Feeds:
Berichten
Reacties

Size Ate

sizeate

Everybody wants to be perfect
and be just like me
so pick a lucky number
and starve yourselve to be
perfect

Size Ate

don’t you want to be a Size Ate

you’ve got to put away the Twinkies

put away the chips

don’t let an ounce of icky fat cross those luscious lips

(Urbana, IL) – Iedere vrouw streeft naar de perfectie – een perfect lichaam, een perfect kapsel, een perfect gebit, een perfect gezicht, Maar één vrouw is moedig genoeg om de studenten van de Amerikaanse universiteiten voor de voeten te gooien dat ze perfect is ondanks al haar gebreken.

De show van Margaux Laskey begint meestal met een song en een dansnummer waarmee ze het streven naar de perfecte maat (2, 4, 6 , 8) in de verf zet. Het is een vrij onconventionele theatervoorstelling die het concept van de one-woman-show met het concept van de performance art combineert,” zegt ze.

De one-woman show, “Size Ate,” die geschreven en geacteerd wordt door de New Yorkse actrice, vertelt het verhaal van haar levenslange gevecht met lichaamsbeeld, eetstoornissen en zelfaanvaarding. De show is grappig, ontroerend en soms ook hysterisch,” vindt ze zelf, “het is mijn levensverhaal met een knipoog beschreven”.

Etalagepoppen met diverse maten zijn niet alleen haar enige theaterrequisieten, ze zijn ook de enige acteurs die tegengas geven in haar show. Ze dolt er mee rond terwijl ze de expansiedrang van haar lichaam beschrijft en de reacties die ze kreeg op haar diverse kledingmaten.

Maatje acht – “Je bent niet dik, alleen maar een beetje mollig.”
Maatje zes – “Je bent niet dik, alleen maar robuust gebouwd.”
Maatje vier – “Je bent niet dik, je hebt alleen maar zware beenderen.”

Maatje tien – “Je bent niet dik, alleen maar een beetje lui.
Maatje 16 – “Je bent niet dik, alleen maar ‘een beetje’ dik.”

reddress

Laskey beschrijft haar ervaringen met allerlei crashdiëten die ze vanaf haar dertiende samen met haar stiefmoeder uitprobeerde. Haar haren begonnen uit te vallen, haar vingernagels werden blauw en haar maandstonden bleven uit. Het verdict van de dokter was snoeihard: ze leed aan anorexia.

Ze zette haar reis door het leven verder met als orgelpunt een maatje zestien in de humaniora. Gelukkig speelde ze dat overgewicht later weer kwijt. Het publiek lacht met haar spitante monologen en haar soms knettergekke ervaringen op de dating scene. Maar later vegaat het lachen hen als ze het heeft over haar calorieënobsessie en het dwangmatig bewegen om vet te verbranden.

52 calorieën tijdens het avondmaal, 512 calorieën per dag en expresso om het metabolisme een boost te geven… Ik denk altijd aan de calorieën, ze dansen door mijn hoofd… Ik moet wandelen, joggen, lopen,” zegt ze over de terugval in anorexia waarmee ze  rond haar twintigste werd geconfronteerd. Maar Laskey laat haar show eindigen op een positieve noot.

Terwijl ze een pyramide bouwt van de etalagepoppen, zegt ze, “Ik ben groter dan mezelf, dan jij en jou. Ik ben dit nummer, nummer acht, geweldig niet?”

En met haar laatste woorden, trekt ze het nummer acht van de etalagepop in kwestie en draait het op zijn zij zodat het een oneindigheidssymbool wordt. “Mijn waarde kan je niet berekenen,” zet ze de puntjes op de i.

Ik wil alleen maar zeggen dat we met zijn allen zo veel meer zijn dan een cijfer”, aldus Lasky, “de show illustreert alleen maar hoe we ons vastpinnen op de kwantiteit, terwijl er zoveel facetten aan een persoonlijkheid zijn. Met het oneindigheidssymbool wil ik dat duidelijk maken. In wezen is het een filosofie.”

Een filosofie die de Body Image Network (BIN), een studentenorganisatie, wil uitdragen door Lasky’s show te promoten.

“Als ik er in slaag om op het podium mijn ziel binnenste buiten te keren, zal dat misschien een aantal mensen er toe aanzetten om over hun problemen met gewicht, zelfaanvaarding, of lichaamsbeeld te praten”, zegt Laskey , “Ik hoop dat het de schaamte wegneemt en de stilte doorbreekt. Die dingen geheim houden lost niets op.”

De kernboodschap van de show is dat zelfaanvaarding een proces is dat nooit eindigt en dat we nooit helemaal kunnen beheersen, maar we kunnen er iedere dag aan werken om gelukkiger met onszelf te worden en met de mensen rondom ons.

Het klinkt misschien cliché, maar “ik ben okee, jij bent okee” is de clou van het hele verhaal,’” zegt Laskey. “Dat klinkt tenminste hoopvol.”

woman-computer-heart

Hoe LIEFDE te installeren!

Helpdesk (HD): Goede morgen mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?

KLANT: Ik heb er lang over nagedacht, maar ik wil nu LIEFDE op mijn besturingssysteem installeren. Kunt u me daar stap voor stap bij helpen?

HD: Jazeker kan ik dat. Bent u er klaar voor?

KLANT: Tja, ik ben niet zo technisch, maar ik denk wel dat ik er klaar voor ben. Wat moet ik eerst doen?

HD: De eerste stap is het openen van uw HART. Weet u waar uw HART zit, mevrouw?

KLANT: Ja, dat weet ik, maar er worden nu verschillende andere programma’s uitgevoerd. Kunnen die tijdens het installeren blijven draaien?

HD: Welke programma’s zijn dat, mevrouw?

KLANT: Laat me eens kijken, op het ogenblik worden OUD-ZEER.EXE, LAGE-ZELFWAARDERING.EXE, WROK.EXE en WREVEL.COM uitgevoerd.

HD: Geen probleem. OUD-ZEER.EXE wordt geleidelijk wel door LIEFDE gewist uit uw huidige besturingssysteem. Het kan zijn dat het in het geheugen aanwezig blijft, maar dan laat het andere programma’s ongemoeid. LAGE-ZELFWAARDERING.EXE wordt op den duur wel door een module van LIEFDE overschreven die HOGE-ZELFWAARDERING.EXE heet. Maar WROK.EXE en WREVEL.COM moet u wel helemaal afsluiten. Door deze programma’s kan LIEFDE niet goed worden geinstalleerd. Kunt u deze afsluiten, mevrouw?

KLANT: Ik weet niet hoe dat moet. Kunt u me daarbij helpen?

HD: Met genoegen. Ga naar uw startmenu en klik op VERGEVING.EXE. Doe dat net zolang tot WROK.EXE en WREVEL.COM helemaal zijn gewist.

KLANT: Okee, dat is gebeurd. Nu is LIEFDE vanzelf gestart. Is dat normaal?

HD: Ja hoor. U moet nu een melding krijgen dat het opnieuw wordt geinstalleerd voor de levensduur van uw HART. Krijgt u die melding?

KLANT: Ja, die zie ik. Is LIEFDE nu helemaal geinstalleerd?

HD: Ja, maar denk eraan dat u nu alleen nog maar de basisprogramma’s heeft. U moet de andere HARTEN aansluiten voor de programma-uitbreidingen.

KLANT: Oei. Ik krijg al een foutmelding. Wat moet ik nu doen?

HD: Welke foutmelding?

KLANT: Er staat ‘FOUT 412 – PROGRAMMA WORDT NIET UITGEVOERD OP INTERNE COMPONENTEN.’ Wat wil dat zeggen?

HD: Geen zorgen, mevrouw. Dat is een probleem dat wel vaker voorkomt. Het wil zeggen dat LIEFDE is ingesteld om op externe HARTEN te worden uitgevoerd, maar dat het nog niet op uw eigen HART toepasbaar is. Het ligt nogal ingewikkeld, maar in lekentermen wil het zeggen dat u pas aan ‘LIEFDE’ voor anderen toekomt als u eerst ‘LIEFDE’ voor uw eigen computer installeert.

KLANT: Wat moet ik dan doen?

HD: Kunt u de directory ‘ZELF-AANVAARDING’ openen?

KLANT: Ja, die heb ik.

HD: Mooi zo, u wordt er echt goed in.

KLANT: Dank u.

HD: Graag gedaan. Klik op de volgende bestanden en kopieer die naar de directory ‘MIJN-HART’: VERGEEF-JE-ZELF.DOC, KEN-JE-WAARDE.TXT en ERKEN-JE-BEPERKINGEN.DOC. De computer zal alle bestanden overschrijven die problemen geven en programma’s met fouten verbeteren. U moet ook OVERDREVEN-ZELFKRITIEK.EXE uit alle directory’s wissen en dan de prullenbak leegmaken zodat u zeker weet dat het programma voorgoed verdwenen is en nooit meer terug kan komen.

KLANT: Zo, da’s gebeurd. Hela! Mijn HART loopt vol met nieuwe bestanden. GLIMLACH.MPG draait nu op mijn beeldscherm en geeft aan dat VREDE.COM en TEVREDENHEID.COM in mijn HART worden overgeschreven, is dat normaal?

HD: Dat gebeurt weleens, ja. Voor sommigen duurt het een tijdje, maar op den duur worden alle programma’s geladen. Maar, alles op z’n tijd. Dus LIEFDE is nu geinstalleerd en wordt uitgevoerd. Vanaf nu moet u het allemaal zelf aankunnen. Ik heb nog een ding voordat ik ophang.

KLANT: Ja?

HD: LIEFDE is een gratis programma. Zorg ervoor dat u het programma en de modules ervan geeft aan iedereen die u maar tegenkomt. Die geven het dan weer aan anderen en van hen krijgt u dan weer soortgelijke andere mooie modules.

KLANT: Dat zal ik doen. Bedankt voor uw hulp. Hoe heet u trouwens?

HD: Noem me maar Goddelijke Cardioloog, maar ik sta ook bekend als De Grote Heelmeester, maar de meeste mensen noemen me gewoon God. Men vindt dat een jaarlijkse controle voldoende is voor een gezond HART, maar de fabrikant (ik dus) beveel een dagelijkse onderhoudsbeurt aan, wil men optimaal functioneren. Anders gezegd, blijf contact houden….

wann-99031

By Lauren Gard

Published on August 26, 2008 at 12:58pm

Het is bijna middag in het Revolution Cafe als Marilyn Wann officeel haar papieren kraanvogels begint te tellen. “Matilda knutselde 34 mooie kingsize vogels in elkaar’, zegt ze terwijl ze de bontgekleurde diertjes in de gele briefomslag schuift die vanmorgen in haar bus viel. “We zijn op de goeie weg”.

Wann die naam maakte met haar boek FAT!SO? is misschien wel de beroemdste FAT activiste van Amerika. Momenteel maakt ze zich op om 1000 kingsize kraanvogels naar de Japanse regering te sturen. Volgens een oude Japanse legende mag iemand die dit aantal vogels plooit een wens doen (dat kan je lezen in Duizend Kraanvogels van Kawabata Yasunari). Na de Tweede Wereldoorlog werd die praktijk zelfs geassocieerd met de wereldvrede.

De missie van Wann combineert beide. Ze ijvert voor körperlichen Frieden over heel de wereld. Haar kraanvogel-campagne is een reactie op een draconische wet die door de Japanese regering werd ingevoerd. Die wet verplicht ondernemingen en lokale besturen om de taille van hun werknemers drastisch in te snoeren. Indien zwaarlijvige werknemers er niet in slagen om binnen de drie maanden hun overtollige kilo’s kwijt te spelen, worden zij op een strikt dieet gezet. Komen zij er na zes maanden nog steeds rond voor uit, dan krijgen ze een heropvoedingsprogramma in de maag gesplitst.  En als kers op de taart krijgen de werkgevers van weerbarstige smulpapen een gepeperde boete in hun brievenbus.

Wann vindt het Kafkaiaans dat een land een dergelijke hetze ontketent tegen de dikkere medemens. Haar middelomtrek ligt ver boven de Japanse norm en ze is gelukkig, gezond en productief. Ongetwijfeld zijn veel gezette Japanners dat ook.

Wann wist meteen dat ze iets moest ondernemen. Maar de briljante ideeën bleven achterwege. ‘Het artikel bleef maar door mijn geest spoken’, zegt ze. ‘Ik voelde me eigenlijk schuldig omdat mijn land zijn gewichts- en vetfobieën blijkbaar naar het buitenland exporteert. Ik wilde iets ludieks doen om die wrede realiteit enigszins te ontmijnen.”

De kraanvogel lag eigenlijk voor de hand, omdat de link met vrede duidelijk is. En hey, ik weet wel zeker dat er kraanvogels zijn in alle maten en gewichten. Maar een kraanvogel ontwerpen met een maatje meer was niet van de poes. Gelukkig kende Wann een New Yorkse origami kunstenares die de klus spelenderwijs klaarde. ‘Ik experimenteerde wat en ontdekte op die manier hoe ik een dikke origamimus kon maken. Maar die kraanvogel was een ander paar mouwen’, meldt Sandy Schaffer ons telefonisch.

Na een uurtje knutselen en knoeien, vond ze een manier om de van nature slanke kraanvogel breder en ronder te maken. ‘Hij is ronder’, zegt ze, ‘ik wilde geen puntige hoeken’. Wann weet nog niet precies hoe zij en haar kraanvogelproducenten de beestjes aan de Japanse beleidsmakers zullen overmaken. Ze hopen dat de puntgave papieren kunstwerkjes een zekere impact zullen hebben. “De mensen blijven maar vragen, ‘welke papiermaat moeten we gebruiken?’ zegt ze. Haar antwoord? “‘Alle maten die er bestaan, baby!’ Dat is nu net het punt.”

1000fatcranes

stift_melk_001_2004

De abdij van Melk

Eetstoornissen ontstaan vaak uit een zee van pijn. En de angst om die pijn opnieuw te voelen heeft een vertrouwensbreuk veroorzaakt tussen jou en je omgeving. Je gelooft je moeder niet als zij zegt dat de remedie waarvoor je gekozen hebt erger is dan de kwaal. Je gelooft je zus niet, of je beste vriendin of je partner als zij zeggen dat zij zich zorgen om je maken of dat je er slecht uitziet. Je zit zo ingekapseld in je rigide rituelen, je waanvoorstellingen en kromme redeneringen dat genezing wel een abstract begrip lijkt. Genezen van wat? Van het slankheidsideaal? En waarom dan wel? Slank zijn is toch de max? En jij voelt je toch kiplekker. Tegelijk ben je heel eenzaam, je weet dat je mensen nodig hebt, maar je twijfelt zo aan jezelf dat de kloof tussen jou en de anderen onoverbrugbaar lijkt. Je bootje drijft steeds verder af van de kaai. Je hebt geen pijn meer, maar ook de vrolijkheid, warmte en geborgenheid zijn uit je leven verdwenen. En ondertussen moeten die anderen machteloos toezien hoe jij jezelf mishandelt en tekort doet.

Het eerste wat je moet leren op weg naar de genezing is om terug te vertrouwen: op jezelf, op je familieleden, je vrienden, de mensen in het algemeen, want alleen kom je er niet. Soms moet je dan een sprong in het diepe wagen. De angst om van een kale reis thuis te komen en opnieuw gekwetst te worden loert om elke hoek. Soms is het nodig dat je eerst terug gaat eten, om contact te maken met je gevoelens die door het hongeren op non-actief zijn gesteld. Maar stap voor stap zie je de wereld weer openbreken als je je hart opnieuw openstelt voor anderen. De meeste mensen zijn heus wel okee! Alleen zij kunnen de nep-veiligheid die je eetstoornis je biedt vervangen door echte veiligheid: de veiligheid van zich geliefd en gewaardeerd te weten. De legende van de Grot der Duizend Demonen kan je misschien enige houvast bieden bij die moeizame reis naar de wereld van mensen.

De legende van de Grot der Duizend Demonen.

Lang geleden was er eens een abdij die als een arendsnest tegen de roestige flanken van het Harzgebergte was aangebouwd. Het was een oord van godsvrucht en meditatie, waar de stilte alleen verbroken werd door het geschuifel van sandalen in de tochtige gangen die de kloosterkerk met de woonvertrekken van de monniken verbonden. De abt van deze abdij was een wijs man. Zijn kennis van de staathuishoudkunde, de filosofie en de theologie hadden hem tot in de verste uithoeken van Duitsland bekend gemaakt. Ja, zelfs in de semi-ketterse abdij van Melk in Oostenrijk waren zijn geschriften een inspiratiebron voor mannen die hun leven aan de godsdienst en de contemplatie hadden gewijd. In het scriptorium krasten de miniaturisten met vinnige ganzenveren citaten van hem in hun perkamenten dagboek.

Toen een kwaadaardige vorm van cataract het licht in zijn ogen doofde en zijn handen kromtrokken van de artritis, wist de abt dat zijn tijd in dit ondermaanse gekomen was. Maar een abt die zichzelf respecteert kan niet zo maar op zijn dooie gemak het loodje leggen. De voortzetting van de dynastie moet worden verzekerd. Hij moet op de valreep nog een plaatsvervanger aanstellen. En niet zomaar de eerste de beste. Een aspirant abt moet kloten aan zijn lijf hebben (in overdrachtelijke zin dan toch) en veel haptonomisch inzicht. Want indien de leden van zo’n kleine kloostergemeenschap niet voldoende stimuli aangeboden krijgen om zich ten volle te ontplooien, dan zijn Sodom en Gomorra nabij.

Vader abt brak zich het hoofd over deze opvolgingskwestie. Eén voor één liet hij zijn discipelen voor zijn geestesoog passeren. Pater Venantius was te sloom, pater Ambrosius te gulzig, pater Maximus te heetgebakerd…’Akkerdjie, akkerdjie’, riep vader abt vertwijfeld uit. Hoe meer hij nadacht, hoe verder hij van de oplossing verwijderd leek. Plotseling verscheen als bij toverslag de heilige Laurentius in een wolk van pek en solfer*, de man die al sinds jaar en dag de patroonheilige is van de administrateurs. ‘Maar vadertje abt toch’, sprak hij, ‘ik krijg er het heen en weer van om jou zo te zien nadenken. En dat terwijl de oplossing zo voor de hand ligt. Waarom onderwerp je ze niet gewoon aan de proef van de ‘Grot der Duizend Demonen’. En -zip- weg was hij.

Vader abt kon zich wel voor het hoofd slaan. Dat hij daar nu niet eerder aan had gedacht. De tocht door de Grot der Duizend Demonen was dé ultieme lakmoesproef voor moed en zelfopoffering. Wie die beproeving zonder verpinken doorstond was geheid een man uit één stuk. Niet gehinderd door angst of begeerte zou zo’n olijke olibrius vast leiding kunnen geven aan een kudde wereldvreemde monniken. Dus verzamelde vader abt alle monniken in de grote kapittelzaal van de abdij om hen van zijn lumineuze inval op de hoogte te brengen.

Toen hij zijn plannen uit de doeken had gedaan viel er een doodse stilte. De broeders staarden naar hem als konijnen naar een lichtbak. Het was broeder Martinus die als eerste zijn moed bij elkaar raapte. ‘Maar eerwaarde’, stamelde hij, ‘dat is waanzin. De Grot der Duizend Demonen is erger dan het armageddon. Wie daar en gaat, en kere niet… althans niet bij zijn volle verstand’. ‘Ach,’ zei broeder Judocus, ‘zo’n vaart zal het niet lopen, men zegt dat de verschrikkingen van de grot schromelijk worden overdreven. Er zouden drie tandeloze vampieren, twee uitgedoofde ectoplasma’s, en een stuk of wat met kettingen rammelende geesten huizen. De vampieren hebben naar verluidt meer schrik van mensen dan van een bol knoflook. Niets om over naar huis te schrijven dus’.

‘Broeders, broeders, jullie dwalen”, sprak broeder Venantius die de intello van het gezelschap was. ‘De grot is het rijk van onze grootste angsten. Ze krioelen er rond, ontelbare keren uitvergroot en zo reëel dat je ze bijna kan aanraken. Wat meer is: dwars door de grot loopt er een wankele brug die gemaakt is van riet en lianen. Je moet die brug oversteken om de gouden wisselbeker voor moed en volharding te veroveren die achteraan in de grot op een fluwelen kussen rust. Maar de angsten laten je niet met rust. Ze wriemelen door elkaar als vleesetende planten en likken aan je vingers en je tenen terwijl jij over die halfvergane brug laveert.’

De woorden van broeder Venantius waren nog niet koud of er ontstond tumult in de zaal. Broeder Judocus herinnerde zich plotseling dat hij aan een lange slepende zieke leed en op doktersvoorschrift het bed moest houden. Broeder Martinus kreeg een visioen waarin van de weeromstuit de dood van zijn grootvader werd aangekondigd. Kortom: met zijn allen bedachten ze de gekste excuses om te ontsnappen aan de beproeving die hun geestelijk leider voor hen in gedachten had. Maar vader abt hield voet bij stuk. Eén voor één moesten de monniken in de grot afdalen.

Broeder Venantius nam het voortouw. Met knikkende knieën zette hij de eerste stappen op de brug. De andere broeders volgden in zijn kielzog, terwijl ze tussen neus en lippen de gebeden der stervenden prevelden. Toen ze tot diep in de buik van de grot waren doorgedrongen, maakte de duisternis plaats voor een diffuus licht. Donkere schaduwen begonnen zich geleidelijk aan los te maken van de door salpeter aangetaste wanden. Ze namen alle mogelijke geometrische vormen aan.

‘Een schoonmoeder!’ gilde broeder Judocus, en hij sloeg zijn handen voor zijn ogen. ‘Ammenooitniet’, klappertandde broeder Martinus die aan arachnofobie leed. ‘Dat zijn spinnen; dikke, vette spinnen, van het soort waarvan zelfs vogelspinnen of tarantula’s zich het lazarus schrikken.’ Dat was meer dan de broeders verdragen konden. Met een ultieme krachtinspanning gooiden ze hun verstijfde lichamen een halve slag om en ze renden zo snel als hun benen hun dragen konden naar de uitgang van de grot.

Vader abt stond hen buiten op te wachten. ‘Al terug?’ vroeg hij niet zonder een zweempje van spot in zijn stem. Maar de monniken waren te overstuur om hem van repliek te dienen. ‘Jongens, jongens, toch’ zuchtte vader abt, ‘heeft niemand van jullie dan het geheim van de grot ontsluierd? Zelfs een kind kan die demonen de baas met de geheime code op zak!’.

‘Vertel op!’ knorde broeder Venantius gemelijk, ‘wat is het geheim van de grot dan wel?’

‘C’ est simple comme bonjour’, antwoordde vader abt, ‘niet versagen is de boodschap; wat je ook doet, wat je ook hoort, wat je ook voelt, blijf gewoon de ene voet voor de andere zetten’. Vertrouw er op dat de schat die je aan de andere kant van de grot zal vinden voldoende de moeite waard is.’

Uit deze legende heb ik altijd heel veel kracht geput. Voor mensen met een eetstoornis is ‘herstel’ een heel abstract begrip. Wat moet iemand die regelmatig door het lint gaat en zich onbeheerst volpropt zich daar bij voorstellen. Of iemand die precisie en controle hoog in het vaandel draagt. Daarom ook is het zo belangrijk om vertrouwen te hebben. Niet noodzakelijk in een hogere macht, maar wel in de woorden van een goede therapeut, in de liefde van je familieleden, in je waarde als persoon en in je vermogen om risico’s te nemen. Vertrouwen dat je voor iets grootser bestemd bent dan voor die zinloze machtsstrijd met je lichaam. Net zoals de monniken uit de legende moet iemand die wil genezen voetje voor voetje zetten en volhouden, in weerwil van wat zij ziet in de spiegel, of voelt in haar lichaam, of ondanks de boze stemmen die huishouden in haar hoofd. Dat betekent mild zijn voor zichzelf en zichzelf aanvaarden. Dat betekent een tijdelijke afschaffing van de voorwaardelijke wijs: als – dan. Maar dat betekent ook de confrontatie aangaan met pijnlijke emoties in plaats van voor iedere moeilijke situatie op de vlucht te gaan (of te hongeren of te bunkeren).

Men zegt wel eens dat geluk een reis is, geen bestemming.

(*Dat had hij Belzebub een keertje zien doen, en hij vond dat een bijzonder ‘coole’ act).

Wordt vervolgd

John Hiatt: have a little faith in me

When the road gets dark
And you can no longer see
Just let my love throw a spark
And have a little faith in me

And when the tears you cry
Are all you can believe
Just give these loving arms a try
And have a little faith in me
And have a little faith in me

Chorus:
Have a little faith in me
Have a little faith in me
Have a little faith in me
Have a little faith in me

When your secret heart
Cannot speak so easily
Come here darlin
From a whisper start
To have a little faith in me

And when your backs against the wall
Just turn around and you will see
I will catch, I will catch your fall baby
Just have a little faith in me

Chorus

Sung over fade:
Well, Ive been loving you for such a long time girl
Expecting nothing in return
Just for you to have a little faith in me
You see time, time is our friend
cause for us there is no end
And all you gotta do is have a little faith in me
I said I will hold you up, I will hold you up
Your love gives me strength enough
So have a little faith in me

Nicole Blackman

nicoleb

Nicole Blackman (30 November, 1971) is een Amerikaanse performance-artieste, een passie die ze combineert met schrijven, zingen en lesgeven. Blackman is een icoon van de Noord-Amerikaanse gothic scene dankzij haar sombere stijl en sinistere horroracts. In 2000 verscheen ze tijdens een tournée op het podium in een tenue dat met bloed was besmeurd. Vervolgens knipte ze voor de ogen van het publiek haar haren af. Ze heeft een schare trouwe fans die al haar exploten – hoe weird ook – enthousiast toejuichen.

Ze publiceerde ook een drietal boeken met de ronkende titels: “Pretty,” “Sweet,” and “Nice,” (volgens haar de afschuwelijkste complimenten voor een jonge vrouw). Op een dag was ze op zoek naar materiaal voor een nieuwe CD. Bij gebrek aan inspiratie probeerde ze zich in te leven in de gevoelswereld van een anorexiapatiënt. Ze schreeft de tekst voor het nummer ‘Holy’. Die song werd zowat het lijflied van de anorexiagemeenschap, en van heel wat pro-ana adepten hoewel dat zeker niet Nicoles’ bedoeling was.

http://en.wikipedia.org/wiki/Nicole_Blackman

Holy

I eat only sleep and air and everyone thinks i’m dumb

But i’m smart because i’ve figured it out I am slimmer than you are

And I am burning my skin off little by little until I reach bone and self until i get to where I am essential until I get to where I am

Food doesnt even tempt me anymore

Because I am so full of energy and sense I can even pass by water now

Because I am living off the parts of me that I don’t need anymore I could feel the slow drips of pain before swirling inside where my lungs should have been now i’m clean inside I threw out hundreds of things that I didn’t need anymore

All my dresses and bras

Stupid things like jeans and socks

Most days I float thru the house naked so I can see myself in the mirrors

I have hundreds of them everywhere

And they talk back to me all the time

They keep me true and pure They make sure I’m still here

When I knew what I had to do I took all my notebooks, all my manuscripts

And ate them page by page so I could take my words with me I can finally control my life and even death

And I will die slowly like steam escaping from a pipe

This is my greatest performance and all of the actresses who won my parts will say how wonderful to let yourself go that mad how wonderful to go on this kind of journey and not care if you come back to tell the story

I scratch words on the walls now so people will visit this museum and know how someone like me ends up like this (they’ll say there is art in here somewhere)

Everything that comes out of me is sacred every fingernail, every eyelash, every hair starvation is sacred and i scratch my bones against the windows at night I light candles and feel myself evaporate this body is a little church, a little temple

You can’t see me now because i’ve gone inside

My family doesnt call anymore

My friends don’t call anymore

You can’t hurt me anymore.

They can’t hurt me anymore

Only I can And that’s okay I don’t need them anymore. I can live off me I speak to me. i dance with me I eat me

When they find me, I’ll have a little smile on my face And they’ll wrap me in a white cloth and lay me in the ground and say they don’t understand but I do.

I don’t hurt anymore I’m not lonely anymore. I’m not sad I’m not pretty anymore I made it through

I feel so holy and clean when i stretch out on the floor and sing sometimes god comes in for a minute and says i’m doing fine I’m almost there

Everyday I get a little closer to vanishing

Some days I can’t stand up because the room moves under my feet and i smile because I’m almost there, I’m almost an angel

One day when I am thin enough I’ll go outside fluttering my hands so I can fly And I will be so slight

That I will pass through all of you silently like wind

Published: September 20, 2005

Pat Shannahan for The New York Times

Als tiener kreeg Nickona Knuckles regelmatig last van eetbuien. Als haar maag op barsten stond rende ze naar het toilet om alles weer uit te braken.

De Afro-Amerikaanse Nickona herinnert zich nog goed dat ze op die leeftijd geen flauw benul had van de verwoestende effecten van bulimia op de gezondheid. Het kon haar in feite geen mallemoer schelen. Ze was één van de negen zwarte studenten in een secundaire school die drieduizend koppen telde, en ze moest zich in alle mogelijke bochten wringen om aanvaard te worden door haar klasgenootjes.

“Mijn opvattingen over schoonheid waren gebaseerd op de uitspraken en voorkeuren van mijn vrienden. Ook de plaatjes van blanke celebs in de media werkten diep op mij in. Zo kreeg ik last met mijn lichaamsbeeld.

De inmiddels 34-jarige Nickona vertelde tijdens een interview bij haar thuis in Phoenix: “Ik wilde niet per sé blank zijn, maar het was hartstikke moeilijk om me in die omgeving goed in mijn vel te voelen.”

Haar ouders schreven haar ten einde raad in voor een ambulant behandelingsprogramma in Mesa, Ariz.

Maar het werd een fiasco, want Nickona voelde zich daar een vreemde eend in de bijt.

“Ik ontmoette daar alleen maar blanke mensen, en om eerlijk te zijn, er was niemand die ook maar een beetje op mij leek of met wie ik mij ook maar een morzel verbonden voelde,” zei ze. Eetstoornissen zoals bulimia en anorexia worden meestal in verband gebracht met welgestelde blanke tienermeisjes. De meeste studies over die ziektes focussen trouwens ook op blanke patiënten.

De voorbije jaren riepen nochtans alsmaar meer mensen uit minderheden de hulp in van eetstoornisdeskundigen.

“Wij stellen vast dat Afro-Amerikaanse meisjes hoe langer hoe meer het slachtoffer worden van ernstige eetstoornissen” zegt Dr. Gayle Brooks, een Afro-Amerikaans psycholoog die verbonden is aan het Renfrew Eetstoornissencentrum in Florida.

Dr. Brooks betreurt enigszins dat deskundigen er tot voor kort automatisch van uitgingen dat anorexia en bulimia niet voorkwamen bij zwarte, Aziatische of Latina vrouwen. “Door hun traditiegetrouwe voorkeur voor een goed doorvoed lichaam, dachten wij dat zij gewoon immuun waren voor die hele eetstoornissenproblematiek. En op de keper beschouwd wérden Afro-Amerikaanse vrouwen door hun omgeving ook minder onder druk gezet om slank te zijn.”

“Afro-Amerikaanse vrouwen met weelderige vormen waren de paradepaardjes van de hele gemeenschap.” zegt Dr. Brooks. “Deze meisjes kenden geen schaamte of angst voor hun lichaam. Wel integendeel, ze werden door hun omgeving op handen gedragen omwille van hun zwembandjes en stootkussentjes.”

Volgens het National Institute of Mental Health lijdt tot 4.2 procent van de Amerikaanse vrouwen op een bepaald moment in hun leven aan bulimia, de eetstoornis die gekenmerkt wordt door eetbuien en purgeergedrag (braken, extreem sporten of laxatievenmisbruik). En ongeveer 3.7 procent krijgt vroeg of laat te maken met anorexia nervosa, waarbij ze zichzelf uithongeren om op een zo laag mogelijk gewicht te blijven.

Er bestaan geen betrouwbare cijfers voor vrouwen uit minderheden die aan eetstoornissen lijden. Maar deskundigen maken zich sterk dat hun aantal exponentieel zal stijgen.

In 2003 publiceerde The American Journal of Psychiatrie een studie van Dr. Ruth Striegel-Moore, die psychologie doceert aan de Universiteit van Wesley. Daaruit bleek dat jonge zwarte vrouwen vrijwel evenveel kans lopen om vroeg of laat met eetbuien te worden geconfronteerd als hun blanke tegenhangers. In een eerdere studie die in Archives of Family Medecine verscheen, stelde Striegel-Moore dat zwarte vrouwen nagenoeg evenveel te maken krijgen met eetbuien en braken als hun blanke soortgenoten. Voor extreem vasten en het gebruik van laxatieven of diuretica scoorden de zwarte vrouwen zelfs significant hoger.

“Het lijkt misschien bizar dat deskundigen zo slecht op de hoogte zijn van eetstoornissen bij gekleurde vrouwen,” zegt Dr. Striegel-Moore, “Maar dat is grotendeels te wijten aan het feit dat vrouwen uit minderheden veel minder snel hulp zullen zoeken voor hun gestoorde eetgedrag. Daardoor blijven ze  ‘a dark number’ in het eetstoornissenonderzoek.”

Uit haar onderzoek bleek dat 16, of 28% van de blanke vrouwen en 1, of 5% van de zwarte vrouwen ooit behandeld werden voor hun eetprobleem (op 76 vrouwen die aangaven dat ze ooit met een eetstoornis te kampen hadden).

“Gekleurde vrouwen worden meestal niet behandeld,” zegt Dr. Striegel-Moore, “want dokters en therapeuten gaan er nog steeds van uit dat eetstoornissen geen voet aan de grond krijgen bij minderheden. Zij zijn gewoonweg niet uitgerust om gekleurde patiënten klinisch te behandelen.

“Ook in de media wordt alleen maar gewag gemaakt van blanken die aan eetstoornissen lijden. Dokters hebben daardoor geen oog voor eetstoornissymptomen bij gekleurde vrouwen, ze stellen niet de juiste vragen, of denken er niet aan om hen door te verwijzen naar deskundigen.”

Een onderzoek van de Florida State University onderschrijft deze stellingen zonder meer. De onderzoekers toonden een fictief dagboek van een zestienjarig meisje aan een testpubliek van 150 personen. Als achteraf gesteld werd dat de auteur van het dagboek blank was, concludeerde de meeste mensen daaruit dat ze aan een eetstoornis leed. Als daarentegen geponeerd werd dat de auteur van allochtone origine was, lag die conclusie veel minder voor de hand.

“Vrouwen uit minderheden moeten heel veel barrières overwinnen om hulp te krijgen”, zegt Dr. Striegel-Moore, “zoals gebrek aan informatie en steun, gebrek aan financiële middelen…”

“Wat het probleem nog verergert”, zegt Dr. Kevin Thompson – prof psychologie aan de universiteit van Zuid-Florida – “is dat de lichaamsontevredenheid van Afro-Amerikaanse, Aziatisch-Amerikaanse en Latina vrouwen die van blanke vrouwen met rasse schreden bijbeent.”

Veel gekleurde vrouwen geloven dat slank zijn hen zal helpen om aansluiting te vinden bij de mainstream blanke cultuur.

“De voorbije tien jaar heeft er zich een culturele revolutie voltrokken inzake lichaamsesthetiek”, meent eetstoornisdeskundige Dr. Ira Sacker. “Zwarte vrouwen, Latina vrouwen…allemaal hebben ze het gevoel dat ze slank moeten zijn om aanvaard te worden door de dominante, blanke cultuur.  “Ik zie ook alsmaar meer gekleurde vrouwen op mijn spreekuur”, aldus Sacker. “Misschien is het een teken aan de wand, dat gekleurde vrouwen die zich inkapselen in de traditionele cultuur van het thuisfront veel minder aandrang voelen om te gaan knoeien met hun eten.”

Dr. Stefanie Gilbert, assistent prof aan de universiteit van Washington, merkt terecht op dat de zwarte vrouwen die in tijdschriften staan afgebeeld, hetzelfde lichaamstype hebben als blanke modellen. En het zijn uiteraard ook deze zwarte droomprinsessen die aan de lopende band topfuncties binnenrijven – aldus Gilbert.

Paradoxaal genoeg, is deze verhoogde druk om slank te zijn bij gekleurde vrouwen grotendeels de schuld van ondernemingen die diversiteit hoog in het vaandel dragen. Door de globaliseringstendensen en de groeiende mobiliteit van de voorbije decennia is de multiculturele samenleving in de meeste westerse landen immers een voldongen feit. Gericht marktonderzoek toonde aan dat de toenemende diversiteit van de consumenten alleen maar kon gecountered worden door verregaande diversifiëring van de consumptiegoederen. Bedrijven zoals Benetton, Hilfiger, Nike waren er dan ook als de kippen bij om gestroomlijnde modellen van diverse origine te casten voor hun reclamecampagnes.*

‘Maar mediabeelden spelen geen solo slim bij het ontwikkelen van eetstoornissen. Ook stress en overgewicht kunnen de balans doen doorslaan’ waarschuwt Dr. Striegel-Moore. Eetstoornissen beginnen meestal in de vroege tienerjaren, hoewel het fenomeen nu ook in de lift zit bij vrouwen van middelbare leeftijd.

En geleidelijk aan groeit de bewustwording en de kennis van eetstoornissen in al hun facetten. Zo organiseerde het Renfrew Centrum lunchvergaderingen en workshops voor allochtone therapeuten.

Dr. Elena Rios, voorzitster van het National Hispanic Medical Association, plaatst daar nog een voetnoot bij. ‘Voedingsleer staat voortaan hoog op onze agenda genoteerd, net zoals obesitas en recentelijk dus eetstoornissen,’ bevestigt ze.

