hoe men eruit zou horen te zien voor bepaalde sport
Atleten hebben vaak een een sterk besef van lichaamsbeleving, waardoor ze gevoeliger zijn voor het ontstaan van een verstoord lichaamsbeeld. Daarnaast zijn perfectionisme, compulsief gedrag en hoge verwachting van prestaties persoonlijkheidsfactoren die gunstig kunnen zijn voor het bereiken van goede prestaties, maar zijn het tegelijkertijd ook factoren die worden geassocieerd met een verhoogde kans op het ontwikkelen van een (klinische) eetstoornis.
Eetstoornissen komen zowel bij mannen als vrouwen voor, maar de geschatte verhouding is 1:10.
Veroorzaakt de eetstoornis verstoord beweeggedrag, of veroorzaakt de sport de eetstoornis?
Er bestaat een grote kans dat het gaat om een combinatie of wisselwerking van de variabelen, zoals het persoonlijkheid-type, interactie met familie en trainingsgroep, of reeds bestaande eetproblemen.
Toch zijn er duidelijke risico’s die samenhangen met atletische prestaties die een eetstoornis kunnen triggeren. Sundgot (1994) vond dat langere perioden van diëten, frequente gewichtsschommelingen, een plotselinge toename van trainingsbelasting en traumatische gebeurtenissen zoals het verlies van een coach of een blessure een atleet vatbaar kunnen maken voor een eetstoornis.
Een studie door Williamson et al. (1995) vond een significante correlatie tussen symptomen van een eetstoornis en de interactie van sociaal-culturele druk voor slankheid, atletische prestaties, angst en negatieve zelfbeeld onder studerende atleten. Daarnaast is er ook een hypothese van ‘aantrekkingskracht op de sport’. Mensen met een eetstoornis kunnen worden aangetrokken tot een bepaalde sport om hun stoornis te verbergen, of de sport wordt gebruikt om te compenseren of om gewicht te controleren/verminderen.
Oorzaken van eetstoornis onder atleten
Het “slankheidsideaal” in de samenleving en perceptie van ‘ideaal sportlichaam’in de sport (zo geprofileerd door media en in de directe sportomgeving)
De ongegronde aanname dat een lager vetpercentage/ lichaamsgewicht prestatiebevorderend werkt
Voorkeur – individuen die al erg bezig zijn met gewicht en uiterlijk zullen sneller gaan bewegen/hardlopen
Training – onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat een flinke toename van activiteit een verminderde eetlust tot gevolg heeft, meestal resulterend in gewichtsverlies
Negatieve lichaamsbeleving – atleten die kritisch of bezorgd zijn over hun eigen (sportieve) prestaties en die deze zorgen projecteren op hun lichaam (controle)
Gevolgen van eetstoornissen bij atleten
Eetstoornissen kunnen leiden tot symptomen die gezondheid èn prestaties negatief beïnvloeden. Vermoeidheid, zwakte, duizeligheid, botbreuken/stressfracturen, spierkrampen en hartritmestoornissen zijn enkele van deze symptomen. Deze symptomen zijn het resultaat van verschillende fysiologische complicaties van eetstoornissen, waaronder verlaagde productie van schildklierhormonen, slechte circulatie, osteoporose, en een verstoring van de elektrolytenbalans (gevolgen voor o.a. functioneren van hart en spiercontracties). Uiteraard is er een groot risico voor de Female Athlete Triad; bestaande uit osteoporose, gestoord eetgedrag en Amenorrhea (uitblijven menstruatie, mogelijk met onvruchtbaarheid tot gevolg). Amenorrhea wordt tevens veroorzaakt door een te laag lichaamsgewicht of vetpercentage, stress, voedingssamenstelling en beweging. Het hoeft dus niet per se om een eetstoornis te gaan. Hormoonbehandeling zonder gewichtstoename lijkt geen effect te hebben op de reversibiliteit voor de overgevoeligheid van osteoporose.
Herkennen en behandeling
Atleten merken de symptomen meestal wel op van een eetstoornis, maar ontkennen vaak uit angst te moeten stoppen met sport of het gedrag te moeten veranderen. In de meeste gevallen kan de atleet echter wel doorgaan met de sport, ook tijdens behandeling. De ACSM heeft het advies gegeven voor alle begeleiders van atleten om zichzelf goed te scholen in de herkenning, de gevolgen en een goed netwerk te vormen van begeleiders en behandelaars. Een eetstoornis is iets anders dan “de atleet met ondergewicht”, de grootste groep atleten met (beginnende) eetstoornisproblematiek wordt door dit gebrek in inzicht juist gemist. Daarnaast is het aan te bevelen dat er een (landelijk/lokaal) preventieplan wordt opgesteld om eetstoornissen te voorkomen, herkennen, behandelen en risico’s te verminderen.
Aanbevelingen en discussie
Daarnaast is het aan te bevelen de omgevingsvariabelen zo te beïnvloeden dat er geen extra triggerende factoren zijn, aangezien het presteren op (sub)topniveau functioneren al een erg wankel evenwicht is. In hoeverre kan de trainer invloed uitoefenen, hoe belangrijk zijn de rolmodellen/ voorbeelden in de (Nederlandse) top en in welke mate heeft media invloed? Voor wie is informatie over het gewicht en de lengte van een topatleet relevant, behalve voor de eetgestoorde (sub)topper die hoopt de aansluiting te halen door het streven naar de BMI van andere topatleten? Is het niet veel interessanter om te zien wát wel te beïnvloeden gezonde methodes zijn om top te bereiken en gezond/ongeblesseerd te blijven en snel te herstellen/adapteren? Het best bewaarde geheim van topsporters lijkt het “plezier/ genieten van de sport” te zijn en een eetstoornis zal hier zelden toe bijdragen.
Er is al enorm veel (wetenschappelijk) onderzoek beschikbaar op het gebied van o.a. de psychologische en fysiologische problematiek en de effecten op sport(prestaties) en herstel. Dit artikel is slechts een aanzet tot verdere verdieping en discussie. Wie is er verantwoordelijk voor signalering en begeleiding? Ouders, atletengroep of trainers en begeleidingsteam?
Marjolein Stegeman
Msc. Physical Activity and Health, (sport)fysiotherapeut, gewichtsconsulent en Atletiektrainster (MILa 4 i.o.)
Bronvermelding
1 Aspects of disordered eating continuum in elite high-intensity sports. – Sundgot-Borgen J, Torstveit MK. – Scand J Med Sci Sports. 2010 Oct;20 Suppl 2:112-21.
2 The psychological factors affecting athletic performance –Resch M. – Orv Hetil. 2010 May 16;151(20):815-21.
3 Structural Equation Modeling of Risk Factors for the Development of Eating Disorder Symptoms in Female Athletes Williamson, D., R.G. Netemeyer, L.P. Jackman, D.A. Anderson, C.L. Funsch, & J.Y. Rabalais. (1 995)., Intemational Joumal of Eating Disorders, 17(4)
4 The young female athlete – Hurvitz & Weiss – Pediatr Endocrinol Rev. 2009 Dec;7(2):123-9.
5 An examination of psychosocial correlates of eating disorders among female collegiate athletes. – Petrie TA, Greenleaf C, Reel JJ, Carter JE. – Department of Psychology, University of North Texas, Denton, TX 76203, USA.
6 Abstract en Congresbespreking “Thin is Going to win” – Sportgericht
http://losseveter.dnsalias.net/eetstoornissen-in-de-atletiek/
Geplaatst in Anorexia, Bulimia, Eetstoornissen algemeen | Reageer »
Het parool, 16/06/09
Het beoefenen van topsport kan eetstoornissen veroorzaken. Het regime van trainen en afvallen maakt sporters kwetsbaarder. Volgens deskundigen wordt de ziekte in de sport nauwelijks gesignaleerd.
De Oostenrijker Bernhard Kohl, de vanwege dopegebruik gestopte wielrenner, vertelde onlangs in zijn periode bij de Rabobank Opleidingsploeg (2004-2005) last te hebben gehad van een eetstoornis. Hij woog nog maar 54 kilo. ”Ik wilde er alles aan doen om echt prof te worden. En ik dacht: hoe lichter ik ben, des te beter kan ik klimmen. Maar het ging zo ver, dat ik op een gegeven moment geen kracht meer had.”
Leontien van Moorsel is de bekendste anorexiapatiënt in de Nederlandse sport. De wielrenster won twee maal de Tour de France (1991, 1992) en het wereldkampioenschap (1991, Stuttgart), maar in die periode daarna openbaarde zich de eetstoornis bij Van Moorsel. ”Volgens mij had ik geen stoornis gekregen als ik geen topsportster was geweest,” zegt de in 2004 gestopte wielrenster. ”Ik wilde namelijk ergens de beste in zijn en dacht dat anorexia-mager daar bij hoorde.”
Van Moorsel overwon de ziekte en vervolgde op verantwoorde wijze haar loopbaan. Ze werd diverse malen olympisch kampioen. ”De overwinning op mijn eetstoornis anorexia betekent méér voor me dan mijn wereldtitel en de winst in de Tour,” zegt Van Moorsel.
”Het is een taboe dat topsporters eetproblemen kunnen hebben,” vertelt Tiny Geerets, psychologe en sportdiëtiste van de Voedings Adviesgroep Utrecht. ”Ik heb het sterke vermoeden dat toptalent verloren gaat door eetstoornissen. Het is belangrijk dat iedereen die is betrokken bij topsport beter wordt geïnformeerd. Zodat zij weten dat eetstoornissen bestáán en hoe je hiermee kunt omgaan.”
De sportkoepel NOC*NSF heeft volgens een woordvoerder op dit moment geen programma dat is toegespitst op het voorkomen of signaleren van eetstoornissen bij topsporters.
Atleten zijn kwetsbaarder in sporten waar een slank uiterlijk (turnen, kunstrijden) of het gewicht een rol (schansspringen) speelt. Ook de mate van competitie en de druk van de omgeving kunnen anorexia veroorzaken.
Een Noors onderzoek (Sundgot-Borgen en Klungland, 2002) wijst een verband aan tussen topsport en eetstoornissen. Ongeveer 1600 sporters hebben een vragenlijst ingevuld. De uitkomsten zijn afgezet tegen een vergelijkbare controlegroep die niet aan topsport doet.
”Uit dit onderzoek zijn wel heel duidelijke, hoge percentages over eetproblemen naar voren gekomen,” zegt Karin de Bruin, docent sportpsychologie aan de VU in Amsterdam. ”We zien dat negen procent van de gewone vrouwen eetstoornissen krijgt, terwijl twintig procent van de vrouwelijke topsporters ermee te maken krijgt. Het verschil is dus meer dan een factor twee. Bij mannen is het verschil nog groter: een half procent van de gewone mannen ontwikkelt een eetstoornis tegen ruim acht procent onder mannelijke topsporters. Dat is een factor zestien.”
Van Moorsel begeleidt meisjes met eetstoornissen. ”Ik verbaas me dan steeds weer over mijn verleden. Terwijl ik zélf ziek was, durfde ik nog in de spiegel te kijken en te denken dat ik er oké uitzag. Intussen weet ik natuurlijk dat het met een verkeerd zelfbeeld heeft te maken.”
Topsporters die sterk vermageren, dof uit de ogen kijken, slecht haar en een slechte huid hebben, kampen naar alle waarschijnlijkheid met een eetstoornis. Van Moorsel: ”Je weet dan dat het helemaal fout zit. Maar topsporters met eetstoornissen weten hoe ze keuringsartsen om de tuin kunnen leiden. Ze gooien vijf liter water naar binnen om op het juiste keuringsgewicht te komen. Wel is hun vetpercentage intussen vijf procent lager dan normaal. Sportbonden zouden moeten letten op méér dan alleen gewicht. Juist ook op het vetpercentage.” (BEATRIJS VAN DER PAS)
Geplaatst in Anorexia, Bulimia, Eetstoornissen algemeen | Reageer »
De Standaard, 18 maart 2010
STEEDS MEER TOPSPORTERS LIJDEN AAN EETSTOORNISSEN.
Vooral gewichtsklassesporten en sporttakken waarin strakke, niets verhullende kledij moet worden gedragen krijgen in toenemende mate met anorexie te maken.
VAN ONZE REDACTRICE
HILDE VAN DEN EYNDE
BRUSSEL
In Nederland luidt sportpsychologe Karin de Bruin de alarmbel. Steeds meer topsporters lijden er aan eetstoornissen, leidde ze af uit een bevraging van enkele honderden topsporters. Haar cijfers zijn ontnuchterend:
‘Een op de vijf topturnsters heeft anorexie of boulimie.’ Vooral in sporten waarin een slank uiterlijk een rol speelt, zijn
atleten kwetsbaar voor magerzucht, zegt De Bruin: ‘Kunstschaatsen, dansen, gymnastiek. Of sporten waarin het uiterlijk
steeds belangrijker wordt gevonden, zoals tennis of beachvolleybal.’
De Bruin, die begin deze maand aan de Vrije Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek promoveerde,
achterhaalde dat ook duursporters vaak op een ongezonde manier met hun lichaamsgewicht bezig zijn: ‘Biathlonners,
triathlonners, wielrenners.’ Ze noemt de Oostenrijkse wielrenner en klimkampioen Bernhard Kohl, die onlangs opbiechtte dat hij in het seizoen 2004-2005 met een eetstoornis kampte. Hij woog nog maar 54 kilo, voor 1 meter 72, vanuit het idee dat hij de bergen gemakkelijker zou opkomen als hij minder gewicht met zich hoefde mee te torsen.
‘Wat minder gewicht kan een sporter inderdaad helpen om snelheid, uithoudingsvermogen en lenigheid te vergaren’, zegt De Bruin. ‘Maar de winst is eindig. Je hebt een minimaal gewicht en een minimaal vetgehalte nodig om zonder blessures te blijven presteren.’ Sportvrouwen lopen meer risico dan sportmannen, blijkt uit De Bruins onderzoek. ‘Van gewone vrouwen krijgt negen procent een eetstoornis, bij vrouwelijke topsporters is dat twintig procent.
Maal twee dus.’ Bij mannen ontwikkelt een half procent van de niet-sporters een eetstoornis, tegen ruim acht procent onder topsporters.
Sporten als roeien, boksen, worstelen en judo houden een bijzonder risico in, zegt De Bruin, door het systeem van gewichtsklassen die een permanente druk op judoka’s leggen. Gella Vandecaveye, meervoudig wereldkampioene en
olympisch medaillewinnares, beschreef in haar autobiografie Gella & Eddy, een halsbrekend duo hoe ze tijdens haar carrière met boulimie worstelde: ‘Ik heb geregeld ’s morgens voor een belangrijke wedstrijd boven de wc-pot gehangen.’ De problemen begonnen bij Vandecaveye toen ze een jaar ‘dubbel’ draaide: bij de juniores zat ze in de klasse van de
-56 kilogram, bij de seniores in de -61 kilogram. ‘Voor het ene tornooi moest ik aftrainen, voor het andere moesten er kilo’s bij. Dat is vragen om miserie.’
Niet kunnen omgaan met prestatiedruk en wedstrijdspanning vergroot de kans op eetproblemen, aldus De Bruin, maar Vandecaveye ervoer de druk voor de weegschaal als groter dan die voor de mat. ‘Het gevecht met mijn gewicht liep als een rode draad door mijn carrière.’
Eetproblemen komen bij sporters veelal te laat aan het licht, ondervond De Bruin. ‘Ze voltrekken zich vaak buiten het zicht van de begeleiding.’ Dat komt omdat een sporter met eetproblemen er niet meteen graatmager uit gaat zien:
zijn spierbundels camoufleren het vetverlies lange tijd. Pas na verloop van tijd verzwakken ook spieren en botten, en kan de sporter kwetsuren gaan oplopen door de uithongering. Zo bezorgde Sven Hannawaldsprincipe ‘weeg minder en vlieg
verder’ Duitsland aanvankelijk titels in het schansspringen, maar leidde het uiteindelijk bijna tot zijn ondergang. Foto’s van een uitgemergelde Hannawald in zwembroek – hij woog nauwelijks nog zestig kilo voor 1,84 meter – lokten in Duitsland een debat uit over de gevaren van anorexie bij schansspringers.
‘Ook in de judowereld had niemand het door’, beaamt Vandecaveye. ‘Je wordt een meester in het verstoppen. Op de luchthaven van Rijsel, in 1997, ben ik gekraakt. Ik had amper geslapen na alweer een nachtelijke vreetpartij.
Ik zei tegen Eddy (Vandecaveyes trainer Eddy Vinckier, red.) dat ik hulp nodig had.’ Om eetproblemen bij aankomend
sporttalent te voorkomen, vindt Karin de Bruin dat sportorganisaties en sportbegeleiders een topsportklimaat
horen te scheppen dat de nadruk legt op plezier en persoonlijke ontwikkeling en niet alleen op gewicht en resultaat.
‘Dat is van cruciaal belang.’ Vandecaveye vindt bovendien dat ouders geen onredelijke druk op hun kinderen mogen leggen. ‘Laat kinderen zich rustig ontwikkelen. Laat de natuur haar gang gaan, maak er geen strijd met de weegschaal van.’
In Vlaanderen is nog geen onderzoek naar eetproblemen bij sporters gevoerd dat zo uitvoerig is als het Nederlandse, zegt Rudy Heylen, sportpsycholoog bij Topsport Vlaanderen. ‘Maar topsportscholen zijn zich van het probleem bewust,
ik heb zelf diverse sportlui met eetstoornissen begeleid.’ Zo’n vaart als in Nederland loopt het in Vlaanderen nog niet,
meent Heylen, die voor de gymnastiekfederatie heeft gewerkt en zich niet herkent in De Bruins cijfers. ‘Een op de vijf turnsters met anorexie? Nee.’ In Vlaanderen moeten topsporters regelmatig bij de keuringsarts langs voor controle van hun gewicht, zegt Heylen. ‘Daarbij wordt ook hun vetgehalte nagegaan, met vetplooimetingen. Dan houd je een eetstoornis niet geheim.’
Toch kan het even duren voor de trainer of de keuringsartseen eetprobleem in de gaten krijg, geeft Heylen aan. ‘De stofwisseling van een hongerende sporter past zich aan en blijft op alle mogelijke manieren vet aanmaken. Er gaat meestal wat tijd overheen voor vetplooimetingen aangeven dat er wat loos is.’ Dwangmatig trainen met het oog
op gewichtsverlies kan door begeleiders ook worden opgevat als een teken van discipline en motivatie,
zegt De Bruin: ‘Topsport vereist trainingsschema’s en eetgewoonten die niet met gewone normen te vergelijken zijn. Dat
maakt het signaleren van eetproblemenextra ingewikkeld.’
De klassieke manier om ondergewicht te meten, door de body mass index te berekenen, voldoet bijvoorbeeld niet bij sporters, zegt ze. Een gespierd topsportlichaam heeft over het algemeen een lager vetpercentage. Daardoor
wegen topsporters relatief zwaarder, zodat ze in vergelijking met gemiddelde mensen eerder aan ondergewicht gaan lijden, als ze afvallen. ‘De Noorse onderzoekster Jorunn Sundgot-Borgen spreekt van “anorexia athletica” zo gauw iemand vijf procent onder zijn normale gewicht komt’, zegt de Bruin, ‘in plaats van vijftien procent onder normaal.
Maar precieze normen voor topsporters ontbreken.’
Geplaatst in Anorexia, Bulimia, Eetstoornissen algemeen | Reageer »
De biologie van honger
We krijgen meestal pas een hongergevoel als onze maag zich samentrekt. Voor veel mensen is dit een signaal om te gaan eten, maar fysiologisch gezien is dit niet de meest elementaire indicatie van honger.
Belangrijker is het suikerpeil (glucose) in je bloed. Het voedsel dat je eet wordt grotendeels omgezet in glucose. Een deel daarvan wordt door de lever omgezet tot vet om te gebruiken indien nodig. Als het glucosepeil laag is, zendt de lever signalen naar de hypothalamus (hersenklier die ons o.a. motiveert om te eten) - meer specifiek naar de laterale hypothalamus – dat het peil zo laag is. De hypothalamus brengt dan alle geschut in stelling om je instincten m.b.t. het vergaren van voedsel en consumptie te stimuleren.
Een ander deel van de hypothalamus (de paraventriculaire hypothalamus) vertelt je meer specifiek aan welk soort voedsel je behoefte hebt, en is vermoedelijk verantwoordelijk voor buien van eetlust die niet op honger zijn gebaseerd.
Het gevoel dat het tijd is om te stoppen met eten wordt verzadiging genoemd. Het eerste signaal daarvan is het gevoel dat maag en darmen uitgezet zijn, je weet wel, dat volle – soms zelfs opgepropte – gevoel dat we allemaal wel eens hebben na een feestelijk diner.
Er is ook een bepaald hormoon (Cholecystokinine) dat vrijkomt als voedsel van de maag naar de darmen begint te schuiven. Dat hormoon geeft de hypothalamus (dit keer de ventromediale hypothalamus) een signaal als het tijd is om te stoppen met eten.
En er is een hormoon – leptine – dat door de vetcellen zelf wordt vrijgegeven dat de eetlust via de hypothalamus verhoogt.
Vermoedelijk ken je wel iemand waarvan je denkt dat die een sneller metabolisme heeft dan jijzelf. Sommige mensen verbranden nu eenmaal heel snel calorieën terwijl anderen ogenschijnlijk dik worden van het kijken naar voedsel. Dit noemt men de set point theorie. Die suggereert dat iedereen een bepaald gewicht heeft waarnaar het lichaam vroeg of laat altijd terugkeert. Dat set point is afhankelijk van je metabolisme of van de snelheid waarmee je calorieën verbrandt. Ieder mens heeft een eigen set point, maar dat kan wel veranderen o.i.v. bepaalde factoren: bv. eetpatroon, het bedrijven van sport.
De psychologie van honger
Honger is natuurlijk niet enkel een fysiek proces. Culturele en zelfs individueel aangeleerde voorkeuren en eetgewoonten spelen ook een rol in dit proces. Sommige mensen eten bijvoorbeeld heel regelmatig en snoepen weinig, terwijl anderen de hele dag door snacks eten. Iedere cultuur heeft een gamma aan voedingswaren die populair, en bepaalde soorten voedsel die niet populair zijn. Veel mensen houden van het gebakken vlees van grote herbivoren (bv. steak); anderen hebben het eerder begrepen op rauwkost of vegetarische voeding….
Onze cultuur en opvoeding zadelt ons ook op met bepaalde opvattingen en gebruiken m.b.t. voedsel en eten in het algemeen, zelfs onze persoonlijke herinneringen kunnen een stempel drukken op ons eetgedrag. Sommige mensen groeien op met de idee dat we nooit voedsel mogen verspillen, bijvoorbeeld, anderen hebben soms een onbedwingbare trek in – wat men noemt – troostvoedsel.”
Eten is een sociaal gebeuren bij mensen. Het geeft iemand het gevoel dat hij/zij er bijhoort en dat hij/zij geliefd is. Men zegt wel eens dat voedsel voor sommig mensen een surrogaat is voor de liefde waarnaar zij verlangen. Sommige voedselsoorten, zoals chocolade en roomijs verminderen naar verluidt ook stress en gevoelens van angst.
Eén van de sterkste leerervaringen die zowel mensen als dieren opdoen wordt smaakaversie genoemd: als we na het eten van iets ziek worden, ontwikkelen we een aversie voor dat voedingsproduct die een leven lang kan aanhouden! Kinderen zeggen dan dat ze allergisch zijn voor dat soort van voedsel.
http://www.troubledteen101.com/articles41.html
Hoe bulimia voorkomen
Volgens de website van Public Broadcasting System’s Perfect Illusions (3), kunnen ouders, leraars, coaches en anderen die met tieners werken welbepaalde stappen ondernemen om bulimia te helpen voorkomen. Zoals:
- Realistische verwachtingen koesteren ten aanzien van de tiener die rekening houden met persoonlijkheid en mogelijkheden .
- Je eigen houding ten aanzien van voeding, lichaamsbeeld, fysieke verschijning en sport kritisch onder de loep nemen en evalueren.
- Vermijd opmerkingen genre: ik kan niet zwemmen, dansen, een bepaald type kleding dragen omwille van mijn uiterlijk of mijn gewicht
- Geef de boodschap mee dat mensen eten als ze fysieke honger voelen.
- Moedig een gevarieerd voedingspatroon aan.
- Help tieners om hun lichaam op prijs te stellen en moedig hen aan om fysieke activiteiten te beoefenen (zonder te overdrijven).
- Gebruik voedsel niet om te belonen of te straffen.
- Bekritiseer je eigen gewicht of je uiterlijk niet in het bijzijn van de kinderen. Vermijd het gebruik van zinnen zoals; ‘ik ben te dik’ of ‘ik moet nodig wat gewicht verliezen’
- Schat je tiener naar waarde, en complimenteer hem/haar regelmatig om wie hij/zij is
Vasthouden aan je herstelplan is geen sinecure. Als de ergste gevaren zijn geweken is er soms niet veel voor nodig om te hervallen in oude, slechte gewoonten En er zijn geen dokters meer in de buurt om je gedrag te corrigeren. Je kan evenwel een aantal voorzorgen nemen om het risico op terugvallen tot een minimum te beperken.
1) bouw een netwerk uit van vrienden, familieleden , die echt om je welzijn en gezondheid geven. Vermijd mensen die je neerhalen, die te veel energie kosten of een negatieve invloed hebben op je eetgedrag..
2) Tracht te achterhalen welke dingen in jou gevoelens wakker maken die de kans op hervallen versterken.: stress, depressie, eenzaamheid, woede…. Als je deze triggers herkent, kan je alternatieve manieren bedenken om er mee om te gaan. Door verkeerd te eten verschuif je immers alleen maar het probleem. Je kan bijvoorbeeld een dagboek bijhouden waarin je vrijuit over je gevoelens schrijft. Maar dat mag geen excuus zijn om je gevoelens voortdurend voor anderen te verbergen – je moet leren om je emoties te uiten. Als je het moeilijk vindt om te praten met vrienden of familieleden, zoek dan steun bij een lotgenotengroep. Misschien vind je wel een lotgenotenforum op het internet, dat kan een belangrijk hulpmiddel zijn als je het moeilijk vindt om met mensen te praten.
3) Stel eventueel een lijstje samen met dingen die je positief vindt aan jezelf en hang dat op een zichtbare plaats. Als negatieve gedachten de kop opsteken, kijk dan naar je lijst en bedenk dan hoe uniek je eigenlijk bent! Verwen jezelf met een lekker bad, een manicure, of een massages Blijf op een gezonde manier actief – maak wandelingen, ga fietsen met de familie, beoefen yoga of tai-chi (die zijn niet alleen goed voor het lichaam, ze zijn ook een probaat middel tegen stress), onderneem iets dat je graag doet.
4) Bouw een regelmatig eetpatroon uit – om te vermijden dat je te veel honger lijdt en een obsessie voor eten ontwikkelt is het raadzaam om telkens om de drie uren iets te eten.. Maaltijden en tussendoortjes kan je best plannen – je moet ook trachten je aan die plannen te houden.! Vermijd een grote gewichtstoename door gezond te eten in plaats van het zoveelste dieet uit te proberen. Blijf uit de buurt van weegschalen- laat je gewicht door de dokter controleren.
Wees niet bang om hulp te vragen als je het moeilijk hebt – je bent niet alleen en je vrienden en familieleden willen niets liever dan dat je terug gezond wordtDo not be afraid to ask for help if you feel you can’t cope – you are not alone and those around you will be glad to be able to support you in any way possible!
| bron: http://EzineArticles.com/?expert=Jamie_Prout |
Article Source: http://EzineArticles.com/6079697
Geplaatst in Anorexia, Binge Eating Disorder, Bulimia, Eetstoornissen algemeen | Reageer »
EEN OVERZICHT
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »
Thursday, September 27, 2007, blog van Dirk Hanson
Bulimia, de eetbuien-braken stoornis is blijkbaar gelinkt aan een abnormale serotonine-regulatie. Bulimia-patiënten proppen zichzelf vol en braken dan alles weer uit- een nefaste cyclus die ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid.
Richard en Judith Wurtman, van het technologisch instituut van Massachusetts identificeerden een subcategorie van bulimialijders die tijdens hun eetbuien uitsluitend voedingswaren eten die rijk zijn aan koolhydraten. Deze mensen hadden een milde vorm van obesitas en waren ernstig depressief. Ze kwamen uit families met een geschiedenis van alcoholmisbruik. Andere onderzoekers toonden aan dat een aanzienlijk aantal bulimiapatiënten ook verslaafd waren aan alcohol of drugs. Wat hier gesuggereerd wordt is dat obesitas (gekenmerkt door de drang naar koolhydraatrijke voeding) en bulimia ook vormen van verslaving zijn. En onregelmatigheden in de neurotransmitters van het beloningssysteem liggen aan de basis van die verslaving .
Als het lichaam van een vrouw de productie van serotonine niet naar behoren reguleert, is zij vermoedelijk vatbaarder voor bulimia. Bulimia lijkt in meerdere opzichten op een verslaving. Een vrouw die purgeert voelt zich kortstondig ‘high’. (Denk er aan dat serotonine een rol speelt bij gladde spierfuncties, zoals braken en de werking van het maagdarm kanaal.)
De impact van bulimia op het beloningscentrum van de hersenen is vrij sterk. Vandaar dat zoveel patiënten hervallen. Walter Kaye en zijn collega’s van de Universiteit van Pittsburgh Medical Center deden aanvullend onderzoek. Zij namen PET scans van voormalige vrouwelijke bulimiapatiënten en vergeleken die met de PET scans van gezonde vrouwen van dezelfde leeftijd. De ex-bulimiapatiënten vertoonden een stijging van de serotonine-bindingen met de 5HT receptoren en onderzoek van Kaye en anderen wezen uit dat veranderingen in het parcours van serotonine na herstel van bulimia dikwijls blijft bestaan. Dit kan leiden tot permanente veranderingen in de chemie van het brein.
De opvatting dat stoornissen in de serotonineregulatie aan de basis ligt van bulimia komt niet uit de lucht gevallen. Eerder onderzoek van vrouwelijke tweelingen bevestigde deze hypothese door aan het licht te brengen dat bulimia ook een kwestie is van genetische aanleg.
http://addiction-dirkh.blogspot.com/2007/09/bulimia-as-food-addiction.html
Geplaatst in Bulimia, Wetenschap | Reageer »
mijn gevecht met verslaving
Ik vind het fascinerend dat er zo veel vrouwen en mannen met hetzelfde probleem kampen als ik. Een verslaving die in de beginfase zo onschuldig lijkt, maar die na verloop van tijd je hele leven overheerst.
Jawel, been there done that, en hoewel het mij veel tijd, tranen, frustraties en vrienden heeft gekost, ben ik er in geslaagd die vreselijke ziekte te overwinnen. Zij vrat mij letterlijk op en stal alles wat mij dierbaar was. Ik ben één van de gelukkigen die aan de klauwen van bulimia wist te ontsnappen.
Het begon allemaal zo onschuldig, en dat is net het verraderlijke aan deze stoornis. Ik vergeet nooit hoe ik mezelf voorhield: ‘tien kilo’s afvallen, en dan stop ik. Zodra ik in een maatje 38 kan, zal ik er onweerstaanbaar uitzien.’ Onzin natuurlijk.
Ik ben altijd dol op eten geweest. Mijn moeder vertelde me zelfs dat ik als kind alles wat ik in handen kreeg in mijn mond stak. Ik groeide op om een top-sportvrouw te worden. Ik bracht het tot zwemkampioen op provinciaal niveau. Ik zag er goed uit en was getalenteerd. Iedereen was er van overtuigd dat ik het ver zou schoppen.
Niemand snapte waarom ik de weg naar de totale zelfvernietiging insloeg. Misschien dacht ik dat het de gemakkelijkste weg was. Waarom zo streng lijnen of sporten als er een veel eenvoudiger manier bestond om op gewicht te blijven. Het leven lachte mij toe, want door na het eten alles weer uit te braken zag ik er een tijd lang schitterend uit.
Ik begon met het overslaan van het middagmaal. Maar niet veel later sjoemelde ik ook met het ontbijt en het avondmaal. Alles wat ik at kwam er nadien op het toilet weer uit, en ik verloor gewicht. Het begon op te vallen en de mensen complimenteerden mij.
Mijn vrienden vroegen zich af hoe ik zo veel kon eten terwijl ik toch slank bleef. Ik hoorde die opmerking tientallen keren per dag. Toen begon het systematisch liegen. Het is gek, maar als je bulimia hebt beschadig je niet alleen je lichaam, maar ook je principes en moreel bewustzijn.
Ik loog over alles. Om de vragen van mensen over mijn drastisch gewichtsverlies te ontwijken, vertelde ik hen: ‘ik heb mijn eetgewoonten veranderd. Ik sport regelmatig en ik wist zelfs niet dat ik afviel.’ Liegen werd mijn tweede natuur. Excuses bedenken om naar het toilet te gaan werd zo’n stresserende bezigheid dat ik niet meer van mijn maaltijd kon genieten. Ik vroeg me voortdurend af wat ik zou gaan zeggen: ‘ik moet mijn handen wassen, ik moet plassen, een tampon inbrengen, enz.’
Mijn persoonlijkheid veranderde. Ik was niet langer het middelpunt van de belangstelling, de gangmaker van het feest. Ik was een nerveus wrak dat niet kon stilzitten. Ik had voortdurend angst.
Ik wist niet hoe ik me kon ontspannen. Ik was altijd gespannen, en op een nacht kreeg ik een paniekaanval die mij helemaal van mijn stuk bracht. Ik was bang. Ik besefte dat ik mijn gedrag niet meer onder controle had. Mijn maag deed voortdurend pijn, en in het midden van de nacht werd ik soms badend in het zweet wakker. Hoe was het zo ver kunnen komen. Ik was een mooie, gelukkige, populaire jonge vrouw geweest die echt van het leven hield. Wie of wat had mij veranderd in die angstige, liegende helleveeg die altijd wel een excuus vond om ruzie te maken met familieleden of partner. Toen ik weer eens zo’n hevige paniekaanval kreeg besloot ik dat het tijd werd om iets te ondernemen.
Ik probeerde het roer om te gooien, maar ik wist niet hoe. Hoe moest ik eten zonder al te veel te verdikken. Ik was al vier jaar aan het knoeien met mijn eten, en mijn metabolisme was helemaal verstoord. Ik weet nog hoe ik in de spiegel keek en mijn tanden zag die afgebrokkeld en vergeeld waren van het braken. Ik voelde me schuldig en beschaamd. Wat was er met mijn mooie lach gebeurd. Dit moest stoppen. Maar HOE?
Ik was te beschaamd om mijn eetprobleem met mijn vrienden te bespreken. Sommigen waren er vanzelf achter gekomen. Ik leerde in die tijd mijn echte vrienden kennen. Een goeie vriend die ik in vertrouwen nam vertelde het nieuws door aan iedereen die me kende. Sommige mensen ontweken me, en mijn reputatie was om zeep. Dat was een harde dobber om te verwerken.
Mijn ouders hadden me dikwijls gevraagd of ik een eetprobleem had, maar ik wist hen er telkens weer van te overtuigen dat alles okee was.
By that stage of a bulimics cycle, losing anymore weight is almost impossible, due to the amount of purging ,as your body quickly tries to absorb what it can before it has to once again be removed.
Ik herinner me dat ik tijdens de vakanties de hele dag purgeerde als ik gegeten had. Ik vroeg me af wat ik allemaal zou kunnen doen als ik niet met die verslaving opgescheept zat. Ik verdeed zoveel tijd in de badkamer, met het leegmaken van mijn maag. Als het braken niet lukte leidde dat tot angst en paniek. Zodra ik tevreden was, begon de hele cyclus opnieuw. Ik zocht in de keuken meteen iets anders om binnen te schrokken.
Op een dag pleegde mijn nichtje zelfmoord. De reden daarvoor was vermoedelijk haar jarenlange strijd met bulimia.
Toen wist ik dat ik moest blijven vechten. Hoewel bulimia voor mij niet zozeer een ziekte als wel een levensstijl was, wilde ik veranderen. Dit was niet zomaar een spelletje, dit was een keuze voor leven of dood. Ik koos voor het leven, ik moest wel, en het kon me niet meer schelen dat ik wat aankwam in gewicht. Ik wilde mijn leven terug. Ik wilde terug die spontane, open, levenslustige persoon worden die ik vroeger was geweest en daar had ik alles voor over.
De volgende dag begon ik met een programma ‘gezond eten’ en hoewel de drang om te braken sterk was, ademde ik eens diep in en telde dan tot 100. Dat hielp. Na twintig dagen zonder verslaving voelde ik me beter dan ooit. Ik kreeg weer zin in het leven. Maar de dag nadien ging het fout. Ik wilde mijn eten uitbraken, de allerlaatste keer beloofde ik mezelf.
Ik ging naar de badkamer, want die ongelooflijke drang had mij in zijn greep. Toen het voorbij was voelde ik me verslagen en mislukt. ‘Never again’, nam ik mezelf voor. En ik hoopte dat ik dat voornemen zou kunnen waarmaken.
Deze strijd duurde anderhalf jaar. Het was een proces van vallen en opstaan. Ik had momenten van zwakte. Dan zei ik: ‘morgen begin ik opnieuw, maar wacht, morgen is het zaterdag, dus begin ik op maandag. Het gevecht was nooit echt voorbij, het werd hooguit uitgesteld. Het ‘nog één keer’ excuus was hetzelfde als dat van een junkie, want ongeacht wie je bent of hoe sterk je bent, er bestaat niet zoiets als ‘nog een laatste keer’.
Vandaag mag ik zeggen dat ik zo goed als genezen ben. Soms wil de bulimia nog wel eens de kop opsteken, maar uiterst zelden en ik durf zeggen dat ik best wel in mijn nopjes ben met mezelf. Ik heb mezelf leren accepteren zoals ik ben. En dat voelt goed.
Ik heb nu een beter inzicht in de complexiteit van bulimia, de wreedheid van deze ziekte, de klauwen die gaten slaan in je ziel. Het is een gevecht dat je met hart en ziel moet voeren. Het vergt geduld en een rotsvast vertrouwen in jezelf. Zeggen zoals Obama ‘yes, you can’.
Aan de mensen die aan bulimia lijden wil ik dit nog kwijt: ‘het is het niet waard, rottende tanden, een scheur in de slokdarm, beschadigde lever, depressie, schaamte, schuld, angst, uitputting, vermoeidheid, en niet te vergeten de kans op overlijden.
Het genot van al die marsrepen verzinkt erbij in het niet. Ga de strijd aan, je moet alleen beseffen dat het tijd zal kosten. Maar als je er eindelijk aan begint, zal je vlug merken dat het gras echt wel groener is aan de overkant. Het is alleen een kwestie van daar te geraken. Maar er zijn altijd mensen in de buurt die je daarbij graag willen helpen. En dat maakt de reis heel wat aangenamer.
Veel succes
Geplaatst in Bulimia, Succesverhalen | 2 Commentaar »
Dare to bare
Her nude tableaux vivants have delighted her celebrity fans – and enraged her critics. She’s hailed as a feminist by some, while others have accused her of exploitation. But, then, Vanessa Beecroft has always thrived on contradictions. Here, the conceptual artist talks to Nick Johnstone about food, fashion and family
- The Observer, Sunday 13 March 2005
- Article history
Shortly before taking the Long Island Rail Road out to spend the day with Italian conceptual artist Vanessa Beecroft, I eat a huge American-style breakfast at the Empire Diner in Chelsea – two fried eggs, potato chips, English muffin, two slices of toast – and end up with stomach ache. This over-fuelling stems from the knowledge that Beecroft, now 35, has struggled to control an obsession with food since the age of 12. Bearing this in mind, it’s unlikely she’ll be offering me anything to eat. My hunch proves correct. When I arrive at the scenic, coastal home that Beecroft shares with her husband Greg Durkin, 28, a social researcher, and their two sons (Dean, three, and Virgil, seven months) her British assistant, Ian Davis, mutters knowingly: ‘I hope you had breakfast today.’
Everything in Vanessa Beecroft’s life revolves around food. She and her husband bought their rural retreat in Cold Spring Harbor, Long Island, partly because it would cut Beecroft’s access to the 24-hour convenience stores available on every street corner in New York City – too much of a temptation when the craving for a binge comes on. They also bought it because it had an indoor swimming pool.
Beecroft suffers from what psychiatrists call ‘exercise bulimia’, a compulsive need to burn off unwanted calories using excessive exercise. For Beecroft, swimming was, until recently, an intoxicating drug. When she was pregnant with Dean, she insisted – despite the protests of her husband and his mother, Sheril Durkin, a registered dietician – on swimming 100 laps a day to ensure her weight gain was kept to the minimum. Today, she no longer swims, instead practising ashtanga yoga (‘power yoga’) seven days a week. Without it, she says she would ‘go crazy’. In her teens, she tried unsuccessfully to vomit food she wished she hadn’t eaten – all that saved her from rampant bulimia was her body’s refusal to play ball. The spectre of anorexia haunted her teens and twenties, too, when she smoked to keep her weight down, attempted crash-dieting with amphetamines, undertook damaging fasts, exercised beyond any sensible limits of endurance, and kept a diary – The Book of Food – detailing every single morsel that passed her lips between 1983 and 1993 (for example, if she ate an orange, she’d note the date, time and how it made her feel). Even now, a decade after she stopped keeping the food diary, there are still days when she longs to note what she eats, such was the power of this coping mechanism.
Beecroft announced herself boldly to the art world in 1993, when she showed The Book of Food. After a professor at the Accademia di Belle Arti di Brera Scenografia in Milan, where she studied from 1988 to 1993, invited her to participate in a group show at the city’s Inga-Pin gallery, she adapted what remained of The Book of Food (the first four years of entries were lost by a friend hired to type them up) into a white cube-shaped book. The book, placed in the centre of an empty gallery, was supplemented by a ‘live sculpture’ or ‘live painting’ of 30 girls, consisting of fellow Brera students or girls found on the streets of Milan, who were instructed to move around the space, aloof, numb, dressed in Beecroft’s own clothes – mostly red or yellow (two of Beecroft’s favourite colours). Many of the girls, chosen for their uncanny resemblance to Beecroft, were themselves struggling with eating disorders. On the walls, drawings and watercolours of girls wrestling with eating disorders, primitive brightly coloured stick figures (sometimes just an arm or a torso or hair or a leg) reminiscent of sketches by Tracey Emin (all chronologically titled VBDW01, VBDW02, VBDW03, the acronym standing for ‘Vanessa Beecroft Drawings and Watercolours’).
This first ‘performance’ set the blueprint for Beecroft’s future as a conceptual artist. Since then, she has staged a further 53 performances around the world (all titled VB01, VB02, VB25, VB45, etc), each more elaborate than its predecessor.