Maar deskundigen menen dat Afro-Amerikaanse psychotherapeuten het voortouw moeten nemen. Zij moeten zich grondig informeren over de reikwijdte van het hele probleem. Vervolgens moeten zij – althans volgens Dr. Brooks – zorgen voor de doorstroming naar de minderheidsgroepen.

“Vergeet niet dat een eetstoornis een ziekte is”, zegt Dr. Brooks. “Die ziekte kan behandeld worden, maar als de medische wereld geen moeite doet om een referentiekader uit te bouwen voor de behandeling van vrouwen van vreemde origine, zullen veel allochtone vrouwen ‘letterlijk’ op hun honger blijven zitten.”

Nickona Knuckles, die op twaalfjarige leeftijd strijd moest leveren met eetbuien en purgeergedrag, zou baat gehad hebben bij dergelijke know how. Wellicht had ze dan veel eerder in haar ziekteproces een aangepaste behandeling kunnen krijgen.

“Als ik eerder hulp had kunnen vinden, dan had ik waarschijnlijk mijn lichaam met heel wat minder schade uit de brand kunnen slepen,” zegt ze spijtig.

* Noot: uiteraard moest er dan een nieuw ideaalbeeld gecreëerd worden om die gediversifieerde producten aan de man te brengen, dat werd dan de succesvolle, slanke gekleurde vrouw (zie Naomi Klein: No Logo)

http://www.nytimes.com/2005/09/20/health/psychology/20eat.html?pagewanted=1&_r=1

Door MARC KRUYSWIJK

child-yogurt-lg

DEN HAAG – Consultatieartsen maken zich zorgen over kinderen die niet de benodigde voedingsstoffen krijgen. De ouders zijn bang dat hun kinderen te dik worden en geven hen te weinig eten of te vaak caloriearme en light producten.

Dat zegt Elise Buiting, voorzitter van de Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg, waar de consultatieartsen onder vallen. Zij hoort uit het veld regelmatig verhalen van ouders die door alle berichten over overgewicht doorslaan en hun kind op een te streng dieet zetten.

Het gaat daarbij vooral om zuivel- en light producten, zegt Buiting. ,,Je moet je ervan bewust zijn wat je jonge kinderen voorzet, maar onder de 6 jaar hebben ze gewoon vet nodig. Wij raden bijvoorbeeld volle yoghurt aan. Als kinderen dezelfde light producten eten als hun ouders, krijgen ze al snel te weinig vetten binnen.’’

Psychiater Annemarie van Elburg van Altrecht, een centrum voor eetstoornissen, stelt dat de voorlichting over gezonde voeding bij sommige ouders een verkeerd effect heeft. ,,Door alle berichtgeving over overgewicht zijn er ouders die uit alle macht zelf extreem gezond willen eten. Dat heet orthorexia. Zij verliezen daarbij uit het oog dat hun kinderen nu eenmaal meer vet nodig hebben dan zij.’’ Volgens de Gezondheidsraad moet 20 tot 40 procent van het kindermenu bestaan uit vetten die nodig zijn voor een goede ontwikkeling van de hersenen.

Obesitas, dat zal ons niet overkomen’
Door MARC KRUYSWIJK
AD maandag 09 februari 2009

AMSTERDAM – Lotte (inmiddels 5) weegt geen grammetje te veel.
Een gezond, slank meisje, actief en beweeglijk, hooguit iets aan de kleine kant. Moeder Rosanne keek dus vreemd op toen de consultatiearts anderhalf jaar geleden ineens begon over haar gewicht: dat was wel heel erg laag.

,,Lotte zat altijd net binnen de curves, hoewel ze sinds haar geboorte aan de lichte kant is.’’

Nu was dat ineens anders. ,,De arts vroeg of Lotte wel goed at. Maar ja, ze is nooit een grote eter geweest. Volgens de consultatiearts kon er best wat meer en vooral wat steviger worden gegeten. De arts raadde ons aan om haar in het vervolg goede vette producten voor te schotelen. Volle yoghurt in plaats van magere en geen halvarine meer. En die smeerkaas hoefde ook echt niet 20-plus te zijn.’’

De arts vond het niet verontrustend, zegt Rosanne, ze wilde het gewoon even zeggen. ,,Dat was wel even wennen, want wij eten thuis heel gezond en we hebben nooit margarine in huis laat staan roomboter, maar vooral light producten. Je leest zoveel over obesitas, dat zal ons niet overkomen.’’

Wie in de supermarkt een blik werpt in de mandjes van jonge ouders, komt een boel ongezonds tegen. Maar evenzeer zijn er ouders die naar de andere kant doorslaan. Karretjes vol Rivella Light, zuivel (‘met 0 procent vet’) en crackers die zo light zijn dat ze bijna wegzweven. In de buurten die sociaaleconomisch goed scoren, kunnen ze de vetarme en gezonde artikelen niet aanslepen, lijkt het. Kinderpsychiater Annemarie van Elburg van Rintveld, een centrum voor eetstoornissen en onderdeel van Altrecht, stelt dat er een groep mensen is die ultragezond leeft. ,,Voor hen zelf is dat niet per se slecht, maar zij verliezen soms uit het oog dat kinderen meer en andere voedingsstoffen nodig hebben. Zij eten altijd boterhammen zonder boter, maar kinderen hebben die boter nodig.’’

Tatjana van Strien, hoofddocent psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, deed onderzoek naar eetgedrag en persoonlijkheidskenmerken. Zij noemt het verstandig van de consultatieartsen dat zij hun zorgen uiten over het verkeerde eetgedrag. ,,Kinderen kunnen er de rest van hun leven last van houden.’’

Volgens Van Strien sluiten de constateringen van de consultatieartsen aan bij het heersende idee over vet. ,,Vet is slecht, dat wordt er aan alle kanten ingeramd. Terwijl kinderen ook vet nodig hebben. Zij zijn in de groei, dus het is zaak dat ze juist zwaarder worden. Vet hoort onderdeel te zijn van het kindermenu.’’

Ook vindt Van Strien dat ouders zich, helemaal bij de heel jonge kinderen, verre moeten houden van light producten. ,,Al was het maar vanwege de aspartaam die er vaak aan is toegevoegd. Dat is een ronduit schadelijk middel.’’

Maar light producten brengen voor kinderen nog een ander risico met zich mee. Van Strien: ,,Kinderen weten precies wanneer ze genoeg hebben gegeten. Wie zijn kinderen te lichte producten geeft, brengt ze in de war. Ze eten en ze eten en het verzadigingspunt wordt simpelweg niet bereikt. Light producten geven een verkeerd signaal af aan een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is.’’

http://www.kindjeopkomstforum.nl/viewtopic.php?p=3437445&sid=c6d8414df5fba2eae076f84f22da482f

23-06-2004

woman-laughing

Leugen van de slanke lijn
Door Martine Boelsma

We weten het allemaal: overgewicht is hard op weg volksvijand nummer één te worden. Maar, zegt psychologe Tatjana van Strien, datzelfde geldt voor de tegenbeweging: de slankheidsrage. Aan de lijn doen is volgens de psychologe voor sommige mensen minstens zo schadelijk als dik zijn. Zij hebben veel meer baat bij psychologische begeleiding.

Effe snacken, maar de snelle hap moet wel worden verbrand.

Tatjana van Strien schreef het boek De afslankmythe, waarin zij beschrijft hoe vrouwen en mannen massaal en meestal tevergeefs met hun gewicht worstelen. Ook helpt zij in het boek de ontspoorde lijners op weg om weer normale eters te worden. ,,Soms betekent dat ook: afscheid nemen van de droom om in maatje 38 te passen”, aldus Van Strien.

Ze is als docent en onderzoeker verbonden aan de vakgroep klinische psychologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook doet ze al 20 jaar onderzoek naar lijnen en overeten en is ze auteur van de Nederlandse Vragenlijst over Eetgedrag, die door bijna alle diëtisten wordt gebruikt.

Het beeld dat opdoemt uit Van Striens boek is somber: een land vol ongelukkige mannen en vrouwen die dag in dag uit proberen om zich te beheersen en dag in dag uit weer bezwijken voor al het lekkers dat hen omringt. Of die er in slagen om zich gedurende korte tijd uit te hongeren met een 1000-caloriën dieet, waarna ze in rap tempo weer aankomen, en daarbij meestal nog zwaarder worden dan voorheen. Dit effect, het zogeheten jojoën, kan er toe leiden dat mensen er dan maar helemaal de brui aangeven.

,,Het heeft alles met onze cultuur te maken”, zegt Van Strien. ,,Er worden ons twee idealen voorgespiegeld die tegenstrijdig zijn aan elkaar. Enerzijds is er het ideaal van genieten en overconsumeren. Er is een enorm aanbod en we worden bestookt met reclames, die grote druk op ons uitoefenen om te kopen en te eten.

,,Anderzijds is er het ideaal van zelfbeheersing, matigheid en slankheid. De superslanke modellen, de tijdschriften vol diëten, de fitnessgoeroe’s. Ook dat trekt aan ons. Mensen die jojoën – afwisselend aankomen en afvallen – worden letterlijk heen en weer geslingerd tussen die twee idealen. Het meest extreem zie je dat bij mensen met eetstoornissen als anorexia nervosa (dwangmatig hongeren en daarbij sterk vermageren), boulimia nervosa (vreetbuien gevolgd door braken) en binge eating (vreetbuien zonder braken), maar in lichtere mate zie je het bij bijna alle lijners.

,,Het probleem is dat de enige goede methode om op gewicht te blijven – matig en gevarieerd eten en regelmatig bewegen – niet in deze tijdgeest past. Het is saai en voldoet aan geen van beide ideaalbeelden.”

Artsen en andere hulpverleners weten vaak niet meer wat ze met ze met de dikke mensen op hun spreekuur aanmoeten. Uit angst dat lijnen misschien wel erger is dan de kwaal (het overgewicht) schrijven veel huisartsen hun patiënten geen vermageringsdieet meer voor. Maar is dat de oplossing? Moeten we overgewicht accepteren en ons er maar bij neer leggen dat we met z’n allen steeds dikker worden?

,,Nee”, zegt Van Strien. ,,Daarvoor zijn de gezondheidsrisico’s van overgewicht – zoals diabetes en hart- en vaatziekten – te groot.” Haar advies is: vóórdat je de stap zet om iets aan je lichaamsgewicht te doen, moet je eerst aan zelfonderzoek doen. Want bijna alle eetproblemen hebben een psychologische achtergrond. Waarom eet je? Wanneer eet je? Welke emoties heb je bij het eten? Zo kun je te weten komen of het voor jou wel zinvol is om een vermageringsdieet te volgen, of dat je meer baat heeft bij begeleiding van een psycholoog om je eetproblemen aan te pakken.”

Allereerst is het van belang om te weten of je een ‘emotionele eter’ of een ‘externe eter’ bent. Emotionele eters, legt Van Strien uit, verwarren gevoelens van verveling, leegte, stress of verdriet met hongergevoel en reageren dus op allerlei emoties door te gaan eten. Zelfs als ze zich heel prettig voelen, moeten ze daarbij wat eten. ,,Het is een patroon dat al in de vroegste jeugd is aangeleerd. Pijn? Snoepje erop!”

,,Externe eters gaan vooral eten als ze met eten worden geconfronteerd. Zij zijn gevoelig voor de aanblik van lekkers, ook als ze helemaal geen honger hebben. Het zijn de mensen die ook na een copieus maal geen nee kunnen zeggen tegen het toetje en ook niet tegen de bonbons bij de koffie. Bij beide groepen bestaat de neiging om alle controle te verliezen en zich te overeten.

De door Van Strien ontwikkelde Nederlandse Vragenlijst Eetgedrag, waarvan een herziene versie in haar boek staat, geeft snel antwoord op de vraag welk eettype u bent, met vragen als ‘Als u ongerust, bezorgd of gespannen bent, hebt u dan zin om te eten?’ Of: ‘Als u langs een bakker loopt, krijgt u dan zin om iets lekkers te kopen?’ Sommige mensen zullen zich in beide groepen herkennen.

Vooral voor de emotionele eters en voor mensen die zowel emotioneel als extern eten is het niet raadzaam om zo maar aan de slag te gaan met een dieet. Van Strien: ,,De kans is zeer groot dat zij gaan jojoën, of erger nog, een eetstoornis als anorexia of boulimia ontwikkelen. Emotionele eters hebben veel meer baat bij psychologische hulp, om te leren hoe ze met hun emoties moeten omgaan. Emotionele eters zijn vaak wat ik noem ‘gevoelsblind’. Zij ervaren hun gevoelens niet echt, maar omzeilen ze door zich vol te stoppen. Door te lijnen lossen zij dit probleem niet op. Het brengt ze zelfs verder van huis. Zij hebben veel meer baat bij een goede therapie. Als ze beter leren om met hun emoties om te gaan, zullen ze ook vanzelf wat afvallen. Dat is dan mooi meegenomen.”

Externe eters komen vaak al een heel eind met zelfinzicht en wat praktische tips die het voor hen gemakkelijker maken om niet steeds te bezwijken voor de verleidingen om hen heen. ,,Boodschappen doen met een briefje én een volle maag helpt bijvoorbeeld om niet alles te kopen wat er lekker uitziet. Elke drie uur wat eten om te voorkomen dat je te hongerig wordt, helpt om verleidingen te weerstaan en tijdens het eten moet je eten, dus niet tv-kijken of lezen. Bewust eten en goed kauwen bevordert een gevoel van verzadiging.”

Haal ook niet te veel lekkers in huis voor eventuele gasten. ,,Want”, zegt Van Strien, ,,die gast ben je meestal zelf.” Voor sommige externe eters, tenslotte, kan praktische, op het gedrag gerichte therapie ook zinvol zijn.

Natuurlijk zijn er ook mensen die te dik zijn zonder dat ze last hebben van emotie-eten of extern-eten. ,,Zij zijn niet meer op hun oude gewicht gekomen na een zwangerschap of hebben overgewicht doordat ze al jaren iets te veel eten en iets te weinig bewegen.” Voor hen kan een dieet wel uitkomst bieden, mits ze verantwoord te werk gaan, want anders kunnen ze alsnog tot de probleemeters gaan behoren. ,,Mijdt zogeheten wonderdiëten. Die leiden juist tot gewichtsproblemen en jojoën”, onderstreept Van Strien.

Een paar richtlijnen van Van Strien om jojoën te voorkomen: Verlies nooit meer dan een pond per week, maak geen gebruik van 1000-caloriëndiëten en andere veelbelovende vermageringskuren, ontbijt altijd goed, sla nooit een maaltijd over.”

Van Strien stelt bovendien als ‘harde norm’ dat je nooit meer dan 10 tot 15 procent van je lichaamsgewicht moet kwijtraken. Ook als dat betekent dat je nooit meer maatje 38 of 40 aan zult kunnen. ,,Neem afscheid van die droom van een slank lichaam als je natuurlijke gewicht wat hoger ligt.”

Rigoreus of te veel afvallen, zegt Van Strien, pakt zowel voor lichaam als geest slecht uit. ,,Hoe strenger je bent, hoe groter de verleiding van het ‘verboden voedsel’ en hoe groter de kans dat één koekje alle lijnpogingen teniet doet. Er ontstaat een alles-of-niets mechanisme. Eén snoepje betekent dan dat het lijnen weer niet is gelukt, en dat alle remmen los gaan.”

Ook het lichaam reageert averechts op hongerdiëten. ,,Je verknalt je stofwisseling. De verbranding vertraagt, vet wordt opgeslagen doordat het lichaam het signaal krijgt dat er sprake is van een hongerperiode. Dat effect ontstaat zelfs al wanneer je af en toe een maaltijd overslaat. Lijnen is dus absoluut niet iets waar je ondoordacht aan moet beginnen. Het is een risicovolle bezigheid waar we veel te lichtvaardig mee omgaan.”

Van Strien: ,,We hebben veel te lang gedacht dat wie dik is aan de lijn moet gaan doen. Dat het dan vanzelf wel goed komt. Dat is de mythe die ik door wil prikken.”

Tatjana van Strien, De Afslankmythe, Uitgeverij Scriptum,

http://www.network54.com/Forum/212035/message/1092817561/artikel+AD+over+lijnen

Voor K.


The trees they grow high,
the leaves they do grow green
Many is the time my true love I’ve seen
Many an hour I have watched him all alone
He’s young,
but he’s daily growing.

Father, dear father,
you’ve done me great wrong
You have married me to a boy who is too young
I’m twice twelve and he is but fourteen
He’s young,
but he’s daily growing.

Daughter, dear daughter,
I’ve done you no wrong
I have married you to a great lord’s son
He’ll be a man for you when I am dead and gone
He’s young,
but he’s daily growing.

Father, dear father, if you see fit
We’ll send him to college for another year yet
I’ll tie blue ribbons all around his head
To let the maidens know that he’s married.
One day I was looking o’er my father’s castle wall
I spied all the boys aplaying at the ball
My own true love was the flower of them all
He’s young, but he’s daily growing.

And so early in the morning
at the dawning of the day
They went out into the hayfield
to have some sport and play;
And what they did there,
she never would declare
But she never more complained of his growing.

At the age of fourteen, he was a married man
At the age of fifteen, the father of a son
At the age of sixteen, his grave it was green
Have gone, to be wasted in battle.
And death had put an end to his growing.
I’ll buy my love some flannel
and I will make a shroud
With every stitch I put in it,
the tears they will pour down
With every stitch I put in it,
how the tears will flow
Cruel fate has put an end to his growing.

sexy_devil_wig

She Devil

Meisjes moeten zich leren gedragen in onze samenleving. Netjes en gehoorzaam zijn, niet al te veel eisen stellen, braaf in het rijtje lopen en in de eerste plaats aan anderen denken. Zo dacht men vroeger over de opvoeding van meisjes. Ze kregen amper kansen in het onderwijs en in de samenleving.

Het waren de jongens die zich moesten weren, verantwoordelijk zijn en initiatief nemen.

Meisjes zitten nu ook naast jongens in de klas. Ze weten wat ze willen, hebben ambities, willen voortstuderen en van alles bekokstoven. Verlangens die terecht zijn, want thuisblijven en voor de kinderen zorgen is een luxe die nog maar weinig vrouwen zich kunnen permitteren. En – by the way – wie fantaseert niet graag over de grootse dingen die hij/zij gaat ondernemen met de talenten die hij/zij in de pipeline heeft.

Toch gaan veel leerkrachten, ouders en grootouders nog anders met meisjes om. Moeders die zelf nog op de klassieke wijze werden opgevoed krijgen soms het heen en weer van dochters die te hoog van de toren blazen en met zevenmijlslaarzen de wereld willen veroveren. Ze verwachten andere dingen van hun vrouwelijk progenituur dan van hun zonen. Meisjes krijgen vaak minder aandacht, worden minder uitgedaagd of aangesproken op hun intellect en punch. Zowel thuis als op school. Veel meisjes voelen dat aan als een vorm van discriminatie. En dat slaat wonden die soms moeilijk te genezen zijn.

Onderzoek toont aan dat ouders en leerkrachten meisjes vooral waarderen als ze ijverig, netjes, vriendelijk en behulpzaam zijn. Bij jongens tellen hun prestaties, hun durf en inzet. Zo maken opvoeders de bestaande verschillen tussen jongens en meisjes nog groter. En dat gebeurt onbewust.

Maar het is wel nadelig voor de kansen die meisjes krijgen in het onderwijs, op de werkvloer, in de bredere samenleving. Ze missen de assertiviteit en het zelfvertrouwen die nodig zijn om hun ambities waar te maken en zich staande te houden in het competitieve klimaat dat vandaag alles overheerst.  Ze willen zo aardig gevonden worden dat hun persoonlijke ontplooiing eronder lijdt. Het ‘lieve meisjessyndroom’ belet hen om ‘the full monty’ te gaan om hun idealen te realiseren.

Wat we daaraan kunnen doen? Ons bewust worden van ons onbewust gedrag bijvoorbeeld.

Want wat staat onze meisjes mogelijk te wachten als ze carrière willen maken? (alle wereldvrouwenconferenties ten spijt?)

- een glazen plafond waar ze zich builen zullen aan stoten

-  foute partners (1 op de vijf vrouwen wordt naar verluidt mishandeld, met alle gevolgen vandien voor hun functioneren in de maatschappij)

- minder loon (als hun mannelijke collega’s) voor hetzelfde werk

- haantjesgedrag van hun mannelijke evenknieën

- seksuele intimidatie op de werkvloer, in het onderwijs, elders…

- combinatie gezin & carrière, multitasken

- éénouderopvoeding

- in het slechtste geval de armoedeval

- genderdiscriminatie, -ongelijkheid, -blindheid

- weinig interessante jobs die moeten verdeeld worden over heel veel vrouwen

We willen geen zwartkijkers zijn, het klaagfeminisme heeft afgedaan en the-times-they-are-a-changing. Maar laten we elkaar geen Liesbeth noemen, voorlopig is er nog veel werk aan de winkel.

Wat hebben meisjes eigenlijk nodig om op te stoten in de vaart der volkeren?

- een gezonde eigendunk die hen in staat stelt een einde te maken aan foute relaties of beter nog: die hen in staat stellen om de juiste keuzes te maken

- de spreekvaardigheid van een Brugman

- veel haar op de tanden

- een olifantenvel

- doortastendheid

- besluitvaardigheid

- de onderhandelingscapaciteiten van  een Kissinger

- uitgesproken opinies en visies

- een gezonde dosis assertiviteit waarmee ze kunnen opkomen voor zichzelf

- flexibiliteit voor al dat multitasken

- vindingrijkheid

en dat is maar het topje van de ijsberg

En… wat hebben we vandaag geleerd?

Maak komaf met de vrouwelijke watjes. De toekomst is aan de she-devils

De meisjes (en de jongens) danken u.

Uit: ‘klasse voor ouders’ (bewerkt)

http://www.klasse.be/ouders/help/35/181

Krijgt iemand met veel discipline eerder anorexia dan een flierefluiter? Op 28 oktober 2004 promoveerde Hans Bloks op een onderzoek naar de rol van persoonlijkheid en coping bij het verloop van eetstoornissen

Door Masta De Ree

15 oktober 2004

Veel meisjes en jonge vrouwen vinden zichzelf te dik en proberen een paar kilo af te vallen. Dat gaat meestal goed, maar een aantal van hen ontwikkelt een eetstoornis. Hoe komt dat? Hans Bloks begon het onderzoek waarop hij op 28 oktober promoveert negen jaar geleden, uit nieuwsgierigheid naar de factoren die iemand kwetsbaar maken voor een eetstoornis. Kun je aan de hand van die kwetsbaarheidsfactoren voorspellen hoe de ziekte zich zal ontwikkelen en welke behandeling het beste werkt? Bloks is in het dagelijks leven hoofd klinische behandeling eetstoornissen bij de Ursulakliniek van de Robert Fleury Stichting. Hij onderzocht de persoonlijkheidskenmerken van vrouwen aan het begin en aan het eind van de behandeling en één en tweeënhalf jaar na de start van de therapie. Ook keek hij naar de manier waarop de vrouwen omgingen met moeilijke situaties, de zogenaamde coping.

Bloks: “Je kunt algemeen stellen dat mensen die in tijden van ellende of stress op zoek gaan naar steun van anderen, minder last hebben van psychische aandoeningen zoals eetstoornissen dan mensen die de problemen ontkennen en alles in hun eentje proberen op te knappen.”

Volhardend

Eén van de moeilijkheden bij onderzoek naar de relatie tussen persoonlijkheid, probleemoplossend vermogen (coping) en eetstoornissen is dat de drie factoren elkaar beïnvloeden. Als je jezelf uithongert, heeft dat invloed op je persoon en op je gedrag. Maar herstelde patiënten zijn nog steeds meer volhardend in hun optreden dan gezonde vrouwen en ook gaan ze leed het liefst uit de weg.

Bloks concludeert daarom dat deze temperamentkenmerken mensen kwetsbaar maken voor een eetstoornis. Karaktertrekken als meegaandheid, sociale gerichtheid en zelfsturing blijken vooral van invloed op het verloop van de ziekte. Een hoge mate van sociale gerichtheid en zelfsturing aan het begin óf aan het eind van de behandeling, verbeteren de prognose na tweeënhalf jaar. Meegaandheid draagt juist bij aan een ongunstige prognose.

Bloks: “Dat meegaandheid zo belangrijk is, is een opvallende conclusie.” Als je te meegaand bent, houd je te véél rekening met andere mensen en doe je jezelf vaak tekort. “Anorexiapatiënten moeten minder brave meisjes worden om te genezen,” stelt Bloks. “Wij voorspellen de ouders dat het een goed teken is als hun dochter haar boosheid meer gaat uiten en bijvoorbeeld met deuren gaat smijten.”

Niet expres

Aan het begin van de behandeling is er geen verschil in omgaan met problemen (coping) tussen patiënten die later zullen herstellen en patiënten die dat niet doen. Herstel van de eetstoornis gaat gepaard met verandering van de coping-strategie. Sommige behandelaars beschouwen de eetstoornis zelf als een manier om met problemen om te gaan. Daar is Bloks het niet mee eens: “Niemand krijgt expres anorexia of boulimia. Als je het eenmaal hebt, kun je het wel gebruiken om andere problemen uit de weg te gaan. Maar hongeren is geen goede manier om stress te vermijden, het veroorzaakt juist een heleboel stress.

In de therapie vertellen we dat het beter is om problemen actief aan te pakken. Veel patiënten zoeken geen hulp bij anderen omdat ze bang zijn afgewezen te worden. Dat vermijdende gedrag kan afgeleerd worden door een training sociale vaardigheden of door cognitieve therapie.”

Uitgehongerd

Vlak na de Tweede Wereldoorlog deed de Amerikaan Keys een onderzoek naar de gevolgen van uithongering. Achttienjarige jongemannen kregen een half jaar de helft minder te eten dan normaal.

Wat gebeurde er? Ze raakten gepreoccupeerd met eten, ze werden angstig, depressief, ze kregen het koud, allemaal symptomen die anorexiapatiënten ook ervaren. Toen de jongens weer genoeg te eten kregen, verdwenen alle verschijnselen, behalve de preoccupatie met eten. Die bleef. Sommigen hebben zich zelfs laten omscholen tot kok.

Dit verhaal vertelt Bloks vaak aan zijn patiënten. “Het kan heel verhelderend werken. Psycho-educatie, voorlichting over hoe de ziekte werkt, is belangrijk. Mensen met een eetstoornis zijn vaak verslaafd aan sport en dan bedoel ik niet een beetje bewegen,” verzekert Bloks. “Ook hier in de kliniek hangen ze regelmatig aan de deurposten om buikspieroefeningen te doen. Bewegingsdrang wordt deels veroorzaakt door het ondergewicht. Patiënten kunnen leren dat het hongeren die vervelende dwanggedachten versterkt.”

Emotioneel instabiel

Boulimiapatiënten zijn gemiddeld impulsiever en emotioneel instabieler dan gezonde vrouwen. Kenmerkend voor vrouwen met anorexia is juist dat ze heel perfectionistisch en volhardend zijn. Ze weten wat ze willen en doen er veel voor om dat te bereiken. Dat geldt vooral voor anorexiapatiënten die geen eetbuien hebben en niet overgeven, degenen die ‘het beste kunnen lijnen’.

Bloks: “Volharding kan een goede eigenschap zijn, maar hier wordt  die karaktertrek verkeerd ingezet. Deze vrouwen zijn heel streng voor zichzelf en kunnen zichzelf enorm pijnigen. Denk maar aan Leontien van Moorsel, die op de Olympische spelen valt, doorgaat en goud wint. We halen de patiënt over om die geweldige kracht waar ze over beschikt in te zetten voor de goede zaak. Diezelfde volhardendheid kan namelijk ook een gunstig effect hebben op de genezing.”

Rubens

Het blijft onbekend hoe een eetstoornis precies ontstaat. Mensen met anorexia of boulimia mogen dan kenmerkende persoonlijkheidstrekken hebben, er zijn ook mensen met hetzelfde karakter en temperament,die de ziekte niet krijgen. Toeval lijkt ook een rol te spelen. In ieder geval is lijnen op zich een risicofactor. Bloks: “In de tijd van Rubens kwam anorexia echt minder voor. Een eetstoornis begint altijd doordat iemand om welke reden dan ook – mode, een enthousiast buurmeisje of gebrek aan zelfvertrouwen – wil afvallen.

Eenmaal aan het lijnen, lopen bepaalde mensen extra risico.” Het onderzoek van Bloks is vooral van belang omdat het gevolgen heeft voor de behandeling van eetstoornissen. Nee, de behandelstrategie hoeft niet per sé een cosmetische ingreep te ondergaan, vindt Bloks. Maar er kunnen wel wat zaken aangescherpt worden. “Bij het begin van elke behandeling moet je heel goed kijken naar de persoonlijkheids-kenmerken. Zit dat goed, of kan je daar nog aan sleutelen? Ik stel voor meer per persoon te differentiëren. Het is wat kort door de bocht, maar nu zou je de behandelpraktijk kunnen bestempelen als eenheidsworst met vooral aandacht voor het afwijkende eetgedrag op zich. Dat kan anders.”

Toch een pil

Voor anorexia of boulimia bestaat geen medicijn. Maar Bloks ontdekte dat depressiviteit zowel erg correleert met eetstoornissen, als met de specifieke manier waarop veel eetstoornispatiënten met moeilijke situaties omgaan. Depressiviteit is een gevolg van uithongering, maar speelt mogelijk ook een rol bij het ontstaan en beloop van de stoornis.

Bloks: “Iedere behandelaar zou oog moeten hebben voor depressiviteit en deze zonodig behandelen, eventueel met behulp van medicijnen.” Behandelaars zijn daarmee altijd erg terughoudend geweest. Bloks pleit ervoor antidepressiva niet op voorhand uit te sluiten.

A.H. CRISP:  ‘anorectische mensen kiezen voor een biologische oplossing voor hun existentiële problemen’

Ik dien ik officieel mijn ontslag in als volwassene.

Ik heb besloten dat ik terug de verantwoordelijkheden van een achtjarige wil krijgen.

Ik wil stante pede naar McDonald’s want dat is in mijn ogen een viersterren restaurant.

Ik wil stokken als bootjes laten drijven op een plas en met stenen een stuwdam bouwen.

Ik wil geloven dat M&Ms kostbaarder zijn dan geld omdat je ze kan opeten.

Ik wil onder een dikke eikenboom liggen en op een hete zomerdag een limonadestandje uitbaten met mijn vrienden

Ik wil terug naar de tijd dat het leven eenvoudig was; toen je de naam van kleuren, de tafels van vermenigvuldiging en wiegeliedjes van buiten moest leren, maar dat kon je niet schelen, wat je niet kende, kende je niet en dat kon je geen mallemoer schelen. Al wat je wist was dat je gelukkig was, want je was je niet bewust van al die dingen die je zorgen konden baren of je uit je lood konden slaan..

Ik wil terug geloven dat de wereld rechtvaardig verdeeld is en dat iedereen eerlijk en goed is.

Ik wil geloven dat mijn mogelijkheden onbegrensd zijn.

Ik wil de complexe problemen van de wereld vergeten en opgewonden geraken door de kleine dingen.

Ik wil opnieuw een eenvoudig leven.

Ik wil niet dat mijn dag vergald wordt door computercrashes, een hoop papierwerk, deprimerend nieuws, muizenissen van financiële aard, doktersrekeningen, roddels, ziekte of het verlies van geliefden..

Ik wil terug geloven in de kracht van een glimlach, knuffels, een vriendelijk woord, rechtvaardigheid, vrede, dromen, de verbeelding, de mensheid en het maken van sneeuwpoppen.

Dus . . . hier zijn mijn chequeboek, mijn autosleutels, mijn kredietkaart en de rest.

Ik neem officieel ontslag als volwassene

En als je daar iets over kwijt wil, zal je me eerst bij de kraag moeten moeten vatten, want…….. …..
“Tik tik, jij ben ‘em.”

Angst om volwassen te worden en verantwoordelijkheden op te nemen is typisch voor de meeste anorexiapatiënten. Hun ziekte is een vluchtheuvel temidden van een turbulente wereld die voor hen te bedreigend is. Soms hebben ze te horen gekregen dat ze er op eigen houtje niets van zouden bakken. En zo gingen ze aan zichzelf twijfelen. Kan ik al die uitdagingen wel aan? Ben ik het wel waard om met volle teugen van alles te genieten? Wat meer is: het hongeren heeft hun geest vertroebeld zodat hun zender met heel wat ruis te kampen heeft, misvattingen over wie ze zijn en hoe ze er uitzien.

Je gevoel van eigenwaarde is gekelderd door iets dat je meemaakte in het verleden. Het doet er niet toe wat dat precies was. Wat telt is dat je vanaf vandaag de volle verantwoordelijkheid voor je leven moet opnemen.en beseffen dat jij en jij alleen de blauwdruk voor je toekomst kan tekenen. Je kan niet eeuwig over je navel gebogen blijven zitten om de schuld van alles wat je overkomt op anderen te schuiven. Eerst en vooral moet je jezelf leren accepteren en waarderen zoals je bent – een feilbaar, waardevol en uniek persoon in volle wasdom. Zeg gerust iedere dag tegen je spiegelbeeld: ‘ik ben de knapste, de liefste de intelligentste, ook al klinkt dat aanvankelijk wat geforceerd. Als je dat maar vaak genoeg herhaalt ga je er op den duur in geloven. Zo krijg je het broodnodige zelfrespect. Je gaat inzien dat alleen jij kan bepalen welke koers je schip voortaan moet varen. Jij moet beslissen wie of wat je wil worden, wie je wel of niet in je leven toelaat (en natuurlijk kies je daar voor positivo’s die je erg genegen zijn) om daarna de teugels in eigen handen te nemen en daadwerkelijk de metamorfose te ondergaan die daarvoor nodig is.

En begin met de verantwoordelijkheid voor je eigen gezondheid op te nemen. De langetermijneffecten van anorexia zijn als een sluipend gif, je merkt er niets van tot ze je leven ontregelen. Twee weken geleden maakte ik een vrij onschuldige val in de sneeuw. Mijn arm knapte als een luciferhoutje… osteoporose?

Orthorexia Nervosa

Orthorexia nervosa is een eetstoornis die verwant is aan Anorexia nervosa. Hoewel de aandoening regelmatig aandacht krijgt, bijvoorbeeld op medische websites en in medische literatuur, is orthorexia nog geen erkend ziektebeeld.

Het belangrijkste kenmerk van de aandoening is dat de persoon die eraan lijdt, een preoccupatie of zelfs obsessie heeft voor gezond eten. Als gevolg hiervan mijdt de persoon bepaalde soorten voedsel, met name voedsel dat vet of conserveringsmiddelen bevat. Vaak gaat de persoon over op vegetarisme en eindigt het traject erbij dat de persoon alleen nog biologisch geteelde rauwe groente en fruit eet.

Door te kritisch over voedsel te zijn, eet de persoon te weinig, is de voeding te weinig gevarieerd en kan de persoon gevaarlijk mager worden, wat ook bij anorexia het geval is. In sommige gevallen kan het obsessieve gedrag ook tot problemen in de sociale omgang leiden.

Een verschil met anorexia is dat de persoon op het eerste gezicht niet te kampen heeft met een gebrek aan eigenwaarde, maar zich eerder superieur voelt door zijn verantwoorde eetgewoonten. De kwaliteit van het eten staat voor de kwaliteit van het leven.

De aandoening is voor het eerst beschreven door Steven Bratman, een Amerikaanse arts en expert op het gebied van alternatieve geneeswijzen. Het woord is afkomstig uit het Grieks: orthos betekent correct en orexis eetlust.

Overeenkomst met andere eetstoornissen

De overeenkomst met boulimia en anorexia is dat het ontstaat uit verschillende factoren. Dat zijn zowel omgevingsfactoren als psychologische. De samenstelling van het gezin kan een aanleiding zijn, net als de mate van kwetsbaarheid van een kind. Ook kunnen traumatische gebeurtenissen een aanleiding zijn voor de ontwikkeling van een eetstoornis.

Orthorexia heeft onder andere te maken met de angst om de grip op de wereld om je heen kwijt te raken, het gaat net als bij anorexia en boulimia om een gevoel van controle op de wereld. Het zijn vaak mensen die alles erg goed willen doen en daar juist door hun hoge eisen aan zichzelf en de wereld niet in slagen om het zo te doen als zij vinden dat het zou moeten.

Er zijn verschillende eetpatronen binnen dit ziektebeeld, dat maakt het moeilijk te herkennen. Veel mensen schrappen eerst vlees en vis uit hun eten, maar sommigen stoppen in eerste instantie met koolhydraatrijke voedingsstoffen als witbrood en aardappels. En de ene groep eet alleen nog rauwe groenten waar de andere groep juist gekookte groenten eet.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Orthorexia_nervosa

jlvn46l

Vrouwenbladen schrijven alles over wat de gewichtsindustrie hen aanlevert

Veel vrouwen kopen bladen met een plattebuikenplan op de cover.

Maar ze verdienen betere en meer betrouwbare informatie over voeding.

Typ ‘overgewicht’ in op Google en u krijgt 1,2 miljoen hits. Wekelijks lezen we ergens dat overgewicht een steeds groter probleem wordt voor de toch al overbelaste zorgsector. Overgewicht kan leiden tot hartinfarcten, diabetes, een hoge bloeddruk. U kent de riedel. Logisch dat de overheid ons daarvoor wil behoeden. Goed dat wetenschappers de relatie tussen voeding en gezondheid onderzoeken. Begrijpelijk dat de media al deze ontwikkelingen op de voet volgen.

We kunnen geen krant of tijdschrift openslaan zonder dat we worden aangespoord om de ’strijd tegen de kilo’s’ aan te gaan. Zonder zwembandjes en kwabben zijn we immers mooier, beter en gezonder.
Het gevolg daarvan is dat steeds meer vrouwen ontevreden zijn met zichzelf omdat ze ‘te dikke dijen’ of een ‘blubberbuik’ hebben. Onze trots en eigenwaarde hangt blijkbaar af van de kledingmaat, van de hoeveelheid calorieën die we op een dag laten staan.
Voeding is zo ingewikkeld geworden dat we ons gezonde verstand en ons koopgedrag hebben verkwanseld aan dieetgoeroes.

(Over)gewicht is meer nog dan een probleem, een hype waarin – zoals het een echte hype betaamt – weinigen nog oog hebben voor de feiten en verbanden ontbreken. Evenmin als een dipje moet worden verward met een depressie, maken een paar rolletjes over de spijkerbroek ons een obesitaspatiënt.

Het is zonde. We genieten niet langer van eten, maar we zien voedsel als een product met bijzondere, ingewikkelde en vooral bedreigende eigenschappen. De Pink Lady is niet zomaar een nieuwe appel, maar wordt gemarket als ‘verantwoord tussendoortje’ boordevol ‘antioxidanten, vezels en vitamines’ waarmee je je ‘cholesterolgehalte kunt laten dalen, diabetes vermindert’ en ‘het risico op borstkanker verkleint’.

Dergelijke berichten zijn gebaseerd op eenzijdig belichte, gesimplificeerde of uit hun verband gerukte onderzoeksresultaten. En zolang er een wetenschappelijke sausje overheen ligt, vreten we alles. Vooral als het in een vrouwenblad staat. Vrouwenbladen zijn clubs waar we onze angsten kunnen delen en bevestigd zien. Dealers in onzekerheid.

We weten maar weinig over eten. Daarom verlaten we ons op kretologie, staren we ons blind op details die een beperkt deel van het plaatje vormen. Feit: geen enkel product is ‘gezond’ of ‘ongezond’. ‘Gezond’ is een complex geheel van allerlei factoren waar de gemiddelde tijdschriftredacteur zelf maar weinig van begrijpt. Zelfs als een redacteur de te publiceren informatie betwijfelt, is het de vraag hoe kritisch hij of zij kan zijn. Vrouwenbladen zijn vooral een podium voor de industrie. Daarom schrijven redacteuren kritiekloos allerlei ongecontroleerde waarheden op en over.

De industrie bestaat dankzij de gewichtshype. Een blad verkoopt wanneer er een dieet in staat. Producten met een voedingsclaim of -logo idem. Daar willen we zelfs meer voor betalen. En (voedings)onderzoekers kunnen met populaire publicaties verder onderzoek financieren. Stop die hype en stop dat eetvrezen.

Onderzoek zal in de toekomst steeds meer uiteenlopende onderzoeksresultaten over voeding naar buiten brengen. Om daar voor onszelf conclusies aan te verbinden, hebben we betere informatie nodig over deze ingewikkelde materie. Smaak- en kooklessen voor kinderen zou een eerste stap kunnen zijn om meer grip te krijgen op onze voeding. Vertel ze over de oorsprong en de productie van ons voedsel en over de rol van reclame bij ons eet- en koopgedrag.

Laat de overheid, die overgewicht op het maatschappelijke menu heeft gezet, daarin het voortouw nemen.  Het Voedingscentrum geeft goede voorlichting over eten, maar voedt tegelijkertijd de simplistische benadering met initiatieven zoals de Balansdag. En: hoe geloofwaardig is een overheid die misleidende voedingsclaims en logo’s gedoogt en chips, friet en kant-en-klare ontbijtdrankjes nomineert voor de Jaarprijs Goede Voeding?

Ja, het ís ingewikkeld; gedrag sturen terwijl je weet dat mensen hun gedrag niet willen aanpassen. Het getuigt misschien van realiteitszin door mensen dan in godsnaam maar de weg te wijzen naar minder vette chips. Maar toch. Het verwart ons gezonde verstand.

De hoofdrol in het stoppen van de gekte is echter weggelegd voor de vrouwenbladen. Redacteuren: ruik eens aan de scheet van een onderzoeker voordat je ‘m doorbrieft aan je lezers. Is het publiciteitgeil geneuzel, wartaal op microniveau, kortom, stinkt-ie? Besteed er dan geen aandacht aan.

Vrouwen die ongelukkig zijn omdat ze zichzelf te dik vinden: maak een statement. Probeert je favoriete blad je te verleiden met een dieetverhaal op de cover? Laat het dan liggen.

Een tijdschrift dat je wijsmaakt dat je móet afvallen, dat impliceert dat je te dom bent om zelf te bepalen wat goed voor je is, verdient jouw steun niet.
Zo’n blad verdient straf. Boycot dieetgezinde vrouwenbladen.
Ze zijn onderdeel van de gewichtsterreur. Ze maken ons ongelukkig. En dom.

Bewust mayonaise eten

* Het ‘Ik kies bewust’-logo op supermarktproducten staat ook op producten als volvette mayonaise. Het programma De Keuringsdienst van Waarde onderzocht wat het door de overheid ingestelde logo inhoudt.

* Producenten kunnen hun producten laten testen door een onafhankelijke stichting om het logo te verkrijgen. Dit kost  5.000 euro entreegeld en een jaarlijkse bijdrage.

* Vooral grote bedrijven als Univlever en Campina hebben veel producten met dit logo.

Klik hier voor de uitzending van de Keuringsdienst van Waarde over het Ik Kies Bewustlogo.

Bron: Ik, Ali – weblog

http://alinanube2.wordpress.com

Plus-size modellen

za 22.03.08

We worden overspoeld door reclamecampagnes en fotoshoots met mooie, slanke modellen. Daardoor zou je bijna vergeten dat er ook mooie en succesvolle modellen zijn met een maatje meer, zoals daar zijn

Kate Dillon

elenamiromodel

Kate won begin jaren ’90 de Elite Model Look wedstrijd, maar realiseerde zich dat haar eetpatroon niet normaal meer was. Kate was van zichzelf een volle vrouw en moest flink diëten. Ze besloot weer normaal te eten en begon zich steeds beter te voelen over haar nieuwe lichaam. Het modellenbureau Wilhelmina nam haar toen toch aan als model. Sindsdien gaat haar carrière als een trein. Zo heeft ze een aantal keer in de Vogue gestaan en heeft ze onder andere voor Gucci een reclamecampagne gedaan. Je kunt haar ook kennen van haar gastrol in America’s Next Top Model, waarin ze het met de modellen heeft gehad over hun lichaamsbeeld.

Mia Tyler

plus7

Mia Tyler ken je vast als de dochter van Aerosmith zanger Steven Tyler en de halfzus van actrice Liv Tyler. Ze begon met modellenwerk in 1996, in eerste instantie omdat ze niks te doen had. Maar ze werd steeds gemotiveerder door de brieven van fans, die zeiden dat ze zich door haar beter over hun eigen lichaam voelde. Zelf gelooft ze niet in diëten, maar wel in gezond leven. Ze is een succesvol model, ze was zelfs het eerste plus-size model die in het bekende Amerikaanse tijdschrift Seventeen stond. Nu nog de term plus-size modellen uit het mode-lexicon schrappen en het spel zit op de wagen. Toch?

http://www.girlscene.nl/pages.php?page=516261&start=50&&visitorId=dc0e2b34b02eb6a995de2f4502535018

Eetbuistoornis: getuigenis

De koelkast als schemerlamp

Ernst Groot heeft sinds kort geen last meer van eetbuien. Jarenlang is zijn eetverslaving door de hulpverlening ontkend als probleem. Hij vertelt over zijn zoektocht naar goede hulpverlening en zijn proces van afkicken van eten. Ernst is een alleenwonende man van 47 jaar. Hij doet diverse vrijwilligerswerkzaamheden, zoals assistent-begeleider op een DAC en hij adviseert en informeert mensen over sociale regelingen, zoals sociale uitkeringen, Wet Voorzieningen Gehandicapten en het Persoonsgebonden Budget (PGB) van de GGz.

Wat is binge eating ?

Je hebt last van eetaanvallen vooral bij emotionele gebeurtenissen en spanningen. Dat kan zo heftig zijn, dat je door die eetbuien in een depressie raakt, omdat je door die eetbuien steeds dikker en dikker wordt en walgt van jezelf. Je eet door totdat je buikpijn krijgt en eigenlijk niet kan stoppen. Het wordt een vicieuze cirkel. Je voelt je schuldig, omdat je zo veel eet, je probeert af te vallen, maar je bent zo streng voor jezelf dat het niet vol te houden is. Het is een race lopen met twee gebonden benen. Dat is een oneerlijke strijd en dan kom je in die cirkel terecht.

Het is hetzelfde als ‘boulimia nervosa’, alleen bij boulimia compenseer je het vele eten door te braken. Ik had de vreetbuien dagelijks, met name ’s avonds als ik me eenzaam voelde en ook ’s nachts at ik door. Omdat je zo depressief raakt, heb je geen gewoon ritme meer, dus ’s nachts ben je vaak wakker. Bij ons is de ijskast als schemerlamp heel bekend, het schemerlicht van onze koele vriend in de keuken. Heel vervelend is dat je niets in huis kan hebben, dat gaat allemaal op. Ook in winkels val je heel snel in verleidingen, vooral als je weer rotopmerkingen krijgt van mensen. En die krijg je natuurlijk vaak, omdat je heel dik bent.

Wanneer zijn die eetbuiten begonnen?

Op mijn tiende is het heel licht gestart. Toen kwam ik uit het kinderhuis terug bij mijn moeder, die was gescheiden en werkte buitenshuis. Ik at dan stiekem ergens van. Dan kon je al ruzie krijgen over een paar tomaten, omdat mijn moeder het toen niet breed had. Met als gevolg dat ik op mijn zeventiende op mezelf ben gaan wonen. Langzamerhand heb ik het vele eten opgebouwd. Eerst was het een overgewicht kwestie, maar die ontaardde in vreetbuien. In die tijd was ‘binge eating disorder’ nog helemaal niet bekend.

Wanneer merkte je dat het eten een probleem werd?

Ik had al een heel verleden met steeds afvallen Ik hou zelf erg van lekker eten en ik kan goed koken. Het bouwt zich vanzelf op. Ik heb altijd alleen gewoond, dat maakt ook uit. 15 jaar geleden vond ik zelf dat ik niet normaal omging met voedsel, dat het een verslaving was. Ik heb dat verteld aan de huisarts, maar hij vond dat eetverslaving niet bestond; hooguit anorexia en dat hebben alleen vrouwen. Hij had geen goede informatie over eetstoornissen. Je moet minder eten, dat is dan het devies. Je krijgt een lijstje mee met wat je mag eten en daarmee is het afgedaan. Ik ben verder gegaan met diëten, clubje dit, clubje dat. Je valt een tijdje af, maar omdat je niet goed omgaat met je gevoelens val je altijd weer terug in die vreetbuien. Daar liggen de wortels van het probleem.

Vijf jaar geleden ben ik naar een diëtiste gegaan om advies te krijgen, omdat ik veel last had van overgewicht en van versleten heupen. Die dame kon daar niet mee omgaan, ze vond de oplossing heel simpel, namelijk minder eten. Als ik bij haar kwam en ik was een ons aangekomen, dan foeterde ze me zo uit, dat ik uit frustratie naar de supermarkt ging, twee dikke repen kocht en die gelijk op at. Zij kon niet omgaan met de psychische kant van het probleem.

Toen zag ik in de plaatselijke krant, dat de thuiszorg een cursus gaf voor mensen met een eetstoornis. Daar kon ik in eerste instantie niet bij, omdat alleen vrouwen zich hadden ingeschreven. Omdat ik in die tijd nog naweeën had van een psychose, mocht ik daar niet aan deelnemen. Maar ik laat me nergens buiten houden en zeker niet buiten groepjes waar alleen vrouwen aan deelnemen. Ik heb gezegd, dat ik er werk van zou maken als ze me niet toe zouden laten en toen mocht ik de eerste keer komen kijken of ik er wat aan had. Ik ben er niet meer weggegaan.

Die cursus maakte je bewust van wat je at, wanneer je at, waarom je at en wat heel belangrijk was, als je af wilt vallen wat voor voordelen en nadelen er aan vast zitten. De cursus gaf inzicht in mijn eetgewoontes. Het was een hele leuke cursus, maar daarna bleef ik toch doorgaan met die eetaanvallen.

Op een gegeven ogenblik ben ik in de wachtkamer van de fysiotherapeut ‘De Nieuwe Revu’ tegen gekomen. Daar stond een klein stukje in over een onderzoek bij de Robert Fleury stichting naar eetstoornissen bij mannen en vooral naar overmatig eten. Ik wist toen nog niet dat het ‘binge eating’ heette. Met veel moeite heb ik het telefoonnummer gevonden, informatie opgevraagd en gezegd dat ik met het onderzoek mee wilde doen.

Ze hebben mij toen een intakeformulier toegestuurd met informatie over wat zij deden op eetstoornis gebied. Dat gaf mij veel meer inzicht over wat er met mij aan de hand was. Binnen een maand ben ik opgeroepen voor een eerste gesprek met een sociaal werker. Dat liep niet echt fijn, omdat hij reageerde met “als jij maar door blijft eten, kunnen wij ook niets voor je doen”. Misschien zat hij me uit te proberen, maar ik had het gevoel dat ik daar nooit binnen zou komen. Ik had ook zo iets van desnoods ga ik voor de deur liggen.

Ik wilde absoluut af van die eetbuien, want ik voelde me zo waardeloos en zo hopeloos door steeds die eetaanvallen. Gelukkig kreeg ik na een paar weken een uitnodiging voor een tweede gesprek, met een arts en een psycholoog. Zij vonden al na een kwartier dat ik zeer geschikt was, en ik werd op de wachtlijst gezet. Dan kom je in een wachtgroep, waar je één keer in de veertien dagen naar toe kan. In die groep kun je ervaringen delen. De
groep bestond verder uit vrouwen. Het fenomeen man met eetstoornis bestaat bijna niet.

Na vijf maanden was ik aan de beurt en kreeg ik individuele therapie bij een psychologe. Je begint met wat je eet, wanneer je eet en hoeveel je eet. Je moet een heel eetdagboek bijhouden en alles noteren, ook de gevoelens bij het eten. Dat geeft goed inzicht in wat, waar en waarom. Toen ben ik erachter gekomen dat ik al mijn gevoelens en alle narigheid weg zat te eten. Ik kwam er ook achter welke voedselsoorten verleiders en valkuilen waren. Bij diëten leer je vaak wat verboden is, maar zodra je iets gaat verbieden wordt het weer een extra spanningsveld, een valkuil waar je in kan vallen en die valkuilen moet je niet in huis halen.

Bij het intakegesprek hadden ze mij al als ‘binge eating disorder’ gediagnosticeerd. Ten eerste praten ze je van het volgen van diëten af. Afvallen is altijd de eerste wens van ons, maar eerst moet je normaal gaan eten. Dan moet je uitzoeken waardoor je af en toe wel weer te veel eet, beschrijven waar de valkuilen zitten en wat je als alternatief kan nemen om je emoties te verwerken. Dat is een hele psychotraining, dat gaat diep en af en toe faal je daar gigantisch in. In jezelf wroeten, anders met emoties omgaan en emoties durven voelen, dat is dan heel eng.

Ik ben twee jaar bij die vrouw in therapie geweest. Langzamerhand ben ik van de ‘binge eating’ eetaanvallen afgekomen. Ik weet beter met mijn gevoel om te gaan en vooral ook met teleurstellingen. Ook de hindernissen en angsten in mijn leven durf ik nu te benoemen. Ik durf toe te geven dat ik ergens bang voor ben, dan kan ik er wat aan doen om over die angst heen te komen. Toen ik stabiel was kwam de wens om afte vallen, want ik weeg 180 kilo. Helemaal naar een ideaal gewicht kan niet, dat is onmogelijk, dat kan je uit je hoofd zetten.

Het afvallen ging een tijdje goed, maar na verloop van tijd lukte het niet meer, het kwam als het ware stil te staan. Dat zijn moeilijke punten, dan heb je weer het gevoel dat je faalt. Daar moet je ook rekening mee houden. Intussen had ik de website van de SABN (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa) ontdekt. Daarop kun je alles over eetstoornissen vinden. Wat voor mij heel belangrijk is, dat zijn ‘prikborden’. Dit zijn borden waar je berichten op kan achterlaten en waar je kan reageren op anderen; het zijn een soort nieuwsgroepen. Die zijn onderverdeeld, een voor anorexia, één voor boulimia, één voor BED en één voor mensen die in nazorg zijn. Over het algemeen zijn het alleen maar vrouwen, die berichten achterlaten.

Daar heb ik heel veel steun aan, vooral als er iets gebeurd is, dan kun je even ‘prikken’, zoals wij dat noemen. Je kunt je verhaal kwijt en dat is heel belangrijk. Dat haalt je uit je isolement van schaamte, je wordt geaccepteerd, het geeft erkenning.

Een keer in de zoveel tijd komen we bij elkaar voor een uitje of bij iemand thuis. Daar gaan we meer in op zaken zoals hoe nu verder. Dan kom je ook allerlei narigheid tegen. Als je gaat werken de gaten in je CV bijvoorbeeld. Maar ook als je een terugval hebt, kun je op hen leunen. Zij hebben het allemaal zelf meegemaakt. De Stichting heeft ook een blad, dat Antenne heet.

Wat voor gevolgen had BED voor je leven?

Binge eating disorder’ heeft tot gevolg, dat je enorm overgewicht krijgt, je steeds slechter gaat voelen. Je komt in financiële nood, omdat je zo veel eten moet kopen. Je komt met kleding te zitten, die niet meer past. En leuke kleding is vanwege je overgewicht niet meer te krijgen. Dat overgewicht zorgt er voor, dat je steeds minder gaat bewegen,steeds minder naar buiten gaat. Het zorgt er voor dat je niet meer durft te sporten, niet meer in je zwembroek in de zon durft te gaan zitten.

Je isoleert jezelf volledig. Daar heb ik op een gegeven ogenblik een punt achter gezet. Ik ben door iemand uitgedaagd om mee te gaan naar een zwembad. Aangezien mijn heupen helemaal versleten zijn en mijn gewrichten ontstoken zijn door overbelasting, heb ik dagelijks pijn waardoor zwemmen heerlijk ontlastend is. Ik moest alleen wel mijn zwembroek in en mijn schaamte overwinnen. Maar na drie keer vond ik het genot van het zwemmen belangrijker dan mijn schaamte. Sindsdien ben ik twee keer per week gaan zwemmen. Dat zwemmen was een ommekeer in mijn isolement, ook door die therapie. Daar leer je ook om niet weg te gooien wat je nog hebt en te genieten van de dingen, die je nog wel hebt.

Wat betekent het eetprobleem nu nog voor je?

Ik zit nog steeds met een overgewicht, omdat ik mijn lichaam kapot heb gegeten. Bepaalde dingen zijn niet meer omkeerbaar, met de schade blijf je zitten. Ook nu nog steeds blijft het een zwak punt, maar ik kan er goed mee leven en verder aan bouwen. Langzaam aan moet dat genezen. Langzaam hoop ik ook mijn gewicht te kunnen verminderen en dan een heupoperatie te krijgen, zodat je wat schade kan terugdraaien. Een heupoperatie doen ze niet zo maar, omdat nieuwe heupen maar een aantal jaren mee gaan. En als je zo dik bent is opereren heel gevaarlijk vanwege infectiegevaar. Ze opereren alleen maar als het echt moet. Omdat ik mijzelf invalide heb gegeten, maak je slecht contact met de buitenwereld. Vooral als je zoals ik een op zichzelf staand bestaan hebt geleden. Dat heb je gedaan omdat je vroeger gekwetst was, erg gevoelig was. Dat heb je leren hanteren, alleen is er nu een fysieke drempel.

Ook mijn leeftijdscategorie is dan een probleem. De meeste mensen zijn getrouwd of pas gescheiden, je komt moeilijk aan contacten zeker als je in een rolstoel zit. Ik ga wel naar theater en doe vrijwilligerswerk, waar je nieuwe mensen ontmoet. Stapje voor stapje werk je aan een nieuwe toekomst, maar dat is heel hard vechten

Wat vind je van de hulpverlening?

Een probleem bij de hulpverlening is dat te weinig bekend is over eetstoornissen bij mannen en dat er wachtlijsten zijn. Er zijn weinig plaatsen waar je terecht kan om behandeld te worden. Heel goed is dat er in de Ursula kliniek wachtgroepen waren, maar dat is ook uit nood geboren, want anders zie je mensen afhaken tijdens het wachten op behandeling. Bij anorexia kun je binnen een aantal maanden dood zijn en mensen met BED eten zich langzaam dood.

Bij mij heeft het te lang geduurd voordat erkend werd dat ik een ziekte had. Ik kan er nu goed mee leven, in wezen blijf je een eetprobleem houden, maar ik kan er nu goed mee omgaan. Aan hulpverleners zou ik adviseren om goede informatie te verzamelen en weten waar je mensen naar toe kan verwijzen. Dat begint al bij de huisarts, die ziet voldoende mensen met overgewicht,die van het ene naar het andere dieet lopen. Die zou BED al moeten herkennen. Ook de RIAGG moet goed op de hoogte zijn.

Wat zou je adviseren aan andere mensen met BED?

Voor mensen die zich herkennen in de eetaanvallen en de gevoelens van schaamte, weet vooral dat je niet de enige bent en ga op zoek naar hulpverlening en naar lotgenoten. Op de site van de SABN staan ook namen van hulpverleners. Een heel goed boek om te lezen is ‘Beetje voor beetje beter’ van Ulrike Schmidt en Janet Treasure. Dat is een goed boek om je eetprobleem op een rijtje te krijgen.

Saskia van Dorp

Verschenen in Deviant: tijdschrift tussen Psychiatrie en Maatschappij

http://www.tijdschriftdeviant.nl

http://www.tijdschriftdeviant.nl/teksten/032art01.htm

‘A daydream is a meal at which images are eaten. Some of us are gourmets, some gourmands, and a good many take their images precooked out of a can and swallow them down whole, absent-mindedly and with little relish’

W.H. Auden

Als dit citaat van W.H. Auden enige steek houdt, dan ben ik een ‘gourmand’. In onze eigen volkstaal heet dat een fijnproever. Want dagdromen? Ik heb er een patent op. Ik kan, zo maar, tussen twee boeiende bezigheden door geestelijk op wandel gaan, naar een andere plek, een ander bewustzijnsniveau waar droom en werkelijkheid elkaar raken. Dan lijkt het wel of mijn blik met een vacuumpomp wordt leeggezogen, dat mijn bewustzijn zich naar binnen keert. Dan bereikt geen enkel geluid nog het gehoorcentrum van mijn hersenen. De wereld is één boeddhistische tempel van stilte.

Met die mentale slippertjes kan ik alle kanten uit. Ik leg de eerste steen voor een opvangtehuis voor straatkinderen, ik haal mijn vliegbrevet, of ik hak mij een weg door de mangrove in Senegal. Allemaal dingen die ik nog ooit wil waarmaken en die, door ze in ragfijn hersenspinsel om te zetten, dichterbij komen. Want dagdromen zijn onze wensen op poëzie gezet. Luchtkastelen en fantasieën stuwen ons vooruit, dwingen ons om te handelen. Om onze eigen toekomst vorm te geven. Ze vertellen ons ook veel over onszelf. Wensen komen immers uit het diepst van ons wezen zelf, en zijn dragers van vitaliteit.

Het spirituele uitstapje  is uiteraard het leukst als de verveling toeslaat. Als het leven zelf routine is geworden. Als je je in een cocon van veiligheid hebt ingekapseld (een eetstoornis bijvoorbeeld) en elke nieuwe uitdaging uit de weg gaat. Dan ga je zoals Michelangelo engelen zien in het marmer, en de aandrang voelen om ze uit hun stenen gevangenis te bevrijden. Dan zie je rozencavaliers en peperkoekenhuisjes in wolkenformaties. Want dagdromen zijn ‘the mothers of invention’. Geen menselijke verwezenlijking, of ze kreeg voor het eerst gestalte in de nevelige regionen van de geest. Franklin, Newton, Garibaldi, het waren dromers die op hun rug liggend in het gras, hun eigen werklijkheid creëerden en daarmee de wereld een ander aanzien gaven.

Mensen met een eetstoornis durven vaak niet meer te dromen. Ze voelen zich soms zo ellendig dat ze geen licht aan het eind van de tunnel zien. Toch is het ontwerpen van een toekomst een belangrijke stap op weg naar de genezing, ook al lijken de plannen op het eerste gezicht irreëel. Er kan een motiverende kracht van uitgaan die je helpt om je op iets anders dan op gewicht te focussen. Je verbeelding aan de macht laten is soms een heilzaam leerproces. Droom jezelf een realiteit als de realiteit van vandaag te zwaar is om dragen. Op één of andere manier worden zulke dromen altijd minstens een klein beetje waar….

Als ik op mijn dagdroom van vandaag mag betrouwen, woon ik binnenkort in een oud herenhuis, heb ik drie Afrikaanse pleegkinderen, maak ik een avontuurlijke trip door het Amazonewoud en behoort de oorlog in Irak weldra tot het verleden. Hij gaf me bovendien de nodige brandstof om mijn dagdagelijkse taken met kakelvers enthousiasme aan te vatten. Ik heb bergen werk verzet: de briefwisseling afgehandeld, een folder samengesteld, de boekhouding bijgewerkt. Dagdromen geven mij vleugels.

Realisten en pragmatici, gelieve zich van commentaar te onthouden.

Twiggiessis elders

Een tournée generale van’t huis, met rode konen, en wel hierom

Anyone would pay many money for the tips shown in the blog, i know i would. Materials, figures and evidences what else one wants to be satisfied. Stunning color mood for the blog. I am fascinated how I can find even the very fresh news on this blog. I am charmed by the color arrange of the blog.

I love how each and every post is sequential. I enjoy that on this blog even disapproval is undertaken in a positivistic form. It’s awesome how the ads are related and unobtrusive to the posts. Every post provided in the blog is neaten, no filth in terms of inappropriate photos or anything.

I’ve seen comprehensive descriptions and articles this blog provides. I adore the manner the writer persuades you one step at a time. It’s fantastic to read a blog that’s not filled with advertisement. Such a problematic topic controlled with such excellent enlightenment. The tips provided can be a blow in terms more than one.

Under Streetwear Sites

http://street-wear.org/twiggiessiswordpresscom/

400_f_113479_hstvi1b8hbplhatplnaxthifxgc9as

Een interview

Een paar minuten te vroeg of te laat eten kan al een ramp zijn. Als jouw vaste broodsoort bij de bakker uitverkocht is, weet je niet meer wat je moet eten. Tussen ieder hapje tot 30 tellen voordat je een volgende hap mag nemen, van je eigen bord, met je eigen bestek, gekookt in je eigen pannen. Alles in kleine stukjes snijden, zelfs als het een beschuitje is, en NOOIT drie dezelfde dingen eten. Het laatste hapje moet blijven staan en het laatste slokje blijft dagelijks in het glas. Dwanghandelingen; veel patiënten met een eetstoornis hebben er last van, zoveel dat ze zelf zeggen dat ze er af en toe gek van worden. Federica’s leven wordt al ruim 10 jaar beheerst door een eetstoornis gepaard gaande met dwanghandelingen. Zij was bereid om haar ervaringen aan Antenne te vertellen.

Federica, 27 jaar, ziet er – ondanks haar Italiaanse naam en achtergrond – met haar blonde krullen en lichtblauwe ogen fragiel maar toch erg Hollands uit. Ze vertelt met aanvankelijk zachte stem haar verhaal. Naarmate het interview vordert wordt ze opener en zelfverzekerder en lijkt het vertellen van haar dwanghandelingen en rituelen – die toch behoorlijk intiem zijn – haar makkelijker af te gaan.

Wil je, om te beginnen iets over jezelf vertellen?

Ik ben Federica, 27 jaar oud. Ik heb administratief werk gedaan, maar werk nu al meer dan een jaar niet meer. Mijn studie? Ik heb rechten gestudeerd en ben dus officieel meester in de rechten, maar daar doe ik nu niets mee.

Op de middelbare school begon mijn eetstoornis, op mijn 15e of 16e denk ik. Ik kan me niet een moment herinneren waarvan ik kan zeggen; toen is het begonnen. Terugkijkend naar mijn middelbare schoolperiode, herinner ik me wel dat het er was. Ik begon met lijnen, kreeg na een poosje vreetbuien en dat wisselde elkaar af. Het begon met boulimia. Mijn behandelaars zeggen nu dat het anorexia is, maar zelf ben ik daar nog niet zo van overtuigd.

Sinds augustus 1997 ben ik therapie. Ik ben begonnen met een deeltijdbehandeling. Die heb ik nu afgerond, en sinds kort ben ik in individuele therapie bij een psychotherapeut.

Hoe zien je dwanghandelingen en rituelen rondom het eten eruit?

Nou, ik wil sowieso alleen op bepaalde tijden eten en er moet een bepaald aantal uren tussen alle maaltijden zitten. Bepaalde combinaties van voedsel zijn heel belangrijk. Als ik een recept in mijn hoofd heb om voor die avond te koken en ik mis daarvan een ingrediënt dan kan ik echt stad en land af fietsen om te zorgen dat ik het toch krijg. Ik kan niet zeggen: “Nou laat maar, die verse peterselie.”

Meestal bepaal ik ’s ochtends wat ik die dag ga eten. Soms ga ik daar echt voor zitten. Hoewel de laatste tijd mijn avondmaaltijden vooral bestonden uit groente, een broodje en X gram kaas, en dat neemt niet zoveel tijd in beslag. Hoewel de combinatie wel belangrijk is. Ik vind niet dat je zomaar iedere kaas bij iedere groente kunt eten. En er moet ook perse een bepaald broodje bij, dat moet ik dan ook weer ergens gaan halen. En het hangt er natuurlijk vanaf wat ik die middag heb gegeten; alles moet kloppen. Voor de hele dag moet het kloppen. Uitleggen is moeilijk want ik weet het soms zelf niet eens en het kan ook per dag verschillen hoe ik die regels toepas. Het gaat erom dat er een zodanige logica in zit dat alles klopt. De calorieën moeten sowieso kloppen, maar ook culinair.

Ik eet altijd van hetzelfde bord, ik heb een eigen bord. Maar ook de plaats waar het staat is heel belangrijk. En dat geldt ook bij het koken; dan staat alles netjes in de keuken, precies op de goede plaats.

Verder is de tijd heel belangrijk. Ik mag niet voor 7 uur ‘s avonds beginnen met koken. En alles moet heel netjes en precies hetzelfde gebeuren. Ik weeg alles af, het schillen en snijden van de groente moet heel precies gebeuren. Alle sperzieboontjes hebben dezelfde lengte als ze eenmaal in de pan liggen. Alle ingrediënten moeten vers zijn. Ik zal nooit iets uit een pakje of blikje nemen. Allereerst omdat het gezonder is, maar af en toe kan het natuurlijk helemaal geen kwaad. Toch vind ik dat ik dat niet mag. Tijdens het eten heb ik ook weer een vaste volgorde, als ik zoveel hapjes van iets heb genomen dan moet ik een paar slokjes water drinken. Ook daar probeer ik weer iets van een systeem in aan te brengen en het te ordenen.

Alle regels zijn allemaal belangrijk; vooral de tijden. Als ik – om de een of andere reden – toch eerder eet, dan voel ik me meteen heel vraatzuchtig, alsof ik niet in staat ben om iets langer te weerstaan. Ik vind dat ik toch zeker wel in staat moet zijn om dat tot een bepaalde tijd uit te stellen voordat ik er aan toegeef. Ik heb ook het liefste dat er niets meer in mijn maag zit.

Het is veel moeilijker om te eten als ik nog een beetje vol zit, omdat het bijvoorbeeld op mijn lijst staat, of omdat ik zomaar ergens zin in heb. Dat probeer ik dan wel te overtreden door tegen mezelf te zeggen dat het mag, of dat het heel normaal is om bij de thee een koekje te nemen. Toch zit het me niet helemaal lekker.

Heb je afgezien van de rituelen en regels rondom het eten ook bepaalde handelingen die je niet moet doen of juist wel, of dwanggedachten?

Ja, en waar ik dan het meeste last van heb is dat ik iedere dag alle handelingen en dingen die ik die dag te doen heb, volgens een bepaald tijdschema moet doen. Van zo laat tot zo laat ontbijten, van zo laat tot zo laat douchen en dat gaat de hele dag zo door – tot ik in bed lig. En daarbij moet alles op een bepaalde manier gebeuren, heel precies en heel netjes.

Alles moet achter elkaar aansluiten. Ik kan ook heel geïrriteerd raken als ik bijvoorbeeld nog een aantal bladzijden moet lezen, en mijn moeder zegt dan: “Zullen we nu maar gaan?”. En dat terwijl ik 30 minuten lezen heb gepland. Dan klopt het helemaal niet meer. Of als ze zomaar tussen door iets vraagt, bijvoorbeeld om een artikeltje even te lezen. Ik heb ook tijdschriften liggen, maar die liggen maar omdat ze niet in het schema passen. Meestal verzamel ik dus eerst een grote stapel, zodat ik een half uur tijdschriften lezen in kan plannen. Want zomaar even tussendoor, dat kan ik niet.

Ook vind ik dat ik ‘s ochtends meer moet ‘werken’; dingen zoals klusjes doen, boodschappen halen, etc. In de middag mag ik leuke dingen doen zoals lezen, of handwerken. Ik kan niet om 9 uur ‘s ochtends zeggen: “Zo, nu ga ik eens lekker lezen”, maar wel recepten knippen of foto’s inplakken.

Ik denk wel dat het altijd wel een beetje in me heeft gezeten, maar het is pas echt erger geworden toen ik al een tijdje een eetstoornis had. Toen begon ik echt te beseffen dat dit niet normaal is.

Terugkijkend op mijn jeugd herinner ik me wel dat mijn zus me altijd uitlachte omdat ik mijn kledingkast helemaal op volgorde en kleur had ingedeeld. Zelf vond ik dat heel normaal, maar als ik het niet deed, dan had ik niet die onrust die ik nu heb. Ik had het juist heel erg in de periode dat ik nog werkte en besloot in therapie te gaan. Ik denk dat het nu wel erger is dan ooit, zowel wat betreft mijn eetstoornis als mijn dwanghandelingen.

Is er verschil in je handelingen als je alleen thuis bent of als er anderen bij zijn. Hoe los je dat op?

Ja, ik ga sowieso niet een hele dag naar iemand toe of ergens logeren. Dat maakt me heel onrustig omdat ik dan helemaal niet mijn eigen dingen kan doen. Dan ben ik ook bang dat het anderen opvalt en dat ik uitgelachen word. Dat heb ik ook als mijn ouders thuis zijn. Dan moet ik soms echt zeggen: Laat me nou maar” als mijn ouders erover beginnen.

Het valt anderen ook op dat ik helemaal niet flexibel ben; dat ik dingen op een bepaalde manier doe en daar niet van af kan wijken. En dat irriteert ze of ze moeten erom lachen. Ook om de manier waarop ik alles in de koelkast geordend heb. Ik heb een aparte plaats in de koelkast waar mijn eigen spullen staan, en die mogen niet worden vermengd met die van mijn ouders. Als ik alleen thuis ben is het nog veel erger, dan kan ik me er helemaal aan overgeven.

Als je dan toch ergens anders bent, zit je dan heel onrustig?

Als ik niet thuis ben heb ik steeds het gevoel dat er iets niet klopt. Soms zijn het ook dingen die ik dan ineens in het leven roep en waarbij ik denk: “Vanaf nu ga ik het altijd zo doen, zo is het goed.” Maar later verzin ik weer een andere regel. Ik weet zelfs niet eens waar ik het op baseer, want meestal slaat het gewoon nergens op en is er helemaal geen reden voor. Wat maakt het nou uit waar ik mijn tas neerzet en of ik de deur met mijn linker- of mijn rechterhand openmaak?

Hoeveel tijd kost het je? Hoelang ben je bijvoorbeeld bezig met je avondmaaltijd?

In principe kost het me al mijn tijd die ik wakker ben. Een avondmaaltijd…. Als ik een simpele maaltijd maak, die met groente en kaas ben ik in totaal twee uur bezig met klaarzetten, schillen, snijden, koken en opeten. Een uitgebreide maaltijd kost natuurlijk veel meer tijd. Het hangt er echter ook helemaal van af wat ik aan het doen ben. Als ik iets in huis ga opruimen, dan kan ik daar uren mee bezig zijn.

Dat is echt een spiraal waar ik dan in terechtkom. Ik begin met het opruimen van de boekenkast en vervolgens bedenk ik dat er net zo goed even een sopje doorheen kan en als ik dan eenmaal bezig ben, kan dat uren aanhouden. Dan zoek ik weer naar een nieuwe ordening van mijn boekenkast en kijk of alle spullen wel goed en logisch op hun plek staan.

Ik sta meestal vroeg op, 8 uur. Er moet in ieder geval nog een 8 in zitten. Als ik ergens heen moet, sta ik in ieder geval 2 uur daarvoor op en die tijd heb ik ook volledig nodig. Er blijft geen minuut over.

Het voorbeeld dat ik hiervoor noemde, met die boekenkast, dat is voor mij een extreme dag. Maar ook op een gewone dag heb ik nog allerlei regeltjes waar ik me aan moet houden en ik voel me vaak heel onrustig. Soms word ik er zelf gek van. En toch levert het me ook iets op: orde, in mijn hoofd, in mijn leven, het gevoel dat ik alles in de hand heb. Bij mij is het niet zo dat als ik een regel overtreed, ik dan ga denken dat mijn moeder doodgaat of dat er iets heel ergs gebeurt (zoals dat bij het officiële ziektebeeld OCD wel voorkomt-red.).