Earlier performances tended to feature a handful of girls wearing high heels (Beecroft calls heels ‘pedestals’), cheap costumes and wardrobe, allusions to European cinema (films by Fassbinder, Godard, Visconti) and classical painting (Rembrandt, Holbein, della Francesca), and red, yellow or platinum wigs. As budgets grew in proportion to her reputation, she started using professional models, strikingly presented by make-up artists such as Pat McGrath, and wearing clothes and accessories loaned or specially created by fashion designers such as Miuccia Prada, Tom Ford, Helmut Lang, Dolce & Gabbana, and Manolo Blahnik, all eager to associate themselves with Beecroft’s complex vision (even if Beecroft’s assistant tells me ‘The fashion in Vanessa’s work is a red herring’ and Beecroft herself says, ‘I don’t follow fashion’).
Many of these mutually beneficial artist/designer collaborations (Beecroft gets kudos from the fashion press, the designers get intellectual cachet from the art press) are brokered by Beecroft’s long-term friend/mentor Franca Sozzani, the influential editor of Vogue Italia, who sees a very clear role for fashion in Beecroft’s work.
‘Fashion is important in her performances because she subdues it to her will,’ Sozzani tells me. ‘It’s not important as a logo, trend or status symbol: fashion items are used to underline the woman’s body and to express the concept behind her performances.’ The ‘girls’ (Beecroft’s term for the models) have also become increasingly stripped, to the extent where most performances since VB23 have featured partial or full nudity. These beautiful and disturbing tableaux vivants, which are always staged twice (once for the public, once for photographing and filming: Beecroft’s network of dealers trade in limited-edition photographs and DVD/video films of each performance) have confounded critics eager for easy categorisation, been pronounced ‘dope’ by celebrity fans such as Leonardo DiCaprio, been slated as vapid art/fashion fusion catwalk shows, and enraged older generations of feminists while thrilling the younger. As Maria Elena Buszek, an art historian at the Kansas City Art Institute, explains: ‘Beecroft is the veritable poster-girl for our current, third wave of feminist art history. There’s an ambivalence in her work that is present in the work of many of her contemporaries, which is the result of a culture that has both internalised feminist goals more than any generation that preceded it, and chafes against what it perceives as feminism’s restraints.’
On 8 April, at the Neue National galerie in Berlin, she will stage her biggest performance to date, VB55, featuring 100 girls. The resulting three prints and solitary DVD are expected to set a new record for sales of Vanessa Beecroft’s art.
Arriving at Beecroft’s house, my taxi driver clocks the silver BMW in the garage, the indoor swimming pool and the sprawling countryside surrounding the house, shakes his head and says, ‘Damn, these motherfuckers got it all.’ At the door, I’m greeted by one of two full-time nannies, a smiley Virgil in her arms.
In the living room, I find Beecroft sitting on a white-leather couch, talking with her assistant. As she introduces herself in a lilting Italian accent, I note her healthy weight, the toned, muscular ashtanga arms, her big eyes – at once little-girl vulnerable and tomboyishly tough.
It transpires that, in a moment, she is heading outside to pose naked for the photographer and his assistant, the four inches of snow that fell overnight making for a beautiful backdrop. ‘I’m letting society take revenge,’ she says, alluding to critics who hone in on her willingness to put naked women on display, while never – with one or two exceptions – appearing in the performances herself.
She tells me she hates being photographed. ‘When I am photographed, in my face and in my eyes there is too much heaviness. I look at a camera and all the heaviness comes. But the girls, they’re pure.’ The girls (with the notable exception of VB39 and VB41, both of which featured male members of the US Navy as ‘models’, her performances always consist of female models) are self-portraits according to Beecroft, diary entries translated to a safely distant, removed canvas of space and anonymous flesh. She assigns the girls – who vary in look from heavy to plain to model-beautiful to tattooed to pierced to unhealthily thin – her shame, her self-disgust, her anxieties. She turns the girls, some of whom have been diagnosed with eating disorders, into a reflection of her own ugly emotional panorama.
Art magazine Parkett has also noted that there’s a ‘cruel classicism’ to her aesthetic: she makes the girls stand for up to three hours in uncomfortable high heels, sometimes several sizes too small; she has had the models’ pubic hair shaved to make their public violation more complete; and she gives them strict rules (don’t talk, don’t move, don’t make eye contact with the audience). It’s no wonder that Fassbinder, a master of cruelty and control, is one of her favourite film directors (Fassbinder actresses Irm Hermann and Hanna Schygulla were cast as ‘characters’ for VB51 in Germany).
After 54 performances, many remain unsure what to make of Beecroft’s work. Some see the fashion element as superficial, some see the naked Helmut Newton-esque images of these women as little more than ‘hooters for intellectuals’ (as one review famously dubbed her work). Some say she’s demeaning women, parading them like hunks of meat, in the process creating a male wet dream, while others say she’s reclaiming sexualised images of women from the pages of Penthouse and recontextualising them as symbols of feminist empowerment.
Laura Piccinini, a journalist for Italian women’s monthly Amica, told me that Beecroft’s eating disorders, her obsession with fashion, her deliberately provocative use of nudity, make her a perfect tabloid-friendly artist for our confessional, celebrity-gossip and reality-TV-obsessed times. Beecroft’s art is one of exposure.
‘I had a difficult childhood,’ says Beecroft, still shivering from the photo shoot, as she warms her hands on a mug of Yogi Tea. We’re sitting at the dining table, a whole shelf of Helmut Newton books behind her (when Newton photographed her wearing a leather bikini for Vogue, he screamed at her: ‘I am the father of your performances!’). She was born in Genoa, Italy, on 25 April 1969, to a British father, Andrew (a teacher, then classic-car dealer, today retired and living in Beckenham with his second wife and their two children), and an Italian mother, Maria Luisa (a classics teacher, also retired, who lives alone in Rapallo). Her parents chose the name Vanessa after seeing Vanessa Redgrave in Antonioni’s Blow-Up while Maria Luisa was pregnant.
Straight after Vanessa was born, the Beecrofts moved to Holland Park, west London. When she was three, her parents separated (Beecroft would not see her father again until she was 15) and her younger brother (currently training to be a judge in Italy) was sent to live with Maria Luisa’s parents in Genoa. (‘As of today, I still ask my mother why and she says she couldn’t take care of two children,’ Beecroft says.)
Vanessa and her mother moved to a tiny village, Malcesine, on the slopes of Lake Garda. There, her mother taught at a local school and kept an austere house which included a strict macrobiotic diet. Running an atheist, manless home, working full-time and subscribing to far-left political ideals hardly endeared Maria Luisa to her fiercely Catholic, family-centric neighbours.
They called the Beecrofts ‘the foreigners’, treating them with suspicion. Today, Beecroft is proud of her mother, though, calling her a ‘progressive feminist’.
‘It was a very strange and primitive state of living,’ she explains. ‘No phone, no TV, no car, no meat. My mother was against modern society. She was angry about everything – men, the Pope, religion, meat. But she was not a hippy at all because she was a well raised Italian woman.’
Her earliest memories are of running through fields with boys and drawing pictures of her dolls. When she was 11, her mother moved them to Santa Margherita, a seaside town just along the Ligurian coast from Portofino, so Vanessa could re-establish contact with her brother (their father was in London and she wouldn’t see him again until she was 16, when he dismissed her from his doorstep for being ‘too intense’).
‘People were more spoiled,’ she says. ‘When we arrived, I was wearing wooden shoes and they laughed at me. That was difficult. But at school, I was good at drawing. I saw a way of escaping in art, so I decided to focus on studying.’
Her problems with food started with puberty. ‘When I was 12, I started to become a woman and my body began to change. I was devastated because I couldn’t be a boy any more. I lost my boyish look. When I started to become something else, I didn’t know how to keep it together. It was really painful – the more you eat, the more like a woman you become. That’s when my obsession with food started. I felt very alone, but now I see that every woman in my family has an eating disorder.’ At 14, she went to art school in Genoa. In her spare time, she read Vogue (her mother wouldn’t let her read it at home), visited galleries across Italy with her mother and spent weekends with her best friends – three aristocratic, anorexic sisters. She also started The Book of Food. ‘The anxiety of having eaten something and having it inside and not knowing how big and how much… I thought, “I’m going to write it down and look at it and see if it’s really so much. And one day, I might give it to a doctor so they will analyse if it’s OK.” But then it became an obsession and I wrote down everything I ate. I would go all day thinking, “I ate an apple at 12 o’clock, I must write it down, I mustn’t forget.”‘
Alongside food entries, she added comments like: ‘I am a pig’, ‘Slut’, ‘Terrible anxiety’, ‘Dogged bulimia’, ‘I’m bursting’, ‘Apathy fear fatigue’, ‘Trying to vomit’, ‘Monster’. As The Book of Food attests, things got worse. One day, in a fit of despair, she ate a whole bag of walnuts, shells and all, and had to be rushed into hospital and treated for peritonitis. ‘The doctor said, “What are you eating?”,’ Beecroft says, with a sigh. ‘I told him I was eating walnuts, the whole thing, with the shell. I was smashing them with a hammer and swallowing the whole thing. I thought it would be purifying.’ The doctor referred her to a psychiatrist. ‘He was a Red Brigade,’ Beecroft recalls, laughing. ‘I loved seeing him. But I had to leave because we couldn’t afford it. Instead I started to smoke cigarettes so I would become skinny.’
When she was 18, she enrolled at Genoa’s Accademia Ligustica di Belle Arti Pittura, where, to Beecroft’s frustration, she was unable to make herself throw up, unlike some girls there. ‘Every other girl could and I couldn’t. I would try in the bathroom with my head in the toilet for two hours and eventually I’d start bleeding because I was hurting myself and I got scared. My best friend there used to be obese, and then she looked like a model because she smoked cigarettes all day and threw up, and I was so jealous.’ Unhappy, she transferred to the Brera Academy in Milan, supporting herself by working as a live-in au pair. Accepting that she couldn’t throw up her food, she started excessively exercising when the family was out (‘I would stay in my room and jump by myself and write down: 30 minutes jumping, 50 minutes jumping, in The Book of Food’) and began colour-coding her diet (a trick usually used by bulimics so they can identify specific foods when they vomit that Beecroft re-appropriated in a bid to turn herself into one of her own sickly stick drawings).
‘I thought that if I eat green, I will become green. So, for a long time, I ate only green food. And then orange food. And I was looking to my skin to become more green if I ate spinach, or orange if I ate carrots. I was trying to colour myself like in my drawings. I wanted my skin to be transparent, and the colours underneath orange and green and red.’ When she showed The Book of Food at Inga-Pin Gallery, she closed the diary: ‘The day I decided to use The Book of Food as art was the day I stopped.’
Instead, now able to afford gym membership, she binged on exercise – mostly aerobics and swimming. The exercise brought relief and offered an antidote to her problems. ‘Instead of this food,’ she explains, ‘instead of vomiting or doing what these other girls were doing, if I exercised, life was still worth living. I could go back to real life. Because as soon as food would come in, I would start to feel guilty, that I didn’t deserve to eat. Why should I eat? What should I eat? And the only way to deal with this was to exercise.’
Beecroft’s big break, the one that catapulted her on to an international platform, came in 1995, when influential New York art dealer Jeffrey Deitch saw a photograph from VB09 in an art magazine. ‘I saw a tiny image of her work which was presented at a gallery in Germany,’ says Deitch. ‘The image was just so arresting, because it was a new kind of reality that she had developed. It was not a painting or a sculpture, it was not a normal photograph, it was not just people sitting there in real life. It was something in between. It was like nothing I had ever seen before.’
Intrigued, he invited Beecroft to stage a performance in January 1996 to open his new second gallery, Deitch Projects. The result confirmed in Deitch’s mind that here was an entirely new artist at work.
‘Her work comes out very much from the tradition of Italian painting and sculpture – Italian Mannerist painting, Baroque painting, sculptors like Canova – and the tradition of performance art: Duchamp, Yves Klein, Gilbert and George. The foundations are classical Italian tradition and the tradition of radical performance art and live art. And then she’s also very much involved in something more contemporary, this world of reality TV and fashion shows. There’s an awareness of contemporary culture that’s in the mix as well.’
He became her dealer and Beecroft moved from Milan to Williamsburg, Brooklyn. Nine years later, Deitch has made a very tidy sum from selling Beecroft’s work to ‘collectors of great works of pop, minimal and conceptual art’, and sees her as spearheading a new wave of women’s art.
‘Vanessa’s a new kind of woman artist,’ he explains. ‘Without question Vanessa is a feminist, but she’s a very contemporary kind of feminist. There’s a new group of women artists and Vanessa’s in the vanguard, and I would also add Cecily Brown and Pipilotti Rist, where the women are using sexual imagery from a very powerful, very feminine point of view, and it’s a kind of powerful sexual imagery that can even intimidate the male. If one is present at a Vanessa Beecroft performance, they are not erotic. You feel the power of the women’s presence. It is an intimidating image.’
After marrying Greg Durkin in Portofino in September 2000 (the wedding was turned into a special project entitled VBGD – the couple’s initials), Beecroft spent most of 2001 pregnant.
‘I’m on Zoloft [an antidepressant], the only drug you can take when you nurse, a very little dosage, very small,’ she explains, rubbing her heavily tattooed arms. ‘It makes you numb, I kind of like it actually. But when I am not, oh my God. I stopped when I got pregnant with Dean and I got crazy again – the police arrived one night because I was breaking the car.’
This wasn’t the only time her husband Greg called the police during this era. The second time was in autumn 2001 when the couple got into another ferocious fight, at a hotel in Los Angeles. Beecroft was handcuffed by LAPD officers and only released when she calmed down. Once she had given birth to Dean, her psychiatrist put her back on Zoloft.
‘I take it to keep the family in peace,’ she whispers, as if telling me a secret.
‘I have to become numb or otherwise I become too much. I was raised by my mother throwing plates everywhere – tomatoes, plates – and everything was destroyed and then she’d cry a little bit and then it would stop. I thought it was normal to destroy the house. So I take Zoloft for the children, but also to survive. I am so high maintenance!’
We are interrupted by Dean, who joins us, doe-eyed, wanting to blow out the candle flickering on the table between us. It’s getting dark. I tell her I should get going. ‘Do you have anything to eat on the train?’ she wants to know. When I say no, she hurries to the kitchen and starts to make me a picnic. On the train, heading back to Manhattan, hungry, I open the plastic bag and find inside two apples, two sachets of Yogi Tea, peanuts, each carefully, individually wrapped.
As I bite into a green apple, I try to make sense of all the contradictions surrounding Beecroft: she’s a doting mother with a nine-to-five husband who calls herself a feminist; she considers her performances self-portraits but rarely appears in them herself; she is supported by powerful fashion figures yet claims not to follow fashion; she’s plagued by eating disorders but doesn’t care to label herself bulimic or anorexic; she’s obsessed with control yet surrounded by powerful people; she’s very much an artist of the moment but isn’t interested in any contemporary art after the abstract expressionists; she’s happy to put naked women on public display but finds being photographed herself agonising.
Her work is no less contradictory and that’s why she is so successful, so on the pulse. It’s the perfect product of a time when we claim to despise reality TV but secretly watch it; fear globalisation but cherish that Starbucks latte; see the vapidity of fashion but save up for a Prada jacket; bemoan our celebrity-fixated culture while tuning in to see that exclusive Madonna interview. As a culture right now, we’re a mass of contradictions and, like all great art, Vanessa Beecroft’s performances beam that uncomfortable truth right back at us.
· Vanessa Beecroft’s VB55 will be staged at the Neue Nationalgalerie in Berlin on 8 April
Judith Shaw’s sculpture is constructed of naked materials — empty boxes, paper cups, plastic utensils, rubber bands, and tape measures. She gives each work a title such as “Next to Nothing,” “Missing Piece” and “Hunger Pain.” Only recently has she used “Well-Rounded.”
That’s because, when Shaw started making these pieces five years ago, hunger was her whole world. She was a 53-year-old woman battling acute anorexia. Today she’s a thriving artist.
Shaw’s transformation began in 2005 when her yoga teacher told her, “There’s nothing left of you. You’re the only one who can decide to change that.” Shaw had just separated from her husband of 33 years. She had two grown sons. An obsessively “healthy” eater and over-exerciser, she’d developed anemia, low bone density and fractures of the elbow and pubic bone. She was frail and malnourished, and yet, because anorexia is most common in teenagers and young women, no one, not even Shaw’s doctor, had identified her eating disorder until her yoga teacher spoke up.
“She said it so compassionately, yet also truthfully,” Shaw recalls. “That night I said to myself, ‘I’m anorexic.’”
How to Save a Life
She began researching treatment options and entered McCallum Place, a residential eating disorders program in St. Louis. Most patients were teenagers or twentysomethings. “Luckily, I had my own room!”
She laughs now and credits the program with saving her life. But adjustment wasn’t easy. Before raising her sons, she had been a senior vice president of a Madison Avenue PR agency in New York City, and after they were grown she worked as a pediatric medical assistant. Now she was living in a dorm with patients younger than her children. They played loud music and watched television incessantly. Many of them resisted treatment and denied they were sick.
Shaw was wise enough to realize it wasn’t her job to fix anybody else. “I thought, ‘I just need to focus on myself and my own healing.’ The biggest relief came with knowing that I had to eat. I was so hungry!”
But eating was only part of the recovery process. Shaw’s emptiness was more than physical, as she discovered when her therapist asked her to list the major life events that might have contributed to her eating disorder. At first she balked at the assignment. How could a list of words and dates explain an experience that was all about feeling? Instead, she made a life-size paper silhouette of her body and labeled it “Running on Empty.”
That paper cut-out spoke for her. It told everyone who saw it how flat and blank her illness made her feel, how it reduced her whole being to two dimensions. She marveled at the eloquence of a simple sheet of paper and began to experiment with other materials. By molding her lower body with plastic wrap, she found she could sculpt the invisibility she felt. By lining a cardboard box with empty black-and-white takeout containers, she could symbolize the black-and-white thinking about food that had ruled her life for years. By arranging a group of cylinders, she visualized the impact of her eating disorder on relationships within her family.
Sharing Her Art
The treatment center invited Shaw to exhibit her sculpture during a reunion of former patients and their families. The response was overwhelming. People with eating disorders often grow frustrated by the inability of others to grasp the sense of emotional and mental bondage that traps them in these illnesses. Shaw had found a powerful way to translate the experience of eating disorders into images that anyone could appreciate.
At the same time, Shaw’s art was giving her a passionate and precise voice that she’d never had before. Through her “body of work,” she was reflecting on past events, relationships, and emotions and finding new meaning in and between them. Her sculpture had become a vital key to her recovery. After two and a half months, she left McCallum Place determined to develop her new life as an artist.
She had several solo shows in art venues, which led to an interest in exhibiting the work in medical schools. “Other than specialists in the field,” she says, “too few doctors have any idea what goes on in the mind of someone with an eating disorder. This is a fundamental barrier to early diagnosis and effective treatment.”
Last year during National Eating Disorders Awareness Week, Shaw arranged for her “Body of Work: The Art of Eating Disorder Recovery” to be exhibited at the School of Medicine at Washington University in St. Louis in conjunction with a panel discussion of eating disorder professionals.
Catherine Butler, an MD candidate at the school and coordinator of the Mental Health Outreach Program, confirmed Shaw’s suspicion that her sculptures could be powerful learning tools for doctors and future doctors. “The art draws on a personal and emotional understanding that we don’t get in the classroom,” Butler says.
Other medical professionals agreed. This March, Shaw will be showing her work at Columbia University Medical Center.
A New Beginning
Since leaving McCallum Place five years ago, Shaw has maintained a healthy weight. She says each pound gained represents tons of health and happiness. Today, she has a large, airy studio in a loft building in St. Louis’ Central West End. Her range of materials has expanded to include light bulbs, woven fibers and filled fabric. Oh, and now she’s the one teaching yoga.
“I am investigating being recovered,” Shaw says, “versus in recovery. The process is exhilarating
R Berghmans
Casus 38: Anorexia nervosa: behandeling onder dwang?
“Eens zag de ziel vol verachting neer op het lichaam: en deze verachting was toen het hoogste: – ze wenste zich het lichaam mager, afzichtelijk en uitgehongerd. Zo dacht ze te ontglippen aan lichaam en aarde.” (Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra)
Inleiding
Eetstoornissen zijn om verschillende redenen bijzonder (Giordano 2005). In de eerste plaats omdat een eetstoornis als het ware door de betrokkene zelf gekozen wordt. Deze wil hongeren om slank te blijven, zoals in het geval van anorexia nervosa. Anne wil persé afvallen. Maar het is bedrieglijk om daaruit af te leiden dat het hongeren daarmee een eigen vrije keuze van haar is.
Daarbij komt dat mensen met een eetstoornis doorgaans jong en intelligent zijn. Ze klagen zelf niet over hun eetgewoonten. Tegelijkertijd is het eetgedrag zelfdestructief en potentieel dodelijk. Het kan moeilijk een gezonde leefstijl worden genoemd. De risico’s voor de gezondheid zijn groot en de mortaliteit is een van de hoogste onder psychische stoornissen. Een ander aspect is dat de gezondheidsrisico’s die verbonden zijn aan anorexia nervosa doorgaans eenvoudig te bestrijden zijn: de patiënt moet kiezen voor een gezond voedingspatroon.
Een vertekend lichaamsbeeld, lage zelfwaardering en extreem perfectionisme zijn kenmerkend voor patiënten die lijden aan anorexia nervosa. Daarmee is tegelijk gezegd dat het hongeren dat kenmerkend is voor de anorexia nervosa patiënt geen variatie van normaal gedrag is, maar dat dit tot het domein van de psychopathologie behoort. Eetstoornissen zijn psychische stoornissen. Anorexia nervosa is een gevaarlijke ziekte met een relatief hoge mortaliteit door ondervoeding of suïcide.