Het is meer zo dat ik dan heel onrustig ben of het gevoel heb dat mijn dag verpest is. Ik zou dan het liefst willen dat er een nieuwe dag begint en dat ik dan denk: “Zo, vanaf nu ga ik alles weer goed doen.” Soms, als er ‘s ochtends iets misgaat, dan probeer ik dat wel weer in te halen; daardoor verandert een regel wel eens. Of ik doe de rest van mijn taken allemaal net iets sneller zodat ik ’s middags weer op schema ben. Dan voel ik me niet helemaal perfect, maar wel iets beter omdat ik het dan weer een beetje heb kunnen redden.

Gaat het wel eens helemaal mis?

Het is heel zwart-wit. Als het maar een klein beetje misgaat dan is het al helemaal mis. Waneer een omeletje niet perfect heel blijft, dan is het helemaal mislukt – dat wil niet zeggen dat-ie dan niet meer eetbaar is of in de vuilnisbak belandt, maar het irriteert me wel heel erg. “Niet helemaal perfect” is voor mij al helemaal mislukt. Zo ben ik nu een trui aan het breien, maar ik vond de boord te kort, er moesten nog twee naalden bij. Dus heb ik heel die trui weer uitgehaald om die boord goed te krijgen.

Zijn er dingen waar je heel erg van in de war raakt?

Ja, bij recepten heb ik dat sterk. Ik wil ze precies zo uitvoeren zoals het er staat en weeg alles precies af. En als er dan staat “een snufje zout” of “kruiden naar smaak toevoegen”, dan vind ik dat vervelend en ben geneigd het toch op een lepeltje te doen en het voor de volgende keer op te schrijven hoeveel ik gebruikt heb. Zodat ik er toch iets van orde in kan aanbrengen, Met olie is het nog een ander verhaal. Ik schiet natuurlijk liever uit met citroensap dan met olijfolie. Calorieën weet ik niet heel precies, maar globaal weet ik het wel.

Hoe ging dat toen je in de deeltijdbehandeling begon, want dan gaan anderen de controle overnemen, je dagprogramma wordt vastgesteld, je krijgt een eetschema en je moet bijna overal verantwoording over afleggen. Kreeg je het toen niet heel moeilijk?

Nee, gek genoeg niet. Ik had het juist erg moeilijk (zoals ik al vertelde) in de periode dat ik nog werkte. Op kantoor ergerde ik me enorm aan hoe de dingen stonden, of ik wilde alle mappen veranderen; alles moest perfect en netjes zijn en daar ging ook heel veel tijd inzitten. Of als ik ergens mee bezig was en iemand vroeg om tussen door iets anders te doen, dan werd ik heel onrustig. En in die tijd was de boulimia ook heel hevig.

Op het moment dat ik stopte met werken, verdween de vreetdrang, bleven de vreetbuien nagenoeg weg. Dus op het moment dat ik in therapie ging, had ik juist veel meer het gevoel dat ik controle had. Ik had voor het eerst sinds 10 jaar een redelijk constant gewicht, ik at tamelijk normaal.

Natuurlijk had ik wel mijn beperkingen, maar tenminste geen vreetbuien meer. Ik kon redelijk normaal meedoen met eten, begon zelfs af te vallen – dus ik voelde me best goed. Dat ik nu de controle op moet geven en aan moet komen, vaker met mijn ouders mee moet eten ervaar ik als heel beangstigend. En nu is die dwang weer heel erg geworden. Ik kreeg wel G-training (gedachten/gevoel/gedrag, red.) maar die schema’s heb ik meer gebruikt voor mijn eetstoornis. Die kon ik met rationele gedachten wel bestrijden: dat het niet zwak is om boter en beleg op je brood te eten, dat je best mag eten, dat je chocola best lekker mag vinden.

Maar die dwanghandelingen en gedachten zijn voor mij heel moeilijk om met rationele gedachten te bestrijden. Het enige dat ik erover kan zeggen is dat het nergens op slaat. Het enige dat je dus kunt doen is oefenen. Bij mij is het niet zo concreet als bijvoorbeeld smetvrees of controledwang. Het is meer een grote brij van allerlei regeltjes, en dat is moeilijk oefenen.

Je vertelde dat je nu in individuele therapie bent, voor je eetstoornis. In hoeverre worden de dwang-handelingen in je therapie meegenomen?

Nu wordt er veel aandacht aan besteed, misschien ook omdat het erger is dan ooit. Hiervoor, in de deeltijdbehandeling was dat veel minder het geval. Ik kreeg alleen medicijnen om het een beetje bij te sturen. Maar goed, ik had er toen ook minder last van. Ik vind dwanghandelingen makkelijker om toe te geven dan mijn eetstoornis en ik besef ook echt dat dit niet normaal is.

Soms zie ik mezelf zo bezig en realiseer ik me hoe vast je kunt zitten in een stelsel van regels die geen nut hebben en nergens op slaan. Daar kan ik heel boos om worden. En dan toch doe je het. Toch loop je naar die prullenbak terug om er een papiertje opnieuw in te gooien, omdat…..Ik weet niet eens waarom. Omdat het zo moeilijk is om het te laten.

Wat vond je van het interview?

Ik had eigenlijk gedacht dat het meer over het eten zou gaan. Veel dingen zijn ook zo moeilijk uit te leggen terwijl het voor mij heel vanzelfsprekend is waarom iets niet klopt. Je moet je voorstellen hoe ik in de keuken sta met al dat keukengerei heel precies om me heen. Of hoe leg je de constante last uit die je voelt als je ermee bezig bent? De angst en nervositeit die je voelt als er plotseling iemand de keuken binnenkomt of zou kunnen komen?

En het gaat altijd door, elke dag, op vakantie, thuis, constant.

Maar zo stel ik het me in de toekomst voor; vrijheid. Ik hoop dan dat ik overal vanaf ben. Dan zou ik voor het eerst gelukkig zijn sinds mijn kindertijd.

Met dank aan Frederica

Heidi Renkema

Antenne 110 – april 1999

Antenne is een uitgave van de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa (Nl)

www.sabn.nl

http://74.125.77.132/search?q=cache:StBP_6Q6EM0J:www.sabn.nl/downloads/download.php%3Ffile%3D110_ANtenne.pdf+kinderen+met+voedselfobie&cd=10&hl=nl&ct=clnk&gl=be&client=firefox-a

    Hier zijn een aantal leuke dingen die je kan doen om op een positieve manier met emoties en stress om te gaan. Probeer ze uit om te voorkomen dat je terug een beroep gaat doen op eetstoornissengedrag zoals: vasten, purgeren, bunkeren…

Stop, draai de knop om en wees lief voor jezelf

We herinneren ons waarschijnlijk nog heel goed de lessen brandveiligheid uit de lagere school. We leerden er hoe we moesten reageren indien er brand uitbrak. De eerste instructie luidde: “roep, drie keer brand! En als je kleren in brand vlogen moest je stilstaan, jezelf op de grond gooien en over en ‘t weer rollen met je lichaam..

Als je herstelt van een eetstoornis kan je ook wel een aantal van die hapklare instructies gebruiken, Ze kunnen je helpen om niet in je oude patronen te hervallen als de aandrang om te eten of te vasten groot is. “Wat kan ik nu eigenlijk doen als de adrenaline door mijn aders pompt, als ik me schuldig of boos voel of als ik weer zin krijg om met mijn eten te gaan klooien?”

Stop, draai de knop om en wees lief voor jezelf

STOP met wat je aan het doen bent.Tracht uit te vissen wat je precies voelt. Wortel jezelf stevig in het hier en nu en zeg STOP in gedachten. Visualiseer een stopteken.

Draai een knop om in je hersenen. Denk aan iemand die je na aan het hart ligt… “Zou mijn beste vriendin het verdienen om zich schuldig/boos… te voelen in deze situatie?”; “Zou ik willen dat iemand die me dierbaar is door het lint gaat door wat hij/zij voelt?”; “Zou ik medelijden voelen als mijn partner zich zo voelde?” Draai opnieuw de knop op. Zeg tegen jezelf dat JIJ even veel geduld en medeleven verdient als jouw vriendin, vriend, of partner. Jij bent je EIGEN beste vriend… dus moet je jezelf ook zo behandelen!

Wees lief voor jezelf. Zorg voor JEZELF. Schrijf in je dagboek als dat je kan helpen. Telefoneer naar je therapeut of iemand die je vertrouwt en vraag om hulp. Bespreek wat je voelt…. echt voelt. Schat jezelf naar waarde. Help jezelf om gezondere en productievere oplossingen te vinden

Drie simpele stappen die je moet nemen als je het moeilijk hebt. Leren om zorg te dragen voor jezelf is een discipline die je niet in een handomdraai onder de knie hebt. Maar door in moeilijke situaties de “stop, draai de knop om en wees lief voor jezelf-tactiek” toe te passen leer je aan te voelen wanneer je nodig jezelf eens in de watten moet leggen…. je staat stil bij wat er zich in je innerlijke afspeelt en je zet de eerste stap naar betere zelfzorg.

Maak gebruik van onderstaande ideeën en van je eigen ideeën om een COPING BANK te maken. Een copingbank is een verzameling van positieve strategieën die je kan gebruiken als je het te kwaad krijgt en met je eten wil gaan knoeien

  • Schrijf in je dagboek

  • Luister naar je favoriete muziek

  • Kijk naar de zonsopgang of -ondergang

  • Kleur de plaatjes in in een kleurboek

  • Speel op je favoriete instrument

  • Vertel aan een vertrouwd persoon hoe je je voelt

  • Leer een kind een nieuw spelletje aan

  • Organiseer een waterbalonnengevecht

  • Maak een schilderijtje

  • Neem een lekker heet bad

  • Ga bessen plukken

  • Knuffel iemand

  • Ga een ritje doen met de auto

  • Pak wat kleren in voor een liefdadigheidsorganisatie

  • Ga naar een concert

  • Maak een lange wandeling

  • Huur een goeie film in de videotheek

  • Ga alleen naar de film

  • Telefoneer naar een oude vriend

  • Bouw een toren met blokken en gooi hem tegen de vlakte

  • Speel met de legoblokjes

  • Was je wagen met een vriend

  • Pluk bloemen in de wei

  • Hou een waterpistolengevecht

  • Doe mee aan een sneeuwballengevecht

  • Verf een kamer in je huis

  • Lees een boek

  • Neem vrijaf van je werk

  • Doe een dutje

  • Prent jezelf in dat alles in orde komt

  • Inhaleer diep en tel tot 10

  • Vraag aan je therapeut om een video/tape te maken die je kan helpen in moeilijke momenten

  • Ga naar een veilige plaats (strand, park, bos, speeltuin, enz.)

  • Ga bij jezelf eens na welk advies je anderen in dit geval zou geven… en hou er rekening mee voor jezelf!

  • Zeg iets goeds over jezelf

  • Gebruik zelfbekrachtigende tapes en boeken…

  • Mediteer en trek een uurtje uit om te relaxeren

  • Doe een kussengevecht of gebruik een kussen als boksbal

  • werk in de tuin, of maak je huis schoon

  • maak een blog aan om je zieleroerselen, je hobby of jouw ideeën over bepaalde zaken wereldkundig te maken

  • speel een spelletje op de computer of met de play station

  • correspondeer met je kennissen via facebook, netlog, myspace, enz.

  • Speel of ga wandelen met je hond, kat, enz.

  • Ga naar een online forum voor eetstoornissen om steun te zoeken

  • Blijf in contact met anderen – isoleer jezelf niet

Oriëntatie in het hier en nu

Ideeën voor als je de controle verliest, flashbacks hebt of het contact met de werkelijkheid verliest..

  • Zeg tegen jezelf -het komt wel in orde- en -Ik ben niet gek-… dit is een normale fase in het herstelproces
  • Zet je voeten stevig op de grond

  • Tel van 1 tot 10 en dan van 10 tot één

  • Zeg luidop wat je ziet en ruiktl

  • Raak de muur aan, de vloer of objecten die zich in je buurt bevinden

  • Telefoneer naar iemand

  • Wandel rond en kijk naar je eigen voeten – luister naar het geluid van je stappen

  • Luister naar je eigen ademhaling – adem diep in

  • Luister naar muziek en tel de beats

  • Wees niet bang om hulp te vragen

  • Knuffel iemand bij wie je je veilig voelt

  • Hou iemands hand vast (een vertrouwd iemand)

  • Scheur papier in repen, zuig op een ijsblokje

  • Visualiseer de herinnering en berg ze ergens op (bijvoorbeeld, de herinnering is een blauwe rubberen bal en je legt die in de speelgoedkist)

  • Focus op details…. bladeren aan de bomen, grassprieten, vezels in het vasttapijt

  • Telefoneer naar de therapeut

  • Praat met je knuffeldier

  • Vecht tegen de stemmen – vervang de negatieve boodschappen door positieve

  • Speel op een instrument

  • Was je gezicht, handen of haren

  • Ga wat tuinieren, rij het gras af, pluk het onkruid

  • Kleur de plaatjes in in je kleurboek

  • Raak een vertrouwd voorwerp aan dat je bij je hebt (sleutels, een halssnoer) of luister naar je tikkende klok

  • Stoei met je kat of hond

  • Maak een lijstje van de dingen die je nog moet doen of maak een boodschappenlijstje

  • Schrijf neer wie je bent en waar je bent

  • Zeg luidop wat je voelt, zelfs al moet je daarvoor schreeuwen!

  • Verander je omgeving.. ga van de keuken naar de zitkamer bv. Verander het geluid om je heen (zet muziek op, zet de televisie aan, enz.), eet iets veiligs, ruik aan iets anders (parfum, bloemen, voedsel, gras, enz)

  • Dans op muziek

  • Zeg luidop -nu ben ik hier-… denk er aan dat dit voor jou een normaal onderdeel is van het proces

  • schrijf je triggers op (dingen waardoor je je slecht gaat voelen of die je nare herinneringen of flashbacks bezorgen)

bron: www.something-fishy.org

yoursmine21

Hollywood is zo’n opgefokte stad dat zelfs mannen er vaste voet aan de grond hebben in de wereld der eetstoornissen. In een recent interview met Best Life magazine, sprak acteur Dennis Quaid over zijn gevecht met Manorexia tijdens de filmopnames van Wyatt Earp (1994) waarin hij de rol van de tuberculeuze Doc Holiday vertolkte. Zijn gewicht zakte van 90 kg tot 64 kg om de rol de spelen van de zieke outcast.

Quaid zei:

Mijn armen waren zo dun dat ik mijn lichaam niet uit het zwembad kon tillen.

Jarenlang was ik geobsedeerd bezig met mijn eten. Ik vroeg me constant af hoeveel calorieën er in zaten, en hoeveel kilometers ik dagelijks moest afleggen om ze zo snel mogelijk vet te verbranden.

Dennis beweerde ook dat hij zichzelf nog steeds zag als iemand van 90 kg, zelfs al was hij in feite 25 kilo lichter. Dat is met name wat er gebeurt met mensen met een eetstoornis, ze hebben een vervormende lens in hun ogen die hun spiegelbeeld vertekent.

Ik vond het sterk dat Dennis Quaid over die kwesties durfde te praten. Het gebeurt niet iedere dag dat je een beroemde acteur die zichzelf in het dagelijkse als een ’smart Alec’ gedraagt- een soort van macho met rollende spierballen – hoort praten over zijn persoonlijke gevecht met een ziekte die doorgaans alleen vrouwen treft.

Misschien is hij tot de jaren der wijsheid gekomen, en vindt hij het nu gemakkelijker om zijn kwetsbare plekken te tonen. Er zijn niet veel mannen in Hollywood die het onderwerp eetstoornissen durven aansnijden, hoewel ze soms een aardige boom kunnen opzetten over de inspanningen die ze moesten doen om hun musculatuur bij te werken voor een film. Maar daar moet je wel voor eten. Ze volgen dan wel een dieet, maar proteïnen en positieve calorieën zijn vaste prik op het menu.

Ik vond Dennis Quaid fantastisch in The Big Easy met Ellen Barkin. Die film inspireerde me om New Orleans te bezoeken. Ik vind het bewonderenswaardig dat Alec zijn persoonlijke visie op anroxia met ons wilde delen. Hij bewijst daarmee dat die ziekte niet alleen puberende meisjes uit welgestelde gezinnen treft..

http://www.backinskinnyjeans.com/2006/03/dennis_quaid_an.html Posted by Stephanie Quilao on Mar 14, 2006

Als je een eetstoornis hebt of je denkt dat je op het punt staat om er één te krijgen, neem dan een aantal stappen die je enige houvast kunnen geven.

1. Besef dat de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van eten en uiterlijk voor de meeste mensen niet haalbaar en zelfs schadelijk zijn. Maar kiezen kan je altijd. Kies voor een gezonde levensstijl, dat zal op termijn lonender zijn dan het zoveelste crashdieet

2. Schat je gezondheid even hoog in als je uiterlijke verschijning.

3. Ga te rade bij een bekwaam dietist of voedseldeskundige. Evenwichtig eten zal je helpen om vreetbuien te voorkomen.

4. Eet traag, geniet van je eten en sta jezelf toe om te stoppen met eten als je verzadigd bent.

5. Zie voedsel als de brandstof die je lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Voedsel is geen vijand, en al evenmin een goeie vriend die je kan troosten.

6. Als je aandrang voelt om te bunkeren, te purgeren of extreem te vasten, sta dan eens stil bij de gevoelens die je daarbij hebt. Voel je jezelf down? Een brokkenpiloot of een waardeloos sujet?

7. Als je klaar ziet in die achterliggende – meestal negatieve – gevoelens, ga dan op zoek naar gezonderen manieren om met die gevoelens om te gaan

8. Overweeg om deskundige hulp in te roepen die je kan bijstaan in het ontrafelen van de oorzaken van je eetgestoord gedrag. Werk een stappenplan uit om je problemen te lijf te gaan.

Magerzucht in glamourland

04/10/2008

Drop Rubens in Hollywood en hij besterft het. Dun-dunner-dunst blijft namelijk het ziekelijke spelletje waarbij ’s werelds beroemdste actrices, modellen en societyfiguren elkaar proberen te overtreffen. ‘De vrouw die je in magazines voorgeschoteld krijgt, is ongeveer vijftien kilo magerder dan vijftig jaar geleden.’

tekst Hans-Maarten Post

Kwetsbare mensen zijn veel meer geneigd om foute voorbeelden over te nemen

Het alomtegenwoordige slankheidbeeld is gevaarlijk. Geen enkele vrouw kan zichzelf nog sussen: ‘Ja, die ster is knap, maar ze heeft wellicht lelijke benen’

Myriam Vervaet, UZ Gent

Ik was op de première van de nieuwe film van Keira Knightley’, schrijft een Britse society-blogster. ‘En het enige waar ik tijdens de vertoning van The duchess aan kon denken, was : Hoe krijg ik haar dik ? Ik zat me voor te stellen dat ik Keira de hele taartjesvoorraad van mijn favoriete café voedde. Wat een goede actrice, maar waarom is ze zo verschrikkelijk mager?’

Of neem het artikel op de site van het populaire Amerikaanse Entertainment Weekly , over de tv-serie 90210 , de nieuwe versie van het in de jaren negentig zo succesvolle Beverly Hills 90210 . Een recensie over de kwaliteit van de reeks? Nee. Een reactie op het lichaamsgewicht van de hoofdrolspeelsters, onder de titel: ‘Geven de graatmagere sterretjes van 90210 het verkeerde voorbeeld?’ De auteur toont zich oprecht gechoqueerd. ‘Bijna zonder enige uitzondering zijn de actrices alarmerend mager, met armen die het dikst lijken aan de polsen, en benen die lijken op, tja, armen.’

Tv maakt mensen dikker

Om maar te zeggen: wie denkt dat Hollywood en anorexia een verhaal is dat we al gehad hebben, zit fout. Het is een kwestie die brandend actueel blijft. ‘Waarom is er niemand op de set van zo’n tv-programma, een tv-producer of het hoofd van een studio die zegt: Dit kan niet? ‘, vraagt Entertainment Weekly zich af. ‘Televisie maakt mensen dikker, dus als je naar iemand zit te kijken waarvan het lijkt of die al tijden niet gegeten heeft, hoe moet die er dan in het echt uitzien?’

Keira Knightley en de 90210 -actrices, het zijn slechts enkele vermoedelijke nieuwe leden van een clubje waar heel vrouwelijk Hollywood, plus de dames uit de pop- en de modellenwereld, ooit lid van lijken te moeten zijn. En die nieuwe leden hebben gezelschap, dezer dagen. Kijk naar de Desperate housewives . Denk aan de griezelige foto’s van een uitgemergelde Madonna van recent. Van de luciferbenen van Paris’ zus Nicky Hilton. Of van Allegra Versace, dochter van Donatella Versace, die als een Darfoer-hongerlijdster aan de arm van een beschonken Kate Moss een modefeestje verlaat. Of van Angelina Jolie, nog maar onlangs bevallen van een tweeling, en nu al weer een rechtopstaande liniaal, aan de arm van Brad Pitt.

Niets aan de hand

Duik je in het niet zo verre verleden, dan lijkt die reis ook veeleer op een rit door een spokenhuis vol skeletten op de kermis, dan op een wandeling langs een strand vol voluptueuze schoonheden. Wie van de Spice Girls heeft bijvoorbeeld géén eetstoornis gehad? In de populaire serie Ally McBeal leek Calista Flockhart dusdanig op een wandelende klerenhanger, dat ze bestookt werd met vragen over anorexia. Er werd zelfs in de serie een grapje over gemaakt. Flockhart kreeg van de al even magere Lara Flynn Boyle dit te horen: ‘Eet misschien eens een koekje . ‘ Waarop mevrouw McBeal riposteerde: ‘Misschien moeten we er een delen.’

Flockhart hield jarenlang vol dat er niets aan de hand was. Tot ze op een op een moment dat niemand nog naar haar omkeek, bijna terloops toegaf dat de verhalen klopten. En wie zat er in diezelfde serie? Actrices Courtney Thorne-Smith en Portia Di Rossi, eveneens slachtoffers. Foto’s van die laatste prijken dezer dagen nog steeds op sites van bloggers die al wat mager is in Hollywood in de gaten houden, maar Di Rossi claimt toch dat ze van haar eetstoornissen af is. Ze werd van de dood gered door haar vriendin en ondertussen echtgenote Ellen DeGeneres. ‘Haar maakt het boos dat vrouwen tegenwoordig mager moeten zijn om mooi te wezen.’

Relativeren

Nog een beroemd geval was Mary-Kate Olson, van de in Amerika zo populaire Olson-tweeling. Zij vermagerde tot er nog maar 42 kilo van haar over was, en alleen het ziekenhuis haar nog kon redden. Er was tieneridool Lindsay Lohan, die zo mager werd dat ze uiteindelijk op een filmset in elkaar zakte. ‘Mijn armen waren verschrikkelijk’, gaf ze later toe in een interview. ‘Vrienden hielden me voor: Als je je nu niet laat verzorgen, sterf je .’ En er was (en is) Nicole Richie, de adoptiedochter van Lionel Richie. Wie haar in 2006 zag joggen, moet gedacht hebben dat ze net uit een concentratiekamp ontsnapt was.

Kortom: voorbeelden bij de vleet, die we dag aan dag gevoed krijgen via bladen, films, catwalks en reclamecampagnes. Van nul en generlei invloed op de moderne, nuchtere vrouw die laverend tussen Facebook, iPhone en Fiat 500, en dankzij Sex and the city, geleerd heeft om alles te relativeren en in de juiste context te plaatsen? Vergeet het.

Die beelden spelen zeker een rol’, bevestigt professor Myriam Vervaet, van het centrum voor eetstoornissen van het Gentse universitaire ziekenhuis. ‘Al is het in het geval van anorexiepatiënten heel moeilijk om precies een causale band te leggen. Om te zeggen: bij dit specifieke geval is Hollywood dé oorzaak. Daarvoor is de problematiek van de eetstoornissen te complex.’

Sterke persoonlijkheid

Feit is in elk geval dat kwetsbare mensen in het algemeen veel gevoeliger zijn voor het overnemen van ideeën over wat moet en hoe iets hoort. Ze zoeken naar voorbeelden om zich aldus te confirmeren. Mensen met een sterkere persoonlijkheid kunnen differentiëren. Die kunnen hun eigen waarden en normen opstellen. Kwetsbare mensen niet.’

Dus loopt de groep meisjes die nog in ontwikkeling zijn, wel degelijk gevaar. Want dat hoort nu eenmaal bij het wezen van de adolescent: hij of zij is onvolwassen, en heeft nog geen eigen persoonlijkheid. De adolescent kijkt naar wat in is en imiteert zonder veel nuancering en eigen inbreng. Gaat op zoek naar rolpatronen en neemt ze over. Die voorbeelden in een context plaatsen, kan hij of zij niet. Neem dat in combinatie met een gezins- of schoolklimaat dat niet ideaal is, en de kans op ongelukken is reëel.’

En er is nog meer. ‘Afgezien van dat individuele causale verband, is er ook iets anders aan de hand, als we het hebben over het schoonheidsbeeld: de algemene tendens. Er is wel degelijk een link tussen de huidige, grote slankheidcultus en de algemene teneur van hoe vrouwen hun lichaam ervaren. Want door continu beelden van magere filmsterren en modellen te zien, ontstaat er een zogenaamde normatieve ontevredenheid. En ook daar zijn jonge vrouwen het meest kwetsbaar.’

Bijgewerkte foto’s

Onderzoeken hebben uitgewezen dat het algemene vrouwbeeld in de laatste vijftig jaar wel degelijk veranderd is. De vrouw die we op foto’s in magazines en reclamecampagnes voorgeschoteld krijgen, is ongeveer vijftien kilo magerder dan vijftig jaar geleden. En er valt nog iets op te merken aan die afgebeelde vrouw. In de jaren vijftig werd van vrouwen alleen de bovenste helft van het lichaam getoond. Het ging om bustes. Dat is in de loop der jaren verschoven. Je zag eerst dat vrouwen in hun totaliteit werden afgebeeld, van voeten tot gezicht. Maar de laatste tendens is om vrouwen zo goed als naakt, of toch in weinig verhullende kleren, af te beelden.’

Dat heeft gevolgen. Want als je alleen een gezicht afbeeldt, dan zegt een vrouw: Ja , ze is knap , maar ze sust zichzelf met de gedachte dat die ster wellicht geen mooie benen heeft. Krijg je heel de 04/10/2008

Drop Rubens in Hollywood en hij besterft het. Dun-dunner-dunst blijft namelijk het ziekelijke spelletje waarbij ’s werelds beroemdste actrices, modellen en societyfiguren elkaar proberen te overtreffen. ‘De vrouw die je in magazines voorgeschoteld krijgt, is ongeveer vijftien kilo magerder dan vijftig jaar geleden.’

tekst Hans-Maarten Post

Kwetsbare mensen zijn veel meer geneigd om foute voorbeelden over te nemen

Het alomtegenwoordige slankheidbeeld is gevaarlijk. Geen enkele vrouw kan zichzelf nog sussen: ‘Ja, die ster is knap, maar ze heeft wellicht lelijke benen’

Myriam Vervaet, UZ Gent

Ik was op de première van de nieuwe film van Keira Knightley’, schrijft een Britse society-blogster. ‘En het enige waar ik tijdens de vertoning van The duchess aan kon denken, was : Hoe krijg ik haar dik ? Ik zat me voor te stellen dat ik Keira de hele taartjesvoorraad van mijn favoriete café voedde. Wat een goede actrice, maar waarom is ze zo verschrikkelijk mager?’

Of neem het artikel op de site van het populaire Amerikaanse Entertainment Weekly , over de tv-serie 90210 , de nieuwe versie van het in de jaren negentig zo succesvolle Beverly Hills 90210 . Een recensie over de kwaliteit van de reeks? Nee. Een reactie op het lichaamsgewicht van de hoofdrolspeelsters, onder de titel: ‘Geven de graatmagere sterretjes van 90210 het verkeerde voorbeeld?’ De auteur toont zich oprecht gechoqueerd. ‘Bijna zonder enige uitzondering zijn de actrices alarmerend mager, met armen die het dikst lijken aan de polsen, en benen die lijken op, tja, armen.’

Tv maakt mensen dikker

Om maar te zeggen: wie denkt dat Hollywood en anorexia een verhaal is dat we al gehad hebben, zit fout. Het is een kwestie die brandend actueel blijft. ‘Waarom is er niemand op de set van zo’n tv-programma, een tv-producer of het hoofd van een studio die zegt: Dit kan niet? ‘, vraagt Entertainment Weekly zich af. ‘Televisie maakt mensen dikker, dus als je naar iemand zit te kijken waarvan het lijkt of die al tijden niet gegeten heeft, hoe moet die er dan in het echt uitzien?’

Keira Knightley en de 90210 -actrices, het zijn slechts enkele vermoedelijke nieuwe leden van een clubje waar heel vrouwelijk Hollywood, plus de dames uit de pop- en de modellenwereld, ooit lid van lijken te moeten zijn. En die nieuwe leden hebben gezelschap, dezer dagen. Kijk naar de Desperate housewives . Denk aan de griezelige foto’s van een uitgemergelde Madonna van recent. Van de luciferbenen van Paris’ zus Nicky Hilton. Of van Allegra Versace, dochter van Donatella Versace, die als een Darfoer-hongerlijdster aan de arm van een beschonken Kate Moss een modefeestje verlaat. Of van Angelina Jolie, nog maar onlangs bevallen van een tweeling, en nu al weer een rechtopstaande liniaal, aan de arm van Brad Pitt.

Niets aan de hand

Duik je in het niet zo verre verleden, dan lijkt die reis ook veeleer op een rit door een spokenhuis vol skeletten op de kermis, dan op een wandeling langs een strand vol voluptueuze schoonheden. Wie van de Spice Girls heeft bijvoorbeeld géén eetstoornis gehad? In de populaire serie Ally McBeal leek Calista Flockhart dusdanig op een wandelende klerenhanger, dat ze bestookt werd met vragen over anorexia. Er werd zelfs in de serie een grapje over gemaakt. Flockhart kreeg van de al even magere Lara Flynn Boyle dit te horen: ‘Eet misschien eens een koekje . ‘ Waarop mevrouw McBeal riposteerde: ‘Misschien moeten we er een delen.’

Flockhart hield jarenlang vol dat er niets aan de hand was. Tot ze op een moment dat niemand nogvrouw te zien, dan bestaat die mogelijkheid niet om jezelf te sussen. Je ziet niet alleen een knap gezicht, maar ook nog eens ideale benen én een platte buik.’

Vrouwen ervaren dus meer en meer een discrepantie tussen die sterren en modellen en het beeld dat ze van zichzelf hebben. Te meer omdat ze er niet bij stilstaan dat veel van die foto’s bijgewerkt zijn. Dat die vrouw misschien helemaal wel niet zo ideaal is, maar dat de computer er een ideale vrouw van heeft gemáákt. Deze algemene tendens, dat alomtegenwoordige slankheidbeeld, dat normatieve, is misschien nog wel het gevaarlijkst.’

Magere beenderen

Is er hoop? Tja. Laten we zeggen dat er gelukkig ook nog sterren zijn die tegengas proberen te geven. Zoals Kate Winslet ( Titanic ) die resoluut weigert om het dun-dunner-dunst-spel mee te spelen. ‘Op den duur gaan mensen denken dat er iets fout is met je als je niet mager bent. Nonsens.’

Of Scarlett Johansson ( Lost in translation ), die al meermaals tijdens interviews ten strijde trok. ‘Onnatuurlijk magere vrouwen zijn niet aantrekkelijk. Het is ongezond en het legt te veel gewicht op de schouders van vrouwen die een ideaalbeeld opgelegd krijgen dat er helemaal geen is. Je hoeft niet mager te zijn om sexy te wezen. De klemtoon ligt verkeerd. Die ligt op diëten, maar hij zou moeten liggen op gezond eten, bewegen en een gezond leven leiden.’

Het verst in de strijd gaat actrice en ex-anorexiepatiënte Christina Ricci ( Monster ). Zij heeft lessen gevolgd om andere meisjes te kunnen helpen in hun gevecht tegen eetstoornissen. ‘Ik ben zelf door de hel gegaan en weet als geen ander wat het is.’

Maar is het een gevecht van Don Quichote tegen de windmolens? Je vraagt het je af, als je ziet dat er nog genoeg die zijn met oogkleppen op rondlopen. Neem deze quote van modeontwerper Karl Lagerfeld. ‘Op de catwalk zie je heus geen meisjes met anorexia. Je ziet magere meisjes. Meisjes met magere beenderen.’

http://www.nieuwsblad.be/Article/PrintArticle.aspx?ArticleID=GK421C3D7

wda0439l2

Het is niet makkelijk om een eetbuienstoornis of een voedselverslaving te overwinnen. Andere drugs zoals heroïne of alcohol heb je niet nodig om te overleven, voedsel wel. Het is niet zo vanzelfsprekend om uit de buurt van voedsel te blijven. Het komt er gewoon op aan om een gezondere relatie met voedsel op te bouwen. Voortaan moet je er van uitgaan dat je eten nodig hebt om je lichaam te voeden, niet om je gevoelens te sussen.

Leren om op een verantwoorde manier te eten

Om je ongezonde eetpatroon bij te sturen moet je leren eten om gezond te blijven en je lichaam in stand te houden. Dat betekent dat je uitgebalanceerde maaltijdplannen moet opstellen, dat je voor een gezonde maaltijd kiest als je uit eten gaat, en dat je de vereiste vitamines en mineralen voorziet in je dieet.

Lees: Healthy Eating: Tips for a Healthy Diet

Ook het emotionele eten moet je onder controle krijgen. Gezond eten en luisteren naar de signalen van je lichaam is een essentiële stap als je je eetbuienstoornis wil overwinnen. Andere strategieën die kunnen helpen zijn: relaxatietechnieken, een goede relatie uitbouwen met familie en vrienden en op dagelijkse basis tijd maken voor dingen die je leuk vindt.

Tips om de eetbuienstoornis te lijf te gaan

  • Sla het ontbijt niet over, want dan loop je het risico dat je later op de dag een eetbui krijgt. Leg je maag ’s morgens eens flink in de watten. Een ontbijt geeft je metabolisme meteen een flinke boost. Studies wijzen uit dat mensen die dagelijks ontbijten slanker zijn dan mensen die hun ontbijt overslaan.

  • Ga verleidingen uit de weg. Het risico op een eetbui is groter als je junkfood, ongezonde snacks of dessertjes in huis hebt. Verwijder al je favoriete eetbuienvoedsel uit je ijskast en je keukenkast.

  • Stop met lijnen. De kwellingen en honger van een strict dieet wakkeren de eetlust en de behoefte om te bingen aan. Focus op gematigd eten in plaats van op diëten. Kies voor voedzame dingen die je lekker vindt en deel voedingswaren niet in in de categorieën ‘goed’ of ’slecht’

  • Doe op een verantwoorde wijze aan sport. Je verliest er gewicht door, het verbetert je gezondheid, en het is een probaat middel tegen stress. De opkikker die sport je geeft helpt je om emotioneel eten te voorkomen.

  • Ontstress. Zoek gezonde manieren om met stress om te gaan waar geen voedsel aan te pas komt. Nuttige strategieën om stress te verlichten vind je via volgende link Stress Management: How to Reduce, Prevent, and Cope with Stress.

Behandeling en hulp voor je eetbuienstoornis

Hoewel je zelf heel wat kan doen aan het probleem is het soms aangewezen om professionele hulp in te roepen of in behandeling te gaan. Daarvoor kan je terecht bij psychiaters, therapeuten, voedingsdeskundigen, eetstoornis- en obesitasspecialisten die inzicht hebben in de problematiek.

Het doel van een eetbuienstoornis-behandeling is het reduceren van het dwangmatige overeten. Als obesitas je gezondheid bedreigt, is gewichtsverlies soms een bijkomend doel. Maar vermits lijnen soms eetbuien uitlokt, moeten de inspanningen om gewicht te verliezen zorgvuldig gesuperviseerd worden door het behandelteam.

Therapie voor de eetbuienstoornis

De eetbuienstoornis kan succesvol behandeld worden met diverse therapieën. Tijdens de therapeutische sessies leer je hoe je de eetbuiendrang moet te lijf gaan, je leert er ook hoe je ongezonde gewoontes kan vervangen door gezonde, of hoe je je eetgedrag en stemmingen kan beheersen. Ook stressmanagement komt aan bod.

Volgende therapietypes zijn aan te bevelen::

  • Cognitieve-gedragstherapie – een therapie die focust op de disfunctionele gedachten of het foute gedrag dat met de eetbuienstoornis gepaard gaan. Belangrijk is ook dat jij je er van bewust wordt dat je voedsel gebruikt om je gevoelens te verdoven. Mogelijk vraagt de therapeut je om een eetdagboek bij te houden, of dat je je gedachten en gevoelens over eten, gewicht, of voedsel neerschrijft. De therapeut helpt je ook om de factoren die je eetbuien uitlokken te identificeren en tactieken te bedenken om ze te voorkomen of te bestrijden. Verder krijg je nog een ruime mate van voedingsadvies, tips om op een gezonde manier gewicht te verliezen, en initiatie in allerlei relaxatietechnieken.

  • Interpersoonlijke therapie die focust op persoonlijke knelpunten die bijdragen aan de eetbuienstoornis; problemen in relaties bijvoorbeeld…De therapeut reikt je technieken aan om je communicatieve vaardigheden te verbeteren en om gezondere relaties op te bouwen met familie en vrienden. Als je er zo in slaagt om de emotionele steun te krijgen die je nodig hebt wordt het makkelijker om aan de eetbuien te weerstaan.

  • Dialectische gedragstherapie – een combinatie van cognitieve gedragstherapie en ‘mindfulness’ meditatie. De nadruk van de therapie ligt op zelfaanvaarding, stresshantering, en regulering van de emoties. De therapeut gaat in op de ongezonde attitude die je mogelijk hebt ten aanzien van je lichaam en gewicht. Naast individuele therapie krijg je ook groepstherapie.

Ondersteuning

De eetbuiencyclus doorbreken is niet gemakkelijk. Ondanks therapieën en goede voornemens loert het gevaar om te hervallen altijd om de hoek. Daarom heb je de hulp van anderen nodig. Familie, vrienden en therapeuten kunnen deel uitmaken van je supportersteam. Ook een praat-; zelfhulp-, of lotgenotengroep van mensen met een eetbuienstoornis kan uitkomst bieden.Je ervaringen delen met anderen kan je uit je isolement halen, en de schaamte verminderen die je voelt.

A)  Recidiverende episodes van eetbuien. Een episode wordt gekarakteriseerd door beide volgende:

• Het binnen een beperkte tijd (bijvoorbeeld twee uur) eten van een
hoeveelheid voedsel, die beslist groter is dan wat de meeste mensen
in eenzelfde periode en onder dezelfde omstandigheden zouden eten.
• Een gevoel de beheersing over het eten tijdens de episode kwijt te zijn
(bijvoorbeeld het gevoel dat men niet kan stoppen met eten of zelf
kan bepalen wat of hoeveel men eet).

B)  De episodes van eetbuien gaan gepaard met drie (of meer) van de volgende criteria:

• Veel sneller eten dan gewoonlijk.
• Dooreten tot een ongemakkelijk vol gevoel is bereikt.
• Grote hoeveelheden voedsel verorberen zonder fysieke honger te voelen.
• In eenzaamheid eten uit schaamte over de grote hoeveelheid voedsel,
die gegeten wordt.
• Na het overeten walgen van zichzelf, zich depressief of erg schuldig
voelen.

C)  Merkbaar ongenoegen over de eetbuien is aanwezig.

D)  De eetbuien komen gemiddeld ten minste twee dagen per week gedurende zes maanden voor.

E) De eetbuien gaan niet gepaard met regelmatig inadequaat compensatoir gedrag (bijvoorbeeld zelfopgewekt braken; het misbruik van laxantia, vasten of overmatige lichaamsbeweging) en de stoornis komt niet uitsluitend voor tijdens het beloop van anorexia nervosa of boulimia nervosa.

De hongerkunstenaar

“In de loop der jaren is de belangstelling voor het professionele vasten sterk verminderd. Ooit was het een lucratieve onderneming om zo’n voorstelling te programmeren, maar de tijden zijn veranderd. In het verleden liep de hele stad te hoop om de hongerartiest aan het werk te zien. Als het vasten begon nam de opwinding toe. Iedereen wilde de freak minstens één keer per dag zien. Mensen kochten abonnementen en zaten van ‘s morgens tot ‘s avonds voor de kooi terwijl ze zich vergaapten aan de man die niet at.

De kinderen hielden elkaars’ hand vast terwijl ze ontzet naar zijn uitgemergelde lijf staarden. Soms beantwoordde hij hun vragen met een gespannen glimlacht, of hij stak zijn arm tussen de spijlen van zijn kooi, zodat ze konden voelen hoe uitgeteerd hij was;

Het publiek selecteerde een aantal permanente bewakers die er dag en nacht moesten op toezien dat de hongerartiest niets at. Dat was gewoon een formaliteit. Mensen die de klappen van de zweep kenden, wisten dat de artiest zelfs onder dwang niets zou eten: zijn beroepseer liet dat niet toe. Maar de vastenstiel was altijd al met wantrouwen en speculatie omgeven.

De vastenkuur van een hongerartiest duurde maximum 40 dagen. De ervaring had geleerd dat de belangstelling van het publiek gemanipuleerd kon worden door uitgekiende propaganda, maar dat belette niet dat de interesse wegebde als het experiment te lang bleef aanslepen. Als de veertig dagen om waren, werd het vastenwonder met veel ceremonieel uit de kooi bevrijd. De fanfare rukte uit, en de twee mooiste meisjes van de stad gaven hem zijn eerste maaltijd.

Aldus leefde en toerde hij als een soort rockster, op handen gedragen door de wereld. Maar van vandaag op morgen veranderde dat allemaal. Waarom? Dat blijft in het ongewissen, en in feite hebben we daar zelfs geen zaken mee. Maar de doodgeknuffelde hongerartiest werd plotseling in de steek gelaten door zijn voormalige fans. Zijn manager organiseerde een grootscheepse tournee voor hem, maar het werd een fiasco.’

Franz Kafka, Der Hungerkunstler

Als de hongerartiest nog steeds niet uit het collectieve geheugen van de Amerikanen is gewist, dan is dat waarschijnlijk te danken aan de grote Tsjechische schrijver, Franz Kafka. In zijn kortverhaal ‘De hongerartiest’ ‘Ein hungerkünstler) dat in 1924 werd gepubliceerd, komt de protagonist tot de vaststelling dat zijn carrière als hongerartiest in het slop zit. Het verwende publiek is immers niet langer geïnteresseerd in levende skeletten, het kiest voor meer gesofisticeerde vormen van vermaak.

Toch blijven hongerkunstenaars tot op dag van vandaag tot de verbeelding spreken. De fascinatie voor hun krachtmeting met de dood is van alle landen en van alle tijden.

De eerste hongerartiest was vermoedelijk een Amerikaan. Maar de kunst van het hongeren werd volgens diverse bronnen ontwikkeld en verfijnd op het Europese continent.

Want zelfs voor het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw, schuimden hongerartiesten zoals Tanner, Papus en Succi kermissen, jaarmarkten en variététheaters af. Een indrukwekkende galerij van illustere voorgangers had de fakkel aan hen doorgegeven.

Zowat alle Europese landen konden prat gaan op vastenwonders van eigen bodem. Het scenario van hun hongerritueel zat in de politieke, religieuze en sociale context van hun heimat ingebed. Maar het spektakel dat ze brachten verliep meestal volgens hetzelfde stramien: ze lagen in een bed te sterven van de honger, terwijl een joelende menigte zich rond hun ledikant verdrong. Het uitgemergelde lichaam van deze hongerlijders om den brode verzekerde hen van een vrij betrouwbare bron van inkomsten. Het kwam er dus op aan om het ambacht van het hongeren tot in de finesses te beheersen. Ook creatief liegen was een vast onderdeel van de stiel. Zo beweerden de meeste vastenwonders onomwonden dat het God zelve was die hen in leven hield.

In Engeland beet Martha Taylor in de zeventiende eeuw de spits af. Haar vastenkuur baarde zoveel opzien dat haar naam zelfs bij intellectuele zwaargewichten zoals Thomas Hobbes een belletje deed rinkelen.Twee eeuwen later deed Ann Moore deze prestatie nog eens dunnetjes over, totdat zij net voor haar dood door een onderzoekscommissie op fraude werd betrapt. Sara Jacobs moest in diezelfde eeuw haar vastenexperiment met de dood bekopen.

In Oostenrijk liep de 50-jarige timmerman Wolfgang Gschaidter 15 jaar lang met zijn ribbenkast te pronken (17de eeuw) terwijl in Zwitserland de flamboyant hongerende Apollonia Schreier van de sensatie van het ogenblik was. Cavanaugh vastte naar verluidt meer dan vijf jaar, tot hij veroordeeld werd wegens oplichterij. Maar zelf in de gevangenis spande hij de broeksriem aan. De gevangenisarts tekende een verklaring waarin stond dat Cavanaugh gedurende negen dagen niets gegeten of gedronken had. Maar er was geen man overboord: de sukkel verkeerde in een uitstekende mentale en fysieke conditie. De Noor Francisco Cetti (eind 19de – begin 20ste eeuw) stelde in 1887 zichzelf (en dan vooral zijn wegslinkende lijf) tentoon in Berlijn tot hij na 11 dagen zijn hongerkuur moest opgeven. Mevrouw Christensen zong het in het London Royal Aquarium 17 dagen uizonder mes of vork te hanteren. Helaas dat was 30 dagen minder dan oorspronkelijk gepland.

Het beroemdste vastenwonder was ongetwijfeld de Amerikaan Dr. Henri Tanner. Hij was een fervent tegenstander van hyperfagie, gulzigheid en andere orale perversiteiten, in die mate zelfs dat zijn vrouw hem omwille van zijn fanatisme verliet. Hij was ook de man die aan het eind van de 19de eeuw aan de wieg stond van de revival van de verhongeringsact. Vrijwel even beroemd was die andere Amerikaan uit Brooklyn, Austin Shaw. Hij deed het puur voor zijn plezier. Het idee voor zijn shows had hij opgepikt uit een boek.

Maar ook Duitsland kon bogen op een lange traditie van overleven op het elan van het katholieke geloof. Het oudst bekende geval was dat van het wondermeisje Margarethe Weiss, waarvan gewag werd gemaakt in een pamflet dat dateert van 1542. De ‘Dochter van Keulen’ gaf volgens dit vlugschrift in 1595 een optreden in een taverne. Pas veel later kreeg zij concurrentie van vrouwen zoals Eva Vliegen (17de eeuw) en Theresa Neumann. Neumann is zeker het vermelden waard. Niet alleen verbaasde zij de goegemeente met haar dieet van ouwels en St. Hubertusbrood, ook stigmata en visioenen behoorden tot haar theaterrequisieten. De zwanenzang van de Duitse hongerkunstenaars werd ingeleid door ‘Heros’ een pseudoniem voor Willy Schmitz die zijn kunsten te grabbel gooide tot in de jaren 1950. Zijn bekendste wapenfeit was een voorstelling in de zoo van Berlijn, waar hij 56 dagen lang opgesloten zat in een glazen kooi.

In het Belgische Henegouwen, maakte Louise Lateau (+ 1883) furore. Ook zij combineerde een sobere levensstijl met stigmata en visioenen. In Antwerpen werd een eeuw eerder een vrouw rondgereden met een kar, terwijl ze in de buurt van iedere kerk om genade bad. In 1886 wilde de Brusselaar Mr. Simon het wereldrecord vasten verbreken, maar hij moest zijn poging na amper 12 dagen opgeven.

Frankrijk kon natuurlijk niet achterblijven. Met artiesten zoals Papus (19de – 20ste eeuw), Alexander Jacques (19de en 20ste eeuw) en Jeanne Balam (17de eeuw) vervoegde ‘La Belle France’ eervol de rangen van het internationale hongergild.

Italië kon in de 19de eeuw uitpakken met zo maar eventjes drie vastenwonders: Merlatti, Succi en Ricardo Sacco; En in Holland had je drie hongerende podiumbeesten: Maria van Dijck (18de eeuw), Barbara Kremers (17de eeuw), en Engeltje van der Vlies (19de eeuw). Maar van alle Nederlandse hongerkunstenaars was Engeltje van der Vlies ongetwijfeld de beroemdste. Hieronder krijg je een beeld van haar zoals dat door de toenmalige pers werd geschetst:

Engeltje van der Vlies

engeltjevdvlies

Engeltje van der Vlies werd geboren in Schiedam (Nederland) op 20 augustus 1787 en woont in Pijnacker in de buurt van Delft. Engeltje heeft als sinds augustus 1787 niets meer gegeten of gedronken en voelt zich momenteel niet erg lekker. De dokter heeft al heel wat bloed van haar afgetapt. De meeste mensen denken dat deze wonderlijke vrouw op sterven na dood is. Haar dood zou in alle geval de wetenschap ten goede komen’ (De Gazet van Gent, 11 april 1847)

Een journalist uit Amsterdam schreef een aantal jaren later:

Geruime tijd bleef het stil rond Engeltje van der Vlies, die merkwaardige vrouw die sinds 1818 niet meer eet en sinds maart 1822 zelfs niets meer drinkt. De goegemeente denkt dat ze dood is, maar niets is minder waar. Ze vierde haar 66ste verjaardag en dat alleen al kan als een mirakel worden beschouwd. In 1826 maakte een medische commissie een rapport over haar op. Het gevolg daarvan was dat Engeltje van der Vlies gedurende vier weken 24 uur op 24 door betrouwbare personen in het oog werd gehouden. Deze getuigen verklaarden onder ede dat Engeltje in deze periode at noch dronk. 27 jaren zijn inmiddels verstreken. Engeltje eet al meer dan 35 jaar niets meer en met drinken is ze 31 jaar geleden gestopt, maar de medische wetenschap is er nog steeds niet in geslaagd om een sluitende verklaring te vinden voor deze fysieke krachttoer. Ondanks de ontberingen is Engeltje meestal opgewekt en gelukkig, ze blijft optimistisch en berust in haar lot, haar grootste kracht is haar christelijke geloof waaruit ze voldoende troost put.’ (Gazet van Gent, 9 september 1853)

Eén week later in dezelfde krant:

Heel wat mensen hadden hun bedenkingen bij het artikel over Engeltje van der vlies dat wij een paar dagen geleden publiceerden. U weet wel, die vrouw die al 32 jaar aan het vasten is. We willen onze lezers op het hart drukken dat die feiten nochtans kloppen. Een persoon die onlangs een onderhoud had met het wondermeisje, gaf ons volgende informatie:’

Ze woonde bij de dominee van Pijnakkers als dienstmeisje. Haar broer deserteerde uit het leger en werd opgepakt door de politie. Dit bracht haar zodanig van haar melk dat ze stopte met eten. Aanvankelijk besteedde niemand er aandacht aan, men dacht dat het een tijdelijke reactie was op een onaangenaam voorval. Maar toen de hongerkuur bleef aanslepen, werd haar familie ongerust. Over het hele land werden dokters geraadpleegd, maar het baatte niet. Geen enkele dokter had een plausibele verklaring voor de uitstekende conditie waarin Engeltje ondanks het hongeren verkeerde.’ (Gazet van Gent, 16 september 1853)

Een Delfts journalist schrijft over van der Vlies

Het wondermeisje Engeltje van der Vlies dat beroemd werd om haar jarenlange vastenkuur stierf gisteren in Pijnakker. Diverse artsen voerden naar verluidt in het bijzijn van de Provinciale Commissie voor Medische Gezondheid een onderzoek uit op het lichaam. Bij het opensnijden van het lijk werd vastgesteld dat het strottenhoofd ter hoogte van de Cartilago Cricodea een vernauwing vertoonde. Die was evenwel niet van die aard dat ze de doorgang van vast voedsel kon verhinderen. In de ingewanden werden bovendien recent gevormde faeces aangetroffen, een bewijs dat Engeltje even voor haar dood nog gegeten had. Er werden geen afwijkingen vastgesteld die er op konden wijzen dat de voedselinname op een bovennatuurlijke wijze gebeurde.’ (Gazet van Gent, 12 december, 1853)

lees ook: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Vlies

Fraude, Religie en Geneeskunde: Motieven van de ‘vastenwonders’

Waarom hielden ze iedereen voor de gek? Sommigen deden het vanuit een ietwat naïeve geloofsovertuiging, voor anderen speelde het maatschappelijk prestige een belangrijke rol. Het merendeel van de vrouwelijke vastenwonders was immers van eenvoudige komaf. Hun hongerstunt gaf hen een envergure waarvan ze als kind alleen maar konden dromen.

Op de keper beschouwd was financieel gewin waarschijnlijk het voornaamste motief. Als je zo’n levende kermisattractie wilde bezoeken – in een taverne, op de kermis of bij hen thuis – dan was je meteen een aantal daalders kwijt. Ann Moore, ‘het vastenwonder van Tutbury’ slaagde er bijvoorbeeld in om in het begin van de 19de eeuw 400 pond bijeen te sparen, een fortuin voor iemand die voorheen van de bijstand leefde.

De Belgische Mr. Simon beweerde dat hij het deed uit humanitaire overwegingen. Simon geloofde dat hij een lichtend voorbeeld kon zijn voor mijnwerkers die het slachtoffer werden van een mijninstorting. Hij was het levende bewijs dat ze best lang in leven konden blijven zonder voedsel. Het feit dat hij voor iedere vertoning de ronde som van 5 franc kon opstrijken, werkte bovendien als een natuurlijke hongerstiller.

Succi van zijn kant, constateerde op een gegeven moment dat hij blut was. Zo kwam hij op het idee om 40 dagen te vasten, om zich op die manier van een inkomen te verzekeren. Hij had geld nodig, zei hij, veel geld…

Niet alle vastenwonders hadden een religieuze drijfveer. Een aantal onder hen deed het omwille van gezondheidsredenen, anderen deden het omdat het gewoon hun job was. De Amerikaan Henri Tanner wilde bewijzen dat niemand op termijn in staat was om zonder te eten in leven te blijven. In Clarendon Hall in New York gaf hij een hongershow ten beste voor een veelkoppig publiek. Veertien dagen lang at hij in het geheel niets. In feite was hij een trendsetter want zijn voorbeeld werd in de slipstream van het evenement gretig nagevolgd. Zijn beroemdste opvolger was de Italiaan Succi.

Het religieuze aspect van vasten was geruime tijd en vogue. Engeltje had haar overlevingscapaciteiten te danken aan de genade van God. En zij was niet de enige. Ook Martha Taylor, Eva Vliegen, Louise Lateau, Therèse Neumann en Wolffgang Gschaidter hadden een wit voetje bij de schepper van het heelal.

Sommige vastenwonders voerden een show op voor de toeschouwers, maar door de bank genomen lagen zij vrij passief in een bed dood te gaan. Als kers op de taart kreeg het publiek meestal wel een smeuïg lijdensverhaal in de maag gesplitst. De Oostenrijker Wolffgang Gschaidter werd op die manier zelfs de mascotte van de stad Innsbruck en het publiek liep storm om hem te zien of om hem een aalmoes te geven.

Veel vastenwonders sleepten in hun zog een dokter mee om het publiek er van te overtuigen dat de geruchten over hun miraculeuze conditie geen gebakken lucht waren. Ook andere artiesten die zich tentoonstelden omwille van één of ander afwijking deden trouwens een beroep op deze tactiek.

Engeltje, Henri Tanner, Succi, Martha Taylor, Sara Jacobs, Francisco Cetti werden stuk voor stuk grondig onderzocht door artsen. Mr. Simon riep zowel een tandarts als een medicus op het podium als hij een voorstelling gaf. 45 willekeurig aangeduide mensen uit het publiek moesten er bovendien op toezien, dat hij zijn toeschouwers niet in de maling nam. Francisco Cetti was de pechvogel onder zijn soortgenoten. Hij presteerde het om tijdens een voorstelling zowaar de verdikken. Terstond werd hij als fraudeur aan de kaak gesteld.

Fraude maakte in feite een wezenlijk deel uit van het Barnumcircus dat zo’n hongerartiest omringde. Engeltje – waarvan eerder sprake – kon zichzelf voeden via een luikje in het hoofdeinde van haar bed. Ze had een medeplichtige die een oogje hield op de voedseltoevoer. Barbara Kremer werd ontmaskerd door de Nederlandse dokter Johannes Wier (1515 – 1588), een fervent criticus van ‘de heksenhamer’ en van bijgeloof in het algemeen. Het arme kind moest bij wijze van boetedoening meerdere kerken bezoeken en om vergeving bidden. De beroemde Franse magiër en occultist Papus werd ontmaskerd tijdens één van zijn voorstellingen in Duitsland. Maar ook Succi en Tanner werden nog tijdens hun carrière op volksverlakkerij betrapt.

Sarah Jacobs overleed voor de waarheid aan het licht kwam.

Net zoals zoveel andere freaks die zichzelf tentoonstelden verkochten vastenwonders veel pamfletten. Martha Taylor, bijvoorbeeld, liet baladezanger Thomas Robbins een pamflet schrijven en publiceren waarop te lezen stond dat zij door Goddelijke interventie meer dan 40 weken van water en lucht leefde.

Aten en/of dronken ze dan echt niets? De meeste hongerartiesten bleven heus niet rondlopen met een tong als een lap leer. Succi had altijd een flesje met drank op zak dat waarschijnlijk een narcoticum bevatte. Op een postkaart stond hij afgebeeld terwijl hij zuurstofwater van het merk Ozonin aanprees. Dat brouwsel was wellicht zijn favorieten dorstlesser. Andere hongerartiesten waren echte charlatans, maar nog anderen dronken alleen water om te verhinderen dat ze zouden uitdrogen. Vooral dan die mensen die zich tentoonstelden voor medische doeleinden.

Vandaag is de hongerartiest vrijwel helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Vermoedelijk omdat de invloed van de kerk en de religie in de moderne tijd sterk verminderde. Maar ook de medische wetenschap maakte op korte tijd een enorme evolutie door. Daardoor werd het alsmaar moeilijker voor hongerartiesten om te frauderen. Toch zijn er zo van die rare kwieten die het nog eens willen proberen. Zo liet de Amerikaanse illusionist David Blaine zich in 2003 opsluiten in een kooi die boven de Thames hing. Hij vastte 44 dagen en maakte met zijn stunt enorm veel ophef in Engeland en Amerika.

http://communionblog.wordpress.com/2008/10/26/the-hunger-artist/

Besluit

Als wij onze miraculeus vastende medemens onder de loep nemen, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat dit specimen van de menselijke soort omwille van financiële, religieuze of medische redenen aandacht zocht en kreeg.

Die behoefte aan aandacht was en is soms een belangrijke drijfveer. Als we de TV aanzetten merken we overigens dat het ras van vastenwonders nog steeds niet is uitgestorven. Gandhi, Bobby Sands, – en met hen vele anderen – gebruikten het hongeren als een manier om aandacht te trekken en om hete hangijzers op de politieke agenda te krijgen. En denk maar eens aan al die sanspapiers die kerken bezetten en een hongerstaking beginnen om hun eisen kracht bij te zetten. Er is echt niets nieuws onder de zon.

ht_kate_080905_mn

Kate Finn, an orthorexic, died before getting treatment.

(Erin Finn )

Het hoeft niet te verwonderen dat wij zo neurotisch waken over wat er in onze magen terecht komt. Calorieën tellen, voedingswaarden bepalen, vet mijden zijn vandaag internationaal gerespecteerde bezigheden.

Orthorexia is een eetstoornis die gekenmerkt wordt door een obsessionele voorliefde voor onbewerkte etenswaren.

Maar wat gebeurt er als het dwepen met gezonde voeding hopeloos uit de bocht gaat?

Voor Johnny Righini, een 26-jarige man uit California, is het eten van een voedzame maaltijd een energie en tijd opslorpend ritueel.

“Het kost me soms dagen om alle ingrediënten panklaar te maken, zegt hij, want ik moet linzen laten weken of bonen laten kiemen. Ik zit me voortdurend af te vragen wat ik bij de volgende maaltijd ga eten.”

Charlotte Andersen, een 29-jarige moeder van drie kinderen kan er van meespreken..

“Het werd een tantalluskwelling, en ik denk dat er heel wat mensen rondlopen die met dezelfde problemen kampen”, aldus Andersen.

Bloemkolen en andijvie pleegden een coup op haar leven. Ze kon niet meer spontaan eten. Alle etenswaren deelde ze in in de categorieën ‘goed’ of ’slecht’.

‘Ik was geobsedeerd door dingen zoals voedingswaarden, getallen, statistieken’, mijmert ze.

“Maar als je het punt bereikt waarop je gezondheid je hele leven domineert, zit je met een groot probleem. Dan verdwijnen al je andere sores en interesses op de achtergrond”.

DE QUEESTE NAAR PUURHEID

Vermits orthorexics tuk zijn op pure etenswaren, hebben ze een hekel aan bewerkt voedsel zoals macaroni en kaas. Righini beweert zelfs dat zoiets banaals als een appel toxisch kan zijn, want ‘wat in de bodem zit komt ook in de gewassen terecht, en via het voedsel in de bloedbanen van de mens. Alleen organisch geteeld voedsel is met recht en reden gezond te noemen.”

Met al die toxines die voortdurend op vinkenslag liggen hoedt de orthorexic er zich voor om dingen te eten die gemeengoed zijn.

“Ik schrapte tropische fruitsoorten van het menu omdat ze een te hoog suikergehalte hebben,” klinkt het bij Andersen. “En knolgewassen weerde ik ook van mijn boodschappenlijstje, want die zijn rijk aan koolhydraten.”

Andersen meed restaurantbezoeken, walking dinners en familiefeestjes, uit angst dat ze een bord vol met bewerkte troep door de strot geramd zou krijgen..

“Ik was bang dat ik kanker zou krijgen als ik verkeerd at,” zegt ze. Dergelijke uitspraken klinken als muziek in de oren van heel wat dieetgoeroes.

“Je wordt wat je eet. Eet dood voedsel, en de dood zal zich sterker in je leven manifesteren,” beweert dieetgoeroe Viktoras Kulvinskas.

Kulvinskas is een toonaangevend pleitbezorger van het ‘rauwkostdieet’.

Rauwkostdiscipelen geloven dat gekookte groenten niet de minste voedingswaarde hebben. ‘En vlees eten is al helemaal des duivels’, aldus Kulvinskas, ‘want de angst van het dier zit in die lekkere hamburger op je bord. Die dieren voelen een panische angst als ze geslacht worden. En die angst zet zich door in gerechten die er in het westen op tafel komen.”

Iedereen weet dat té veel vlees eten niet gezond is. Maar overdrijft Kulvinskas niet een beetje? De welvaart nam wereldwijd toe, mensen eten meer gekookt voedsel, meer vlees en toch wordt iedereen alsmaar ouder.

“Dat klopt,” zegt Kulvinskas, ‘maar de mensen zijn zieker dan ooit voorheen in de geschiedenis. Langer leven betekent niet per sé dat de levenskwaliteit is toegenomen. Het suggereert alleen maar dat je langer leeft dankzij medische interventies. Het gaat niet per definitie om gezonde mensen. Wel integendeel.”

Kulvinskas gelooft dat rauw voedsel de enig zaligmakende remedie is tegen ziekte en aftakeling, maar volgens Bratman kan een rauwkostdieet je lelijk parten spelen. Voor je het beseft duik je diep onder de dagelijkse dosis calorieën die je nodig hebt.

Kulvinskas meent dat orthorexics niet bepaald blaken van emotionele stabiliteit. Neem nu Johnny Righini en Charlotte Andersen: die hadden voor ze aan hun orthorexische avontuur begonnen al af te rekenen met andere eetstoornissen. Hij beweert dat deze mensen volstrekt verantwoorde cursussen gezonde voeding volgden, waar ze dan een eigengereide, extreme staart aan breiden.

“De laatste keer dat ik op de weegschaal stond woog ik 53 kilo,” aldus Righini. “Ik ben 26 jaar oud, en ik kreeg te horen dat mijn beenderen er even slecht aan toe zijn als die van een 85-jarige. Dat is erg deprimerend.”

Maar Righini slaagt er niet in om zich los te maken uit de wurggreep van zijn orthorexia.

“Waarom zou ik stoppen? Waarom zou ik troep eten en mezelf nog sneller over de kling jagen?” zegt hij. “Dat is wat mijn orthorexische geest mij influistert. Hoe kan ik stoppen?”

Met psychotherapie lukte het Charlotte Andersen om het roer om te gooien. Ze kwam eindelijk tot het inzicht dat haar obsessie voor medisch correcte etenswaren haar gezondheid ondermijnde.

“Ik wilde zo graag zelf bepalen hoe ik zou sterven, maar daarbij ging ik te kort door de bocht. Niemand heeft te kiezen waar en wanneer Magere Hein zich aandient’, aldus Charlotte “We kunnen alleen maar kiezen hoe we ons leven inrichten, en ik leefde in snooze modus.”

http://abcnews.go.com/Health/Stossel/Story?id=5735592&page=4

Er is een uitgesproken verband tussen fysieke, emotionele, psychische mishandeling en eetstoornissen. Onderzoek wees uit dat een groot aantal eetstoornispatiënten ooit in hun leven met gewelddadig gedrag te maken kreeg, vaak in de eigen huiselijke kring.  Bij een online poll die door Something Fishy werd georganiseerd beweerde meer dan 50% van de respondenten dat één of andere vorm van psychisch, fysiek of seksueel geweld  de directe of  indirecte aanleiding was voor hun eetstoornis.

Fysiek en emotioneel geweld

Sommige kinderen worden het slachtoffer van intrafamiliaal (huiselijk) geweld. Ze worden om de haverklap door vader, moeder (of beide) geslagen met de hand, de vuist, een riem, een stuk rubberslang, een stok…ze worden geschopt, aan de haren over de vloer gesleept. Deze kinderen gaan gebukt onder een voortdurende terreur. Ze voelen zich machteloos en bang. Hun ouders die hen normaliter zouden moeten koesteren en beschermen werken hun woede en frustraties op hen uit en beschadigen hen op die manier voor het leven.

Intrafamiliaal of huiselijk geweld kan ook van psychische of emotionele aard zijn. Dat is het geval als vrouwen en kinderen voortdurend worden beschimpt, als hun doen en laten angstvallig wordt gecontroleerd, als ze geïsoleerd worden van anderen en steeds maar te horen krijgen dat ze dom en waardeloos zijn. Soms worden ze gewoon genegeerd, verwaarloosd of in de steek gelaten. Het gevolg daarvan is dat ze zichzelf gaan haten omdat ze geloven dat ze geen recht hebben op liefde en aandacht. Ze projecteren de minachting die anderen voor hen voelen op het eigen lichaam, krijgen een verstoord lichaamsbeeld… Hun gevoel van eigenwaarde zakt onder het nulpunt, ze zijn voortdurend op hun hoede en hun lichaamsgrenzen vervagen.

In beide gevallen kan het gebeuren dat het slachtoffer alle vertrouwen in andere mensen verliest. Intieme contacten worden een groot probleem. Iedereen die toenadering tot hen zoekt wordt op een afstand gehouden.

Het eindigt er soms mee dat de slachtoffers van deze vormen van geweld zichzelf de schuld geven van de agressie jegens hen. Ze verdienen slaag of verwijten omdat ze nooit iets goeds doen. Alles wat ze ondernemen wikken en wegen ze, zoveel schrik hebben ze om iets verkeerds te doen. Soms lukt het hen niet meer om zelfstandig beslissingen te nemen. Ze vragen zich voortdurend af of ze niets verkeerds doen of zeggen, plooien zich in allerlei bochten om toch maar aanvaard of gewaardeerd te worden. Ze hebben het gevoel dat ze geen controle hebben over hun eigen leven.

Kinderen die op één of andere manier mishandeld werden zullen in hun latere leven vaak verbintenissen aangaan met mensen die hen ook mishandelen/misbruiken. Ze zijn fysiek en emotioneel geweld gaan gelijkstellen met liefde, ze denken gewoon dat ze niet beter verdienen. Niet zelden krijgen ze te maken met depressies, angstaanvallen, drugsverslaving, alcoholisme en eetstoornissen.

Om toch een gevoel van controle te krijgen zullen sommige slachtoffers van mishandeling hun gewicht drastisch gaan controleren. Soms denken ze dat de geweldpleger(s) de mishandeling zal stopzetten als ze maar slank genoeg zijn. Of ze hongeren zichzelf uit omdat ze geloven dat ze niets goeds verdienen. Anderen proberen de innerlijke leegte die ze voelen (of het gemis aan warmte en affectie) op te vullen met voedsel, of ze proberen hun pijn en woede te verdoven met een eetbui.

Ze gaan voedsel zien als hun enige vriend, een voorspelbare kameraad die zich niet tegen hen zal keren – Sommige slachtoffers denken dat het beteugelen van hun eetgedrag de enige manier is waarop ze hun omgeving enigszins kunnen controleren. Anderen purgeren om hun verwarde emoties de baas te kunnen, of om zichzelf te straffen omdat ze van iets genieten dat ze niet verdienen (voedsel, liefde). Voedsel kan een wapen worden om de controle in handen te krijgen, of een vriend die hen niet teleurstelt of in de steek laat. Het kan ook een instrument worden om de pijn te vergeten

zie ook: eetstoornissen & seksueel mibruik, anorexia en seksueel misbruik

www.something-fishy.org

Als je wordt geslagen, vaak wordt uitgescholden, niet goed te eten of nauwelijks aandacht krijgt of als je wordt gedwongen tot seks, dan wordt je mishandeld. Je kan aangifte doen bij de politie. Maar wat je zeker moet doen is hulp zoeken,

Wat is kindermishandeling?

Het gaat om alle vormen van geweld tegenover kinderen en jongeren. Wie mishandeld wordt, beseft dat niet altijd. De situatie lijkt ‘gewoon’. Soms zegt de volwassene ‘dat het zo hoort’. Soms zegt hij dat het hem spijt. Meestal wordt er niet over gepraat.

Kinderen en jongeren worden mishandeld als ze b.v. geslagen of gestampt worden, als ze brandwonden krijgen toegebracht, als ze medicijnen krijgen die niet voor hen zijn bestemd.

Wat is emotionele mishandeling?

Kinderen en jongeren worden mishandeld als hun moeder b.v. Laat horen dat ze niet gewenst zijn, hun vader hen de grond inboort als er andere mensen bij zijn of juist in het geniep, als hij voortdurend zegt dat ze nooit iets goed doen, een mislukkeling zijn, als hij onredelijke eisen stelt, hen negeert of vernedert, als hij geen bemoediging, veiligheid en geborgenheid geeft of als hij buiten proportie straft.

Lichamelijke verwaarlozing

Kinderen en jongeren worden verwaarloosd als hun ouders niet zorgen voor schone kleding, voor voldoende en gezond eten en voor genoeg nachtrust. Als hun ouders niet voor hen zorgen als ze ziek zijn of als ze voor straf in de kou of de regen moeten staan.

Geestelijke verwaarlozing

Kinderen en jongeren worden verwaarloosd als ze onvoldoende aandacht krijgen (genegenheid, geborgenheid, tijd en ruimte), interesse (b.v. voor schoolrapporten) en respect (b.v. ze spreken je nooit met je echte naam aan).

Seksueel misbruik

Kinderen en jongeren worden misbruikt als ze worden aangeraakt op plaatsen waar ze dat niet willen, als ze worden gedwongen om deel te nemen aan seksuele handelingen of om te kijken naar porno. Ook dreigen dat er iets erg gebeurt als ze het aan iemand vertellen, is misbruik.

Aanranding is b.v. tegen je zin aangeraakt, betast of uitgekleed worden. Ook doorgaan met vrijen als jij niet wil, is een vorm van aanranding. Verkrachting is een lichaam binnendringen tegen iemands wil, met geweld, onder bedreiging van geweld of door chantage. ‘Binnendringen’ gaat niet alleen over de penis, maar ook over vingers of voorwerpen in de anus, de vagina of de mond.

Incest slaat op seks tussen naaste familieleden (b.v. (stief)vader of moeder, broers en zussen, opa’s en ooms, neven en tantes). Het zijn allemaal vormen van seksueel geweld en ze zijn allemaal strafbaar. Maar wat in de eerste plaats telt, is dat het misbruik onmiddellijk moet worden gestopt. Je kan dat alleen stoppen mét hulp.

Wie mishandelt kinderen en jongeren?

Mishandeling komt voor in alle lagen van de bevolking. Dikwijls gebeurt het binnen het gezin. Kinderen willen dat vaak niet toegeven. Ze willen niet dat hun ouders worden gestraft of dat hun gezin uit elkaar valt. Natuurlijk zijn er ook andere daders. Je kan b.v. mishandeld worden door leerkrachten, vrienden van je ouders, leiders in de jeugdbeweging. Ook van hen kan je afhankelijk zijn voor aandacht, bescherming en verzorging. In de meeste situaties gebeurt mishandeling dus door volwassenen die je kent en waar je vertrouwen in had. Dat kan heel verwarrend zijn. Eerder uitzonderlijk worden kinderen en jongeren misbruikt door onbekenden.

Waarom mishandelen ouders?

Oorzaken voor mishandeling zijn niet meteen aan te duiden. Meestal zijn er enkele redenen. Veel ouders die hun kind mishandelen hadden zelf een slechte jeugd. Ze hebben dat nooit kunnen verwerken. Ze lopen met een boel opgekropte frustraties rond die ze bij gebrek aan een gezonde uitlaatklep afreageren op hun kinderen. Een mishandelaar wil anderen controleren omdat hij zelf niet al te stevig in de schoenen staat. Er zijn ook ouders die geen kinderen wilden. De kinderen zijn te veel. Ze staan de plannen van de ouders in de weg. Ook drank of drugs kunnen leiden tot mishandeling. Soms zit een gezin heel erg in de problemen. Er is niet genoeg geld of er is ruzie in de familie. De spanning wordt te groot. Dat werken ouders dan uit op hun kinderen. En dat kan natuurlijk niet, want het is aan de ouders om hun kinderen te helpen bij het oplossen van hun problemen en niet omgekeerd.

Wiens schuld is het?

Als kinderen en jongeren worden mishandeld, is dat nooit hun schuld! Ook al zoeken ze de schuld bij zichzelf (‘ik ben een moeilijk kind’). Vaak krijgen ze die boodschap om hun schuldgevoelens aan te praten. Veel jongeren doen extra hun best, in de hoop dat de mishandeling zal stoppen. Maar de verantwoordelijkheid ligt altijd bij de volwassenen. Want ook ‘als je beter je best doet’, stopt het misbruik niet.

Wat zijn de gevolgen

Wie mishandeld of misbruikt wordt, loopt lichamelijk en/of psychisch letsel op. Het gaat niet alleen om zichtbare schade, zoals blauwe plekken of brandwonden. Er is ook onzichtbare schade zoals angst, onzekerheid en minderwaardigheidsgevoelens. Vaak zijn ze beschaamd zodat ze het tegen niemand durven vertellen. Ze stoppen hun gevoelens weg omdat die teveel pijn doen. Ze zijn angstig in allerlei situaties en hebben weinig zelfvertrouwen. Ze geloven niet dat anderen hen graag hebben of ze zijn bang dat hun geheim uitkomt. Anderen worden agressief of ontwikkelen een eetstoornis.