Dilemma’s
Patiënten met eetstoornissen confronteren de hulpverlening soms met complexe dilemma’s inzake de toepassing van drang en dwang (Draper 2000, Tan 2003, Giordano 2005). De casus van de minderjarige Anne is hiervan een pregnante illustratie.
Als patiënten met anorexia nervosa een behandeling van de hand wijzen, dan is allereerst de inzet om de patiënt van de noodzaak of wenselijkheid van behandeling te overtuigen. Overreding en overtuigingskracht komen dan in de plaats van een meer neutrale, op informatieverstrekking georiënteerde hulpverlener-patiënt relatie. Uiteraard is hier sprake van een glijdende schaal, waarbij de mate van vrijwilligheid van de kant van de patiënt schuift. Geïnformeerde toestemming voor behandeling is een dynamisch proces dat via overtuigen en overreden over kan gaan in de toepassing van drang en zelfs dwang (Berghmans e.a. 2001).
De wil van Anne
Je kunt Anne zeker niet verwijten dat ze een zwakke of onduidelijke wil heeft. Integendeel. Haar wilskracht is juist de belangrijkste blokkade in deze casus en kan een goed zicht op de aard van het morele probleem zelfs ernstig vertroebelen. “Anne weet toch heel goed wat ze wil?” “Wie zijn wij om het beter te weten?” “En waar halen wij het recht vandaan om voor haar te beslissen?”
De wil van Anne – en de mate van uitdrukkelijkheid ervan – mag niet gelijk worden gesteld aan een autonome wilsuiting. Anne wenst uitdrukkelijk en ondubbelzinnig geen sondevoeding te krijgen. Maar is dit wel een wens die moet worden gerespecteerd, met alle mogelijke desastreuze gevolgen van dien? Waar komt deze zo uitdrukkelijke en hardnekkige weerstand van Anne eigenlijk vandaan? Is het niet juist zo dat er alles aan moet worden gedaan om Anne van haar destructieve wensen af te brengen, desnoods onder toepassing van dwang?
Behandeling onder dwang
Als de vraag aan de orde is of een behandeling tegen de wil van de patiënt gerechtvaardigd is, dan moet de hulpverlener zichzelf een aantal nadere vragen stellen (Berghmans e.a. 2001). Welk doel willen we met behandeling nastreven? Welke middelen staan ons ter beschikking om dit doel te bereiken? Hoe effectief zijn die middelen? En ten slotte de vraag naar de ethische rechtvaardiging.
Het doel
Met ingrijpen kunnen verschillende doeleinden worden nagestreefd en het is zaak hierover duidelijk te zijn. In de geestelijke gezondheidszorg is het gebruikelijk een onderscheid te maken tussen de inzet van middelen ter beveiliging en ter behandeling. Het besluit van de behandelaar van Anne om haar onder dwang te gaan voeden is een zogenaamde ‘middel en maatregel’, wat inhoudt dat het middel ter beveiliging wordt ingezet. Doel is dan – in de terminologie van de Wet Bopz<!–[if !supportFootnotes]–>[1]<!–[endif]–> – de overbrugging van tijdelijke noodsituaties.(Sommige middelen worden uitsluitend ter beveiliging aangewend, andere kunnen zowel met een beveiligings- als met een behandelingsdoel worden ingezet. Een voorbeeld van het eerste is fixatie; een voorbeeld van het laatste antipsychotische medicatie.) De tijdelijke noodsituatie is hier waarschijnlijk – dat wordt in de casus niet expliciet zo benoemd – dat de situatie van Anne levensbedreigend wordt geacht.
Het middel
De vraag naar het goede middel behelst ook een verkenning van alternatieve mogelijkheden. Om te beginnen mag het middel niet erger zijn dan de kwaal – er moet sprake zijn van proportionaliteit. In de tweede plaats moet de voorkeur uitgaan naar het middel dat de minste (bijkomende) bezwaren heeft. Het is nu eenmaal vaak zo dat interventies in de gezondheidszorg niet alleen gewenste, maar regelmatig en helaas ook vaak ongewenste effecten hebben.
Relevant in de casus is dat er al eerdere ervaringen zijn met het toedienen van sondevoeding. Gesteld wordt dat voor Anne “het krijgen van sondevoeding dermate ingrijpend en angstig makend is, dat ze zelfstandig helemaal niet meer kan eten en drinken.” De hulpverleners zullen dit gegeven in hun afweging moeten betrekken, overigens zonder dat dit in absolute zijn een blokkade opwerpt tegen toepassing van sondevoeding tegen de wil van Anne.
Effectiviteit
Dat een bepaald middel effectief is met het oog op het nagestreefde doel mag niet voetstoots worden aangenomen, maar behoeft onderbouwing. Uit eerdere ervaringen met gedwongen sondevoeding bij Anne is gebleken dat dit er aanvankelijk toe leidde dat ze een aantal kilo’s aankwam. Tegenover het gegeven dat het kennelijk geen gunstig effect op de langere termijn heeft opgeleverd moet worden gesteld dat de gedwongen sondevoedig op de korte termijn levensreddend is geweest (gezien de spoedeisendheid van de toenmalige opname op de kinderafdeling).
Een laatste relevante overweging betreft ten slotte de mogelijke contraproductieve lange termijn gevolgen van het middels dwangvoeding overnemen van de individuele verantwoordelijkheid van de patiënt. Het risico is immers niet denkbeeldig dat het periodiek onder dwang voeden leidt tot instandhouding van het gedrag (hongeren) dat men wil bestrijden.
Ethische rechtvaardiging van dwangtoepassing: zwak paternalisme
Ook al is er evidentie dat een bepaalde ingreep – in dit geval sondevoeding – proportioneel, subsidiair en doelmatig is, dat betekent nog niet dat deze ook tegen de uitdrukkelijke wens van de betrokkene mag worden toegepast.
Voor de morele rechtvaardiging van ingrijpen tegen de wil van Anne kan een beroep worden gedaan op de theorie van zwak paternalisme (Giordano 2005).
Deze houdt in dat ingrijpen met een beroep op het bestwil of beste belang van de betrokkene gerechtvaardigd kan zijn als er sprake is van wilsonbekwaamheid.
De aanwezigheid van een psychische stoornis is op zichzelf onvoldoende reden om aan te nemen dat de betrokkene wilsonbekwaam is. Uitgaande van de gedachte dat anorexia nervosa een psychische stoornis is betekent dit nog niet dat Anne automatisch wilsonbekwaam is. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat Anne minderjarig is. Ook een 13-jarige kan wilsbekwaam zijn (dit wordt ook door de wetgever in de Wgbo<!–[if !supportFootnotes]–>[2]<!–[endif]–> en de Wmo<!–[if !supportFootnotes]–>[3]<!–[endif]–> erkend door bij jeugdigen van 12 jaar en ouder geïnformeerde toestemming voor behandeling of deelname aan medisch-wetenschappelijk onderzoek te vereisen).
Beoordeling van wilsbekwaamheid
Bij de vraag of er sprake is van wilsbekwaamheid is het altijd de vraag: wilsbekwaam waartoe? De kwestie van de wilsbekwaamheid is met andere woorden altijd gerelateerd aan een bepaalde beslissing. Hier gaat het dan om de vraag of Anne wilsbekwaam is om te beslissen over (sonde)voeding, meer in het bijzonder de vraag of zij wilsbekwaam kan worden geacht om toepassing van sondevoeding te weigeren (Draper 2000; Giordano 2003; 2005; Tan e.a. 2003; 2006).
Bij de beoordeling van wilsbekwaamheid wordt doorgaans een viertal criteria onderscheiden (Berghmans 2000):
- het vermogen om een keuze te maken en uit te drukken;
- het vermogen om relevante informatie te begrijpen;
- het vermogen om de aard van de situatie en mogelijke gevolgen te waarderen; en
- het vermogen om informatie rationeel te hanteren.
Deze criteria verwijzen naar vermogens die verband houden met het proces van besluitvorming. Criteria die verwijzen naar de uitkomst van dit proces (bijvoorbeeld het vermogen om tot een ‘redelijk besluit’ te komen) worden in brede kring van de hand gewezen.
Passen we deze criteria toe op de casus van Anne, dan kan daarover het volgende worden opgemerkt. Zoals al eerder benadrukt is Anne zeer wel in staat om een keuze te maken en uit te drukken. In hoeverre ze relevante informatie begrijpt is niet zonder meer te beoordelen. Begrijpt ze bijvoorbeeld dat hongeren somatische problemen veroorzaakt en mogelijk tot de dood leidt? En als ze dat al begrijpt, dan wil dat nog niet zeggen dat ze ook ervan overtuigd is dat dergelijke gevolgen in haar eigen situatie kunnen en mogelijk zullen plaatsvinden. Dat betreft dan het derde criterium, waarin het waarderen van gevolgen centraal staat. Overigens past bij dit criterium de kanttekening dat hier ook emoties een rol spelen. De evaluatie en waardering van gevolgen van keuzen is niet louter cognitief, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een ernstig depressieve patiënt: de depressie kan tot een diep ervaren onverschilligheid tegenover voorheen hoog gewaardeerde zaken leiden. Evenzo kan de uitspraak van Anne dat ze liever dood gaat dan ik gewicht te willen stijgen worden opgevat als een teken dat er sprake is van falende waardering en tekortschietende emotie (emotionele vlakheid). Hiermee samenhangend kan bij het vierde criterium de vraag worden gesteld of Anne wel in staat is om informatie rationeel te hanteren. De combinatie van een gestoorde lichaamservaring en –perceptie en een extreme overwaardering van (het belang van) het eigen gewicht moet leiden tot de conclusie dat bij anorexiapatiënten sprake is van tekortschietende epistemische rationaliteit, d.w.z. de rationaliteit van de aannames die ten grondslag liggen aan de besluitvorming van de betrokkene (en niet de rationaliteit van het proces van redeneren, het praktische redeneren).
Meten is weten?
Bij de beoordeling van wilsbekwaamheid wordt in toenemende mate een beroep gedaan op meetinstrumenten (‘assessment tools’) (Berghmans 2000). Hier past een waarschuwing. Uit onderzoek bij patiënten met anorexia nervosa (Tan e.a. 2006) blijkt dat deze stoornis op een complexe en wisselende manier gevolgen heeft voor de concentratie, de overtuigingen en de denkprocessen van de patiënten, zonder dat dit tot uitdrukking komt in negatieve scores op meetinstrumenten (zij konden informatie begrijpen en praktisch redeneren). Daarbij komt dat de respondenten in dit onderzoek veranderingen in hun persoonlijk waardensysteem en hun beleving van persoonlijke identiteit rapporteren.
De waarde van meetinstrumenten bij de beoordeling van wilsbekwaamheid is hooguit een ondersteunende. Deze kunnen niet in de plaats komen van een ruimere exploratie van de beweegredenen van de betrokkene, de doelen en waarden die deze nastreeft en de cognities en emoties die daarbij een rol spelen.
De besluitvorming
De besluitvorming rond Anne is een complexe aangelegenheid waarin zorginhoudelijke, ethische en juridische aspecten een rol spelen. Daarnaast hebben verschillende actoren een stem in de besluitvorming: de minderjarige Anne, haar ouders, de behandelend arts en andere betrokken hulpverleners. Ook de morele vraag naar de toelaatbaarheid van gedwongen voeding kan niet los gezien worden van zorginhoudelijke overwegingen en inzichten en de juridische kaders van de Wet Bopz en de Wgbo (Dörenberg 2007). Daarnaast zijn waarden in het geding bij de beoordeling vande wilsbekwaamheid van de patiënt (Grisso & Appelbaum 2006).
Blijft ten slotte de vraag wat er moet gebeuren als we tot de conclusie komen dat er sprake is van wilsbekwame weigering van sondevoeding en dat er derhalve geen zwak paternalistische rechtvaardiging voor gedwongen voeding kan worden gegeven. Moeten de naasten en andere betrokkenen dan maar lijdzaam toezien hoe de patiënt zal overlijden (Draper 2000; Giordano 2003)? Dat is eigenlijk moeilijk voorstelbaar. Of moet de conclusie wellicht zijn dat bij een hongerende anorexia nervosa patiënt altijd sprake is van een zodanige beperking van de persoonlijke autonomie dat deze wilsonbekwaam is om een besluit over sondevoeding te nemen en dat derhalve dwangvoeding die levensreddend kan zijn in beginsel geboden is, op basis van het argument dat er sprake is van ‘pathologische waarden’ (Tan e.a. 2006)?
Slot
Toediening van sondevoeding tegen de wil van de patiënt beoogt levensreddend te zijn; niet meer en niet minder dan dat. Het gaat feitelijk zowel als juridisch om het toepassen van een dwangmiddel ter overbrugging van een tijdelijke noodsituatie. Het gaat uitdrukkelijk niet om een behandeling van anorexia nervosa. Door Anne onder dwang te voeden gaat het erom haar voor het leven te behouden. Als dit voor de korte termijn lukt is het vervolgens zaak om te gaan werken aan een langere termijn perspectief dat erop gericht is de pathologische percepties en voedingsgewoonten door behandeling van de stoornis om te buigen. Voor dat laatste zal normaal gesproken de vrijwillige medewerking van de betrokken patiënt het uitgangspunt zijn.
Literatuurreferenties:
Berghmans R. Bekwaam genoeg? Wils(on)bekwaamheid in geneeskunde, gezondheidsrecht en gezondheidsethiek. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek, 2000.
Berghmans R, Elfahmi D, Goldsteen M & Widdershoven G. Kwaliteit van dwang en drang in de psychiatrie. Utrecht/Maastricht: GGZ Nederland/Universiteit Maastricht, 2001.
Dörenberg VET, Dwangbehandeling in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 31, 2007, 14-27.
Draper H. Anorexia nervosa and respecting a refusal of life-prolonging therapy: a limited justification. Bioethics, 14, 2000, 2, 120-133.
Giordano S. Anorexia nervosa and refusal of nastro-gastric treatment: a response to Heather Draper. Bioethics 17, 2003 261-278.
Giordano S. Understanding eating disorders. Conceptual and ethical issues in the treatment of anorexia and bulimia nervosa. New York/Oxford: Oxford University Press, 2005.
Grisso TG & Appelbaum PS. Appreciating anorexia: decisional capacity and the role of values. Philosophy, Psychiatry & Psychology, 13, 2006, 293-297.
Tan J. The anorexia talking. Lancet, 362, 2003, 1246.
Tan J, Hope T & Stewart A. Competence to refuse treatment in anorexia nervosa. International Journal of Law & Psychiatry, 26, 2003, 697-707.
Tan JOA, Stewart A, Fitzpatrick R & Hope T. Competence to make treatment decisions in anorexia nervosa: thinking processes and values. Philosophy, Psychiatry & Psychology, 13, 2006, 267-282.
In de documentaire dringt maakster Jessica Villerius diep binnen in de wereld van anorexiapatiënten. Omdat Jessica Villerius zelf met een eetstoornis heeft geworsteld zijn de patienten ongekend openhartig tegen haar. De jongste patiënt die in de uitzending de strijd tegen deze dodelijke ziekte opneemt is nog maar 11 jaar oud.
Na het vertonen van de documentaire praat Yvon Jaspers in de studio verder met de maakster, de meiden die zij volgde, hun familieleden en enkele behandelaars.
In zijn boek ‘The Naked Civil Servant’ legt Quentin Crisp de vinger op de wonde: homo’s hebben zich de vliegende krullen moeten knokken voor een plaatsje onder de zon. Schalks verhaalt hij hoe hij in het begin van vorige eeuw het British establishment de oren waste door zich ostentatief als relnicht te profileren. Met fluorescerende wortelpermanent en gemanicuurde nagels solliciteerde hij bij het leger, als dragqueen schandaliseerde hij de betere buurten van Londen, en als societyfiguur schopte hij tegen het zere been van de stiff upper lips die de lakens uitdeelden. Dat hij af en toe in elkaar getimmerd werd door ‘the straight guys’ nam hij er graag bij.
Vijftig jaar eerder had Oscar Wilde hem dat voorgedaan. Als notoire homo en boegbeeld van de decadente beweging kreeg deze flamboyante schrijver de hele goegemeente over zich heen. In het Victoriaanse tijdperk was het beoefenen van de herenliefde immers bij wet verboden. Iedereen die betrapt werd op ‘gross indecencies’ werd streng bestraft. Wilde zelf belandde ook in de gevangenis, maar als lid van het geheime genootschap ‘Order of Chaeronea’ dat aan de wieg stond van de homorechtenbeweging had hij dan ook niet meer of minder dan een halsdaad gepleegd.
Sindsdien is er veel water naar zee gevloeid. Homoseksualiteit werd uit het handboek voor psychische ziektes gelicht, homorechten belandden op de wip en prominente figuren in binnen- en buitenland ‘outen’ zich ongegeneerd als broeders van de roze gemeente.
Toch hebben homo’s het nog steeds niet onder de markt. De permissiviteit groeide exponentieel, maar dat belette niet dat maatschappelijke onderstromen van homohaat in de marge bleven rommelen. In Amerika willen heel wat katholieke fundi’s korte metten maken met ’deze voze vlekken op het grote plan van de Schepper’. En dichter bij huis doen ook de eufemismen die door de man in de straat worden gebezigd het ergste vrezen. Mietje, bruinwerker, nicht, flikker, poter…zijn niet bepaald koosnaampjes die je aan je lieve grootje geeft.
Discriminatie op en naast de werkvloer, homofobie, je zou voor minder naar de pillen grijpen. Vooral als je bedenkt dat mensen een sociale identiteit krijgen door de rol die ze in de maatschappij krijgen toebedeeld. Wat doen die vijandige oprispingen bijvoorbeeld met je zelfbeeld? Uit diverse internationale onderzoeken bleek alvast dat homo’s een verhoogd risico lopen op eetstoornissen. Maar welk leed suddert er dan precies onder de branieachtige pose van de ’Gay Parades’. Hallo, is er misschien een dokter in de zaal?
‘Het is sowieso een moeilijke evenwichtsoefening om als homo op te groeien’, zegt Paul Neil van Nedic, het Canadees informatiecentrum voor eetstoornissen. ‘Er is dat ondefinieerbare gevoel van anders zijn dat je op die prille leeftijd nog niet loepzuiver kan duiden. Ik had van die weke trekjes die mij op de lagere school en de humaniora het mikpunt maakten van spot. Ik was de stoethaspel die op het bankje moest zitten tijdens sportwedstrijden, het watje dat als boksbal dienst deed als er zich onvermoed frustraties opstapelden. Het leken kleine speldeprikjes, maar ze maakten diepe krassen op mijn ziel.
Mijn twee broers waren stoere binken met een afgetraind lichaam en een gezinspakket aan testosteron. Mijn tenger lichaam vonden ze mij niet mans genoeg. Ze noemden me ‘mietje’ voor ik wist wat dat woord betekende. Vooral mijn puberteits- en adolescentiejaren zal ik niet licht vergeten. Geleidelijk aan begon mijn seksuele voorkeur zich uit te kristalliseren. Dat was een hele schok voor mij… een periode van verwarring ook, want ik wilde zo graag lijken op die blitse gozers die op school het mooie weer maakten.
Om de scherpe tongen voor te blijven probeerde ik mijn seksuele geaardheid te verbergen. Want daar kan je als homo donder op zeggen, discriminatie en verbale agressie liggen overal en altijd op de loer. En al die negativiteit die op jou wordt geprojecteerd zet zich om in zelfverachting en zelfhaat. In wetenschappelijke termen noemt men dat ‘het internaliseren van homofobie. Je gaat op termijn zelf geloven dat je een gevaarlijke pervert of een gestoorde gek bent. Pas in de hogere cyclus van de humaniora leerde ik mensen kennen die me het gevoel gaven dat ook ik iets waardevols te bieden had. Dat was een echte opsteker.
Om al die vijandigheid te kunnen behappen ontwikkelde ik in de loop der jaren een aantal defensiemechanismen. Ik trok me terug op mijn eiland, verdiepte me in muziek, kunst, archeologie, verre landen. Ik sublimeerde me het pleuris, quoi. En verder graaide ik naar iedere morzel eigenliefde die ik in dit tochtgat in de bergen kon vinden: kleine attenties van vrienden of familieleden, pep talk van mijn favoriete leraars. Het waren kleine lichtpuntjes die mij ervan weerhielden om zelfmoord te plegen of om het doemscenario van ‘Bowling for Columbine’ na te spelen.’
Veel homo’s slagen er niet in om boven die geinternaliseerde homofobie uit te stijgen. Ze zitten slecht in hun vel, twijfelen aan hun intrinsieke kwaliteiten. De maatschappelijke kretologie dat een blits uiterlijk de magische formule is voor succes, geluk, gezondheid gaat er bij dergelijke onzekere individuen in als gesneden brood. Ze beginnen hun uiterlijk te cultiveren om alsnog aansluiting te vinden bij de mainstream heterocultuur’, of om al die verwarrende innerlijke conflicten in iets hanteerbaars te kanaliseren.