Soms gaat het moeilijk op school. Ze zijn hyperactief, vertrouwen niemand, kunnen zich moeilijk concentreren of gaan ‘kinderachtig’ doen. Ze hebben soms last van hoofdpijn, buikpijn, slecht slapen, nachtmerries, hyperventilatie. Ze hebben (regelmatig) blauwe plekken, botbreuken of brandwonden en geven daarvoor ‘vreemde’ redenen, ze hebben angst of afkeer voor aanraking, vertonen ongewoon veel belangstelling voor seks, zijn bang om op hun rug te liggen, eten bijna niet meer of juist veel.

Denk je dat een vriend(in) mishandeld wordt?

Misschien maak jij je zorgen om een vriend, klasgenoot, broer of zus. Als je meerdere signalen (zie hierboven) ziet, is er reden tot ongerustheid. Toch kunnen die signalen ook allemaal een andere oorzaak hebben (ook dan is er reden om je bezorgdheid te tonen).

Wat kan je doen?

Laat merken dat je bezorgd bent en dat je open staat voor een gesprek. Vraag hem of haar zeker niet uit. Laat merken dat je hem of haar gelooft en dat hij of zij hulp nodig heeft om de mishandeling te stoppen. Probeer je gevoelens onder controle te houden, ook al kost dat moeite. Je broer of vriendin heeft nood aan iemand die hem of haar rustig maakt en helpt om hulp te zoeken.

Waar kan je hulp vinden?

Als jij of iemand uit je omgeving mishandeld wordt, is er hulp nodig. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Je verhaal vertellen

Elke vorm van mishandeling moet stoppen, en wel zo snel mogelijk om de schade zo veel mogelijk te beperken. Dat kan alleen als je het aan iemand vertelt. Zoek iemand die je vertrouwt en vraag hem of haar om je helpen. Je zou er van versteld staan hoeveel mensen voor je in de bres willen springen, als jij maar eerst je mond opendoet. Als je er met niemand over durft praten, kan je bellen (gratis en anoniem) met de Kinder- en Jongerentelefoon, met Pandora of met Tele-onthaal (zie verder). Ze luisteren naar je verhaal en zoeken samen wat je kan doen. De problemen zijn hiermee zeker niét opgelost, maar je hebt een eerste belangrijke stap gezet.

- verlies het vertrouwen en het geloof in jezelf niet. Jij bent wellicht meer dan okee. Mishandeling is een probleem van de dader, niet van jou. Je bent wellicht niet perfect, maar dat is niemand. En niets rechtvaardigt systematische mishandeling

- zet je schaamte en schuldgevoelens opzij, het gaat om jouw leven, jouw gezondheid en jouw toekomst. De gevolgen van mishandeling voor je psyche zijn niet te onderschatten. Een mishandelaar is zoiets als een zieke die moet geholpen worden. Als jij praat dienen er zich wellicht oplossingen aan

- blijf vertrouwen hebben in mensen, niet iedereen is er op uit om jou te kwetsen, wel integendeel, de meeste mensen hebben heel veel begrip voor iemand die mishandeld werd. Als jij zwijgt en je gedraagt je vreemd op school omwille van wat er thuis gebeurt leidt dat soms tot onprettige misverstanden. Een leraar kan niet in je hoofd kijken.

Waar kan je nog terecht:

JAC

Ook in een JAC kan je je verhaal anoniem vertellen. Je kan er binnenlopen zonder afspraak en je beslist zelf of je na een eerste gesprek nog terugkomt. De JAC-medewerker zal met jou zoeken naar mogelijkheden om de mishandeling te stoppen of naar gespecialiseerde hulp om het misbruik te verwerken.

School en LCB

De meeste scholen hebben een vertrouwenspersoon bij wie iedereen terecht kan. Is er een leraar die je vertrouwt, vraag hem dan contact te zoeken met een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (zie hierna) of om je hiermee te helpen, zodat die stap voor jou iets minder moeilijk wordt. Je kan ook een gesprek vragen met iemand van het CLB (= centrum voor leerlingenbegeleiding).

Comté bijzondere jeugdzorg

Het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg helpt kinderen en jongeren met problemen. Je kan zelf naar een Comité stappen of bellen of mailen. Ze zoeken met jou hoe de mishandeling kan worden gestopt. Ze moeten je in ieder geval beschermen tegen verder misbruik.

Diensten voor slachtoferhulp

Als je iets schokkends hebt meegemaakt, kan je terecht bij Slachtofferhulp. Zij zullen met jou zoeken naar mogelijkheden om de mishandeling te stoppen of naar gespecialiseerde hulp om het misbruik te verwerken. Als je wil, gaan ze mee naar de politie, naar een dokter of naar de rechtbank.

Vertrouwenscentra Kindermishandeling

In elke provincie is er een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Je kan er terecht voor hulp als je wordt mishandeld, verwaarloosd of misbruikt of als je denkt dat iemand uit je omgeving wordt mishandeld. Kinderen en jongeren, ouders, leerkrachten, buren, vrienden enz. kunnen er terecht voor advies. Je hoeft geen namen te noemen. Doe je echt een melding en vraag je dus ‘om op te treden’, dan moet je wel een naam noemen. Het centrum onderzoekt of het om mishandeling gaat. Als dat zo is, zullen ze proberen om het geweld te stoppen.

Wordt de dader gestraft

Je kan aangifte doen bij politie of parket. Zij moeten misdrijven opsporen en vervolgen. Zij moeten elke zaak ter harte nemen. Afhankelijk van de ernst van de situatie zal het parket vrijwillige hulpverlening voorstellen of aan de jeugdrechter beschermingsmaatregelen vragen. De jeugdrechter beslist onafhankelijk over die maatregelen. Het parket kan er voor zorgen dat de dader uit de buurt van het slachtoffer moet blijven. Het parket kan vervolging instellen. Als je minderjarig bent, mag je iemand (die je zelf kiest) meebrengen naar het verhoor. Het parket onderzoekt de zaak en beslist of hij die doorgeeft aan de rechter. Na aangifte heb je dus geen vat op het verdere verloop. Het is de rechter die oordeelt of de feiten voldoende bewezen zijn en of hij een straf kan uitspreken.

Geholpen

Het heeft lang geduurd voordat ik met iemand over mijn ervaringen durfde te praten. Ik vond het moeilijk om met een onbekende te praten over de mishandeling door mijn vader. Eigenlijk schaam ik me hiervoor. Dit verwacht je toch niet van je ouders? Mijn mentor zag aan me dat ik me niet gelukkig voelde en ik haalde de laatste tijd minder goede cijfers. Zij heeft me doorverwezen naar de schoolmaatschappelijk werker. Hij praatte rustig met mij en hij geloofde wat ik vertelde. Hij kon zich goed in mij verplaatsen en stelde mij op mijn gemak. Pas na een aantal gesprekken hebben wij gekeken hoe wij dit probleem konden aanpakken. Uiteindelijk gaf ik hem toestemming om met mijn ouders te praten. Mijn ouders waren niet blij dat ik dit allemaal had verteld, maar de mishandeling is wel gestopt! Nu vraagt mijn vader me eerder hoe het met mij op school gaat. Ik vind het fijn dat mijn vader weer aardig tegen me doet. Ik heb nu meer zin om met mijn schoolwerk bezig te zijn en haal nu goede cijfers. Als ik je een advies mag geven: wacht niet te lang om er met iemand over te praten. Mij heeft het in ieder geval wel geholpen.
Groeten van Inge.

Adressen waar je terecht kan

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling

Algemeen: www.kindermishandeling.org, Antwerpen – 03/230.41.90 – info@vkantwerpen.be; Brussel – 02/477.60.60 – kindinnood@az.vub.ac.be; Limburg – 011/27.46.72 – info@vklimburg.be; Oost-Vlaanderen – 09/216.73.30 – info@vkgent.be; Vlaams-Brabant – 016/30 17 30-vk.vlaams-brabant@uz.leuven.be;West-Vlaanderen – 050/34.57.57- info@vertrouwenscentrumwvl.be

Kind en Gezin

Hallepoortlaan 27 – 1060 Brussel – 02/533.12.11 – www.kindengezin.be -Folder: Kindermishandeling (gratis).

Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning

Adressen krijg je (anoniem) via 02/533.12.11 of via www.kindengezin.be. Je kan hier ook een folder aanvragen (gratis).

Kinder- en Jongerentelefoon

Postbus 50 -2800 Mechelen – 0800/15.111; brievenbus@kjt.org en www.ktj.org; Bellen kan elke dag (gratis) tussen 16 en 20u (behalve op zondag).

CLB’s (centrum voor leerlingenbegeleiding)

Adressen vind je op www.ond.vlaanderen.be/clb/.

Een online forum waar je terecht kan met je problemen

http://www.partnermishandeling.nl/prikbord/index.php

Ook voor kindermishandeling, seksueel misbruik, psychische mishandeling, enz. kan je op dat forum terecht

Interessante links:

http://helpff.nl/mishandeling

http://www.kindermishandeling.nl/

Kijk eens op www.stukyoutoo.com naar filmpjes over kindermishandeling die jongeren zelf maakten.

Of kijk op www.stuktheater.nl. Voor informatie over een lespakket met dvd door en voor jongeren.

norwood_gardens_carmarthenshire_original

Carmarthenshire

Quandoquidem populus decipi vult, decipiatur

Sara Jacobs werd in mei 1857 geboren in het schilderachtige Carmarthenshire, een voormalig graafschap in Wales. Haar ouders waren ongeletterde boeren die zich uit de naad wertken om hun gezin en hun veestapel de kost te geven. Sara groeide op tot een mooie, intelligente meid die zich graag verdiepte in religieuze teksten en – als de wind goed zat – ook wel eens wat hoogstaande poëzie pleegde. Aan de vooravond van haar tiende verjaardag werd ze plotseling ernstig ziek. Ze had hoge koorts, haar hoofd deed pijn en haar mond liep vol met bloederig slijm. De dokter die er in allerijl werd bijgeroepen, stond voor een medisch raadsel***. Machteloos moest hij toezien hoe hevige stuiptrekkingen Sara’s lichaam opspanden als een boog, alsof zij een acute aanval van tetanus kreeg. Niet veel later zakte ze weg in een diepe coma die een maand zou aanhouden. Toen ze terug bij haar positieven kwam bleek dat de geheimzinnige ziekte haar eetlust had aangetast. Ze at dagelijks niet meer dan zes koppen rijst met melk, of havermout met melk die ze volgens haar vader meteen weer uitspuwde. Begin 1869 was haar rantsoen gereduceerd tot één kleine appel per dag, en op 10 oktober van datzelfde jaar werd met veel ceremonieel aangekondigd dat Sara helemaal zou stoppen met eten.

De zaak had ondertussen zoveel ruchtbaarheid gekregen in de pers dat ‘huize Jacobs’ door de dorpsbewoners werd belegerd. Zij verdrongen elkaar voor de deur om een glimp op te vangen van het wondermeisje. Ook de dorpspastoor kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en bracht een bezoek aan de dorpsheldin. Sara’s moeder gaf bij die gelegenheid hoog op over de fysieke krachtprestaties van haar dochter. Maar de priester was niet voor één gat te vangen. Hij opperde het vermoeden dat er fraude in het spel was. Hij waarschuwde de ouders voor de mogelijke gevolgen van kwaad opzet en boerenbedrog: excommunicatie, een bedevaart naar Santiago de Compostella, en meer van dat fraais. Het koppel bekeek hem of hij van de mare was bereden; Zij? Fraudeurs? Ammenooitniet! ‘Sara bleef in leven door toedoen van God’, aldus vader Jacobs.

De hongerkuur van Sara had inmiddels nationale bekendheid gekregen. Carmarthenshire werd een waar bedevaartsoord. Pelgrims kwamen van heinde en verre om het mirakel met eigen ogen te aanschouwen. Ook waarzeggers, roedewichelaars en handenopleggers trachten een graantje van het bovennatuurlijke spektakel mee te pikken. Met veel hocus pocus trachtten zij het meisje tot eten aan te zetten.De bezoekers brachten geld of geschenken mee voor de hongerende heldin. De kamer van Sara veranderde gaandeweg in een rariteitenkabinet. Prenten, boeken, beeldjes en andere religieuze parafernalia lagen over de hele ruimte verspreid. Sara zelf werd door haar ouders uitgedost als een sprookjesprinses, met linten in het haar, juwelen rond de nek an allerlei fancy kledingaccessoires.

De discussie tussen believers en non believers laaide bijwijlen hoog op. Pilaarbijters en kwezels, geloofden maar al te graag dat God de hand had in Sara’s vermogen om een uitputtende hongerkuur te overleven. Maar intellectuelen en ketters uitten luid hun ongenoegen over de hele koehandel. Vooral de commerciële uitbuiting van de affaire zette kwaad bloed.

Op aandringen van de pastoor werd een waarheidscommissie in het leven geroepen. Een aantal dorpsbewoners hield gedurende twee weken om beurten de wacht bij het bed van Sara. Maar het bewakingssysteem was zo lek als een vergiet. Sommige bewakers verlieten voortijdig hun post, anderen bezatten zich tijdens hun shift zodat ze indommelden voor ze er erg in hadden. De ouders konden ongehinderd tot vlak bij het bed van hun dochter komen, en dat terwijl de bewaking het verbod gekregen had om Sara’s ledikant te doorzoeken. Wat er ook van zij, Sara doorstond deze lakmoesproef met glans. Niemand had haar op eten kunnen betrappen.

De massahysterie bereikte nu een hoogtepunt. Bezoekers die vanuit de verste uithoeken van Engeland kwamen afgezakt, werden aan het lokale station afgehaald door jongens die plakkaten met het opschrift ‘Fasting Girl’ in de lucht staken. Eén van die bezoekers was dokter Fowles. Hij bezocht Sara kort na het experiment en publiceerde zijn bevindingen in ‘The Times’. ‘De bewakingsmodaliteiten van de waarheidscommissie waren een farce zonder weerga’, fulmineerde hij. ‘En dan dat meisje! Uitgedost als een bruid, met bloemen in het haar en een blos op de wangen, liet zij zich al die aandacht welgevallen. Ze keek voortdurend schichtig om zich heen – gedrag dat typisch is voor gesimuleerde aandoeningen, notabene. De lange inactiviteit van het meisje in acht genomen, was het verwonderlijk dat haar spieren niet geatrofieerd waren. Ze zat bovendien goed in het vlees. Haar polsslag, longen en hart waren normaal Dit is duidelijk een geval van simulatieve hysterie..

Naar aanleiding van dit artikel werd een nieuwe waarheidscommissie opgericht. Maar dit keer werden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen. Alleen professionele verpleegsters mochten deel uitmaken van het bewakingsteam en er werd een rigoureus reglement opgesteld.

- een dokter moest het hele gebeuren superviseren

- Sara’s kamer moest op haar bed na worden ontruimd

- Vader en moeder Jacobs moesten telkens grondig worden gefouilleerd als zij bij het bed van hun dochter wilden komen.

Vier verpleegsters werden door het lokale Guy’s Hospital gedetacheerd om gedurende twee weken Sara Jacobs te bewaken. Zij kregen de opdracht om er op toe te zien dat Sara niets te eten kreeg zonder dat zij daarvan op de hoogte waren. Als Sara uitdrukkelijk te kennen gaf dat ze wilde eten moesten ze evenwel dat verzoek inwilligen. Op 9 december 1969 begon het experiment. Sara was die hele dag onrustig; maar een vraag naar voedsel kwam niet over haar lippen. Op 16/12 rolde ze van de ene kant van haar bed naar de andere. Ze was erg bleek en angstig. Haar handen en voeten waren ijskoud. Omstreeks 11 uur kwam de dorpspastoor op bezoek. Hij schrok van wat hij zag en drong er bij de ouders op aan om de verpleegsters weg te sturen en Sara iets te eten te geven, want ze was aan het eind van haar krachten. Maar vader en moeder Jacobs wezen zijn voorstel van de hand. Ze beweerden dat Sara in het verleden wel ergere stormen had doorstaan. Ook andere bezoekers smeekten om het experiment stop te zetten. Maar het was boter aan de galg. De symptomen die Sara vertoonde hadden niets te maken met uithongeringsverschijnselen, beweerde vader Jacobs. ‘Of de verpleegsters er nu waren of niet, Sara zou sowieso niets eten.’.

Op 17/12/69 stierf Sara. Ze was letterlijk verhongerd. En dat in één van de meest christelijke en voortvarendste landen ter wereld. De publieke opinie veroordeelde het zinloze en wrede experiment en was ongemeen hard voor de ouders van Sara.

Vader en moeder Jacobs werden door de rechtbank schuldig bevonden aan doodslag en respectievelijk veroordeeld tot één jaar en zes maanden dwangarbeid

***Sara had waarschijnlijk een virale encephalitis met mogelijk hersenbeschadiging tot gevolg

Wat is zelfverwondend gedrag?

Zelfverwondend gedrag is het moedwillig beschadigen van lichaamsweefsel zonder dat er aan zelfmoord wordt gedacht. Het kan gaan om zichzelf snijden, branden, krabben slaan, de haren uittrekken, extreem nagelbijten, headbangen… Uit een studie van Favazza en Conterio (1989) bleek dat zelfverwonding vrij veel voorkomt bij mensen met een eetstoornis. Van de 290 automutilerende testpersonen die aan het onderzoek deelnamen leed 22% aan bulimia nervosa, 15 % aan anorexia nervosa en 13% aan beide eetstoornissen. Zelfverwonding heeft dan ook wel een aantal aspecten met eetstoornissen gemeen: het is een enigszins verknipte manier van omgaan met ondraaglijke stress of hevige emoties en het is een daad van agressie jegens de eigen persoon. Soms begint de zelfverwonding als het eetpatroon terug is genormaliseerd. Een vrouw die zichzelf kraste stelde het zo: ‘toen ik komaf maakte met mijn anorexia, moest ik iets anders vinden om de pijn en het verdriet te verdoven, dus begon ik mezelf te snijden…toen het bloed door de afvoer vloeide, verdwenen ook de angst en de boosheid.’

Mensen die een eetstoornis combineren met zelfverwondend gedrag hebben vaak een bewogen geschiedenis achter de rug

- sommigen komen uit een chaotisch of problematische gezin

- anderen kregen weinig steun van hun ouders

- ze werden mogelijk fysiek, emotioneel of seksueel misbruikt

- ze hebben nooit geleerd hoe ze hun gevoelens moeten uiten

- ze hebben soms nog andere problemen, zoals: alcohol- of drugmisbruik, een obsessief-compulsieve stoornis, gebrekkige impulscontrole, stemmingsstoornissen, momenten van dissociatie …Vermoed wordt  dat  ook de genetica een rol speelt.

Zelfverwonding is een overlevingsmechanisme dat in een eerste fase de scherpe randjes van het verdriet wegslijpt. Als de spanningen te groot worden zorgt het snijden of het krassen voor de broodnodige ontlading. … Maar op lange termijn zijn de gevolgen negatief:

- de omgeving reageert soms afwijzend omdat het gaat om sociaal onaanvaardbaar gedrag; de spanningen lopen hoger op wat dan weer een reden kan zijn om te gaan snijden.

- er kan blijvende fysieke of mentale schade aangericht worden in de vorm van littekens, zelfhaat, gevoelens van schuld, zwakte of waardeloosheid.

Het gevaar bestaat dat de persoon in kwestie in een vicieuze cirkel terechtkomt waarbij hij zichzelf steeds opnieuw letsel toebrengt om de druk van de ketel te halen. Zo wordt zelfverwondend gedrag een vorm van verslaving. Het is dan ook prioritair om aan deze problematiek voorrang te verlenen tijdens een behandeling.

Wat is de functie van zelfverwondend gedrag?

psychologisch: affectregulatie

sociaal: deel uitmaken van een groter verband

biologisch: een kick krijgen of in een soort van trance geraken

  • het is een manier van omgaan met extreme spanningen, het brengt verlichting
  • het is een non-verbale communicatie, de niettalige uitdrukking van woede of verzet (bvb omwille van seksueel, fysiek of emotioneel misbruik)
  • het is een soort zelfbestraffing, een manier om boete te doen, bijvoorbeeld omdat de persoon in kwestie gelooft dat hij mishandeling of misbruik heeft uitgelokt, of omdat hij zichzelf een slappeling vindt

  • het verdooft negatieve gevoelens zoals onbestemde angst, spanning, depressie

  • het doorbreekt vervreemding, het is een manier om weer contact te maken met het eigen lichaam na een periode van depersonalisatie of dissociatie.

  • de pijn kunnen verdragen is een teken van macht en controle

  • het is een schreeuw om hulp en aandacht

  • het vult een innerlijke leegte op of het verdrijft de eenzaamheid

  • het brengt lichaam en geest weer in evenwicht na een periode van turbulenties of overweldigende gevoelens

  • door het steeds opnieuw oproepen van het oorspronkelijke trauma tracht men het gevaar te bezweren (wanneer ik mezelf pijn doe, gebeuren de dingen waarvoor ik bang ben niet) en zodoende controle te krijgen over zichzelf en anderen

  • het overstemmen van psychische pijn: fysieke pijn is soms minder erg dan de emotionele pijn die iemand voelt. Soms voelt de persoon in kwestie tijdens het toebrengen van de verwonding tijdelijk minder, omdat het gestegen adrenalinegehalte in het bloed de pijn verdooft.

  • onvrede met of boosheid over het eigen lichaam dat verraad pleegde, gewillig was (tijdens het misbruik bvb.); het lichaam onaantrekkelijk willen maken om misbruik te voorkomen, het slechte eruit snijden of branden

  • uiting van zelfhaat

  • het terugvinden van lichaamsgrenzen, het stoppen van het vervloeiingsgevoel: de huid dient dan als grens tussen ik en niet-ik

  • zelfverwonding kan een symbool of teken zijn dat je tot een bepaalde subcultuur behoort. Je wil er bij horen, geen buitenstaander zijn

  • uiting van protest tegen autoritair-restrictief beleid van ouders, instellingen, enz. het is een zoektocht naar autonomie

  • een kick krijgen, in een soort van trance geraken

Welke rol speelt de biologie

  1. een afwijking van het serotonerge systeem (een neurotrasmittersysteem in het centraal zenuwstelsel dat zorgt voor de aanmaak van serotonine) kan meespelen bij impulsieve, op de persoon gerichte agressie. Dit betekent dat er te weinig serotonine (een stof die je een gevoel van welbehagen geeft) aangemaakt wordt in je hersenen waardoor je depressief kan worden.

  2. Vermindering van de beleving van pijn kan samenhangen met veranderingen in het endogene opiaatsysteem. Het is mogelijk dat bij zelfverwonding endorfines (gelukshormonen) vrijkomen die een aangename roes veroorzaken of tenminste negatieve gevoelens doen verminderen. Zo kan er een verslaving aan zelfverwonding ontstaan. Er komt een soort adrenaline in je bloed die je een opkikker geeft zodat je er aan verhangen kan geraken.

Mensen die zichzelf verwonden hebben ze heus wel allemaal op een rij. Alleen weten ze niet goed hoe ze op een gezonde manier hun diepste emoties moeten uitdrukken. In veel gezinnen en instellingen rust er immers een taboe op boosheid en agressie, dus keert de woede zich naar binnen. Veel mensen die zichzelf pijn doen hebben ooit schokkende dingen meegemaakt (seksueel, fysiek, emotioneel misbruik, pesterijen, vernedering..), waardoor ze zich machteloos en inferieur voelden. Die gebeurtenissen droegen er toe bij dat ze geen al te hoge pet op hebben van zichzelf. Ook het verlies van belangrijke personen kan een uitlokkende factor zijn. Door de bank genomen voelt iemand die zichzelf verwondt zich niet goed in zijn vel en is hij onzeker in zijn contacten met anderen

Wat kan je doen?

- je kan therapeutische hulp inroepen

- maak een lijstje met de voor- en nadelen van je zelfverwondend gedrag en plak er in volgorde van belangrijkheid een score op, als de voordelen hoger scoren dan de nadelen zul je je extra moeten inspannen om dat gedrag los te laten.

Het is belangrijk om er achter te komen waarom je jezelf verwondt. Een zelfverwondingsjournaal kan daarbij een uitstekend hulpmiddel zijn. Verdeel de bladzijden in een aantal kolommen

- schrijf op welke gevoelens of spanningen er aan het snijden voorafgingen, wat je op dat ogenblik aan het doen was, wat je dacht

- noteer ook in welke situatie je jezelf verwondde: thuis, op school, na een uitbrander van een leraar, was er al dan niet iemand bij?

- noteer ook hoe je jezelf verwondde en wat het snijden, krassen … veranderde aan die gevoelens

- noteer ook wat je na het snijden voelde en deed: hulp zoeken, jezelf verzorgen…

- ga op zoek naar alternatieven om je spanningen te verlichten: lezen, schrijven, compjoeteren, joggen, breien, een douche nemen, joggen, enz. Je kan ook een boksbal ergens in je huis ophangen. Beeld je dan in dat dit de persoon is die je kwaad berokkende en sla er op als je spanningen of negatieve emoties voelt opkomen.

- je moet je emoties toelaten ook al zijn ze negatief: boosheid en verdriet moeten kunnen geuit worden, maar dan op een gezonde manier. Soms kan een potje huilen uitkomst brengen

- je kan je aansluiten bij een zelfhulp- of lotgenotengroep of hulp zoeken op een online forum

meer tips en informatie vind je op volgende websites:

http://www.zelfbeschadiging.info

http://zelfbeschadiging.start.be/

http://www.eetstoornis.be/zelfverwonding1.htm

http://automutilatie.be/  (lotgenotenforum)

http://www.12forum.nl/forum/error.php?ID=1297&err=2 (een lotgenotenforum)

een interessante studie over trichotillomanie (haren uittrekken) vind je op volgende link: http://74.125.77.132/search?q=cache:clM-x0V7DE8J:www.trichotillomanie.info/scriptie.doc+uitgebreid+neurotransmittersysteem+in+het+centraal+zenuwstelsel&hl=nl&ct=clnk&cd=2&gl=be&client=firefox-a

Reality Avenue Self Injury

A reality show created by the Broward CountySchool Board designed to provide effective skills in preventing violence and substance use.

By document.writehref=’mailto:”+”janet.shamlian”+”@”+”nbcuni.com’>”);Janet Shamliandocument.write(’</a>’);
Correspondent
NBC News

updated 12:51 p.m. ET May 17, 2005

“I was disappointed,” said Scherr. “I’d hoped the rule would not have to be enforced.” Attendance record negates academic record Scherr was referring to a requirement that the school’s valedictorian be enrolled in classes by the 20th day of their junior year. It’s a rule aimed at keeping students from other schools from transferring into Kingwood late in their high school careers to claim one of the coveted top 10 academic spots. Scherr’s been in the Kingwood school system since kindergarten. But she wasn’t enrolled in her high school on that 20th day of her junior year.  Instead, she was in a treatment facility seeking help for the eating disorder, anorexia nervosa. “I was sick. That’s part of the disorder,” said Scherr. “It’s a mental disease.” While the school warned the Scherr family of their strict attendance policy, her parents made the decision to keep her hospitalized in Oklahoma until her medical treatment was complete a few weeks later.  Through it all, she kept up her class work and stayed at the top of her class despite her illness. Students rally behind her “I couldn’t believe it. I wanted to help her immediately. She’s worked so hard for it,” said Lauren Bonds, the Kingwood school newspaper editor.  Bonds also battled the eating disorder and felt Scherr should be rewarded, not punished, for seeking help. “I know what it’s like to go through that. It’s always with you.” Despite student petitions and pleas from students on the Top 10 list at Kingwood High, school officials said the title instead would go to the number two student, Alex Gorham.  Gorham said the victory would be a hollow one for him and asked the school to reconsider. Many in the senior class of 800 felt the same. “She has a disease,” said Travis Boeker, a fellow student. “If it was cancer, this wouldn’t be an issue.” “She was able to maintain her grades and still stay ahead of the class during a very difficult personal time,” said student Addison Beard. “The title belongs to her.” What should Kingswood high school do? Priorities intact Scherr says she made the right choice to miss school to seek treatment. “That was the best decision. I don’t regret it at all. It was a choice made with input from my parents and doctors.  I’m ok with it.” School officials insist they won’t change their minds, saying it would be unfair to retroactively change the rules at the end of the school year. Kingwood has offered Scherr the title Honorary Valedictorian — a title she’s not sure she’ll accept.  More important than the trophy, the teen says, her self-esteem is intact. “That’s more  important than any achievement or any title you could ever get,” Scherr said. “I’m thankful I’ve learned that at this point in my life, at 18 years old.” A young woman who says she doesn’t need a prize to appreciate all she’s accomplished, inside and outside the classroom. Janet Shamlian is an NBC News Correspondent based in Dallas

http://www.msnbc.msn.com/id/7884243/#storyContinued

mannen met een eetstoornis

Jongens met een zogenaamde ’meidenziekte’
Bron: www.ad.nl

Het staat bekend als meidenziekte, maar ook voor jongens is anorexia een manier om met moeilijkheden in het leven om te gaan. „Door mijn anorexia had ik afleiding van mijn gevoelens.”

Danny zit op een bankje in de bossen van Uithoorn en schrikt van de honden die zo nu en dan voorbij rennen. Hij is 23 jaar, maar lijkt met zijn tengere postuur meer op een jongen van 15. Niemand zal ooit denken dat de economiestudent al zes jaar tegen anorexia vecht, want dat overkomt toch alleen meisjes?

Toch is vijf tot tien procent van alle mensen met een eetstoornis man. Het is een vergeten groep die extra hard moet vechten. Niet alleen tegen de stem die zegt ’niet eten’ maar ook tegen vooroordelen van de omgeving over de ’meidenziekte’.

Danny’s ouders scheidden toen hij drie jaar oud was. Na ruzies met zijn moeder en zusje leefde hij in pleeggezinnen en internaten. Danny kwam in klassen voor moeilijk opvoedbare kinderen en kreeg op een gegeven moment de diagnose PDD-NOS, een milde vorm van autisme. „Mijn hele leven wordt er tegen mij gezegd dat ik dom, stom of gehandicapt ben.” Later bleek de diagnose PDD-NOS onterecht en ook met zijn IQ was niets aan de hand, maar Danny’s zelfvertrouwen was inmiddels gekelderd.

Toen hij zeventien jaar was, overleed zijn moeder. „Ik zag het somber in en wilde niet meer bestaan. Ik zocht een manier om mezelf te uiten. De een gaat aan de drugs of de alcohol, ik hongerde mezelf uit.”

Op een online gezondheidsforum zag Danny toevallig een bericht van een meisje over boulimia. Hij ging naar haar weblog ’No Food 4 Us’ en raakte verzeild in een online netwerk van jongeren die van alles doen om dun te worden en de meest extreme afvaltips met elkaar uitwisselen. Danny sportte zo vaak als hij kon terwijl hij ’Stacker’ gebruikte, een extreme vetverbrander en afslankpil voor bodybuilders. „Na het sporten voelde ik me erg zwak en kon ik niet eens slapen van de dorst.” Al snel was Danny ook beheerder van een website om anorexia te promoten, met honderdvijftig actieve leden. „Op de site plaatsten we foto’s van extreem dunne modellen en Hollywoodsterren als Paris Hilton, Nicole Richie en de Olsen Twins. Zij waren ons voorbeeld, thinspiration noemden we dat.”

Bij vrouwen wordt het moderne, ultradunne schoonheidsideaal vaak als oorzaak van eetproblemen genoemd. Ook van mannen wordt tegenwoordig verwacht dat ze goed op hun figuur letten, veel sporten en gespierd zijn. Hoewel onderzoek naar het mannelijke schoonheidsideaal nog in een vroeg stadium staat, wordt er wel een verband tussen eetstoornissen en homoseksualiteit gesuggereerd. Jennifer Coelho, psycholoog aan de Universiteit Maastricht: „Volgens sommige onderzoekers zijn homoseksuele mannen meer met gewicht en lichaamsvorm bezig dan heteroseksuele mannen en zijn zij over het algemeen sneller ontevreden over hun lichaam.”

Sociologe Sarah Lips deed onderzoek naar mannen met anorexia en won daarmee in 2006 de Nationale Scriptieprijs. Zij vindt het gevaarlijk om uitspraken te doen over dergelijke verbanden. „Het zou ook zo kunnen zijn dat homoseksuelen zich minder aan het stereotype manbeeld conformeren en daarom ook minder schaamte voelen om een eetprobleem toe te geven.”

Volgens Lips laat onderzoek wel zien dat mannen met anorexia meer sporten dan vrouwen met anorexia en dat mannen voor aanvang van de ziekte vaker daadwerkelijk overgewicht hebben. Voor de rest vertonen mannen met een eetstoornis nagenoeg hetzelfde gedrag en dezelfde symptomen als vrouwen. „Mensen die een eetstoornis ontwikkelen zijn vaak eenzaam, sociaal geïsoleerd en hebben moeite met het communiceren van hun emoties. Ook komen ze vaak uit gezinnen waar de zorg voor het kind niet voldoende is.”

Deze sociaal kwetsbare groep zoekt constant naar houvast en controle in een verwarrende omgeving. Anorexiapatiënten, man of vrouw, zijn volgens Lips vaak intelligent en perfectionistisch, hebben behoefte aan bevestiging en kunnen slecht tegen kritiek. Ook hebben ze hooggespannen verwachtingen van zichzelf en anderen.

Traumatische gebeurtenissen, drastische veranderingen van baan, relatie of thuissituatie kunnen vaak de trigger voor een eetstoornis zijn, zegt Lips. Voor Danny was het overlijden van zijn moeder de katalysator van zijn eetprobleem. „Door af te vallen hoefde ik me niet met andere dingen bezig te houden. Door mijn anorexia had ik afleiding van mijn gevoelens.”

Lips, die zelf ook anorexia heeft gehad, zegt dat de controle over het lichaam symbool staat voor controle over het leven. Door het gebrek aan voeding en energie komt ook het gevoelsleven op een lager pitje te staan. Mensen met anorexia hebben letterlijk geen energie om over dieper liggende problemen na te denken. „Het lijf van iemand met anorexia heeft niets meer te maken met het schoonheidsideaal. Mensen met anorexia zijn vaak nog dunner dan modellen, ze zijn compleet doorgeslagen.” Met diëten raak je slechts een paar kilo’s kwijt, met anorexia verdruk je alle pijnlijke gevoelens en herinneringen.

Aad Barnhoorn (46) begon op negentienjarige leeftijd samen met zijn moeder aan een afvalplan om een paar extra kilo’s kwijt te raken. „Ik wilde van 72 naar 67 kilo en dan liever een kilo minder dan meer. In het begin ging ik alleen hardlopen, maar later ook wielrennen. Ik ging steeds minder eten en op een gegeven moment omzeilde ik eten helemaal.”

Barnhoorns dieet sloeg door en de anorexia werd een manier om pijn te onderdrukken. Bijvoorbeeld de pijn die hij voelde na het plotselinge overlijden van zijn partner Emiel, toen Barnhoorn 27 was.

Mannen met een eetstoornis zoeken pas laat en soms helemaal geen hulp. „Bij mannen is de schaamte groter, ze denken dat het een meidenziekte is”, zegt Eric van Furth, directeur behandelzaken van het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam, de kliniek waar zowel Danny als Barnhoorn uiteindelijk een behandeling onderging. „Het is vergelijkbaar met borstkanker. Mannen kunnen ook borstkanker krijgen, maar je hoort alleen over de vrouwen.”

Volgens Van Furth zoekt slechts een op de vijf mensen met een eetstoornis hulp. Daarvan is de meerderheid ook nog eens vrouw. Er blijft dus een grote onzichtbare groep mannen met een eetstoornis over. Ursula probeert daarom al jaren de mannen met eetstoornissen op te sporen, bijvoorbeeld via sportverenigingen.

Niet alleen de schaamte van de mannen vormt een barrière voor een snelle behandeling, zegt Van Furth, ook huisartsen vormen een belemmering. Barnhoorn ging in een vroeg stadium van zijn anorexia naar de huisarts. Hij was in zes maanden tijd vijftien kilo kwijtgeraakt, maar voelde zich daar niet lekker bij. De huisarts vond Barnhoorn depressief en stuurde hem met antidepressiva naar huis. Daar werd Barnhoorn juist suïcidaal van en hij stopte met de medicatie. Danny trof twee decennia later dezelfde onwetendheid aan. Hij had voor zijn behandeling een verwijskaart van de huisarts nodig, maar kreeg die niet. „Mijn huisarts stuurde mij zonder enige reden weg. Ik moest thuis maar naar mijn andere problemen kijken. Ik zag er goed genoeg uit en kon geen meidenziekte hebben.”

Doordat de omgeving signalen negeerde of niet opmerkte, bleven Danny en Barnhoorn afvallen, veelal op zeer inventieve wijze. In zijn zomervakanties was Danny constant bezig met zijn ziekte. Hij nam de hele dag laxeermiddelen in, hield het internetforum zo vaak mogelijk in de gaten en woog zichzelf wel tien keer per dag. Barnhoorn legde broodkruimels op een bord om zijn ouders te laten denken dat hij had gegeten en loog dat hij bij vrienden at. Als ziekenverzorger stal hij zijn eerste laxeerpillen uit het ziekenhuis. Op een gegeven moment nam hij tweehonderd laxeerpillen per dag in, met nachtelijke krampen op het toilet als gevolg. Toen hij zo afgezwakt was dat hij niet meer kon werken, bestelde Barnhoorn wekelijks duizend laxeerpillen bij een apotheker, die nooit vragen stelde en hem slechts waarschuwde voor de bijwerkingen.

Elke hapje eten braakte hij weer uit. „Ik was zo bang voor eten, ik wilde gewoon niets in mijn lijf hebben. Dan voelde ik mij het lekkerst.” Toen hij 38 jaar was, bijna twintig jaar na het begin van zijn ziekte, bereikte zijn gewicht een dieptepunt. Hij woog nog 26 kilo, werd opgenomen in het ziekenhuis en aan de sondevoeding gelegd. Zijn ouders stonden huilend aan zijn bed, maar Barnhoorn voelde van binnen helemaal niets meer. „Tegen mijn ouders werd gezegd dat ze afscheid van mij moesten nemen, maar ik dacht: waar hebben jullie het over?” Zelfs in het ziekenhuis kwam alle voeding weer naar buiten. „Ik werd op een ochtend wakker en lag in mijn eigen drek. De verpleegster werd kwaad en agressief. Ik was verlamd en kon me niet meer bewegen, verdedigen of mijn mond opendoen. Na het vet had mijn lichaam de spieren opgevreten.” Na dit dieptepunt besefte Barnhoorn dat hij iets aan zijn situatie moest veranderen.

Barnhoorn kwam bij Ursula terecht. Maar tijdens zijn laatste opname daar maakte een mannelijke begeleider avances naar Barnhoorn. „Ik reageerde heel heftig en was in staat hem door die kamer te slaan, maar stond aan de grond genageld. Ik heb toen met de deur op slot in de hoek van mijn kamer gezeten en doodsbang gewacht tot het ochtend was.” De leiding ontdekte snel wat er aan de hand was en ontsloeg de begeleider op staande voet. Maar door het nare incident besefte Barnhoorn wel de ware oorzaak van zijn ziekte. Voor het eerste in zijn leven praatte hij over de kapper van zijn moeder, door wie hij op elfjarige leeftijd werd misbruikt. Barnhoorn leerde in Ursula met zijn gevoelens om te gaan, in plaats van ze weg te stoppen. „In Ursula leerde ik huilen. Gooi die beerput maar open, dacht ik toen.”

Danny startte afgelopen november zijn behandeling bij Ursula. Omdat hij van tevoren met moeite iets was aangekomen, had Danny tijdens de intake een normaal gewicht en kreeg zodoende de diagnose boulimia. Danny zelf denkt dat hij anorexia heeft. Zijn laagste gewicht wil hij liever niet noemen. „Mensen die anorexia hebben en dit lezen worden alleen maar jaloers op dat gewicht. Dat wil ik niet.” Danny is nog erg zoekende naar de behandeling die geschikt voor hem is. Momenteel heeft hij eens per week een gesprek met een begeleider. „Ik wordt nu te veel losgelaten. Dan heb ik het gevoel dat ik er alleen voor sta, dat ik het zelf moet doen.”

Het liefst zou hij aan groepsgesprekken deelnemen. „Maar bij Ursula denken ze dat dat te veel stress geeft voor mij, omdat ik altijd denk dat iedereen me haat.” Volgens Danny krijgen meisjes betere hulp. „Jongens zijn over het algemeen wat zwaarder, dan valt de anorexia niet zo op.” Hij probeert nu ergens anders hulp te vinden en richt zich intussen op zijn studie economie en zijn bijbaantje in een supermarkt. „Dit worden de jaren van genezing.”

Met Barnhoorn gaat het nu ook beter. Hij woont samen met zijn vriend Gerrit. In augustus gaan ze trouwen. Ook werkt hij weer in de zorg, als ’helpende’. Braken doet hij al drie jaar niet meer, maar hij neemt wel acht laxeerpillen per dag in. „Anders zou ik helemaal niet naar de wc kunnen gaan.” Hij eet elke dag drie maaltijden en houdt ook de vette hap die zijn vriend hem voorschotelt binnen. Hij probeert zijn ervaringen nu te gebruiken om jongens met anorexia te helpen en geeft via de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa voorlichting. De stem van anorexia zit nog wel in zijn hoofd. Spiegels vermijdt Barnhoorn bijvoorbeeld nog steeds. „Als ik in de spiegel kijk vind ik mezelf vet. In mijn hoofd denk ik dan: ik wil afvallen.”

Om privacyredenen wil Danny niet met zijn achternaam worden genoemd.

Volgens psycholoog Jennifer Coelho heeft officieel 0,3 procent van de West-Europese en Amerikaanse vrouwen anorexia en 1 procent boulimia. Voor mannen liggen de percentages een stuk lager, respectievelijk 0,02 en 0,1 procent. De percentages zouden in werkelijkheid hoger kunnen liggen, omdat wordt aangenomen dat de meerderheid van mannen en vrouwen met eetstoornis geen hulp zoekt.

Voor Lips is de vraag niet óf mannen, net als vrouwen, kunnen lijden aan anorexia, maar waar de dwangmatige drang tot uithongering vandaan komt, een vraag die zij onder meer koppelt aan veranderingen in de maatschappij, zoals emancipatie en een gewijzigd rollenpatroon, maar ook aan de sociale druk om te presteren, zowel professioneel als in de privésfeer.

”Wat mij daarbij opvalt is dat het scala van verwachtingen dat men van mannen heeft, overeenkomst vertoont met de enorme diversiteit van eisen die tegenwoordig aan vrouwen worden gesteld: dat ze sterk en zakelijk moeten zijn en tegelijkertijd de ideale moeder, en nog mooi en dus slank ook natuurlijk.”

Mannen en vrouwen krijgen in principe dezelfde hulp, aangezien de symptomen nagenoeg identiek zijn. De meeste eetstoornispatiënten krijgen een combinatie van individuele en groepsgesprekken, voedings- en gewichtscontroles en trainingen gericht op assertiviteit en een positiever zelfbeeld.

08 Jan 2007

Een Zweeds onderzoek heeft uitgewezen dat de oorzaak van de eetstoornis boulimia in eenderde van de gevallen waarschijnlijk ligt aan een onbalans in de hormoonspiegel.

De studie laat zien dat boulimia drie oorzaken heeft, namelijk een genetische, een emotionele of een onbalans in de hormoonspiegel. Bij de laatste groep werd een veel te hoge waarde van het mannelijke hormoon testosteron gemeten, terwijl het niveau van het vrouwelijk hormoon oestrogeen veel te laag bleek te zijn.

Een hoog testosteron gehalte zorgt voor een extreem hongergevoel, waardoor een sterke drang naar voedsel met veel vet en/of suiker ontstaat.

In het onderzoek werden 21 vrouwen behandelt met een sterke variant van de anticonceptiepil, met daarin het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Binnen drie maanden zei de helft van de groep minder hongergevoel te hebben, en daardoor minder trek had in vet en suiker. Drie vrouwen zeiden helemaal genezen te zijn van de eetstoornis.

Bron: medical news today

http://www.medicalnewstoday.com/articles/60346.php

Gelukkig kan je een aantal dingen doen om hervallen in je eetstoornis te voorkomen:

  • Ga na bij welke instanties/personen je steun kan krijgen voor je strijd tegen je eetstoornis. Een eetstoornis overwinnen kan veel tijd in beslag nemen. Een degelijke en consistente back up van zelfhulp-, lotgenotengroepen of deskundigen is dan geen overbodige luxe.

  • Ga op zoek naar hobbies/activiteiten die je leuk vindt en die je helpen om je leven zinvol in te vullen. Het is de beste methode om overtollige stress kwijt te geraken. Als je terug kan vallen op een waaier van activiteiten zal je je niet zo snel blindstaren op voedsel en je fysieke verschijning.

  • Vermijd potentiële ‘triggers’ of factoren die een eetbui of gestoord eetgedrag uitlokken. (maak desnoods een inventaris op van die triggers, zodat je ze snel herkent, vb. intense gevoelens, schuld, veranderingen,…), Je kan ook de alternatieven voor gestoord eetgedrag inventatiseren (joggen, een douche nemen, compjoeteren…)

  • Leer om de signalen of symptomen van een eetstoornis in een vroeg stadium te herkennen.(vb. ik begin terug calorieën te tellen, ik isoleer mezelf, enz) Deze symptomen duiken immers ook vaak weer op als je dreigt te hervallen.

  • Ga op zoek naar een goeie therapeut of een betrouwbaar persoon waarmee je kan praten als je steun en aanmoediging nodig hebt. Hou hun gegevens binnen handbereik zodat je ze in geval van nood snel kan contacteren.

  • Leer anderen te vertrouwen zodat het je makkelijker valt om over je gevoelens te spreken. Je moet leren om je gevoelens te herkennen en te uiten om helemaal te kunnen herstellen.

  • Overtuig jezelf er van dat je de moeite waard bent en dat je het verdient om een volwaardig en gezond leven te leiden. Je bent heus niet de enige die aan een eetstoornis lijdt.

  • Maak iedere dag wat tijd vrij voor jezelf. Denk er aan dat jij het allerbelangrijkste bent in je leven.

  • Zoek naar minder destructieve manieren om je gevoelens te kanaliseren. Misschien ben jij zo iemand die naar eten grijpt als het niet meezit. Probeer dan eens om je gevoelens te ventileren middels yoga, meditatie of het bijhouden van een dagboek/blog

  • Roep onmiddellijk professionele hulp in. Als je voelt dat je dreigt te hervallen, aarzel dan niet om hulp te zoeken. Snel ingrijpen is één van de sleutelelementen om een eetstoornis voorgoed te overwinnen.

    http://www.anorexiabulimiahelp.com/relapse-prevention.htm

Oorzaken

Er is al veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van eetstoornissen maar éénduidige antwoorden zijn er niet. Men gaat er van uit dat een samenspel van factoren aan de basis ligt van anorexia, bulimia en de eetbuienstoornis. Het is moeilijk te voorspellen of iemand gevoelig is voor het krijgen van een eetstoornis. Er zijn wel risicofactoren bekend. Zo staat bijvoorbeeld vast dat het gevoel van honger en verzadiging niet goed werkt bij mensen met een eetstoornis. Dat is een biologische factor. Deze rubriek biedt informatie over de factoren die een rol spelen bij het krijgen van een eetstoornis.

1. Socioculturele factoren

Het slankheidsideaal

Vroeger vond men mollige vrouwen mooi, tegenwoordig zijn ranke reeën en vogue. Lambik van Suske en Wiske zou hen ongetwijfeld strijkplanken noemen, maar dat is een kwestie van smaak. Het slankheidsideaal wordt ons aangepraat door de modetijdschriften, soaps, advertenties. Tegelijkertijd worden mensen juist steeds groter en steviger. Om toch aan het slankheidsideaal te kunnen voldoen proberen veel meisjes en vrouwen af te vallen. De meesten stoppen na een poosje weer met lijnen, maar iemand die het belangrijk vindt om niet uit de toon te vallen vindt het moeilijk om het lijngedrag los te laten en blijft op dieet. In landen als Japan, waar de invloed van de westerse cultuur toeneemt, neemt ook het aantal anorexia- en boulimiagevallen toe. Onder invloed van deze westerse ‘ideaalbeelden’ doen veel vrouwen dan ook ‘aan de lijn’, soms een leven lang. Meisjes blijken steeds jonger ontevreden te zijn met hun uiterlijk en proberen hun voedselinname te beperken. Dat is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van eetstoornissen, zeker wanneer men geen of maar een matig overgewicht heeft. Voor BED (Binge Eating Disorder) en boulimia-patiënten geldt dat het lijngedrag het ontstaan van eetbuien in de hand werkt.

Hoewel jongens er ook gevoelig voor kunnen zijn komen eetstoornissen vaker voor bij meisjes. Misschien omdat het slankheidsideaal meer gericht is op vrouwen of omdat mannen minder moeite hebben om af te vallen dan vrouwen. Vrouwen hebben namelijk een lagere stofwisseling en ontwikkelen van nature uit meer vet.

Reactie op te hoge of tegenstrijdige verwachtingen

De hedendaagse maatschappij stelt veel eisen aan de moderne man en vrouw. Zij moeten multi-inzetbaar, multi-getalenteerd en multi-vanalles zijn. Deze vaak tegenstrijdige verwachtingen kunnen leiden tot het onmogelijke streven om ‘perfect’ te zijn of tot verwarring over de eigen identiteit als vrouw/man. Manipulaties van het eetgedrag en het lichaam kunnen dan manieren zijn om met deze problematiek om te gaan.

Beroepen waarin lichamelijke perfectie wordt nagestreefd

In een mileiu waarin iemand systematisch op haar/zijn uiterlijk wordt beoordeeld, zal men de heersende normen al snel op zichzelf toepassen. Wanneer lichamelijke perfectie van groot belang is, zoals in het ballet, de modellenwereld en in de topsport, lopen vrouwen en mannen het risico door te schieten in hun streven aan die normen te voldoen.

2. Psychologische factoren

Hier geldt de regel: de genetica (of een cluster van persoonlijke eigenschappen) laadt het geweer; de omgeving haalt de trekker over.

Er zijn 3 groepen te onderscheiden:

a. Voorspellende factoren: vaak bepalen persoonsgebonden of karakteriële eigenschappen of iemand een eetstoornis zal ontwikkelen of niet. Hij/zij is dus als het ware gevoeliger voor het ontwikkelen van eetstoornissen.

b. Uitlokkende factoren: bepalen of de gevoeligheid zich op een bepaald moment omzet in een eetstoornis

c. Instandhoudende factoren: bepalen of de eetstoornis blijft bestaan of verergert

  • Psychologische factoren bij anorexia nervosa

Voorspellende factoren

Het is waarschijnlijk dat perfectionisme, een negatief zelfbeeld of lichaamsontevredenheid belangrijke risicofactoren zijn voor het krijgen van anorexia nervosa. Dat geldt ook voor gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, conflictvermijding en moeite hebben met het verwerken van problemen en het uiten van gevoelens. Waar anderen kunnen stoppen met lijnen, zal iemand die gevoelig is voor anorexia nervosa langdurig doorgaan met een extreem dieet.

Uitlokkende factoren:

Stress kan een uitlokkende factor zijn. Typisch stressopwekkende gebeurtenissen zijn:

  • beledigende opmerkingen over het uiterlijk

  • mislukken op school

  • verhuizingen

  • echtscheiding

  • negatief beleefde lichaamsontwikkeling in de pubertijd

  • te vroege puberteit (omdat het lichaam zich sneller ontwikkelt dan dat van leeftijdsgenootjes)

  • de steeds hogere eisen die er gesteld worden op de arbeidsmarkt en in het onderwijs

  • persoonlijke problemen

Het is meestal niet de gebeurtenis zelf die anorexia nervosa uitlokt, maar de manier waarop de persoon er mee omgaat. Iemand met anorexia nervosa heeft vaak moeite met het hanteren van stress en gaat problemen liever uit de weg. Door zich volledig te concentreren op eten en lichaamsgewicht, verdwijnen al die andere problemen uit het vizier.

Instandhoudende factoren

Veel anorexiapatiënten vinden dat er veel voordelen verbonden zijn aan hun ziekte. Dat houdt hun gestoord gedrag in stand. Een aantal van die pluspunten zijn::

  • controle over anderen

  • geen volwassen verantwoordelijkheden hoeven te nemen
  • afwezigheid van seksuele (en pijnlijke) gevoelens

  • opvallen door slankheid

  • morele verhevenheid

  • het niet meer menstrueren

  • bescherming

  • aantrekkelijkheid en beter zijn dan anderen

Belemmerend voor het herstel zijn ook de vertekende waarneming van het eigen lichaam, het zich kiplekker voelen ondanks de alarmkreten van anderen, het verkeerd begrijpen van lichamelijke sensaties en emoties, en onrealistische gedachten over zichzelf en de omgeving. Als iemand een negatief zelfbeeld heeft en tegelijkertijd heel perfectionistisch is ingesteld, dan kan die perfecte lichaamsbeheersing een gevoel van zelfcontrole en zelfwaardering geven.

Maar door uithongering vermindert de concentratie en ontstaat eerder het gevoel verzadigd te zijn waardoor iemand denkt nog meer te moeten lijnen. Op die manier blijft de ziekte voortbestaan. Door anorexia nervosa kan iemand angstig en depressief worden. Dat belemmert het herstel.

  • Psychologische factoren bij boulimia nervosa

Voorspellende factoren

Kinderen van zware ouders of mensen die in hun jeugd zwaar zijn geweest en daar negatief commentaar op hebben gekregen lopen waarschijnlijk meer risico op het krijgen van boulimia nervosa. Ook impulsiviteit, overgewicht, depressie en andere psychiatrische factoren kunnen zorgen voor een verhoogde gevoeligheid voor boulimia nervosa. Als iemand anorexia nervosa heeft of heeft gehad, is er ook een verhoogd risico op boulimia nervosa.

Uitlokkende factoren

Uitlokkende factoren zijn vooral te weinig eten en sterke negatieve emoties zoals:

  • zich eenzaam voelen,
  • zich leeg voelen,
  • angst,
  • boosheid,
  • verdriet
  • verveling en depressiviteit
  • zich waardeloos of minderwaardig voelen

Daarnaast kunnen ook lichamelijke verschijnselen zoals honger, uithongering, daling van de bloedsuikerspiegel en eetdrang, eetbuien bewerkstelligen evenals negatieve ervaringen in de omgang met anderen. Het ervaren van veel stress, bijvoorbeeld als iemand op kamers gaat wonen, werkt ook uitlokkend. Dit komt omdat iemand met bulimia nervosa geneigd is zichzelf de schuld te geven van problemen.

Instandhoudende factoren

De combinatie van lage zelfwaardering, piekeren over gewicht en lichaam, extreem lijnen, eetbuien, braken, laxeermiddelen gebruiken of overmatig bewegen, heeft een negatief effect op de ziekte. Door boulimia nervosa kan iemand angstig en depressief worden. Dat belemmert het herstel.

  • Psychologische factoren bij een eetbuistoornis

Voorspellende factoren

Op dieet gaan bij een hoog risico voor vetzucht en een psychiatrische stoornis, verhogen de kans op het krijgen van een eetbuistoornis. Ook negatieve ervaringen in de kindertijd, gevoeligheid voor overgewicht en herhaalde negatieve opmerkingen over figuur, gewicht en voedselgebruik, kunnen een verhoogd risico voor een eetbuistoornis geven. Iemand die vaak moeite heeft assertief te zijn of heel impulsief is, heeft waarschijnlijk een hoger risico op het krijgen van een eetbuistoornis.

Uitlokkende factoren

Is iemand eenmaal gevoelig voor een eetbuienstoornis dan kunnen vooral negatieve emoties eetbuien uitlokken zoals zich eenzaam voelen, angst, boosheid, verveling en depressiviteit. Ook verstoring van het eetpatroon in een poging om te lijnen, negatieve ervaringen in de omgang met anderen en stress kunnen leiden tot intense eetdrang en dus eetbuien.

Instandhoudende factoren

De eetbuien, het verstoorde verzadigingsgevoe (niet meer weten wanneer men genoeg heeft)l, negatieve stemmingen, daling van zelfwaardering en lichamelijke problemen (zoals overgewicht, suikerziekte en hoge bloeddruk) versterken elkaar en houden de eetstoornis in stand. Naast de lage zelfwaardering speelt ook de wens om gewicht te verliezen en het piekeren over lichaamsvormen een belangrijke rol bij de instandhouding van de ziekte.

Iemand die zijn of haar lichaam alleen maar waardeert in termen van lichaamsgewicht ontwikkelt de behoefte om minder te eten. Maar de het verlangen om minder te eten heeft een knipperlichtrelatie met de aandrang om te veel te eten.

Overgewicht kan het psychisch functioneren ontregelen: iemand kan geobsedeerd raken door het eigen figuur, in een sociaal isolement komen en een gevoel van minderwaardigheid ontwikkelen. Dit kan nieuwe eetbuien uitlokken.

3. Biologische factoren

Neurobiologische mechanismen
Bij mensen met een eetstoornis is het honger- en verzadigingssysteem ontregeld. Om te kunnen leven heeft het menselijk lichaam voedsel nodig. Het gevoel van honger geeft aan wanneer er voedsel nodig is en het gevoel van verzadiging geeft aan dat er voldoende gegeten is. Door geruimte tijd te knoeien met eten geraakt die natuurlijke signalisatie van het lichaam ontregeld.

Neurotransmitters

Mensen met bulimia hebben doorgaans te kampen met een te laag serotoninepeil. Of dit oorzaak of gevolg is van het eetgestoorde gedrag is nog niet duidelijk. Mensen met anorexia produceren een overdosis serotonine. Dat kan acute stress en angstigheid veroorzaken.

Leptine

Leptine is een hormoon dat een rol speelt bij het honger- en verzadigingssysteem. Als je leptinepeil voldoende hoog is dan sturen zij een verzadigingssignaal naar de hersenen als je eet. ‘Je hebt genoeg gehad’ of ‘vol is vol’ zeggen de leptines; Bij langdurig tekort aan voedsel zorgt leptine ervoor dat het lichaam nog een poosje kan overleven door een aantal lichaamsprocessen op een laag pitje te zetten: de warmteproductie gaat achteruit, de hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbruikt gaat omlaag en de menstruatie stopt. Iemand met anorexia nervosa heeft vaak een extreem laag leptinegehalte in het bloed.

Genetica

Uit meerdere tweeling- en adoptiestudies is gebleken dat genetische factoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van zowel anorexia, boulimia nervosa als Binge Eating Disorder. Eetstoornissen komen vaker voor binnen bepaalde families.Als een meisje een familielid met anorexia heeft, loopt ze 10 tot 20 keer meer kans om anorexia te ontwikkelen dan andere mensen. Maar het zijn vaak omgevingsfactoren die bepalen of die genetische componenten al dan niet geactiveerd worden.

Karaktertrekken zoals perfectionisme, angstigheid, en obsessionaliteit manifesteren zich al vaak tijdens de kinderjaren voor er sprake is van een eetstoornis. Men vermoedt dat dat komt doordat bepaalde genen de breinchemie veranderen. Zo zou het dopaminesysteem in de hersenen van een anorexiapatiënt overactief zijn, zodat zij/hij  belonende stimuli verkeerd interpreteert. Voedsel vindt hij/zij allesbehalve een positieve stimulus. De manier waarop het dopaminesysteem werkt draagt mogelijk bij tot het obessionele gedrag, overbezorgdhheid en hyperactiviteit van de anorectische persoon. Maar bijkomend wetenschappelijk onderzoek is hier aangewezen.

Een erfelijke aanleg voor vetzucht kan eveneens tot rigoureuze afslankpogingen of anorexia leiden. Vooral als de persoon in kwestie perfectionistisch is ingesteld en zich aan de gangbare mores wil aanpassen. Tenslotte wordt anorexia ook gesignaleerd in families waar er overduidelijk een aanleg bestaat voor affectieve stoornissen.

4. Gezinsfactoren

Als iemand op jonge leeftijd een eetstoornis krijgt is het zinvol om te kijken naar de manier waarop men binnen zijn of haar gezin met elkaar omgaat. Sommige omgangsvormen kunnen de eetstoornis instandhouden of verergeren:

  • Conflicten tussen ouders over de opvoeding

  • Overbescherming en conflictvermijding door een van de ouders

  • Relationele conflicten tussen ouders

  • Een te hechte band tussen een ouder en de jongere met anorexia nervosa

  • Een vijandige of slechte sfeer binnen het gezin

  • Ontkenning van de eetstoornis door de ouders

  • Lijngedrag van de moeder

  • Nare gebeurtenissen

  • Seksueel misbruik

De invloed van het westerse slankheidsideaal dringt uiteraard niet alleen door via de media, maar ook in de sociale omgeving. Ongezond lijngedrag van bijvoorbeeld een ouder kan leiden tot ongezond lijngedrag van een kind. Herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht door familieleden, partners, vrienden, klasgenoten, medestudenten of collega’s kunnen aanleiding geven tot onnodig lijngedrag, dat zich weer kan ontwikkelen tot anorexia of BED/boulimia. Naarmate de persoon die de kritische opmerkingen maakt een belangrijker rol speelt in iemands leven, zal het schadelijke effect groter zijn.

5. Socio-economische oorzaken

Tenslotte worden ook wel eens de gevolgen van de globalisering aangehaald als mogelijke oorzaken voor eetstoornissen (socio-economische oorzaken). De afbouw van de sociale zekerheid, afdankingen (vrouwen eerst), looninleveringen maken dat de bestaanszekerheid van heel wat mensen op de helling staat. De feminisering van de armoede is een feit en kinderen groeien soms op in éénouder- of nieuw samengestelde gezinnen waarin het geen sinecure is om de eindjes aan mekaar te knopen. Op school worden zij dan geconfronteerd de met dure gadgets en kleren van hun klasgenootjes. Dat kan hun zelfvertrouwen een flinke deuk geven.

Daarnaast zijn ook de sociale vangnetten veel grofmaziger geworden, o.m. door de ontzuiling en de teloorgang van de Grote Verhalen. Mensen zijn veel meer op zichzelf aangewezen.

Van een risicofactor wordt gesproken als de aanwezigheid daarvan de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis vergroot en als de afwezigheid ervan de kans op de ontwikkeling van een eetstoornis verkleint. Van een algemene risicofactor wordt gesproken als deze factor significant vaker voorkomt bij mensen met een eetstoornis dan bij een gezonde controlegroep, maar ook significant vaker voorkomt bij andere psychiatrische aandoeningen en dus niet specifiek is voor eetstoornissen (Jacobi e.a., 2004). Van een specifieke risicofactor wordt gesproken als deze niet alleen significant vaker voorkomt bij patiënten met een eetstoornis ten opzichte van een gezonde controlegroep.

Omgevingsfactoren

  • het maatschappelijke slankheidsideaal

  • een subcultuur waarin slankheid belangrijk gevonden wordt (modewereld, topsport, ballet….)

  • ouders, zusters, vriendinnen die aan de lijn doen

  • negatieve ervaringen en stressvolle gebeurtenissen

  • seksueel misbruik

  • mogelijk ook overbezorgde ouders, of ouders die hoge eisen stellen

Genetische risicofactoren

  • verminderde serotonineactiviteit

  • eetstoornissen, alcoholverslaving en/of affectieve stoornissen in de familie

  • obesitas

  • vroege puberteit

  • diabetis mellitus type 1

maar geen van deze factoren is voldoende specifiek om een eetstoornis te voorspellen

Algemene psychise risicofactoren

  • laag zelfvertrouwen, negatieve zelfbeleving en gevoelens van ineffectiviteit

  • perfectionisme en prestatiegerichtheid

  • faalangst en afhankelijkheid van de goedkeuring van anderen

  • impulsiviteit en angstigheid

  • obsessief-compulsief gedrag

  • emotionele geremdheid, verlegenheid en subassertiviteit

  • grote bezorgdheid voor ouders, broer of zus

  • negatieve gevoelens & depressiviteit

de meeste psychische factoren komen ook voor bij ander psychische problemen. Alleen de volgende specifieke factoren kunnen gezien worden als hoge risicofactoren voor de ontwikkeling van een eetstoornis

Specifieke psychische risicofactoren

  • negatieve lichaamsbeleving

  • de wens om slank te zijn

  • de angst om dik te worden

  • extreem lijngedrag

  • extreem veel bewegen en sporten

  • extreem dwangmatig gezond eten (vegetarisme, orthorexia)

deze specifieke psychische factoren vormen niet alleen risicofactoren voor een eetstoornis, maar zijn tevens kenmerken van een eetstoornis

Bianca had anorexia

sad_girl

Ik walgde van mijn ‘dikke’ lichaam’

Elke dag dunner willen zijn, stiekem overgeven en bijna niet meer eten, dat is anorexia. Bianca (18) weet daar alles van: zij zat er twee keer voor in een kliniek. Deze eetstoornis is geen aanstellerij, maar een heftige ziekte. Bianca vertelt je haar verhaal.

Bianca: ‘Dat ik anorexia kreeg komt door meerdere dingen, denk ik. Op de basisschool was ik mollig. Ik had daar last van, ik werd, ik werd bijvoorbeeld nooit gekozen met gym en voelde me een buitenbeentje. Mijn vader overleed toen ik negen was, en in die tijd loog ik voor het eerst over wat ik at. Op de middelbare school, op het gymnasium, begon ik met lijnen. Ik ging ook overmatig bewegen, want daar val je van af. Overdag op school at ik uiteindelijk helemaal niet meer.

Ik wilde er alles aan doen om te voorkomen dat ik weer buiten de groep zou vallen. Ik wilde aardig gevonden worden en dacht dat te bereiken door dun te zijn. Achteraf bleek dat ik mijn lichaam, niet reëel kon zien. Dat komt onder andere door ondergewicht, daardoor gaan je hersenen minder goed functioneren.

Afvallen gaf mijn een goed gevoel, en ik wilde doorgaan tot ik xx kilo woog. Maar ik kon niet meer stoppen, en een jaar later werd ik voor het eerst opgenomen in een kliniek voor anorexia nervosa patiënten. Ik woog minder dan xx kilo, maar voelde me nog de dikste van de klas! Ook dacht ik dat je bijzonder moest zijn om aardig gevonden te worden. En ik vond mezelf saai, niet de moeite waard om vriendinnen mee te worden. Als ik niet zou eten, zou ik wel bijzonder zijn.’

Presteren
‘Ook haalde ik altijd hoge cijfers. Omdat iedereen dat van mij gewend was, werd de druk om te presteren voor mij te groot. Ik kon (en wilde) niet meer uren leren. Daarom was het bijna een opluchting toen ik door mijn anorexia te ziek werd om naar school te gaan. Bij alles wat ik niet meer hoefde of kon, gleed er een last van mijn schouders, was er weer een verantwoordelijkheid minder.

Dat ik door mijn ziekte ook niets leuks meer kon doen, zag ik op dat moment niet. Dat heet ‘emotieafvlakking’. Door je ondergewicht verdwijnen je emoties. Gevoelens van blijdschap en geluk, maar ook verdriet en woede voel je bijna niet meer. Allerlei nare dingen, zoals het overlijden van mijn vader, deden veel minder pijn. En ik was natuurlijk de hele dag bezig met (niet willen) eten, bewegen en calorieën tellen. Daardoor had ik ook geen tijd om aan andere dingen te denken. Het enige wat je voelt zijn paniek en angst, dat kan heel heftig zijn. Maar anorexia gaf mij een gevoel van geborgenheid.

De ziekte zou mij nooit in de steek laten. Ondertussen zonderde ik me compleet af, en raakte ik alles en iedereen kwijt.’

Altijd moe
‘Ik hoopte door anorexia ook grip te krijgen op mijn leven. Ik wilde controle hebben, en dat had ik, voor mijn gevoel, door streng te zijn voor mezelf, mijn eten en mijn gewicht.

Nu nog steeds, als er iets onverwachts gebeurt, speelt de ziekte op. Inmiddels ben ik wel zover dat ik bijna niet meer aan die verleiding toegeef. Ik weet nu wat anorexia allemaal met je doet, lichamelijk en geestelijk. Door ondergewicht krijg je last van allerlei nare dingen zoals donsbeharing, een lage bloeddruk en je bent altijd moe. Je kunt moeilijk naar de wc, hebt rug- en buikpijn, en je hebt het altijd koud. Ook werd het vaak ‘zwart’ voor mijn ogen, ik sliep slecht en werd niet meer ongesteld. Ik had last van haaruitval, en pijn bij het zitten of liggen doordat al mijn botten uitstaken. Ik durfde niet naar buiten, en had concentratieproblemen.’

Calorieën tellen
‘Ook moest ik van mezelf extreem veel bewegen, elke dag meer dan de vorige dag. Ik at zo min mogelijk, maar voelde me constant dik. Ik woog mezelf minstens acht keer per dag. Als ik niet was afgevallen, voelde ik me slecht.

Calorieën tellen was een dagtaak. Ik wilde er elke dag weer minder binnenkrijgen tot ik bijna niks meer durfde te eten. Drinken deed ik wel, te veel zelfs. Ik dronk wel vijf liter thee op een dag. Daarnaast had ik allerlei dwangmatige handelingen. Mijn eten moest altijd op dezelfde manier op mijn bord gerangschikt zijn. Ik moest stipt op tijd eten. Ik at yoghurt en soep met een rietje en bepaald eten verbood ik mezelf compleet. Ik was dus overal extreem perfectionistisch in.’

Huilen
‘In de derde klas van de middelbare school realiseerde ik me dat ik anorexia had. Maar ik zei het tegen niemand. Tot iemand aan mij vroeg: ‘Bianca, heb jij een eetstoornis?’. Dat was nogal confronterend. Een maand later heb ik voorzichtig aan mijn moeder gevraagd wat zij wist over anorexia, en toen kwam het hoge woord er uit. Ik moest enorm huilen, en daarna hebben we samen een telefonische hulpdienst op het gebied van eetstoornissen gebeld. Zo kon ik mijn verhaal kwijt.’

Minder dan xx kilo
‘De volgende dag zijn mijn moeder en ik naar de huisarts gegaan. Die verwees ons door naar het ziekenhuis en daar werd ik opgenomen. Mijn gewicht lag toen onder de xx kilo. Ik wil niet exact zeggen hoeveel ik woog, want als je anorexia hebt en je hoort of leest dat iemand een lager gewicht heeft, is dat een motivatie om zelf nog meer af te vallen.

Deze eerste opname heb ik zelf beëindigd. Dit omdat ze, zoals veel klinieken, het ‘fasemodel’ hadden. Dat houdt in dat je per week een bepaalde hoeveelheid aan moet komen om je ‘streefgewicht’ te bereiken. Een gezond en normaal gewicht dus. Anders kom je in de ‘reservefase’. Dan worden je vrijheden ingeperkt en mag je in het weekend niet naar huis. Je wordt alleen ‘beloond’ als je voldoende aankomt. Daarnaast hadden ze de insteek: eerst aankomen, daarna therapie en werken aan jezelf. Voor mij voelde dit als de omgekeerde wereld. Ik moest eerst aan mezelf werken, voordat ik kon beginnen met aankomen.’

Walging
‘Thuis ging ik wel door met ‘verstand-op-nul-en-aankomen’, omdat ik ook niet wist hoe het anders verder moest. Maar ik walgde van mijn ‘gezonde’ en ‘dikke’ lichaam. Ik voelde me net zo ongelukkig en had nog steeds net zoveel moeite met eten. Alleen zag niemand meer aan de buitenkant dat ik van binnen nog steeds in de knoop zat.

Voor mij was dit de aanleiding om weer af te gaan vallen. Daarna ben ik opnieuw opgenomen met ondergewicht, in dezelfde kliniek. Maar ik werd na zes weken naar huis gestuurd. Ze zeiden dat zij niets met me konden, als ik niet wilde eten en aankomen. Ik woog bij mijn ontslag minder dan bij mijn opname en ik had van anderen met anorexia nervosa in de kliniek allerlei nieuwe ‘slechte’ gewoonten geleerd. Ik zag het niet meer zitten en kon niet stoppen met afvallen. Mijn situatie werd een paar keer kritiek, ik moest bijna aan de sondevoeding.

Gelukkig ontdekte mijn moeder toen een andere behandelmethode, die van Human Concern, en we maakten een afspraak. En wat bleek; ik voelde me daar op m’n gemak. Dat kwam doordat mijn therapeute zelf een eetstoornis heeft gehad. Ook bepaal ik zelf het tempo van aankomen en ik heb maar een keer per week een gesprek waardoor ik in mijn vertrouwde omgeving kan blijven.’

Op de goede weg
‘Het gaat nu steeds beter met me, al heb ik nog mijn ups en downs. Mijn eetpatroon is redelijk normaal, ik ga weer halve dagen naar school en kom inmiddels (uit vrije wil!) zelfs wat aan.

Ik leer de anorexia nu los te laten, maar het is best moeilijk. Een voorbeeld van een ‘down’ was mijn eerste schoolweek. Ik had ineens andere etenstijden, moest eten in het bijzijn van anderen en was bang om niet genoeg te kunnen bewegen. Maar nu ben ik al wel een beetje gewend. Mijn zelfbeeld verbetert ook. Al geef ik mezelf nog regelmatig de schuld van dingen waar ik niets aan kan doen, en denk ik dat ik dingen niet kan omdat ik mezelf daar te dom voor vind.

Mijn lichaamsbeeld is gelukkig iets reëler, maar nog steeds niet helemaal goed. Als ik onzeker ben, voel ik me nog steeds dikker dan de rest. Wel stel ik minder hoge eisen aan mezelf. En ik begin in te zien dat ik, net als andere mensen, ook positieve punten heb. Ik ben dun op de goede weg.’

Steun
‘Ik weet niet of ik ooit helemaal van anorexia afkom. Maar de therapie die ik nu volg heeft bewezen dat je helemaal kan ‘genezen’. Mijn therapeute zelf is daar een levend voorbeeld van. Dus waarom zou ik dat niet kunnen?

Aan het eind van dit schooljaar hoop ik mijn gymnasiumdiploma op zak te hebben, want ik wil gaan studeren. Ik twijfel nog tussen tandheelkunde en geneeskunde. Maar het motiveert me enorm om beter te worden. Als laatste wil ik nog kwijt dat je ouders echt een heel belangrijke rol spelen. Ze kunnen een ongelooflijke steun zijn. Dat geldt ook voor mijn moeder, zij heeft me ontzettend geholpen.’

bron: Girlz, 21 oktober 2004

Een goede voeding levert dagelijks de noodzakelijke voedingstoffen.

Zoals eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen en water.

Variatie is daarbij belangrijk, omdat niet één voedingsmiddel alle voedingstoffen bevat. Verder is het belangrijk te letten op de juiste verhouding en hoeveelheden.

2008_voedselpiramide.jpg

De

voedselpiramide geeft goed aan in welke verhouding je de diverse producten dagelijks moet eten:

* eet gevarieerd

* zorg ervoor dat je elke dag voldoende drinkt

* brood, rijst, pasta en peulvruchten vormen de dagelijkse koolhydraat en vezel basis

* groenten en fruit zijn onmisbaar om voldoende vitamines en vezels binnen te krijgen

* vleeswaren, vis, eieren en melkproducten zijn eiwitrijk en dagelijks nodig als bouwstoffen voor je lijf

* vetten heb je elke dag in beperkte mate nodig om bijvoorbeeld vitaminen op te kunnen nemen in de darmen

Hoeveel?