‘Ik had gelukkig een dijk van een moeder die mij stevig onder handen nam als ik weer eens over mijn navel gebogen zat’, zegt Paul Neil, ‘ze leerde me dat aanvaarding door een groep en eigenliefde twee heel verschillende dingen zijn. Waarom kon ik niet van mezelf houden zonder me te spiegelen aan de opinie van anderen. Uiteraard was deze moederlijke raad door de katholieke heilsboodschap ingegeven. Maar ik wist er toch een aantal basic lessen uit te distilleren die zalf smeerden op mijn gekreukte ziel: ‘wees jezelf, hou van jezelf, vecht voor je geluk’. Dat werden mijn persoonlijke drijfveren’. Ik hield me alleen nog bezig met dingen en interesses die me echt voldoening schonken. Die noeste zelfontplooiing zou op termijn mijn aaibaarheidsfactor verhogen, hoopte ik. En mijn machobroers en schoolkameraden konden voor mijn part hun matten rollen. Hun post-puberale interesses begonnen trouwens toch meer en meer van de mijne af te wijken. Wat had ik er aan om mij uit te sloven voor mensen die mij gewoon rauw lustten tussen de boterham?’
De manier waarop de omgeving op hun geaardheid reageert is cruciaal voor het zelfaanvaardingsproces van homo’s. Een empathische en sympathiserende vrienden- of familiekring kan wonderen doen. Maar zelfs dan is het moeilijk om te ontsnappen aan het negatieve fluïdum dat het woord ‘homoseksualiteit’ blijkbaar automatisch genereert. Dat verklaart misschien waarom zij zo’n honger hebben naar aanvaarding en sympathie. Af en toe een aai over de bol maakt voor hen een wereld van verschil. En als de knuffels uitblijven beelden ze zich in dat alleen andere homo’s heil en verlossing kunnen brengen. De stap naar de bredere ‘homocultuur’ is dan al vlug gezet.
Maar ook daar loopt niet alles van een leien dakje. De homocultuur is een monolitische subcultuur met eigen normen en waarden. Mensen met een uitgesproken persoonlijkheid vallen er geheid uit de boot. Je uiterlijk, muzikale voorkeur, kledingstijl en interesses worden door de mangel gehaald en tot éénheidsworst vermalen. Leven en werken van celebrities staan er hoog op de dagorde genoteerd. Vooral het uiterlijk is een criterium waarop je wordt afgerekend. Hoe fraaier je koetswerk, hoe hoger je scoort op de schaal van populariteit, hoe groter je kansen om die té gave spetter te strikken en hoe meer aandacht en status je krijgt. Je ‘looks’ stellen al je andere kwaliteiten in de schaduw. Je talenten, prestaties of persoonlijkheid zijn nauwelijks nog van tel. In vele grote steden zoals New York en San Francisco, bestaat er een nachtclubs-circuit dat alleen voor de homo-elite toegankelijk is. Jonge, hoog opgeleide homo’s met een perfect uiterlijk en dito kleren vinden er soelaas voor de uitsluiting en de vernederingen die zij in hun jeugd moesten ondergaan. Hun lidmaatschap van deze exquise groep is het ultieme bewijs dat zij ‘het gemaakt’ hebben’ in het leven. Een zoete wraak voor het geleden onrecht.
‘Op mijn twintigste nam ik een eerste duik in de homocultuur,’ zegt Paul Neil. ‘ik leerde er een bonte fauna en flora kennen, maar behalve een virulente passie voor knappe mannen had ik weinig met de andere homo’s gemeen. Toch maakte ik er een paar vrienden. We wisselden tips en truuks uit om leuke knakkers te versieren. Maar na verloop van tijd keerden ze me de rug toe, net zoals mijn broers en vrienden dat in mijn jeugd hadden gedaan. Lag het aan mijn X-factor? Was mijn spiertonus niet naar wens? Het was een afknakker van formaat. Tsja, ik wilde de strijd niet op twee fronten tegelijk verliezen. De heterowereld had mij uitgespuwd, dus was het voor mij enorm belangrijk om in het homomilieu mijn mannetje te kunnen staan. Ik had me voorgenomen om voor mezelf op te komen, om selectief mijn omgeving en vrienden te kiezen. Maar ik gooide al die fraaie principes overboord toen dit potentiële walhalla van vriendschap en geborgenheid de deuren opende. Eens te meer liep ik me het vuur uit de sloffen om het iedereen naar de zin te maken. Op een feestje werd het me te machtig en barstte ik in tranen uit. Ik was zo ver heen dat ik het Thaise voedsel daarvoor verantwoordelijk stelde en niet mijn vriend die mij lelijk in de maling had genomen. Na veel gepieker en getob besloot ik iets aan mijn fysieke conditie te doen. Misschien zou een strak gebeiteld lichaam mijn it-gehalte opdrijven.’ Jongens met een stoer uiterlijk werden door de homogemeenschap doodgeknuffeld. Toch?’
In de homowereld wordt tegenwoordig een erg masculien uiterlijk nagestreefd: een slank lichaam, met een vrij breed torso en lichtjes geprononceerde spieren. Dit staat haaks op het ideaal van de etherische, vrouwelijke knaap dat zo’n 15 jaar geleden de hype was in het milieu. Volgens insiders is deze voorkeur voor viriliteit een manier om zich af te zetten tegen het stigma van verwijfdheid dat nog steeds aan homoseksualiteit kleeft. Maar vermoedelijk spreekt ook de angst voor aids daarin een woordje mee: een robuust lijf geeft indirect het signaal dat er van ziekte of besmetting absoluut geen sprake is.
De homomedia steken een tandje bij om het beeld van ‘de nieuwe homoseksuele man’ te promoten. Hun boodschap is kort maar krachtig: zo moet je er uit zien om succesvol, geliefd en aanvaard te worden. Er is alleen een dosis wilskracht nodig om je dromen en wensen in realiteit om te zetten. Zo krijgen mannen die geen al te hoge dunk hebben van zichzelf een kant en klaar recept voor een depressie aangereikt.
Want al die do’s en don’ts drijven homo’s in de spagaat: in de heterowereld zijn ze soms persona non grata, maar in eigen kringen moeten ze aan vrijwel onmogelijke lichamelijke criteria beantwoorden om in fysiek, emotioneel en psychisch opzicht aan hun trekken te komen. De spanningen stapelen zich op en eetstoornissen en lichaamsontevredenheid komen om het hoekje kijken.
Recent namen een aantal wetenschappers de invloed van seksuele geaardheid op lichaamsontevredenheid onder de loep. Zij kwamen tot de vaststelling dat de lichaamsontevredenheid en psychosociale druk die homo’s ondervinden rechtevenredig is met die van vrouwen, en een stuk hoger ligt dan die bij heteroseksuele mannen (andere bronnen beweren dat het cijfer gelijk oploopt voor hetero- en homoseksuele mannen. Ook bleek dat de lichaamsontevredenheid van homo’s groter was naarmate ze nauwer bij de homobeweging waren betrokken.
‘Veel homo’s hebbeneen panische angst voor eenzaamheid en isolement’, zegt Paul Neil, ‘ze zijn zo vaak uit het nest gestoten dat ze er kwetsuren aan hebben overgehouden. Ze spelen Russische roulette met hun gezondheid en levenskwaliteit om aanvaard te worden door de grotere groep. Natuurlijk speelt ook de behoefte aan controle een belangrijke rol als zij zich obsessioneel beginnen te focussen op hun gewicht of hun conditie. Op de negatieve reacties van hun omgeving hebben zij weinig vat, maar hun lichaam kunnen zij naar eigen goeddunken disciplineren. Toen ik aan mijn conditie begon te werken was het einde al snel zoek. Gewicht verliezen was eerder bijzaak, maar ik wilde wel geen spatje vet meer aan mijn lijf. Ik liep iedere dag 15 kilometer, trainde me een liesbreuk in het fitnesscentrum en stemde mijn hele leven af op mijn trainingsschema. Als mijn lichaam niet snel genoeg in de vereiste vorm kwam besnoeide ik ook in mijn eten.
Af en toe had ik last van onbedwingbare eetbuien. Tsja, je maag is leeg en wil wel wat. Drie jaar lang heb ik op automatische piloot geleeft. Mijn universum was ingekrompen tot de grootte van een gymzaal. Op een dag miste ik een belangrijk examen omdat een workout te lang was uitgelopen. Toen besefte ik dat ik de pedalen kwijt was.
Ik dacht aan de wijze lessen van mijn moeder en begon mij emotioneel te herbronnen: ‘wees jezelf, hou van jezelf, vecht voor je geluk,’ resoneerde het in mijn hoofd. Ik nam afscheid van het homomilieu en bedacht hoe weinig diepgang ik er gevonden had. ‘Mijn lichaam is mijn tempel’ was het adagium van de hele reutemeteut. Maar ik bleef op mijn honger zitten.
Ik zocht en vond homovrienden met een innerlijke rijkdom die verkwikkend was na zo veel oppervlakkigheid. Ook zij waren uit het milieu gestapt omdat het reilen en zeilen daar hen ziek maakte. Samen beleven we nu de tijd van ons leven. We wisselen namen van films en boeken uit, in plaats van adressen van sauna’s en zumbascholen. Ik kan homo’s die met hun ziel onder de arm lopen maar één goede raad geven: er is leven aan gene zijde van de homoscene. En wàt voor leven! Het komt er op aan om op het juiste moment de juiste keuzes te maken’
Do I look fat – documentaire
“Een fascinerende kijk op de strijd die veel homo’s moeten leveren met voedsel” —Marc Breindel, Gay.com
“Interessant en verrassend. Eén van de beste films ooit over eetstoornissen.”
—Penny D. Winkle, LISW, LPCC, Eating Disorder Specialist, The Ohio State University
Do I Look Fat? is een documentaire over overgewicht dat tussen de oren zit -vet dat mensen voelen, dat ze zich inbeelden en alle problemen die voortkomen uit de gewichtsfobie die de homofiele gemeenschap in haar greep houdt. ‘Vet is dat belachelijk korte woord met een enorme betekenis’, zegt één van de figuranten in de documentaire
Deze enorme betekenis wordt nader onderzocht met de lens tactvol gericht op de homogemeenschap zelf. Via de persoonlijke verhalen van zeven mannen die te kampen hadden, of nog steeds kampen met eetstoornissen en lichaamsbeeld, krijgen we een beeld van de vele, aan elkaar gerelateerde problemen die deze stoornissen veroorzaken.
Thema’s zoals problematische jeugd, geïnternaliseerde homofobie, de effecten van HIV/AIDS op het lichaam en drugsmisbruik worden in deze prent niet geschuwd. De film gaat tot op het bot en raakt aan taboes die nooit eerder op het scherm werden vertoond.
Met een gevoeligheid die nergens omslaat in sensatiezucht, voegt de film het persoonlijke bij het klinische. Want ook deskundigen in de eetstoornissenproblematiek, een kunsttherapeut en een homofiele therapeut geven hun visie op de feiten weer. De hamvraag is hoe zulk een kort woord als ‘vet” zulke complexe en zware lading kreeg bij homo’s als individu, maar ook in de gemeenschap in haar geheel.
regisseur: Travis Mathews
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »
Fat boys & ugly girls
Music by elton john
Lyrics by bernie taupin
Released as a b-side in 1992
Fat boys cry when ugly girls sing
About the way the world would be if they were thin
And ugly girls turn their heads when fat boys laugh
About the handsome kid next door who broke their heart
Who broke their heart
Broke their heart
And fat boys lie when ugly girls ask
About the size an apple pie looks through a magnifying glass
And ugly girls dream at night when fat boys sleep
About the way the mirrors lie when beauty’s only skin deep
Beauty’s only skin deep
Skin deep
But it’s the fat boy’s world for an ugly girl
And ugly girls love that fat boy joy
Who needs the worries of a perfect world
Hear the early birds make that spring time come
When a fat boy falls in love with an ugly girl
When a fat boy falls in love with an ugly girl
Fat boys dance when ugly girls shout
That a waltz is not the dance for the boy who’s stout
And ugly girls dream at night when fat boys sleep
About the way the mirrors lie when beauty’s only skin deep
Beauty’s only skin deep
Skin deep
Fat boys and ugly girls
Geplaatst in Kunst, Teksten en gedichten | 1 reactie »
…en onderweg het geluk vond
By Daily Mail Reporter Theo Wargo
Last updated at 2:35 PM on 07th September 2009
De vrouw die voor me zit in het Italiaanse restaurant is allesbehalve tenger gebouwd. Ze bestelt een copieuze maaltijd die ze met veel smaak verorbert. Niet evident voor een fotomodel.
Zes jaar geleden was Crystal Renn een mannequin die prat kon gaan op het zo begeerde maatje nul. Ze at alleen maar rauwkost en suikervrije kauwgom. Om haar rammelende maag te sussen keek ze naar kookprogramma’s op televisie.

Crystal Renn, 23, in een show van Jean-Paul Gaultier in 2005
Vandaag is Crystal een robuuste vrouw die er gezond uitziet. Ze zit met gekruiste benen in een armstoel en gaat helemaal op in het gesprek.
We bladeren door een fotoboek dat haar modellencarrière chronologisch in beeld brengt. Als ze herinneringen ophaalt uit haar jeugd geraakt ze in een soort van trance. Het lijkt wel alsof ze alles opnieuw beleeft. We houden halt bij een plaatje waarop ze graatmager is, een reliek uit haar anorectische tijd.
‘Ik zie iemand die leeg is vanbinnen,’ zegt ze, ‘gevoelloos, niet in staat te begrijpen wat haar overkomt. Owjee, ik praat over mezelf als over een vreemde. Ik voel geen verwantschap met dat uitgemergelde lichaam. Het lijkt wel een foto van iemand die op haar laatste benen loopt. Soit, ik dacht nu eenmaal dat het zo hoorde!’
Uitvissen waarom Crystal zich drie jaar lang uithongerde is geen sinecure. Toen ze als 14-jarige door een modellenscout benaderd werd zat ze goed in het vlees. Zelf las ze nooit modetijdschriften en mooi zijn was de minste van al haar zorgen. De talentscout wist haar echter met zijn gladde verkoopspraatjes in te palmen: ‘Jij wordt een ster’, glunderde hij, ‘Je kunt in New York gaan wonen en de wereld rondreizen’. Er zat evenwel nog een addertje onder het gras. Hij haalde een lintmeter uit zijn zak. ‘Laat mij je heupen eens meten, juffrouw’, slijmde hij, ‘…oei! die zijn wel erg breed. Je zult moeten vermageren.’ ‘Geen probleem’, dacht Crystal, ‘als ik daarmee de hemel kan verdienen….’
Die avond at ze haar laatste calorierijke snack: een kaastaart met fruit. Toen begon het gesjacher en gepriegel met eten. In de loop van de volgende maanden kwam de talentscout nog twee keer langs om haar vorderingen te evalueren. Toen ze eindelijk haar doel bereikt had, was ze 40% van haar oorspronkelijke lichaamsgewicht kwijt.
En toen stak anorexia de neus aan het raam. Wat begon als een vrij onschuldige afslankingskuur werd ongemerkt een ziekelijke obsessie. Misschien moeten we teruggaan in de tijd om daar een verklaring voor te vinden. Naar de jaren dat Crystal nog maar een baby was. Toen ze drie maanden oud was werd ze door haar moeder bij haar grootmoeder in Miami gedropt. Ze was prematuur, ondervoed en werd duidelijk verwaarloosd. In haar memoires noemt ze haar moeder Lana.
Lana was nog maar 17 en was vijf jaar eerder van huis weggelopen. Ze leidde het leven van een zwerfkat en deed allerlei dingen die het daglicht niet konden zien. “Zij was de mysterieuze dame die af en toe eens langskwam’, zegt Crystal, ‘ik vertrouwde haar voor geen meter.’ Gelukkig werd ze liefdevol opgevangen door haar grootmoeder die haar de stabiliteit gaf die ze nodig had.
Maar op haar twaalfde kreeg Crystal een noodlottige inval. Samen met haar grootmoeder ging ze bij haar moeder wonen. Ze droomde van een idyllisch gezinsleven met uitstapjes, home cinema en kussengevechten met haar 2 stiefzusters.
Haar moeder ruilde al vrij snel het cosmopolitische Miami in voor Clinton, het soort negorij waar je volgens Renn trouwt op je 17de, kinderen koopt aan de lopende band, naar de kerk gaat, een job zoekt en je laatste adem uitblaast zonder iets van de rest van de wereld af te weten. In huize Renn regeerde de chaos en het geweld. Renn omschrijft haar toenmalige thuis als een oorlogszone.
Haar moeder was allesbehalve ingenomen met Crystals’ komst. Ze wist niet wat ze moest aanvangen met dat koekoeksjong. Als je met onverwerkte jeugdtrauma’s zit opgescheept, leg je de schuld van je problemen nogal gemakkelijk bij iemand anders. Ze bombardeerde Crystal tot bron van alle kwaad.
Renn heeft nooit geweten wie haar vader was. ‘Uiteraard heb ik een verwekker, maar puur gevoelsmatig ben ik vaderloos. Hij kan eender waar zijn. Misschien heb ik hem wel eens toevallig ontmoet bij de slager om de hoek. Of misschien is hij al dood.’

Toen de modellenscout langskwam was Renn net met slaande deuren bij haar moeder vertrokken. Ze was er van overtuigd geraakt dat het leven voor haar niet veel leuks in petto had. Vermageren, had die scout gezegd? No big deal! Ze koos er voor om niet meer te eten. Dat was immers het ticket waarmee ze voorgoed aan de ellende en de chaos van Clinton kon ontsnappen.
Gewicht verliezen en slank genoeg worden om modellenwerk te doen was voor haar een manier om controle te krijgen over haar leven. Misschien wilde ze wel verdwijnen of zich verstoppen. Toen haar eetstoornis op kruissnelheid was gekomen dwong ze zichzelf iedere dag om baantjes te trekken in een ijskoud zwembad, ook al geraakte ze nauwelijks uit haar bed. ‘Ik was zo uitgeput dat de dood een prettig alternatief leek’, zegt ze, ‘mijn haren vielen uit en ik stopte met menstrueren’. Een therapeut beweerde dat ze zich opzettelijk verdoofde om te vergeten. ‘Weet ik veel’, zegt Crystal nu, ‘wat ik wél weet is dat ik mijn droom had waargemaakt, maar me toch doodongelukkig voelde.’
In haar boek ‘Hunger’ schrijft Crystal: ‘de meeste mensen denken dat modellen breindood zijn, maar veel modellen hebben gewoon permanent honger. Tussen mijn 14de en 17de was slank worden en blijven mijn grootste obsessie’.
In 2001 kreeg ze eindelijk het felbegeerde modellencontract en de druk om slank te blijven nam nog toe. Ze had alle symptomen van iemand met een eetstoornis, maar niemand stelde haar ooit vragen. Ze at vrijwel niets, slikte diuretica en schreef zich in bij twee fitness clubs zodat ze 8 uur per dag kon trainen zonder argwaan te wekken.
Maar haar spartaanse levensstijl begon haar lichaam zuur op te breken. Het protesteerde door opnieuw te verdikken. Ze werd door het modellenbureau op het matje geroepen. ‘Jij moet terug op dieet’, zei één van de medewerkers. Ik heb een enorm lucratieve job voor jou die je op slag beroemd kan maken. Maar je heupen zijn te breed.’
Renn had de smoor in. Een week later tekende ze een contract bij Ford, een modellenbureau dat ook plus size modellen kansen wil geven. Ze begon terug te eten: pizza, pindakaas, chocoladecake. Ze beschrijft hoe ze overdag televisie keek terwijl ze een kaastaart achterover sloeg.
Die eerste maanden waren een natte droom. Iedere gewonnen kilo was een avontuur. Ik was er dol op. Mijn lichaam ging terug bij me passen. Ik begon hoge hakken te dragen, korte jurken, bonte kleuren. Mijn gewicht werd terug normaal. Ik voelde me eindelijk weer een vrouw.’
Die evolutie werd nochtans niet door iedereen op gejuich onthaald. Bepaalde stylisten wilden niet meer werken met dat dikke meisje. Of de kleren die ze moest showen pasten niet.
‘Maar als ze me bekritiseren omdat ik te dik ben, is dat niet hetzelfde als me bekritiseren omdat ik te dun ben? Wanneer komt er een einde aan. Mijn maat doet er toch niet toe? We moeten eindelijk afstappen van noties zoals: een normale maat of een plus size maat… onzin toch!
Maar ze zit nu eenmaal in een business die een slank uiterlijk hoog in het vaandel draagt. Een deel van haar succes dankt ze nochtans aan haar grote maten. Als je haar boek leest, lijkt ze wel de woordvoerster van alle zwaarlijvige Amerikanen die volgens haar gedemoniseerd en gemarginaliseerd worden. Tegelijk haalt ze scherp uit naar de magere modellen – Oosteuropese meisjes met vissenogen. Ze pleit voor het verdwijnen van de minimaatjes en van de minderjarige kindvrouwtjes die de opvatting dat size 0 normaal is springlevend houden.

Gelukkig zijn er ontwerpers zoals Antonio Berardi die garderobes ontwerpen voor een divers publiek. Hét gezicht van de collectie 2009 van Marc Jacobs is Daisly Lowe, die absoluut geen gebrek heeft aan rondingen.
De kloof tussen normale maten en grote maten word geleidelijk aan kleiner. Vroeger waren er alleen superkleine of supergrote maten, nu zie je alle soorten maten op de catwalk. Schoonheid is nu een veel ruimer begrip.
Toen Renn in de modewereld terechtkwam stierven even later Ana Carolina Reston, Hila Elmalich en de zusjes Luise and Eliana Ramos aan anorexia.
Terwijl dat wel heel wat discussie uitlokte, bleef het doorsnee fotomodel erg dun, zelfs nadat Spanje modellen met ondergewicht van de catwalk weerde.
Redacteur Stephen Bayley gelooft dat de economische crisis in de kaart speelt van plus size modellen. Hij zegt: ‘in tijden van armoede voelen we ons altijd meer aangetrokken tot voluptueuze vrouwen.’