De aanbevolen hoeveelheden geven aan hoeveel iemand gemiddeld per dag nodig heeft om voldoende eiwitten, vitamines en mineralen binnen te krijgen. Per leeftijdsgroep gelden de kleinste hoeveelheden voor de vrouwen en de grootste voor de mannen. Bij alle genoemde hoeveelheden gaat het om het gewicht van producten zoals ze worden gegeten.

Basisvoeding: Gemiddeld aanbevolen hoeveelheden per dag

Kinderen en jongeren

1-3 jaar 4-8 jaar 9-13 jaar 14-18 jaar
Groente 50-100g

1-2 opschep- lepels

100-150 g

2-3 opschep-lepels

150-200 g

3-4 opschep-lepels

200 g

4 opschep-lepels

Fruit 150 g

1 ½ stuk

150 g

1 ½ stuks

200 g

2 stuks

200 g

2 stuks

Brood 70-105 g

2-3 sneetjes

105-140 g

3-4 sneetjes

140-175 g

4-5 sneetjes

210-245 g

6-7 sneetjes

Aardappelen, rijst,

pasta, peulvruchten

50-100 g

1-2 aardap-pelen/op-scheplepels

100-150 g

2-3 aardap-

pelen/op-

scheplepels

150-200 g

3-4 aardap-

pelen/op-scheplepels

200-250 g

4-5 aardap-

pelen/op-

scheplepels

Melk(producten) 300 ml 400 ml 600 ml 600 ml
Kaas ½ plak

(10 g)

½ plak (10g) 1 plak

(20 g)

1 plak

(20 g)

Vlees(waren), vis,kip, eieren, vleesvervangers 60 g 60 – 80 g 80 – 100 g 100 – 125 g
Halvarine 10-15 g

5 g/sneetje

15-20 g

5 g/sneetje

20-25 g

5 g/sneetje

30-35 g

5 g/sneetje

Bak-, braad- en frituurproducten, olie 15 g

1 eetlepel

15 g

1 eetlepel

15 g

1 eetlepel

15 g

1 eetlepel

Dranken (inclusief melk) ¾ liter 1 liter 1-1 ½ liter 1-1 ½ liter

© Voedingscentrum – eerlijk over eten

Volwassenen

19-50 jaar 51-70 jaar 70 jaar e.o
Groente 200 g

4 opschep-lepels

200 g

4 opschep-lepels

150 g

3 opschep-lepels

Fruit 200 g

2 stuks

200 g

2 stuks

200 g

2 stuks

Brood 210-245 g

6-7 sneetjes

175-210 g

5-6 sneetjes

140-175 g

4-5 sneetjes

Aardappelen, rijst, pasta, peulvruchten 200-250 g

4-5 aardap-

pelen/op-

scheplepels

150-200 g

3-4 aardap-

pelen/op-

scheplepels

100-200 g

2-4 aardap-

pelen/op-scheplepels

Melk(producten) 450 ml 500 ml 650 ml
Kaas 1 ½ plak

(30 g)

1 ½ plak

(30 g)

1 plak

(20)

Vlees(waren), vis*, kip, eieren, vleesvervangers 100 – 125 g 100 – 125 g 100 – 125 g
Halvarine 30-35 g

5 g/sneetje

25-30 g

5 g/sneetje

20-25 g

5 g/sneetje

Bak-, braad- en frituurproducten, olie 15 g

1 eetlepel

15 g

1 eetlepel

15 g

1 eetlepel

Dranken (inclusief melk) 1 ½ -2 liter 1 ½ -2 liter 1 ½ -2 liter

© Voedingscentrum – eerlijk over eten

* Eet twee keer per week vis, waarvan ten minste één keer vette vis Voor meer tips over voeding en recepten zie het Voedingscentrum. Het voedingscentrum heeft ook informatie voor als je vegetarisch/veganistisch wilt eten en als je een voedingsallergie hebt. Kortom alles over voeding.

http://www.obesitasvereniging.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=50&Itemid=70

charlotterobinson

06/11/’08

Een 18-jarig Brits meisje is in augustus overleden aan de gevolgen van anorexia na het slikken van antidepressiva. De hoorzitting over de zaak veroorzaakte heel wat ophef in het Verenigd Koninkrijk. Op haar vijftiende ontwikkelde Charlotte Robinson een obsessieve stoornis met een controledrang tot gevolg. Als remedie daartegen kreeg ze het antidepressivum sertraline (of Lustral) toegediend. Een van de bijwerkingen van dit geneesmiddel is een gebrek aan eetlust.

36 kilo

In mei vorig jaar werd bij Charlotte anorexia vastgesteld. Ze leed aan een ‘morbide angst’ voor voedsel en een obsessie voor lichaamsbeweging. Na vijf maanden woog het meisje nog amper 36 kilo. Het 18-jarige meisje wilde haar ziekte echter overwinnen en startte een behandeling. Enige tijd later kreeg ze te maken met een longontsteking en overleed. Op de hoorzitting vertelde de lijkschouwer dat de behandeling van Charlotte te traag op gang was gekomen. Toen de behandeling startte, verkeerde het meisje al in een kritieke toestand.  Ook producent Pfizer, die sertraline maakt, was aanwezig. “Ik ben mij niet bewust van enige relatie met anorexia”, aldus de woordvoerder.

An 18-year-old woman who was preparing to study at Cambridge University died from anorexia three years after being prescribed a drug that can reduce appetite, an inquest heard.

By John Bingham

Charlotte Robinson, a popular student who volunteered for her local Conservative MP in her spare time, died of pneumonia linked to her anorexia in August last year after starving herself to just 6st 2lb.

Had she lived a few more days she would have learnt that she had gained the four A grades she needed to take up her place at Cambridge.

The teenager, from Worstead, Norfolk, had been prescribed sertraline, a popular anti-depressant also known as Lustral, three years beforehand after being diagnosed with obsessive compulsive disorder.

Taken by tens of millions of patients around the world in various forms it can cause a loss of appetite in some cases.

Dr Durga Harsh, a consultant psychologist who treated Miss Robinson, told the inquest in Norwich that it would be “speculation” to link the drug with Charlotte’s death

But he said: “One of the side effects is the reduction of appetite.”

The inquest heard that Charlotte took the drug it over an intermittent period leading up to her death.

She was diagnosed with anorexia in April 2007 after her weight dropped from 9st 1lb to 7st 1lb in the space of about four months.

When advised to increase her food intake she began “over-exercising” to compensate, mental health nurse Amanda Frost told the hearing.

When her weight dropped below the level at which it was recommended that she go into hospital she initially resisted the move because she was keen not to “disrupt” her studies.

“I remember when we took Charlotte to the hospital, her dad had to pick her up and carry her up the stairs,” her mother Pauline recalled in an article for the anorexia charity Beat.

“My beautiful daughter was too weak to climb them herself. Inside, Charlotte was still strong.”

http://www.telegraph.co.uk/health/3380410/Student-died-from-anorexia-after-taking-appetite-reducing-depression-drug.html

This week, her mother has written an article on the family’s experience for Beating Eating Disorders, a Norwich based charity.

It was the middle of August, and we were waiting for Charlotte’s A-level results – me, Charlotte’s dad and her little brother, William. Then the phone rang. It was her school. My heart was leaping as I answered it. Charlotte had been awarded four A grades – the results she had hoped for. On that day, I felt so proud that I was – and always will be – Charlotte’s Mum.

Charlotte was always a bright, determined and caring girl. She did excellently in school, and was active in organisations such as Young Farmers and Conservative Future. Her ambition was to attend Cambridge University. At weekends, Charlotte completed Duke of Edinburgh awards and even tried her hand at helicopter piloting. Whenever Charlotte had a spare minute, she always filled it with something exciting.

Throughout her second year of sixth form, Charlotte battled with a severe eating disorder. Suddenly, we watched our outgoing, strong-willed daughter taken over by this terrible disease.The illness took a hold of her.

She began over-exercising dangerously. We even got a worried phonecall from her gym. She started starving herself too. Sometimes she would go days without food. We tried our best to help Charlotte. We were always there for her, to listen to her and reassure her. But it wasn’t easy. The illness was determined to take our daughter from us. We never gave up.

I remember when we took Charlotte to the hospital, her dad had to pick her up and carry her up the stairs. My beautiful daughter was too weak to climb them herself. Inside, Charlotte was still strong. One day, as I sat next to her in the hospital, she promised me she would get better. Charlotte had gone so far in her life – and she refused to let an eating disorder stop her. But it did. On the 8th August, Charlotte died. Her eating disorder had severely weakened her immune system.

In the end, it was an unexpected bout of pneumonia which took her from us. Charlotte died with dignity. She spent her last moments together with her family – me, her dad and William. As she lay there, we comforted her and held her hand. Eventually, we had to let it go.

http://www.hbvl.be/nieuws/buitenland/britse-tiener-sterft-aan-anorexia-na-slikken-antidepressiva.aspx

http://iaindale.blogspot.com/2008/10/remembering-charlotte-robinson.html

Inedia

Inedia is het zogenaamde menselijk vermogen om zonder voedsel te leven. Er zijn nooit bewijzen gevonden dat dit inderdaad kan. Wel zijn er juist sterfgevallen bekend van mensen die zich van voedsel en drank onthielden.

Een verwant idee is “breatharianism” (“breath” is Engels voor “adem”): aanhangers daarvan beweren dat voedsel, en misschien zelfs water, niet nodig zijn om het lichaam te onderhouden; men zou zich uitsluitend kunnen voeden met prana (de levenskracht uit het hindoeïsme), terwijl sommigen ook beweren dat het zonlicht voldoende is.

De termen “breatharianism” en “inedia” kunnen ook verwijzen naar een leefwijze die op deze filosofie is gebaseerd, en in de plaats komt van het normale dieet.

Hoewel deze leefwijze dikwijls wordt beschouwd als een esoterische praktijk, nageleefd door oosterse asceten, presenteren bepaalde groepen, zoals de Breatharian Institute of America, de praktijk als mogelijkheid voor iedereen, mits de juiste technieken bekend zijn. Maar dit idee wordt door veel meer mensen juist afgewezen.

Afwijzing

Op grond van de huidige wetenschappelijke theorieën omtrent de voeding, en op grond van het gezond verstand, moet worden benadrukt dat iemand die deze leefwijze volgt, op den duur zal sterven door ondervoeding of uitdroging. Breatharians, zoals de aanhangers zich noemen, onderwerpen zich zelden aan medisch onderzoek; er bestaat geen bewijs dat hun beweringen gegrond zijn.

De Amerikaan James Randi, die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om theorieën uit de pseudo-wetenschap te ontzenuwen, zegt over het breatharianisme:

Er zijn beweringen die veel te onaannemelijk zijn om serieus te worden onderzocht, zoals de breathariaanse beweringen waarbij de kandidaat stelt dat hij zonder voedsel en water kan leven. De wetenschap reikt ons onomstotelijk alle gegevens aan die we voor zulke zaken nodig hebben; de James Randi Educational Foundation [de stichting van Randi] acht zich niet geroepen kandidaten aan zulke waanideeën bloot te stellen. [1]

Jasmuheen

In de jaren negentig van de vorige eeuw was de beroemdste voorvechtster van het breatharianisme waarschijnlijk Jasmuheen (werkelijke naam: Ellen Greve) [2]. Zij beweerde:

Ik kan maandenlang leven op niets anders dan een kop thee. Mijn lichaam draait op een ander soort voeding. [3]

Diverse interviewers constateerden dat zij volop voedsel in huis had, maar dat, beweerde zij, was voor haar man. In 1999 stemde zij erin toe om onder strenge controle van het Australische programma 60 Minutes haar methode te demonstreren en een week lang niet te eten [4]. Dit mislukte—naar Greve beweerde doordat zij de eerste dag van het onderzoek in een hotelkamer aan een drukke weg verbleef; stress en milieuverontreiniging, zei zij, beletten haar de benodigde voedingsstoffen uit de lucht op te nemen. “Ik heb om frisse lucht gevraagd. Zeventig procent van mijn voedingsstoffen komt uit frisse lucht. Ik kon niet eens ademhalen”, zei zij.

Op de derde dag werd de test verlegd naar een bergachtig gebied, waar zij volop frisse lucht kon opnemen en tevreden kon leven. Toen Greve vier dagen had gevast, deed de voorzitter van de afdeling Queensland van het Australisch Medisch Genootschap, Dr Berris Wink, een beroep op haar om het onderzoek oaf te breken. Volgens de arts waren Greves pupillen verwijd, sprak zij langzaam en was zij “sterk uitgedroogd, waarschijnlijk meer dan 10%, bijna 11%”. Haar hartslag, zo zei hij, was

aan het eind van de test ongeveer tweemaal zo snel als toen ze begon. Als ze doorgaat, loopt ze het risico dat haar nieren uitvallen. 60 Minutes zou aansprakelijk zijn als het haar ertoe aanzette door te gaan. Ze moet nu ophouden.

Het onderzoek werd stopgezet. Dr Wink:

Helaas zouden een paar mensen haar beweringen kunnen geloven, al zijn dat er vast maar weinig; toch vind ik het erg onverantwoordelijk dat iemand probeert mensen tot iets te bewegen dat zo schadelijk is voor de gezondheid. [5]

Greve bestreed de uitkomsten van het onderzoek met de woorden “Hoor eens, zesduizend mensen over de hele wereld hebben dit gedaan; zonder problemen” [6] Ook al heeft zij duizenden volgelingen [7], vooral in Duitsland [8], toch bestaat er geen bewijs dat ook maar één hunner langere tijd geheel zonder voedsel heeft geleefd.

De Australian Skeptics verleenden Jasmuheen in 2000 de Bent Spoon Award (een prijs voor charlatans) “voor degene die de belachelijkste paranormale of pseudowetenschappelijke onzin heeft uitgekraamd” [9] Tevens won ze in 2000 de IgNobel Prijs voor de Literatuur vanwege haar prestatie om “van het Licht te Leven”. Zelf beweert Jasmuheen dat het geloof van haar en de haren is gebaseerd op de geschriften en “recenter materiaal, langs mediamieke weg verkregen”, van de Graaf van St. Germain [10]. Zij beweert dat haar DNA zich van twee naar twaalf ketens heeft uitgebreid, teneinde “meer zuurstof op te nemen”. Toen ze $30.000 kreeg aangeboden als ze om dit te bewijzen een bloedtest wilde ondergaan, zei ze dat ze het belang daarvan niet inzag [11].

Sterfgevallen

Drie sterfgevallen hebben volop de publiciteit gehaald. Door het overlijden van Verity Linn (een 49-jarige Schotse van Australische afkomst), Timo Degen (een 31-jarige kleuteronderwijzer uit München) en Lani Marcia Roslyn Morris (53 jaar, uit Melbourne), die probeerden het breathariaanse “dieet” te gaan volgen, is het idee nog meer onder vuur komen te liggen [12]. De 63-jarige Jim Vadim Pesnak en zijn vrouw Eugenia (60) kregen drie jaar cel vanwege hun betrokkenheid bij de dood van Lani Morris. Verity Linn, de Schotse die stierf door te kiezen voor het breathariaanse “dieet”, was kandidaat voor de Darwinprijs 1999. Het artikel meldt dat zij “de Highlands introk met alleen maar een tent, en met haar kranigheid en vastberadenheid”. Zij stierf aan onderkoeling en uitdroging, en haar toestand was nog verergerd door voedselgebrek. Jasmuheen beweerde dat dit sterfgeval was veroorzaakt door een geestelijk-psychisch probleem en geen fysiologische oorzaak had.

Jasmuheen ontkende iedere betrokkenheid bij de drie sterfgevallen, en stelt dat zij niet verantwoordelijk is voor de handelwijze van haar volgelingen. Over de dood van Lani Morris zei zij dat Morris misschien “niet op een basis van integriteit leefde en niet over de juiste motivatie beschikte” [13].

Wiley Brooks

Wiley Brooks is naar eigen zeggen breathariaan, en is oprichter van het Breatharian Institute of America. Hij beweert al dertig jaar breathariaan te zijn, en heeft twintig jaar cursussen gegeven over de leefwijze. De laatste jaren geeft hij geen les meer, hetgeen hem de gelegenheid geeft “honderd procent van zijn tijd aan de vraag te besteden waarom hij een bepaald soort voeding nodig had om zijn fysieke lichaam in leven te houden; en teneinde zijn ‘lichte lichaam’ zich geheel te laten manifesteren” [14]

Hieraan waren door de jaren heen vele controversen voorafgegaan. In 1983 werd hij betrapt toen hij uit hij een restaurant kwam, waar hij fast food had ingeslagen [15]. Het blad Colors tekende uit zijn mond op dat hij het vasten van tijd tot tijd onderbreekt met een Big Mac en een cola. Hij verklaarde dat overal om hem heen de wegwerpcultuur en het slechte voedsel domineerden, en dat het gebruiken van fast food hem in evenwicht hield [16].

Hira Ratan Manek

Hira Ratan Manek (geboren op 12 september 1937) beweert dat hij vanaf 18 juni 1995 uitsluitend leeft op water, en soms op thee, koffie en karnemelk. Hij zegt dat het licht van de zon de sleutel vormt tot zijn gezondheid. Daarbij noemt hij als inspiratiebronnen de jainist Tirthankara Mahavira, de oude Egyptenaren, de oude Grieken, en de Indianen.

Volgens zijn website [17] hebben wetenschappelijke en medische teams tot driemaal toe toezicht gehouden toen hij een langdurige vastenperiode hield. De eerste, in 1995-96 in het Indiase Kozhikode en onder leiding van Dr C.K. Ramachandran, duurde 211 dagen. De tweede, in 2000-01 in het Indiase Ahmedabad duurde 411 dagen en stond onder supervisie van een eenentwintigkoppig team van artsen en wetenschappers onder Dr Sudhir Shah en de waarnemend voorzitter van de Indiase Maatschappij voor Geneeskunde, Dr K.K. Shah. Dr Sudir Shah kreeg van een groep met de naam Light Network een prijs voor zijn onderzoeksverslag [18]. Het derde onderzoek duurde 130 dagen; het vond plaats aan de Thomas Jefferson Universiteit en de Universiteit van Pennsylvania in Philadelphia, en stond onder leiding van Dr Andrew Newberg and Dr George Brenard.

Prahlad Jani

De fakir Prahlad Jani werd in 2003 in Ahmedabad tien dagen lang nauwgezet door artsen geobserveerd. Tijdens deze observatie kreeg hij dagelijks slechts 100 milliliter water om zijn mond te spoelen; dit werd vervolgens weer opgevangen en gemeten, om uit te sluiten dat hij er iets van had geconsumeerd. Tijdens de gehele observatieperiode scheidde hij geen urine of ontlasting uit, maar volgens de artsen leek er zich in zijn blaas wel urine te vormen, die weer werd geabsorbeerd. Jani mocht dan wel beweren dat hij decennialang zonder voedsel had geleefd, maar hij verrichte tijdens de observatieperiode geen inspannende lichamelijke arbeid, en er is niets bekend van langere perioden onder gelijksoortig strenge observatie. Voorts vertoonde zijn lichaamsgewicht in de loop van de tien dagen wel degelijk een lichte daling, hetgeen enige twijfel doet rijzen aan zijn bewering dat hij onbepaalde tijd zonder voedsel zou kunnen leven. Opgemerkt dient echter te worden dat het op zichzelf al uitzonderlijk is als iemand tien dagen lang niets drinkt en geen urine uitscheidt. Jani beweert dat een godin hem in stand houdt door middel van nectar, die naar binnen siepelt door een opening in zijn verhemelte [19]. De sceptische groep de Indian Rationalists noemt hem een “dorpsbedrieger” [20].

Yan Xin

De Chinees Dr Yan Xin, beoefenaar van Chi Kung en andere esoterische praktijken, beweert mét enkele volgelingen dat zij maanden, zelfs jaren hebben geleefd zonder te eten. Hiervan bestaat echter geen enkel bewijs.

Religieuze inedia-tradities

Rooms-katholicisme

Ook het rooms-katholicisme kent een inedia-traditie. Naar wordt beweerd, konden heiligen maanden- of jarenlang leven zonder voedsel, of met de Communie als enige voeding, in een extreem geval zelfs 53 jaar lang [21]. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw trok in Italië Alfonsina Cottini veel toeristen, doordat ze niet zou eten. Uiteindelijk bleek dat zij ’s nachts voedsel tot zich nam en haar behoeften deed. Toeristen waren dan natuurlijk niet aanwezig [22].

Hindoeïsme

Paramahansa Yogananda’s Autobiografie van een yogi beschrijft twee voorbeelden (die waargebeurd zouden zijn) van breatharianisme: Giri Bala en de niet-hindoeïstische Therese Neumann.

Boeddhisme

In 2005 kwam de 15-jarige Nepalees Ram Bahadur Bomjon in het nieuws. Onder de aangenomen naam Paldhan Dorji zat hij maandenlang onder een vijgenboom zonder voedsel tot zich te nemen. Probleem was alleen, zoals een journalist ontdekte, dat er ’s nachts een scherm voor deze “boeddha-incarnatie” werd geplaatst; wat zich dan daarachter afspeelde, viel niet te controleren. Op 11 maart 2006 verdween Bahadur zonder een spoor achter te laten [23], maar op 24 december 2006 werd hij, volgens persberichten, wederom gesignaleerd.

Andere verklaringen

Bestrijders van pseudowetenschap verklaren dit verschijnsel wel als simpel boerenbedrog, maar ook als een variant op het slaapwandelen. Wandelen is de meest voorkomende activiteit tijdens de slaap, maar ook is bekend dat activiteiten zoals eten, zich aankleden of zelfs autorijden plaatsvinden terwijl het subject, technisch gezien, slaapt. Het is heel goed mogelijk dat mensen in hun slaap gegeten en gedronken hebben, maar dit slechts ontkennen omdat zij het zich later niet herinneren.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Inedia

A fascination with being thin is a defining part of this rapidly fattening age and nothing exemplifies it better than the recent tumult in fashion and the media over the size zero physique. A size zero is officially 31½-23-34 — little-boy statistics that can be applied to some of the biggest red carpet names of the day. But the term doesn’t bring to mind vital statistics; it has come to represent a state of slenderness and richness that to most normal eyes looks like skin, bone, expensive hair and lovely clothes.

Personally I don’t care too much about the debate in fashion. Models have always been thin and while some have issues, generally the model’s body is an extraordinary one: they are a gangly slender breed unto themselves. More fascinating — and alarming — are the lengths other women will go to physically and mentally to keep themselves well under their natural body weight; and the extent to which most of them think their natural weight is essentially fat.

I am never quite satisfied with my body, but aside from largely healthy eating and regular exercise I can’t be bothered to do much more about it. However, when I was challenged to make a documentary about what it takes to attain the distinctive anticurves of the size zero, I said yes.

These are the lowlights of my descent into starvation.

Week one

Am nicely fit, but a wee bit porky (just over 10 stone) after two weeks enjoying death by cheese and ham skiing in France over Christmas. I face the new year with the understanding that the next few weeks are going to be miserable. I will follow a lifestyle that, for example, an actress or singer might adopt were they getting ready for a red carpet event or a video shoot.

First up, the tried and tested master cleanse diet, a concoction of lemons, cayenne pepper, maple syrup and spring water, used most famously recently by Beyoncé to lose 20lb in 14 days.

Buy all the stuff and go home to make up fiery, sweet, sour filth that will be my sole nourishment. Within two days I know I cannot live on this stuff while working. Am agitated, bored — so bored — and have a feeble attention span. My legs might still look sturdy, but they struggle to climb stairs and my head is light as a feather. At times I woozily weave rather than walk.

Leaving the steam room one evening after an ultra-short session at the gym (must keep my metabolism up so that I continue to burn calories at a normal rate and not at a slow starvation rate), I pass out and fall against the wall. A woman props me up. “Sorry, I’m not eating much,” I say in a dizzy haze. She looks daggers: “Well stay out of the gym then, you are a danger to more than yourself.”

I get home and try hard to focus on my ambition to have an x-ray-like body. I try to enjoy the sensation of hunger, something I have heard women in the public eye say and have also read on anorexia forums on the internet. Enjoying hunger is not nourishing for me, and I eat 10 raisins, 10 nuts and a tablespoon of maple syrup feeling weak-willed and guilty. I am going generally nuts.

Appropriately I start eating about 500 calories of nuts a day because my job is impossible to do on the lemonade alone. My attention span improves — a bit. The master cleanse book recommends doing the diet for a minimum of 10 days and a maximum of 40, a state of affairs I find unimaginable.

Already I enjoy the feeling of emptiness in my body and every morning I encourage more emptiness by drinking two pints of salty water to cleanse my bowel. The effect is explosive. Obviously this isn’t healthy. I am also smoking a lot more.

So apart from making friends with all the people in the smoking room at work my social life has taken a nose-dive. I turn up to dinners after everyone has eaten; drink water, smoke, and go home exhausted by midnight. Call this life? However, a surprising number of women, when I tell them why I am not eating, say they have done the diet too and a strange sort of kinship over suffering is shared. Crazily it seems I am not alone.

Week two

Haven’t seen my mum or granny for months. Mum asks me when I am coming down. I tell her I won’t be coming home until this is over. Life in Devon revolves around physical exertions and big noisy wine-fuelled meals finished off with sticky nursery puddings. On this diet my happiest place is tucked up in bed alone, stomach grinding with hunger, wrapped round a hot water bottle (I am always cold) with some prescription-strength sleeping pills.

I have to fly to Miami to interview a Hollywood skinny. I cannot take fluids on the plane, so no lemonade. I survive the 12-hour flight on a small bag of nuts and some orange juice.

On arrival I go direct to the hotel to do the interview. I am now beside myself with hunger — I feel like I am floating — and am chain-smoking to try and get my wits together. While I wait for the actress at the hotel I eat some ham and raw vegetables. I try to talk to the Hollywood skinny about weight issues; she goes off the wall. Touchy!

After the interview I go for dinner and am so debilitated that I eat a small tuna tartare and have two glasses of wine. Then I crack — that’s the wine — and order some coconut cake. After a few mouthfuls I become hyper, like a kid after too many sweeties, rambling excitedly about how sugar acts on the same neural pathways as cocaine. Everyone stares — I am on a sugar high. My cheeks are flushed and my speech is speedy. I feel happy.

The next day I get up and run for an hour and feel really fat. The truth is, the more weight I lose, the fatter I feel and the more I want to lose weight. I lie in bed in the mornings feeling my hipbones and wanting to feel them more. I want them to jut out.

When an old friend asks me how I am getting on I grumble about how stupid it all is and say how sorry I feel for women who live out their lives in this state of privation. She’s cynical. “I think you’re enjoying this,” she says, knowing me better than myself at times. I secretly agree with her.

Week three

My boobs and arse are flat as pancakes, though the former specifically look awful. During the diet a male friend grabbed my bum and said “Yuck” because it was so lifelessly flat. When I get back to the UK I have to go for my weekly weigh-in and check-up with Dr Le Roux, the metabolic physician at Imperial College London who is managing my health. The weekend in Miami has screwed up my extreme diet.

The thought that I may have put on weight is stressing me out. Obsessive dieters need routine, or a personal chef with them at all times. I feel bloated and guilty. My mind is warped and I have arrived at planet thin where all that really matters — forget art, literature, intelligence, love, family, career — is getting thinner. I am food phobic and can’t stop thinking about sex. A girl needs some kind of sensory pleasure in life, and sex and smoking are the only ones left.

What a strange life, thinking about food all the time but eating none. And when I do, such guilt. I buy some laxatives, which is stupid given that I go straight from Heathrow to a detox retreat in Kettering where I will have daily colonics and consume nothing apart from fruit juice. But then I am becoming very stupid.

The laxatives give me cramps and I arrive at the Homefield Grange retreat tired, agitated and in pain. For the next five days I will have regular enemas. I also — against the wishes of the supervisor there — force myself to train twice a day, a normal activity for the weight-loss obsessive. I ignore almost all phone calls, even from close family and friends. I cannot concentrate on books so, in between the training and the colonics, I watch garbage television and read trashy magazines by day and long into the night because the hunger keeps me awake.

But when Dr Le Roux weighs me and I’ve lost more than a stone in three weeks, all that weirdness and suffering turns to elation. I love my increasing slimness. You can wear anything you want, you look great in photos; put on heels and your legs look like something out of a fashion magazine. I feel a peculiar sense of power and control, and an air of aloof removal from other women.

Against my sisterly instincts I have started judging other women’s bodies against my own, ruthlessly, from their ankles to their chins, which is clearly menacing. But as my entire life has been seized by this body-driven self-validation it doesn’t bother my conscience as it should.

Nothing much great is happening anywhere else in my life: my work output is intermittent as I can’t concentrate, socially everything is a drag, family life is a nono. My biggest excitements are the steam room at the gym, smoking and of course shopping — fashion is made for women of my physical proportions.

No fear that I frequently feel on the verge of tears. Not to worry that meeting men is harder without a drink in your hand, because if I keep this up I’ll be a trophy-wife weight, I’ll be the sort of thin that a certain type of man likes to buy into as he would a flash car. And with the obsessive shopping and debilitated mental capacities for intellectual combat, I’ll fit the brief perfectly.

I am suckered into the miserably compromised life of the artificially skinny. Yes, it’s a pain in my nonexistent arse not eating much. It requires a lot of concentration and you need to disconnect from certain bonding activities, specifically conversation, drinking and eating.

Week four

Stupidly, on my weekly visit to Dr Le Roux, I tell him about the laxatives and he immediately sends me to a psychiatrist. After a cold hour of being grilled, the psychiatrist says I have the potential to develop bulimia and I am told to start eating normally.

I am beside myself with anger. I have left work now and for the final month had planned to dedicate myself to getting down to a revoltingly thin state. Partly to see the experiment through; partly because this was something I really wanted to do. I wanted to know what it felt like to be as thin as a properly thin person. It’s true that the anorexic state is a cry for help — am I participating in this specific psychopathology? Too right.

With not much work to do I could really concentrate. I had found a personal trainer to help me find that rail-like state. I would train hard twice a day while eating only 1,500 calories, I’d sleep in clingfilm, sweating like mad. He planned to train me as you would a boxer or a jockey getting ready for competition. And in between all I’d do is sleep. But instead I am told to “eat normally”.

Week five

Eating normally? Forget it. My mind is not my own any more and what follows is up there with the worst weeks of my life. I have to go to the Alps for work. The story isn’t going well and I’m stressed. Under stress, when I need to write, I often eat. It’s not cool,I don’t like it, but I do. I am terrified and confused. My body is hungry, but I am continuing to try and control my eating. The consequence of this is bingeing. I binge and then stick my fingers down my throat — twice. Is ita shrink-fulfilling prophecy? All I want is to be thin. I am unhappy.

I go back to Homefield Grange with two friends for the weekend, raving about its weight-loss benefits. I tell them matter of factly about the bingeing and purging, thinking that this is normal. When they both express shock, I feel a sense of isolation and shame. Their shock makes me realise quite how silly things have become.

And it is totally within my power to sort my head out, but I don’t want to. Dealing with it will mean putting on weight. We flick through Heat, The People, Hello!. There is no diversion from slim women, including Nicole Richie, being presented as successful who are clearly living their lives in the ravages of eating disorders. I spend the rest of the weekend reading books about eating disorders. My intellect is starting to fight back against my misguided, hunger-fuelled, bizarre idea of vanity.

Week six

I want my eating to return to normal. Bingeing is distressing to mind, body and soul. And as soon as my eating becomes more normal my human relationships become simpler, and I steadily feel happier and calmer. Nonethe-less I feel a failure and I still think my legs look chubby. I weigh about 9 stone. Most of the thin girls in gossip rags are probably 8 stone or less.

Even though my head was a mess my female friends all thought I looked great when I was at my thinnest. The cult of thin is a powerful one and, truth be told, if I didn’t have to workI could imagine almost enjoying getting into it. In certain pockets of society everyone thinks natural body weight is fat. If you are a perfectionist, as I and many other marginally successful women are, you fit the psychopathology brief for eating disorders. At the weekly weigh-ins with Dr Le Roux, I made him put a piece of card on the scales so that I didn’t obsess about numbers. What I went through is all too familiar to him.

The pursuit of thinness is a way of channelling every emotional energy into one ambition; it is a way of losing yourself in one problem — weight loss — and ignoring all the other issues in your life. Almost all women want to be thinner. When a woman feels low, or challenged by life, sometimes any excess flesh feels literally like the embodiment of their perceived weakness. Control around food is seen asa sign of intelligence and restraint. It’sa seductive and all-consuming addiction when the figures on the scales are a simple, if nutty, method of measuring your success as a human being.

Super-Skinny Me: The Race to Size Zero, is on Channel 4, April 22

http://women.timesonline.co.uk/tol/life_and_style/women/diet_and_fitness/article1625715.ece

De magere Pete Doherty zou de trend van manorexia stimuleren.

Graatmagere mannelijke modellen zijn verbannen van de catwalk van ‘Clothes Show Live’, een grote Britse modeshow die in december plaatsvindt.

Ondergewicht
De organisatoren van de Britse ‘Clothes Show Live’ vinden dat mannelijke modellen met een taille van 66 tot 71 centimeter even mager zijn als vrouwen met een maatje 0. Daarom laten ze geen mannen met een bmi lager dan 19 toe op hun catwalk, omdat de modellen dan volgens de organisatoren met ondergewicht kampen. Deze maatregel werd eerder al bij vrouwelijke modellen genomen, maar het is de eerste keer dat dit bij mannen gebeurt.

Manorexia
De organisatoren zeggen dat de trend van magere mannelijke modellen de mannelijke versie van anorexia heeft veroorzaakt, ook wel manorexia genoemd. Het aantal Britse mannen dat behandeld wordt voor anorexia nam de afgelopen 5 jaar met 67 procent toe. De organistoren menen ook dat celebs als Pete Doherty en Britse komiek Russel Brand manorexia stimuleren.

Onnatuurlijk mager
Organisatrice Kelly Whitfield: “Manorexia is een fenomeen dat we steeds vaker in de modewereld tegenkomen. We zien de modellen steeds magerder worden, zo willen ze een jongensachtig uiterlijk verkrijgen. Op de casting van deze show beslisten we geen enkel onnatuurlijk mager mannelijk model aan te nemen. Als je naar foto’s van 20 jaar geleden van mannen op de catwalk kijkt, zien zij er echt dik uit in vergelijking met de modellen van nu.

Drastisch
Verschillende Britse liefdadigheidsinstellingen ten voordele van eetstoornissen noemen deze maatregelen te drastisch: “Dit is een moeilijk probleem omdat we natuurlijk niet willen dat modellen met een eetprobleem op de catwalk verschijnen. Het is goed dat deze stap genomen werd. Maar alle modellen die te mager zijn van de catwalk verbannen, is wel heel drastisch. Beoordelen of iemand een eetstoornis heeft, is moeilijk, zeker bij mannen die van nature dun zijn.” (ep)

Victoria Beckham

Posh Spice ofte Victoria Beckham ontkent niet langer dat ze ooit aan een eetstoornis leed. Dat blijkt uit haar autobiografie ‘Learning To Fly’.

Beckham beschrijft daarin haar ziekte en zegt dat ze geruime tijd ‘geobsedeerd’ was door haar uiterlijk.”Tijdens mijn gymlessen bekeek ik in de spiegel de omvang van mijn bibs, of ik controleerde of mijn kin al wat strakker zat, maar voor de houding of de souplesse van mijn lichaam had ik absoluut geen aandacht’, schrijft ze. De zangeres heeft het ook uitgebreid over de dreigementen waarmee zij en haar man – de Engelse voetbalkapitein David Beckham – werden bestookt. Dat maakte haar compleet paranoïde.

Haar angsten verergerden nog toen ze tijdens het Big Sunday evenement van BBC Radio 1 in Leicester kortstondig met fruit en groenten werd bekogeld.

Heel wat toeschouwers waren blijkbaar niet zo opgezet met haar nieuwe singel ‘Not Such An Innocent Girl’.

Beckham negeerde het tumult en nam de draad van het gesprek met de presentator weer op.

Dieetobsessie

Toen ze na de geboorte van haar zoon ettelijke kilo’s verloor voelde Victoria zich geroepen om de hardnekkige persberichten over anorexia te ontkennen.

Nu geeft ze toe dat haar gewicht haar zorgen baarde in de begindagen van de Spice Girls. De manager van de groep zette de meisjes onder druk om te vermageren.

Beckham beweert nu dat vooral Geri Halliwell haar en Mel C. aanmoedigde om te gaan joggen en vloeibare maaltijdvervangende produkten te eten. Niet veel later kreeg Victoria last van een eetbuienstoornis. In een hoofdstuk van haar boek beschrijft ze hoe ze in één ruk tien kommen Frosties van Kellog’s opschrokte.

‘Learning To Fly’, zal vanaf 13 September in de winkelrekken liggen; met foto’s van Victoria als spichtige tiener, gezette student en gevierde zangeres

http://news.bbc.co.uk/2/hi/entertainment/1521479.stm

ongeveer 1 op 100 mensen in Engeland lijdt aan een eetstoornis

Marion Roberts van Kings College London onderzocht het verband tssen anorexia en autisme.

zaterdag 20 maart 2004

De leeftijd waarop meisjes anorexia nervosa krijgen wordt steeds lager. Jeugdpsychiater Annemarie van Elburg spreekt vandaag, op de publieksdag van het Nationaal fonds geestelijke volksgezondheid, haar zorg uit over deze ontwikkeling.

UTRECHT – Ongeveer 8 van de 1000 pubermeisjes hebben een eetstoornis. Soms boulimia, meestal anorexia nervosa, die door ouders gevreesde ziekte waarbij hun kind zich uithongert maar nog altijd meent dat het te dik is.

Het percentage zeer jonge patiënten onder deze groep neemt toe, signaleert A. van Elburg, jeugdpsychiater in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC). Zij zijn er bovendien vaker slechter aan toe dan de wat oudere patiënten, en moeten aan het begin van de behandeling vaak opgenomen worden omdat ze ernstig ondervoed zijn.