Plus size model Kate Smith, die voor Hughes Models werkt, zegt: ‘Het aantal plus size modellen is de voorbije jaren verviervoudigd. Toch is dat nog maar een klein percentage van de hele modebranche.’
‘Ik ben een model’, zegt Crystal, ‘maar ik kan geen designerkleren kopen die me passen… maar ooit komt de tijd dat alle maten zullen vertegenwoordigd zijn op de catwalk. De vraag is of ik dat nog zal meemaken.’
Geplaatst in Celebreties, Succesverhalen | Reageer »
Jenni Schaefer genas van haar eetstoornissen en reist sindsdien de wereld rond om informatie en lezingen te geven. Na een strijd van meer dan twintig jaar met eten en lichaamsontevredenheid, is Jenni volledig hersteld van anorexia en bulimia. Nu wil ze mensen helpen die met gelijkaardige problemen kampen. Ze schreeft een boek: Life Without Ed: How One Woman Declared Independence from Her Eating Disorder and How You Can Too (McGraw-Hill), waarin ze een bepaalde therapeutische techniek belicht.
In de voorwoord van ‘Life Without Ed’, schrijft Jenni:
“Ik ben nooit getrouwd geweest, maar ik ben wel gelukkig gescheiden. Ed (eating disorder) en ik leefden meer dan 20 jaar onder hetzelfde dak. Hij was gewelddadig, controleerde mijn leven en nam nooit een blad voor zijn mond. Hij zei me voortdurend wat ik verkeerd deed, en hoe ik het dan wel moest aanpakken. Ed was geen humanioraliefje of een weirdo die ik ongelukkigerwijs begon te daten. Ed was gewoon mijn eetstoornis.
LIFE WITHOUT ED: JENNI SCHAEFER
I was chasing down the image for so long
Of that perfect girl that I just had to be.
She was never quite the one I saw,
How I let that dreadful mirror torture me.
It was killing me to try to look like her,
The amazing woman who could turn each head.
I was losing so much more than all the weight.
My very heart and soul were left unfed.
I called the monster Ed. He so controlled my head,
Until a greater power spoke the truth – it said
CHORUS: Life without Ed is waiting here for you. Be strong, keep the faith and you’ll see it coming true. You don’t have to just pretend, All the pain can really end. You deserve more than the lies you’ve been fed. You can believe in life without Ed.
So I listened to the wisdom sent my way,
And I let the long awakening begin.
I have found such freedom
I can truly say
That the image in the mirror is my friend.
I called the monster Ed.
He so controlled my head,
Until a greater power spoke the truth – it said
REPEAT CHORUS BRIDGE:
When the chains that bind your freedom are so strong,
When you think there is no way you can go on,
Cause you’ve tried and you’ve failed to break away,
Look at me and see someone who can say REPEAT CHORUS
Geplaatst in Celebreties, Kunst | Reageer »
The joyous support created by one model’s picture (flabby tummy and all)
By Linda Kelsey (Daily Mail, UK)
Last updated at 4:07 PM on 03rd September 2009
Op het eerste gezicht lijkt het een onschuldig kiekje. Zo’n snapshot dat een amateur fotograaf op de bonnefooi neemt van zijn laatste nieuwe aanwinst. Het meisje op de foto zit blijkbaar als gegoten in haar vel. Ze straalt en ziet er ontspannen uit.

Maar er is iets fundamenteel mis met dat mooie plaatje. Iets dat je dwingt om nog een tweede keer te kijken. Vooral als je bedenkt dat deze foto van Lizzie Miller verscheen in de Amerikaanse editie van het gezaghebbende modetijdschrift ‘Glamour’, een blad dat doorgaans grafische technieken toepast om modellen puntgaaf af te beelden.
Hoe valt dat dan te rijmen met het in het oog springende vetrolletje dat zo guitig de buik van dit twintigjarige model accentueert?
En welke impact had dit rebelse stukje vlees op het grote publiek, dacht U? Vonden vrouwen deze esthetische stijlbreuk een aantasting van de goede smaak?
Wel integendeel, daags na publicatie werd de redactie-website overspoeld met enthousiaste reacties en commentaren. De commotie was zo groot dat zelfs het populaire Amerikaanse TV-programma ‘Today’ er aandacht aan besteedde.
Veel vrouwen waren boos omdat Lizzie door de modemagnaten meestal te dik bevonden wordt om de covers van hun tijdschriften te sieren.
Nu is ‘Glamour’ van plan om nog een staartje te breien aan dit onverhoopte succes. In een volgend nummer verschijnen nog meer ongecensureerde foto’s van Lizzie, maar dan wel in het illustere gezelschap van nog andere grote maat modellen.
De enthousiaste reacties van al die huisvrouwen, secretaressen, vrouwelijke artsen op de website bewijzen volgens Lizzie dat de wereld staat te springen om terug foto’s van normale vrouwen in de media te zien. En gelijk heeft ze…
Denk maar eens aan het effect van al die gefotoshopte plaatjes op moeders die tegen wil en dank met striae en een hangbuikje zitten opgescheept. Of op al die jonge vrouwen die graag een glaasje wijn drinken maar achteraf de rekening in kilo’s en ponden krijgen gepresenteerd.
Als we uit eten gaan kunnen we nog altijd een beroep doen op Bridget Jones-achtige lingerie met gepantserde buik- en kruispartijen om de schijn hoog te houden, maar als we naakt voor de spiegel staan eist ons spekbuikje onverbiddelijk zijn bestaansrecht op.
Dat we dagelijks bestookt worden met gefotoshopte plaatjes van perfecte modellen maakt leven met onze onvolkomenheden er niet gemakkelijker op…
Als zelfs celebrities met hun stoeterij van trainers, voedingsdeskundigen, stylisten, kappers, make up artiesten… niet op de foto mogen zonder grafische ingrepen, wat moeten doordeweekse huisvrouwen dan wel doen om in de publieke ruimte presentabel te zijn? Een volledige lichaamstransplantatie misschien?
Daarom was ‘de campagne voor echte schoonheid’ van cosmeticaproducent Dove zo verfrissend. Vrouwen van alle leeftijden, maten en gewichten kwamen ‘in the picture’. Het Dove Self-Esteem Fund maakte zelfs een toolkit voor leerkrachten om rond het thema ‘lichaamstevredenheid’ te werken.
Dat de modewereld de zaken op de spits drijft vindt zelfs Alexandra Shulman van het Britse ‘Vogue’. Zij schoot onlangs met scherp op prominente modeontwerpers. Volgens haar promoten zij het minuscule maatje 36 door belachelijk kleine kleren in te sturen voor modeshows. Vogue moet de foto’s soms bijwerken om de modellen dikker te doen lijken.
Volgens Susie Orbach, de schrijfster van ‘Fat is a feminist issue’, is lichaamsontevredenheid tegenwoordig een universeel gegeven. Ze haalt het voorbeeld aan van Zuid-Korea, waar 50% van de jonge vrouwe plastische chirurgie ondergaat om westerse oogleden te krijgen. En wat te zeggen van die Chinese meisjes, die metalen stangen laten inplanten in hun benen om ze langer te doen lijken?
Misschien zal de foto van Lizzie Miller in Glamour geen einde maken aan de chronische lichaamsontevredenheid van vrouwen. Maar het is alvast een stap in de goede richting. Als we deze problemen niet bij de wortel aanpakken, als we niet willen inzien dat de meeste van onze fantasieën over het perfecte lichaam gebakken lucht zijn, dan zullen we nog een hele tijd hopeloos ongelukkig blijven.
Models Crystal Renn, Amy Lemons, Kate Dillon and Lizzie Miller – featured in the November 2009 issue of Glamour in a nude photo talk about their experiences on the shoot, and about size issues in modeling with Ellen DeGeneres on her show of October 1, 2009
Geplaatst in Celebreties | Reageer »
- Denk je meer dan drie uur per dag aan (hoe je zo gezond mogelijk) kan eten?
- Plan je vandaag al wat je morgen zal eten?
- Is het plezier van je te realiseren dat je maaltijd precies uitgebalanceerd is met de juiste producten groter dan het plezier van de smaak van je eten?
- Is je levenskwaliteit (sociale leven , gezin, werk) afgenomen naarmate de kwaliteit van je voedsel gestegen is?
- Ben je strenger geworden voor jezelf?
- Krijgt je zelfvertrouwen een boost door gezond te eten? Kijk je neer op mensen die minder gezond eten dan jij?
- Eet je nu dingen die je vroeger heel graag lustte niet meer omdat ze ongezond zijn?
- Maakt je dieet het je moeilijk om buitenshuis te eten, op restaurant of bij vrienden en familie?
- Krijg je schuldgevoelens als je afwijkt van je dieet?
- Heb je pas het gevoel je leven prima onder controle te hebben, als je je dieet perfect volgt?
eerste hulp tips vind je op deze link
http://www.eetprobleemdebaas.nl/Problemen-met-eten/Direct-aan-de-slag.aspx
Geplaatst in Orthorexia nervosa | Reageer »

Everybody wants to be perfect
and be just like me
so pick a lucky number
and starve yourselve to be
perfect
Size Ate
don’t you want to be a Size Ate
you’ve got to put away the Twinkies
put away the chips
don’t let an ounce of icky fat cross those luscious lips
(Urbana, IL) – Iedere vrouw streeft naar de perfectie – een perfect lichaam, een perfect kapsel, een perfect gebit, een perfect gezicht, Maar één vrouw is moedig genoeg om de studenten van de Amerikaanse universiteiten voor de voeten te gooien dat ze perfect is ondanks al haar gebreken.
De show van Margaux Laskey begint meestal met een song en een dansnummer waarmee ze het streven naar de perfecte maat (2, 4, 6 , 8) in de verf zet. “Het is een vrij onconventionele theatervoorstelling die het concept van de one-woman-show met het concept van de performance art combineert,” zegt ze.
De one-woman show, “Size Ate,” die geschreven en geacteerd wordt door de New Yorkse actrice, vertelt het verhaal van haar levenslange gevecht met lichaamsbeeld, eetstoornissen en zelfaanvaarding. “De show is grappig, ontroerend en soms ook hysterisch,” vindt ze zelf, “het is mijn levensverhaal met een knipoog beschreven”.
Etalagepoppen met diverse maten zijn niet alleen haar enige theaterrequisieten, ze zijn ook de enige acteurs die tegengas geven in haar show. Ze dolt er mee rond terwijl ze de expansiedrang van haar lichaam beschrijft en de reacties die ze kreeg op haar diverse kledingmaten.
Maatje acht – “Je bent niet dik, alleen maar een beetje mollig.”
Maatje zes – “Je bent niet dik, alleen maar robuust gebouwd.” Maatje vier – “Je bent niet dik, je hebt alleen maar zware beenderen.”
Maatje tien – “Je bent niet dik, alleen maar een beetje lui.
Maatje 16 – “Je bent niet dik, alleen maar ‘een beetje’ dik.”

Laskey beschrijft haar ervaringen met allerlei crashdiëten die ze vanaf haar dertiende samen met haar stiefmoeder uitprobeerde. Haar haren begonnen uit te vallen, haar vingernagels werden blauw en haar maandstonden bleven uit. Het verdict van de dokter was snoeihard: ze leed aan anorexia.
Ze zette haar reis door het leven verder met als orgelpunt een maatje zestien in de humaniora. Gelukkig speelde ze dat overgewicht later weer kwijt. Het publiek lacht met haar spitante monologen en haar soms knettergekke ervaringen op de dating scene. Maar later vegaat het lachen hen als ze het heeft over haar calorieënobsessie en het dwangmatig bewegen om vet te verbranden.
“52 calorieën tijdens het avondmaal, 512 calorieën per dag en expresso om het metabolisme een boost te geven… Ik denk altijd aan de calorieën, ze dansen door mijn hoofd… Ik moet wandelen, joggen, lopen,” zegt ze over de terugval in anorexia waarmee ze rond haar twintigste werd geconfronteerd. Maar Laskey laat haar show eindigen op een positieve noot.
Terwijl ze een pyramide bouwt van de etalagepoppen, zegt ze, “Ik ben groter dan mijn kledingmaat, dan jij en jou. Ik ben dit nummer, nummer acht, geweldig niet?”
En bij deze les moraal, trekt ze het nummer acht van de etalagepop in kwestie en draait het op zijn zij zodat het een oneindigheidssymbool wordt. “Mijn waarde kan je niet berekenen,” zet ze de puntjes op de i.
“Ik wil alleen maar zeggen dat we met zijn allen zo veel meer zijn dan een cijfer”, aldus Lasky, “de show illustreert alleen maar hoe we ons vastpinnen op de kwantiteit, terwijl er zoveel facetten aan een persoonlijkheid zijn. Met het oneindigheidssymbool wil ik dat duidelijk maken. In wezen is het een filosofie.”
Een filosofie die de Body Image Network (BIN), een studentenorganisatie, wil uitdragen door Lasky’s show te promoten.
“Als ik er in slaag om op het podium mijn ziel binnenste buiten te keren, zal dat misschien een aantal mensen er toe aanzetten om over hun problemen met gewicht, zelfaanvaarding, of lichaamsbeeld te praten”, zegt Laskey , “Ik hoop dat het de schaamte wegneemt en de stilte doorbreekt. Die dingen geheim houden lost niets op.”
“De kernboodschap van de show is dat zelfaanvaarding een proces is dat nooit eindigt en dat we nooit helemaal kunnen beheersen, maar we kunnen er iedere dag aan werken om gelukkiger met onszelf te worden en met de mensen rondom ons.
“Het klinkt misschien cliché, maar “ik ben okee, jij bent okee” is de clou van het hele verhaal,’” zegt Laskey. “Dat klinkt tenminste hoopvol.”
Geplaatst in Kunst | 5 Commentaar »
Hoe LIEFDE te installeren!
Helpdesk (HD): Goede morgen mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?
KLANT: Ik heb er lang over nagedacht, maar ik wil nu LIEFDE op mijn besturingssysteem installeren. Kunt u me daar stap voor stap bij helpen?
HD: Jazeker kan ik dat. Bent u er klaar voor?
KLANT: Tja, ik ben niet zo technisch, maar ik denk wel dat ik er klaar voor ben. Wat moet ik eerst doen?
HD: De eerste stap is het openen van uw HART. Weet u waar uw HART zit, mevrouw?
KLANT: Ja, dat weet ik, maar er worden nu verschillende andere programma’s uitgevoerd. Kunnen die tijdens het installeren blijven draaien?
HD: Welke programma’s zijn dat, mevrouw?
KLANT: Laat me eens kijken, op het ogenblik worden OUD-ZEER.EXE, LAGE-ZELFWAARDERING.EXE, WROK.EXE en WREVEL.COM uitgevoerd.
HD: Geen probleem. OUD-ZEER.EXE wordt geleidelijk wel door LIEFDE gewist uit uw huidige besturingssysteem. Het kan zijn dat het in het geheugen aanwezig blijft, maar dan laat het andere programma’s ongemoeid. LAGE-ZELFWAARDERING.EXE wordt op den duur wel door een module van LIEFDE overschreven die HOGE-ZELFWAARDERING.EXE heet. Maar WROK.EXE en WREVEL.COM moet u wel helemaal afsluiten. Door deze programma’s kan LIEFDE niet goed worden geinstalleerd. Kunt u deze afsluiten, mevrouw?
KLANT: Ik weet niet hoe dat moet. Kunt u me daarbij helpen?
HD: Met genoegen. Ga naar uw startmenu en klik op VERGEVING.EXE. Doe dat net zolang tot WROK.EXE en WREVEL.COM helemaal zijn gewist.
KLANT: Okee, dat is gebeurd. Nu is LIEFDE vanzelf gestart. Is dat normaal?
HD: Ja hoor. U moet nu een melding krijgen dat het opnieuw wordt geinstalleerd voor de levensduur van uw HART. Krijgt u die melding?
KLANT: Ja, die zie ik. Is LIEFDE nu helemaal geinstalleerd?
HD: Ja, maar denk eraan dat u nu alleen nog maar de basisprogramma’s heeft. U moet de andere HARTEN aansluiten voor de programma-uitbreidingen.
KLANT: Oei. Ik krijg al een foutmelding. Wat moet ik nu doen?
HD: Welke foutmelding?
KLANT: Er staat ‘FOUT 412 – PROGRAMMA WORDT NIET UITGEVOERD OP INTERNE COMPONENTEN.’ Wat wil dat zeggen?
HD: Geen zorgen, mevrouw. Dat is een probleem dat wel vaker voorkomt. Het wil zeggen dat LIEFDE is ingesteld om op externe HARTEN te worden uitgevoerd, maar dat het nog niet op uw eigen HART toepasbaar is. Het ligt nogal ingewikkeld, maar in lekentermen wil het zeggen dat u pas aan ‘LIEFDE’ voor anderen toekomt als u eerst ‘LIEFDE’ voor uw eigen computer installeert.
KLANT: Wat moet ik dan doen?
HD: Kunt u de directory ‘ZELF-AANVAARDING’ openen?
KLANT: Ja, die heb ik.
HD: Mooi zo, u wordt er echt goed in.
KLANT: Dank u.
HD: Graag gedaan. Klik op de volgende bestanden en kopieer die naar de directory ‘MIJN-HART’: VERGEEF-JE-ZELF.DOC, KEN-JE-WAARDE.TXT en ERKEN-JE-BEPERKINGEN.DOC. De computer zal alle bestanden overschrijven die problemen geven en programma’s met fouten verbeteren. U moet ook OVERDREVEN-ZELFKRITIEK.EXE uit alle directory’s wissen en dan de prullenbak leegmaken zodat u zeker weet dat het programma voorgoed verdwenen is en nooit meer terug kan komen.
KLANT: Zo, da’s gebeurd. Hela! Mijn HART loopt vol met nieuwe bestanden. GLIMLACH.MPG draait nu op mijn beeldscherm en geeft aan dat VREDE.COM en TEVREDENHEID.COM in mijn HART worden overgeschreven, is dat normaal?
HD: Dat gebeurt weleens, ja. Voor sommigen duurt het een tijdje, maar op den duur worden alle programma’s geladen. Maar, alles op z’n tijd. Dus LIEFDE is nu geinstalleerd en wordt uitgevoerd. Vanaf nu moet u het allemaal zelf aankunnen. Ik heb nog een ding voordat ik ophang.
KLANT: Ja?
HD: LIEFDE is een gratis programma. Zorg ervoor dat u het programma en de modules ervan geeft aan iedereen die u maar tegenkomt. Die geven het dan weer aan anderen en van hen krijgt u dan weer soortgelijke andere mooie modules.
KLANT: Dat zal ik doen. Bedankt voor uw hulp. Hoe heet u trouwens?
HD: Noem me maar Goddelijke Cardioloog, maar ik sta ook bekend als De Grote Heelmeester, maar de meeste mensen noemen me gewoon God. Men vindt dat een jaarlijkse controle voldoende is voor een gezond HART, maar de fabrikant (ik dus) beveel een dagelijkse onderhoudsbeurt aan, wil men optimaal functioneren. Anders gezegd, blijf contact houden….
Geplaatst in Teksten en gedichten | 1 reactie »
By Lauren Gard
Published on August 26, 2008 at 12:58pm
Het is bijna middag in het Revolution Cafe als Marilyn Wann officeel haar papieren kraanvogels begint te tellen. “Matilda knutselde 34 mooie kingsize vogels in elkaar’, zegt ze terwijl ze de bontgekleurde diertjes in de gele briefomslag schuift die vanmorgen in haar bus viel. “We zijn op de goeie weg”.
Wann die naam maakte met haar boek FAT!SO? is misschien wel de beroemdste FAT activiste van Amerika. Momenteel maakt ze zich op om 1000 kingsize kraanvogels naar de Japanse regering te sturen. Volgens een oude Japanse legende mag iemand die dit aantal papieren vogels vouwt een wens doen (dat kan je lezen in Duizend Kraanvogels van Kawabata Yasunari). Na de Tweede Wereldoorlog werd die praktijk zelfs geassocieerd met de wereldvrede.
De missie van Wann combineert beide. Ze ijvert voor körperlichen Frieden over heel de wereld. Haar kraanvogel-campagne is een reactie op een draconische wet die door de Japanese regering werd ingevoerd. Die wet verplicht ondernemingen en lokale besturen om de taille van hun werknemers drastisch in te snoeren. Indien zwaarlijvige werknemers er niet in slagen om binnen de drie maanden hun overtollige kilo’s kwijt te spelen, worden zij op een strikt dieet gezet. Komen zij er na zes maanden nog steeds rond voor uit, dan krijgen ze een heropvoedingsprogramma in de maag gesplitst. En als kers op de taart krijgen de werkgevers van weerbarstige smulpapen een gepeperde boete in hun brievenbus.
Wann vindt het Kafkaiaans dat een land een dergelijke hetze ontketent tegen de dikkere medemens. Haar middelomtrek ligt ver boven de Japanse norm en ze is gelukkig, gezond en productief. Ongetwijfeld zijn veel gezette Japanners dat ook.
Wann wist meteen dat ze iets moest ondernemen. Maar de briljante ideeën bleven achterwege. ‘Het artikel bleef maar door mijn geest spoken’, zegt ze. ‘Ik voelde me eigenlijk schuldig omdat mijn land zijn gewichts- en vetfobieën blijkbaar naar het buitenland exporteert. Ik wilde iets ludieks doen om die wrede realiteit enigszins te ontmijnen.”
De kraanvogel lag eigenlijk voor de hand, omdat de link met vrede duidelijk is. En hey, ik weet wel zeker dat er kraanvogels zijn in alle maten en gewichten. Maar een kraanvogel ontwerpen met een maatje meer was niet van de poes. Gelukkig kende Wann een New Yorkse origami kunstenares die de klus spelenderwijs klaarde. ‘Ik experimenteerde wat en ontdekte op die manier hoe ik een dikke origamimus kon maken. Maar die kraanvogel was een ander paar mouwen’, meldt Sandy Schaffer ons telefonisch.
Na een uurtje knutselen en knoeien, vond ze een manier om de van nature slanke kraanvogel breder en ronder te maken. ‘Hij is ronder’, zegt ze, ‘ik wilde geen puntige hoeken’. Wann weet nog niet precies hoe zij en haar kraanvogelproducenten de beestjes aan de Japanse beleidsmakers zullen overmaken. Ze hopen dat de puntgave papieren kunstwerkjes een zekere impact zullen hebben. “De mensen blijven maar vragen, ‘welke papiermaat moeten we gebruiken?’ zegt ze. Haar antwoord? “‘Alle maten die er bestaan, baby!’ Dat is nu net het punt.”


De abdij van Melk
Eetstoornissen ontstaan vaak uit een zee van pijn. En de angst om die pijn opnieuw te voelen heeft een vertrouwensbreuk veroorzaakt tussen jou en je omgeving. Je gelooft je moeder niet als zij zegt dat de remedie waarvoor je gekozen hebt erger is dan de kwaal. Je gelooft je zus niet, of je beste vriendin of je partner als zij zeggen dat zij zich zorgen om je maken of dat je er slecht uitziet. Je zit zo ingekapseld in je strenge rituelen, je waanvoorstellingen en kromme redeneringen dat genezing wel een abstract begrip lijkt. Genezen van wat? Van het slankheidsideaal? En waarom dan wel? Slank zijn is toch de max? En jij voelt je toch kiplekker. Je denkt dat de halve wereld een complot tegen je smeedt om je dik en onaantrekkelijk te maken. Tegelijk ben je heel eenzaam, je weet dat je mensen nodig hebt, maar je twijfelt zo aan jezelf dat de kloof tussen jou en de anderen onoverbrugbaar lijkt. Je bootje drijft steeds verder af van de kaai. Je hebt geen pijn meer, maar ook de vrolijkheid, warmte en geborgenheid zijn uit je leven verdwenen. En ondertussen moeten die anderen machteloos toezien hoe jij jezelf mishandelt en tekort doet.
Het eerste wat je moet leren op weg naar de genezing is om terug te vertrouwen: op jezelf, op je familieleden, je vrienden, de mensen in het algemeen, want alleen kom je er niet. Soms moet je dan een sprong in het diepe wagen. De angst om van een kale reis thuis te komen en opnieuw gekwetst te worden loert om elke hoek. Soms is het nodig dat je eerst terug gaat eten, om contact te maken met je gevoelens die door het hongeren op non-actief zijn gesteld. Maar stap voor stap zie je de wereld weer openbreken als je je hart opnieuw openstelt voor anderen. De meeste mensen zijn heus wel okee! Alleen zij kunnen de nep-veiligheid die je eetstoornis je biedt vervangen door echte veiligheid: de veiligheid van zich geliefd en gewaardeerd te weten. De legende van de Grot der Duizend Demonen kan je misschien enige houvast bieden bij die moeizame reis naar de wereld van mensen.
De legende van de Grot der Duizend Demonen.
Lang geleden was er eens een abdij die als een arendsnest tegen de roestige flanken van het Harzgebergte was aangebouwd. Het was een oord van godsvrucht en meditatie, waar de stilte alleen verbroken werd door het geschuifel van sandalen in de tochtige gangen die de kloosterkerk met de woonvertrekken van de monniken verbonden. De abt van deze abdij was een wijs man. Zijn kennis van de staathuishoudkunde, de filosofie en de theologie hadden hem tot in de verste uithoeken van Duitsland bekend gemaakt. Ja, zelfs in de semi-ketterse abdij van Melk in Oostenrijk waren zijn geschriften een inspiratiebron voor mannen die hun leven aan de godsdienst en de contemplatie hadden gewijd. In het scriptorium krasten de miniaturisten met vinnige ganzenveren citaten van hem in hun perkamenten dagboek.
Toen een kwaadaardige vorm van cataract het licht in zijn ogen doofde en zijn handen kromtrokken van de artritis, wist de abt dat zijn tijd in dit ondermaanse gekomen was. Maar een abt die zichzelf respecteert kan niet zo maar op zijn dooie gemak het loodje leggen. De voortzetting van de dynastie moet worden verzekerd. Hij moet op de valreep nog een plaatsvervanger aanstellen. En niet zomaar de eerste de beste. Een aspirant abt moet kloten aan zijn lijf hebben (in overdrachtelijke zin dan toch) en veel haptonomisch inzicht. Want indien de leden van zo’n kleine kloostergemeenschap niet voldoende stimuli aangeboden krijgen om zich ten volle te ontplooien, dan zijn Sodom en Gomorra nabij.
Vader abt brak zich het hoofd over deze opvolgingskwestie. Eén voor één liet hij zijn discipelen voor zijn geestesoog passeren. Pater Venantius was te sloom, pater Ambrosius te gulzig, pater Maximus te heetgebakerd…’Akkerdjie, akkerdjie’, riep vader abt vertwijfeld uit. Hoe meer hij nadacht, hoe verder hij van de oplossing verwijderd leek. Plotseling verscheen als bij toverslag de heilige Laurentius in een wolk van pek en solfer*, de man die al sinds jaar en dag de patroonheilige is van de administrateurs. ‘Maar vadertje abt toch’, sprak hij, ‘ik krijg er het heen en weer van om jou zo te zien nadenken. En dat terwijl de oplossing zo voor de hand ligt. Waarom onderwerp je ze niet gewoon aan de proef van de ‘Grot der Duizend Demonen’. En -zip- weg was hij.
Vader abt kon zich wel voor het hoofd slaan. Dat hij daar nu niet eerder aan had gedacht. De tocht door de Grot der Duizend Demonen was dé ultieme lakmoesproef voor moed en zelfopoffering. Wie die beproeving zonder verpinken doorstond was geheid een man uit één stuk. Niet gehinderd door angst of begeerte zou zo’n olijke olibrius vast leiding kunnen geven aan een kudde wereldvreemde monniken. Dus verzamelde vader abt alle monniken in de grote kapittelzaal van de abdij om hen van zijn lumineuze inval op de hoogte te brengen.
Toen hij zijn plannen uit de doeken had gedaan viel er een doodse stilte. De broeders staarden naar hem als konijnen naar een lichtbak. Het was broeder Martinus die als eerste zijn moed bij elkaar raapte. ‘Maar eerwaarde’, stamelde hij, ‘dat is waanzin. De Grot der Duizend Demonen is erger dan het armageddon. Wie daar en gaat, en kere niet… althans niet bij zijn volle verstand’. ‘Ach,’ zei broeder Judocus, ‘zo’n vaart zal het niet lopen, men zegt dat de verschrikkingen van de grot schromelijk worden overdreven. Er zouden drie tandeloze vampieren, twee uitgedoofde ectoplasma’s, en een stuk of wat met kettingen rammelende geesten huizen. De vampieren hebben naar verluidt meer schrik van mensen dan van een bol knoflook. Niets om over naar huis te schrijven dus’.
‘Broeders, broeders, jullie dwalen”, sprak broeder Venantius die de intello van het gezelschap was. ‘De grot is het rijk van onze grootste angsten. Ze krioelen er rond, ontelbare keren uitvergroot en zo reëel dat je ze bijna kan aanraken. Wat meer is: dwars door de grot loopt er een wankele brug die gemaakt is van riet en lianen. Je moet die brug oversteken om de gouden wisselbeker voor moed en volharding te veroveren die achteraan in de grot op een fluwelen kussen rust. Maar de angsten laten je niet met rust. Ze wriemelen door elkaar als vleesetende planten en likken aan je vingers en je tenen terwijl jij over die halfvergane brug laveert.’
De woorden van broeder Venantius waren nog niet koud of er ontstond tumult in de zaal. Broeder Judocus herinnerde zich plotseling dat hij aan een lange slepende zieke leed en op doktersvoorschrift het bed moest houden. Broeder Martinus kreeg een visioen waarin van de weeromstuit de dood van zijn grootvader werd aangekondigd. Kortom: met zijn allen bedachten ze de gekste excuses om te ontsnappen aan de beproeving die hun geestelijk leider voor hen in gedachten had. Maar vader abt hield voet bij stuk. Eén voor één moesten de monniken in de grot afdalen.
Broeder Venantius nam het voortouw. Met knikkende knieën zette hij de eerste stappen op de brug. De andere broeders volgden in zijn kielzog, terwijl ze tussen neus en lippen de gebeden der stervenden prevelden. Toen ze tot diep in de buik van de grot waren doorgedrongen, maakte de duisternis plaats voor een diffuus licht. Donkere schaduwen begonnen zich geleidelijk aan los te maken van de door salpeter aangetaste wanden. Ze namen alle mogelijke geometrische vormen aan.
‘Een schoonmoeder!’ gilde broeder Judocus, en hij sloeg zijn handen voor zijn ogen. ‘Ammenooitniet’, klappertandde broeder Martinus die aan arachnofobie leed. ‘Dat zijn spinnen; dikke, vette spinnen, van het soort waarvan zelfs vogelspinnen of tarantula’s zich het lazarus schrikken.’ Dat was meer dan de broeders verdragen konden. Met een ultieme krachtinspanning gooiden ze hun verstijfde lichamen een halve slag om en ze renden zo snel als hun benen hun dragen konden naar de uitgang van de grot.
Vader abt stond hen buiten op te wachten. ‘Al terug?’ vroeg hij niet zonder een zweempje van spot in zijn stem. Maar de monniken waren te overstuur om hem van repliek te dienen. ‘Jongens, jongens, toch’ zuchtte vader abt, ‘heeft niemand van jullie dan het geheim van de grot ontsluierd? Zelfs een kind kan die demonen de baas met de geheime code op zak!’.
‘Vertel op!’ knorde broeder Venantius gemelijk, ‘wat is het geheim van de grot dan wel?’
‘C’ est simple comme bonjour’, antwoordde vader abt, ‘niet versagen is de boodschap; wat je ook doet, wat je ook hoort, wat je ook voelt, blijf gewoon de ene voet voor de andere zetten’. Vertrouw er op dat de schat die je aan de andere kant van de grot zal vinden voldoende de moeite waard is om bepaalde risico ‘s te nemen.’
Uit deze legende heb ik altijd heel veel kracht geput. Voor mensen met een eetstoornis is ‘herstel’ een heel abstract begrip. Wat moet iemand die regelmatig door het lint gaat en zich onbeheerst volpropt zich daar bij voorstellen. Of iemand die precisie en controle hoog in het vaandel draagt. Daarom ook is het zo belangrijk om vertrouwen te hebben. Niet noodzakelijk in een hogere macht, maar wel in de woorden van een goede therapeut, in de liefde van je familieleden, in je waarde als persoon en in je vermogen om risico’s te nemen. Vertrouwen dat je voor iets grootser bestemd bent dan voor die zinloze machtsstrijd met je lichaam. Net zoals de monniken uit de legende moet iemand die wil genezen voetje voor voetje zetten en volhouden, in weerwil van wat zij ziet in de spiegel, of voelt in haar lichaam, of ondanks de boze stemmen die huishouden in haar hoofd. Dat betekent mild zijn voor zichzelf en zichzelf aanvaarden. Dat betekent een tijdelijke afschaffing van de voorwaardelijke wijs: als – dan. Maar dat betekent ook de confrontatie aangaan met pijnlijke emoties in plaats van voor iedere moeilijke situatie op de vlucht te gaan (of te hongeren of te bunkeren).
Men zegt wel eens dat geluk een reis is, geen bestemming. En dat geldt zeker voor het genezingsproces van een eetstoornis.
(*Dat had hij Belzebub een keertje zien doen, en hij vond dat een bijzonder ‘coole’ act).
Wordt vervolgd
John Hiatt: have a little faith in me
When the road gets dark
And you can no longer see
Just let my love throw a spark
And have a little faith in me
And when the tears you cry
Are all you can believe
Just give these loving arms a try
And have a little faith in me
And have a little faith in me
Chorus:
Have a little faith in me
Have a little faith in me
Have a little faith in me
Have a little faith in me
When your secret heart
Cannot speak so easily
Come here darlin
From a whisper start
To have a little faith in me
And when your backs against the wall
Just turn around and you will see
I will catch, I will catch your fall baby
Just have a little faith in me
Chorus
Sung over fade:
Well, Ive been loving you for such a long time girl
Expecting nothing in return
Just for you to have a little faith in me
You see time, time is our friend
cause for us there is no end
And all you gotta do is have a little faith in me
I said I will hold you up, I will hold you up
Your love gives me strength enough
So have a little faith in me
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »

Nicole Blackman (30 November, 1971) is een Amerikaanse performance-artieste, een passie die ze combineert met schrijven, zingen en lesgeven. Blackman is een icoon van de Noord-Amerikaanse gothic scene dankzij haar sombere stijl en sinistere horroracts. In 2000 verscheen ze tijdens een tournée op het podium in een tenue dat met bloed was besmeurd. Vervolgens knipte ze voor de ogen van het publiek haar haren af. Ze heeft een schare trouwe fans die al haar exploten – hoe weird ook – enthousiast toejuichen.
Ze publiceerde ook een drietal boeken met de ronkende titels: “Pretty,” “Sweet,” and “Nice,” (volgens haar de afschuwelijkste complimenten voor een jonge vrouw). Op een dag was ze op zoek naar materiaal voor een nieuwe CD. Bij gebrek aan inspiratie probeerde ze zich in te leven in de gevoelswereld van een anorexiapatiënt. Ze schreeft de tekst voor het nummer ‘Holy’. Die song werd zowat het lijflied van de anorexiagemeenschap, en van heel wat pro-ana adepten hoewel dat zeker niet Nicoles’ bedoeling was.
http://en.wikipedia.org/wiki/Nicole_Blackman
Holy
I eat only sleep and air and everyone thinks i’m dumb
But i’m smart because i’ve figured it out I am slimmer than you are
And I am burning my skin off little by little until I reach bone and self until i get to where I am essential until I get to where I am
Food doesnt even tempt me anymore
Because I am so full of energy and sense I can even pass by water now
Because I am living off the parts of me that I don’t need anymore I could feel the slow drips of pain before swirling inside where my lungs should have been now i’m clean inside I threw out hundreds of things that I didn’t need anymore
All my dresses and bras
Stupid things like jeans and socks
Most days I float thru the house naked so I can see myself in the mirrors
I have hundreds of them everywhere
And they talk back to me all the time
They keep me true and pure They make sure I’m still here
When I knew what I had to do I took all my notebooks, all my manuscripts
And ate them page by page so I could take my words with me I can finally control my life and even death
And I will die slowly like steam escaping from a pipe
This is my greatest performance and all of the actresses who won my parts will say how wonderful to let yourself go that mad how wonderful to go on this kind of journey and not care if you come back to tell the story
I scratch words on the walls now so people will visit this museum and know how someone like me ends up like this (they’ll say there is art in here somewhere)
Everything that comes out of me is sacred every fingernail, every eyelash, every hair starvation is sacred and i scratch my bones against the windows at night I light candles and feel myself evaporate this body is a little church, a little temple
You can’t see me now because i’ve gone inside
My family doesnt call anymore
My friends don’t call anymore
You can’t hurt me anymore.
They can’t hurt me anymore
Only I can And that’s okay I don’t need them anymore. I can live off me I speak to me. i dance with me I eat me
When they find me, I’ll have a little smile on my face And they’ll wrap me in a white cloth and lay me in the ground and say they don’t understand but I do.
I don’t hurt anymore I’m not lonely anymore. I’m not sad I’m not pretty anymore I made it through
I feel so holy and clean when i stretch out on the floor and sing sometimes god comes in for a minute and says i’m doing fine I’m almost there
Everyday I get a little closer to vanishing
Some days I can’t stand up because the room moves under my feet and i smile because I’m almost there, I’m almost an angel
One day when I am thin enough I’ll go outside fluttering my hands so I can fly And I will be so slight
That I will pass through all of you silently like wind
Geplaatst in Kunst, Teksten en gedichten | 1 reactie »
Als tiener kreeg Nickona Knuckles regelmatig last van eetbuien. Als haar maag op barsten stond rende ze naar het toilet om alles weer uit te braken.
De Afro-Amerikaanse Nickona herinnert zich nog goed dat ze op die leeftijd geen flauw benul had van de verwoestende effecten van bulimia op de gezondheid. Het kon haar in feite geen mallemoer schelen. Ze was één van de negen zwarte studenten in een secundaire school die drieduizend koppen telde, en ze moest zich in alle mogelijke bochten wringen om aanvaard te worden door haar klasgenootjes.
“Mijn opvattingen over schoonheid waren gebaseerd op de uitspraken en voorkeuren van mijn vrienden. Ook de plaatjes van blanke celebs in de media werkten diep op mij in. Zo kreeg ik last met mijn lichaamsbeeld.
De inmiddels 34-jarige Nickona vertelde tijdens een interview bij haar thuis in Phoenix: “Ik wilde niet per sé blank zijn, maar het was hartstikke moeilijk om me in die omgeving goed in mijn vel te voelen.”
Haar ouders schreven haar ten einde raad in voor een ambulant behandelingsprogramma in Mesa, Ariz.
Maar het werd een fiasco, want Nickona voelde zich daar een vreemde eend in de bijt.
“Ik ontmoette daar alleen maar blanke mensen, en om eerlijk te zijn, er was niemand die ook maar een beetje op mij leek of met wie ik mij ook maar een morzel verbonden voelde,” zei ze. Eetstoornissen zoals bulimia en anorexia worden meestal in verband gebracht met welgestelde blanke tienermeisjes. De meeste studies over die ziektes focussen trouwens ook op blanke patiënten.
De voorbije jaren riepen nochtans alsmaar meer mensen uit minderheden de hulp in van eetstoornisdeskundigen.
“Wij stellen vast dat Afro-Amerikaanse meisjes hoe langer hoe meer het slachtoffer worden van ernstige eetstoornissen” zegt Dr. Gayle Brooks, een Afro-Amerikaans psycholoog die verbonden is aan het Renfrew Eetstoornissencentrum in Florida.
Dr. Brooks betreurt enigszins dat deskundigen er tot voor kort automatisch van uitgingen dat anorexia en bulimia niet voorkwamen bij zwarte, Aziatische of Latina vrouwen. “Door hun traditiegetrouwe voorkeur voor een goed doorvoed lichaam, dachten wij dat zij gewoon immuun waren voor die hele eetstoornissenproblematiek. En op de keper beschouwd wérden Afro-Amerikaanse vrouwen door hun omgeving ook minder onder druk gezet om slank te zijn.”
“Afro-Amerikaanse vrouwen met weelderige vormen waren de paradepaardjes van de hele gemeenschap.” zegt Dr. Brooks. “Deze meisjes kenden geen schaamte of angst voor hun lichaam. Wel integendeel, ze werden door hun omgeving op handen gedragen omwille van hun zwembandjes en stootkussentjes.”
Volgens het National Institute of Mental Health lijdt tot 4.2 procent van de Amerikaanse vrouwen op een bepaald moment in hun leven aan bulimia, de eetstoornis die gekenmerkt wordt door eetbuien en purgeergedrag (braken, extreem sporten of laxatievenmisbruik). En ongeveer 3.7 procent krijgt vroeg of laat te maken met anorexia nervosa, waarbij ze zichzelf uithongeren om op een zo laag mogelijk gewicht te blijven.
Er bestaan geen betrouwbare cijfers voor vrouwen uit minderheden die aan eetstoornissen lijden. Maar deskundigen maken zich sterk dat hun aantal exponentieel zal stijgen.
In 2003 publiceerde The American Journal of Psychiatrie een studie van Dr. Ruth Striegel-Moore, die psychologie doceert aan de Universiteit van Wesley. Daaruit bleek dat jonge zwarte vrouwen vrijwel evenveel kans lopen om vroeg of laat met eetbuien te worden geconfronteerd als hun blanke tegenhangers. In een eerdere studie die in Archives of Family Medecine verscheen, stelde Striegel-Moore dat zwarte vrouwen nagenoeg evenveel te maken krijgen met eetbuien en braken als hun blanke soortgenoten. Voor extreem vasten en het gebruik van laxatieven of diuretica scoorden de zwarte vrouwen zelfs significant hoger.
“Het lijkt misschien bizar dat deskundigen zo slecht op de hoogte zijn van eetstoornissen bij gekleurde vrouwen,” zegt Dr. Striegel-Moore, “Maar dat is grotendeels te wijten aan het feit dat vrouwen uit minderheden veel minder snel hulp zullen zoeken voor hun gestoorde eetgedrag. Daardoor blijven ze ‘a dark number’ in het eetstoornissenonderzoek.”
Uit haar onderzoek bleek dat 16, of 28% van de blanke vrouwen en 1, of 5% van de zwarte vrouwen ooit behandeld werden voor hun eetprobleem (op 76 vrouwen die aangaven dat ze ooit met een eetstoornis te kampen hadden).
“Gekleurde vrouwen worden meestal niet behandeld,” zegt Dr. Striegel-Moore, “want dokters en therapeuten gaan er nog steeds van uit dat eetstoornissen geen voet aan de grond krijgen bij minderheden. Zij zijn gewoonweg niet uitgerust om gekleurde patiënten klinisch te behandelen.
“Ook in de media wordt alleen maar gewag gemaakt van blanken die aan eetstoornissen lijden. Dokters hebben daardoor geen oog voor eetstoornissymptomen bij gekleurde vrouwen, ze stellen niet de juiste vragen, of denken er niet aan om hen door te verwijzen naar deskundigen.”
Een onderzoek van de Florida State University onderschrijft deze stellingen zonder meer. De onderzoekers toonden een fictief dagboek van een zestienjarig meisje aan een testpubliek van 150 personen. Als achteraf gesteld werd dat de auteur van het dagboek blank was, concludeerde de meeste mensen daaruit dat de persoon in kwestie aan een eetstoornis leed. Als daarentegen geponeerd werd dat de auteur van allochtone origine was, lag die conclusie veel minder voor de hand.
“Vrouwen uit minderheden moeten heel veel barrières overwinnen om hulp te krijgen”, zegt Dr. Striegel-Moore, “zoals gebrek aan informatie en steun, gebrek aan financiële middelen…”
“Wat het probleem nog verergert”, zegt Dr. Kevin Thompson – prof psychologie aan de universiteit van Zuid-Florida – “is dat de lichaamsontevredenheid van Afro-Amerikaanse, Aziatisch-Amerikaanse en Latina vrouwen die van blanke vrouwen met rasse schreden bijbeent.”
Veel gekleurde vrouwen geloven dat slank zijn hen zal helpen om aansluiting te vinden bij de mainstream blanke cultuur.
“De voorbije tien jaar heeft er zich een culturele revolutie voltrokken inzake lichaamsesthetiek”, meent eetstoornisdeskundige Dr. Ira Sacker. “Zwarte vrouwen, Latina vrouwen…allemaal hebben ze het gevoel dat ze slank moeten zijn om aanvaard te worden door de dominante, blanke cultuur. “Ik zie ook alsmaar meer gekleurde vrouwen op mijn spreekuur”, aldus Sacker. “Misschien is het een teken aan de wand, dat gekleurde vrouwen die zich inkapselen in de traditionele cultuur van het thuisfront veel minder aandrang voelen om te gaan knoeien met hun eten.”
Dr. Stefanie Gilbert, assistent prof aan de universiteit van Washington, merkt terecht op dat de zwarte vrouwen die in tijdschriften staan afgebeeld, hetzelfde lichaamstype hebben als blanke modellen. En het zijn uiteraard ook deze zwarte droomprinsessen die aan de lopende band topfuncties binnenrijven – aldus Gilbert.
Paradoxaal genoeg, is deze verhoogde druk om slank te zijn bij gekleurde vrouwen grotendeels de schuld van ondernemingen die diversiteit hoog in het vaandel dragen. Door de globaliseringstendensen en de groeiende mobiliteit van de voorbije decennia is de multiculturele samenleving in de meeste westerse landen immers een voldongen feit. Gericht marktonderzoek toonde aan dat de toenemende diversiteit van de consumenten alleen maar kon gecountered worden door verregaande diversifiëring van de consumptiegoederen. Bedrijven zoals Benetton, Hilfiger, Nike waren er dan ook als de kippen bij om gestroomlijnde modellen van diverse origine te casten voor hun reclamecampagnes.*
‘Maar mediabeelden spelen geen solo slim bij het ontwikkelen van eetstoornissen. Ook stress en overgewicht kunnen de balans doen doorslaan’ waarschuwt Dr. Striegel-Moore. Eetstoornissen beginnen meestal in de vroege tienerjaren, hoewel het fenomeen nu ook in de lift zit bij vrouwen van middelbare leeftijd.
En geleidelijk aan groeit de bewustwording en de kennis van eetstoornissen in al hun facetten. Zo organiseerde het Renfrew Centrum lunchvergaderingen en workshops voor allochtone therapeuten.
Dr. Elena Rios, voorzitster van het National Hispanic Medical Association, plaatst daar nog een voetnoot bij. ‘Voedingsleer staat voortaan hoog op onze agenda genoteerd, net zoals obesitas en recentelijk dus eetstoornissen,’ bevestigt ze.
Maar deskundigen menen dat Afro-Amerikaanse psychotherapeuten het voortouw moeten nemen. Zij moeten zich grondig informeren over de reikwijdte van het hele probleem. Vervolgens moeten zij – althans volgens Dr. Brooks – zorgen voor de doorstroming naar de minderheidsgroepen.
“Vergeet niet dat een eetstoornis een ziekte is”, zegt Dr. Brooks. “Die ziekte kan behandeld worden, maar als de medische wereld geen moeite doet om een referentiekader uit te bouwen voor de behandeling van vrouwen van vreemde origine, zullen veel allochtone vrouwen ‘letterlijk’ op hun honger blijven zitten.”
Nickona Knuckles, die op twaalfjarige leeftijd strijd moest leveren met eetbuien en purgeergedrag, zou baat gehad hebben bij dergelijke know how. Wellicht had ze dan veel eerder in haar ziekteproces een aangepaste behandeling kunnen krijgen.
“Als ik eerder hulp had kunnen vinden, dan had ik waarschijnlijk mijn lichaam met heel wat minder schade uit de brand kunnen slepen,” zegt ze spijtig.
* Noot: uiteraard moest er dan een nieuw ideaalbeeld gecreëerd worden om die gediversifieerde producten aan de man te brengen, dat werd dan de succesvolle, slanke gekleurde vrouw (zie Naomi Klein: No Logo)
http://www.nytimes.com/2005/09/20/health/psychology/20eat.html?pagewanted=1&_r=1
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »
Door MARC KRUYSWIJK

DEN HAAG – Consultatieartsen maken zich zorgen over kinderen die niet de benodigde voedingsstoffen krijgen. De ouders zijn bang dat hun kinderen te dik worden en geven hen te weinig eten of te vaak caloriearme en light producten.
Dat zegt Elise Buiting, voorzitter van de Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg, waar de consultatieartsen onder vallen. Zij hoort uit het veld regelmatig verhalen van ouders die door alle berichten over overgewicht doorslaan en hun kind op een te streng dieet zetten.
Het gaat daarbij vooral om zuivel- en light producten, zegt Buiting. ,,Je moet je ervan bewust zijn wat je jonge kinderen voorzet, maar onder de 6 jaar hebben ze gewoon vet nodig. Wij raden bijvoorbeeld volle yoghurt aan. Als kinderen dezelfde light producten eten als hun ouders, krijgen ze al snel te weinig vetten binnen.’’
Psychiater Annemarie van Elburg van Altrecht, een centrum voor eetstoornissen, stelt dat de voorlichting over gezonde voeding bij sommige ouders een verkeerd effect heeft. ,,Door alle berichtgeving over overgewicht zijn er ouders die uit alle macht zelf extreem gezond willen eten. Dat heet orthorexia. Zij verliezen daarbij uit het oog dat hun kinderen nu eenmaal meer vet nodig hebben dan zij.’’ Volgens de Gezondheidsraad moet 20 tot 40 procent van het kindermenu bestaan uit vetten die nodig zijn voor een goede ontwikkeling van de hersenen.
Obesitas, dat zal ons niet overkomen’
Door MARC KRUYSWIJK
AD maandag 09 februari 2009
AMSTERDAM – Lotte (inmiddels 5) weegt geen grammetje te veel.
Een gezond, slank meisje, actief en beweeglijk, hooguit iets aan de kleine kant. Moeder Rosanne keek dus vreemd op toen de consultatiearts anderhalf jaar geleden ineens begon over haar gewicht: dat was wel heel erg laag.
,,Lotte zat altijd net binnen de curves, hoewel ze sinds haar geboorte aan de lichte kant is.’’
Nu was dat ineens anders. ,,De arts vroeg of Lotte wel goed at. Maar ja, ze is nooit een grote eter geweest. Volgens de consultatiearts kon er best wat meer en vooral wat steviger worden gegeten. De arts raadde ons aan om haar in het vervolg goede vette producten voor te schotelen. Volle yoghurt in plaats van magere en geen halvarine meer. En die smeerkaas hoefde ook echt niet 20-plus te zijn.’’
De arts vond het niet verontrustend, zegt Rosanne, ze wilde het gewoon even zeggen. ,,Dat was wel even wennen, want wij eten thuis heel gezond en we hebben nooit margarine in huis laat staan roomboter, maar vooral light producten. Je leest zoveel over obesitas, dat zal ons niet overkomen.’’
Wie in de supermarkt een blik werpt in de mandjes van jonge ouders, komt een boel ongezonds tegen. Maar evenzeer zijn er ouders die naar de andere kant doorslaan. Karretjes vol Rivella Light, zuivel (‘met 0 procent vet’) en crackers die zo light zijn dat ze bijna wegzweven. In de buurten die sociaaleconomisch goed scoren, kunnen ze de vetarme en gezonde artikelen niet aanslepen, lijkt het. Kinderpsychiater Annemarie van Elburg van Rintveld, een centrum voor eetstoornissen en onderdeel van Altrecht, stelt dat er een groep mensen is die ultragezond leeft. ,,Voor hen zelf is dat niet per se slecht, maar zij verliezen soms uit het oog dat kinderen meer en andere voedingsstoffen nodig hebben. Zij eten altijd boterhammen zonder boter, maar kinderen hebben die boter nodig.’’
Tatjana van Strien, hoofddocent psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, deed onderzoek naar eetgedrag en persoonlijkheidskenmerken. Zij noemt het verstandig van de consultatieartsen dat zij hun zorgen uiten over het verkeerde eetgedrag. ,,Kinderen kunnen er de rest van hun leven last van houden.’’
Volgens Van Strien sluiten de constateringen van de consultatieartsen aan bij het heersende idee over vet. ,,Vet is slecht, dat wordt er aan alle kanten ingeramd. Terwijl kinderen ook vet nodig hebben. Zij zijn in de groei, dus het is zaak dat ze juist zwaarder worden. Vet hoort onderdeel te zijn van het kindermenu.’’
Ook vindt Van Strien dat ouders zich, helemaal bij de heel jonge kinderen, verre moeten houden van light producten. ,,Al was het maar vanwege de aspartaam die er vaak aan is toegevoegd. Dat is een ronduit schadelijk middel.’’
Maar light producten brengen voor kinderen nog een ander risico met zich mee. Van Strien: ,,Kinderen weten precies wanneer ze genoeg hebben gegeten. Wie zijn kinderen te lichte producten geeft, brengt ze in de war. Ze eten en ze eten en het verzadigingspunt wordt simpelweg niet bereikt. Light producten geven een verkeerd signaal af aan een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is.’’
http://www.kindjeopkomstforum.nl/viewtopic.php?p=3437445&sid=c6d8414df5fba2eae076f84f22da482f
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen, Orthorexia nervosa | Reageer »
23-06-2004

Leugen van de slanke lijn
Door Martine Boelsma
We weten het allemaal: overgewicht is hard op weg volksvijand nummer één te worden. Maar, zegt psychologe Tatjana van Strien, datzelfde geldt voor de tegenbeweging: de slankheidsrage. Aan de lijn doen is volgens de psychologe voor sommige mensen minstens zo schadelijk als dik zijn. Zij hebben veel meer baat bij psychologische begeleiding.
Effe snacken, maar de snelle hap moet wel worden verbrand.
Tatjana van Strien schreef het boek De afslankmythe, waarin zij beschrijft hoe vrouwen en mannen massaal en meestal tevergeefs met hun gewicht worstelen. Ook helpt zij in het boek de ontspoorde lijners op weg om weer normale eters te worden. ,,Soms betekent dat ook: afscheid nemen van de droom om in maatje 38 te passen”, aldus Van Strien.
Ze is als docent en onderzoeker verbonden aan de vakgroep klinische psychologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook doet ze al 20 jaar onderzoek naar lijnen en overeten en is ze auteur van de Nederlandse Vragenlijst over Eetgedrag, die door bijna alle diëtisten wordt gebruikt.
Het beeld dat opdoemt uit Van Striens boek is somber: een land vol ongelukkige mannen en vrouwen die dag in dag uit proberen om zich te beheersen en dag in dag uit weer bezwijken voor al het lekkers dat hen omringt. Of die er in slagen om zich gedurende korte tijd uit te hongeren met een 1000-caloriën dieet, waarna ze in rap tempo weer aankomen, en daarbij meestal nog zwaarder worden dan voorheen. Dit effect, het zogeheten jojoën, kan er toe leiden dat mensen er dan maar helemaal de brui aangeven.
,,Het heeft alles met onze cultuur te maken”, zegt Van Strien. ,,Er worden ons twee idealen voorgespiegeld die tegenstrijdig zijn aan elkaar. Enerzijds is er het ideaal van genieten en overconsumeren. Er is een enorm aanbod en we worden bestookt met reclames, die grote druk op ons uitoefenen om te kopen en te eten.
,,Anderzijds is er het ideaal van zelfbeheersing, matigheid en slankheid. De superslanke modellen, de tijdschriften vol diëten, de fitnessgoeroe’s. Ook dat trekt aan ons. Mensen die jojoën – afwisselend aankomen en afvallen – worden letterlijk heen en weer geslingerd tussen die twee idealen. Het meest extreem zie je dat bij mensen met eetstoornissen als anorexia nervosa (dwangmatig hongeren en daarbij sterk vermageren), boulimia nervosa (vreetbuien gevolgd door braken) en binge eating (vreetbuien zonder braken), maar in lichtere mate zie je het bij bijna alle lijners.
,,Het probleem is dat de enige goede methode om op gewicht te blijven – matig en gevarieerd eten en regelmatig bewegen – niet in deze tijdgeest past. Het is saai en voldoet aan geen van beide ideaalbeelden.”
Artsen en andere hulpverleners weten vaak niet meer wat ze met ze met de dikke mensen op hun spreekuur aanmoeten. Uit angst dat lijnen misschien wel erger is dan de kwaal (het overgewicht) schrijven veel huisartsen hun patiënten geen vermageringsdieet meer voor. Maar is dat de oplossing? Moeten we overgewicht accepteren en ons er maar bij neer leggen dat we met z’n allen steeds dikker worden?
,,Nee”, zegt Van Strien. ,,Daarvoor zijn de gezondheidsrisico’s van overgewicht – zoals diabetes en hart- en vaatziekten – te groot.” Haar advies is: vóórdat je de stap zet om iets aan je lichaamsgewicht te doen, moet je eerst aan zelfonderzoek doen. Want bijna alle eetproblemen hebben een psychologische achtergrond. Waarom eet je? Wanneer eet je? Welke emoties heb je bij het eten? Zo kun je te weten komen of het voor jou wel zinvol is om een vermageringsdieet te volgen, of dat je meer baat heeft bij begeleiding van een psycholoog om je eetproblemen aan te pakken.”
Allereerst is het van belang om te weten of je een ‘emotionele eter’ of een ‘externe eter’ bent. Emotionele eters, legt Van Strien uit, verwarren gevoelens van verveling, leegte, stress of verdriet met hongergevoel en reageren dus op allerlei emoties door te gaan eten. Zelfs als ze zich heel prettig voelen, moeten ze daarbij wat eten. ,,Het is een patroon dat al in de vroegste jeugd is aangeleerd. Pijn? Snoepje erop!”
,,Externe eters gaan vooral eten als ze met eten worden geconfronteerd. Zij zijn gevoelig voor de aanblik van lekkers, ook als ze helemaal geen honger hebben. Het zijn de mensen die ook na een copieus maal geen nee kunnen zeggen tegen het toetje en ook niet tegen de bonbons bij de koffie. Bij beide groepen bestaat de neiging om alle controle te verliezen en zich te overeten.
De door Van Strien ontwikkelde Nederlandse Vragenlijst Eetgedrag, waarvan een herziene versie in haar boek staat, geeft snel antwoord op de vraag welk eettype u bent, met vragen als ‘Als u ongerust, bezorgd of gespannen bent, hebt u dan zin om te eten?’ Of: ‘Als u langs een bakker loopt, krijgt u dan zin om iets lekkers te kopen?’ Sommige mensen zullen zich in beide groepen herkennen.
Vooral voor de emotionele eters en voor mensen die zowel emotioneel als extern eten is het niet raadzaam om zo maar aan de slag te gaan met een dieet. Van Strien: ,,De kans is zeer groot dat zij gaan jojoën, of erger nog, een eetstoornis als anorexia of boulimia ontwikkelen. Emotionele eters hebben veel meer baat bij psychologische hulp, om te leren hoe ze met hun emoties moeten omgaan. Emotionele eters zijn vaak wat ik noem ‘gevoelsblind’. Zij ervaren hun gevoelens niet echt, maar omzeilen ze door zich vol te stoppen. Door te lijnen lossen zij dit probleem niet op. Het brengt ze zelfs verder van huis. Zij hebben veel meer baat bij een goede therapie. Als ze beter leren om met hun emoties om te gaan, zullen ze ook vanzelf wat afvallen. Dat is dan mooi meegenomen.”
Externe eters komen vaak al een heel eind met zelfinzicht en wat praktische tips die het voor hen gemakkelijker maken om niet steeds te bezwijken voor de verleidingen om hen heen. ,,Boodschappen doen met een briefje én een volle maag helpt bijvoorbeeld om niet alles te kopen wat er lekker uitziet. Elke drie uur wat eten om te voorkomen dat je te hongerig wordt, helpt om verleidingen te weerstaan en tijdens het eten moet je eten, dus niet tv-kijken of lezen. Bewust eten en goed kauwen bevordert een gevoel van verzadiging.”
Haal ook niet te veel lekkers in huis voor eventuele gasten. ,,Want”, zegt Van Strien, ,,die gast ben je meestal zelf.” Voor sommige externe eters, tenslotte, kan praktische, op het gedrag gerichte therapie ook zinvol zijn.
Natuurlijk zijn er ook mensen die te dik zijn zonder dat ze last hebben van emotie-eten of extern-eten. ,,Zij zijn niet meer op hun oude gewicht gekomen na een zwangerschap of hebben overgewicht doordat ze al jaren iets te veel eten en iets te weinig bewegen.” Voor hen kan een dieet wel uitkomst bieden, mits ze verantwoord te werk gaan, want anders kunnen ze alsnog tot de probleemeters gaan behoren. ,,Mijdt zogeheten wonderdiëten. Die leiden juist tot gewichtsproblemen en jojoën”, onderstreept Van Strien.
Een paar richtlijnen van Van Strien om jojoën te voorkomen: Verlies nooit meer dan een pond per week, maak geen gebruik van 1000-caloriëndiëten en andere veelbelovende vermageringskuren, ontbijt altijd goed, sla nooit een maaltijd over.”
Van Strien stelt bovendien als ‘harde norm’ dat je nooit meer dan 10 tot 15 procent van je lichaamsgewicht moet kwijtraken. Ook als dat betekent dat je nooit meer maatje 38 of 40 aan zult kunnen. ,,Neem afscheid van die droom van een slank lichaam als je natuurlijke gewicht wat hoger ligt.”
Rigoreus of te veel afvallen, zegt Van Strien, pakt zowel voor lichaam als geest slecht uit. ,,Hoe strenger je bent, hoe groter de verleiding van het ‘verboden voedsel’ en hoe groter de kans dat één koekje alle lijnpogingen teniet doet. Er ontstaat een alles-of-niets mechanisme. Eén snoepje betekent dan dat het lijnen weer niet is gelukt, en dat alle remmen los gaan.”
Ook het lichaam reageert averechts op hongerdiëten. ,,Je verknalt je stofwisseling. De verbranding vertraagt, vet wordt opgeslagen doordat het lichaam het signaal krijgt dat er sprake is van een hongerperiode. Dat effect ontstaat zelfs al wanneer je af en toe een maaltijd overslaat. Lijnen is dus absoluut niet iets waar je ondoordacht aan moet beginnen. Het is een risicovolle bezigheid waar we veel te lichtvaardig mee omgaan.”
Van Strien: ,,We hebben veel te lang gedacht dat wie dik is aan de lijn moet gaan doen. Dat het dan vanzelf wel goed komt. Dat is de mythe die ik door wil prikken.”
Tatjana van Strien, De Afslankmythe, Uitgeverij Scriptum,
http://www.network54.com/Forum/212035/message/1092817561/artikel+AD+over+lijnen
Geplaatst in Eetstoornissen algemeen | Reageer »
Voor K.
The trees they grow high,
the leaves they do grow green
Many is the time my true love I’ve seen
Many an hour I have watched him all alone
He’s young,
but he’s daily growing.
Father, dear father,
you’ve done me great wrong
You have married me to a boy who is too young
I’m twice twelve and he is but fourteen
He’s young,
but he’s daily growing.
Daughter, dear daughter,
I’ve done you no wrong
I have married you to a great lord’s son
He’ll be a man for you when I am dead and gone
He’s young,
but he’s daily growing.
Father, dear father, if you see fit
We’ll send him to college for another year yet
I’ll tie blue ribbons all around his head
To let the maidens know that he’s married.
One day I was looking o’er my father’s castle wall
I spied all the boys aplaying at the ball
My own true love was the flower of them all
He’s young, but he’s daily growing.
And so early in the morning
at the dawning of the day
They went out into the hayfield
to have some sport and play;
And what they did there,
she never would declare
But she never more complained of his growing.
At the age of fourteen, he was a married man
At the age of fifteen, the father of a son
At the age of sixteen, his grave it was green
Have gone, to be wasted in battle.
And death had put an end to his growing.
I’ll buy my love some flannel
and I will make a shroud
With every stitch I put in it,
the tears they will pour down
With every stitch I put in it,
how the tears will flow
Cruel fate has put an end to his growing.
Geplaatst in Uncategorized | 2 Commentaar »










