Vanwaar die angst voor dik zijn? Onderstaand stukje is een sterke uitvergroting van de realiteit, en toch is de categorie van dikke mensen de enige kansengroep die in onze maatschappij niet op beschermende maatregelen kan rekenen. Discriminatie van dikke mensen komt voor en wordt veelal door de vingers gezien. Denk maar aan de spottende opmerkingen over Margriet Hermans op TV, Daisy Van Cauwenbergh die bij de TV ontslagen werd omwille van haar volumineuze omvang, een studente geneeskunde die haar studies niet mocht voltooien omwille van haar obese uiterlijk…
Vandaar: Dikkertjes
Kneusjes, underdogs of desperado’s maken in onze maatschappij geen schijn van kans. Iedereen die door een gril van de natuur in een achterafstraatje dreigt verzeild te geraken ligt aan het proteïnerijke infuus van het gelijkekansenbeleid. Allochtonen, gehandicapten, holebi’s worden onder de deskundige leiding van een batterij cheerleaders en feelgood profeten seriegeschakeld met de modale burger. En iedereen gilt: jochei, jochei.
Er is evenwel één afgetekende groep die tussen de mazen van het net valt in dit beleid van pamperen en poederen. En dat zijn de fatso’s, de dikkertjes, de bickyburgers. Ondanks het manifeste institutioneel en alledaags ‘fatsisme’ onderneemt men voor deze risicogroep geen positieve actie om de bittere pil van de achterstelling te vergulden. Er zijn voor hen geen meldpunten waar zij misbruik of discriminatie kunnen aanklagen. Evenmin kunnen zij een beroep doen op een instituut dat het fenomeen ‘fatsisme’ bestudeert en bijstuurt. De obese Belg is volledig op zichzelf aangewezen om de geringschatting van zijn medeburgers te counteren.
En die is nochtans niet gering. Dat mocht ik de jongste weken aan den lijve ondervinden. Toen ik na de winter zodanig in omvang was toegenomen dat de Regie der Posterijen mij een persoonlijke postcode toekende, gingen de poppen aan het dansen. Het ‘fatsisme’ loerde overal om de hoek. De manager van het warenhuis waar ik doorgaans mijn boodschappen doe vroeg of ik voortaan via de magazijndeuren de winkel wilde binnenkomen en de brandweer hield speciale driloefeningen voor de unit die werd aangesteld om mij – in geval van onheil – met een hijskraan uit mijn huis te ontzetten.
En dan had ik het nog niet over mijn streetcredibility. Verschijnen in het openbaar is voor mij quasi onmogelijk geworden. Zodra ik mij in het straatbeeld vertoon, gillen kinderen meedogenloos ‘Free Willy, Free Willy’. Gaia voert ondertussen actie om mijn logge lijf terug in de Stille Zuidzee te schuiven, en booswichten beweren dat ik te zien ben op satellietfoto’s die in het kader van de weersvoorspellingen worden gemaakt. De grootste bezoeking is echter de tocht langs werkgevers en bedrijven die voor een bepaalde vacature het neusje van de zalm willen binnenrijven. Solliciteren, zoals dat heet. Meestal krijg ik het deksel op de neus met de mededeling dat het kantoormeubilair niet is aangepast aan mijn formaat. ‘Ga weg’, zult u zeggen, maar neen, beste lezers, het alledaags ‘fatsisme’ is als een sluipend gif. Het besmet alle lagen van de bevolking en alle segmenten van de samenleving. Zo voel ik tegenwoordig intens mee met gekleurde voetballers die op een concert van oerwoudgeluiden worden getracteerd. Vrachtwagenbestuurders vergasten mij immers ook voortdurend op boerderijgeluiden van het genre: oink, oink, oink of meuh, meueueuh, meueueueueueh.
Hoeft het nog gezegd dat ik mij opsluit. Dat ik mij onzichtbaar probeer te maken om mijn kwelduivels te ontlopen? Als een schim waar ik door een landschap dat zich opmaakt voor zomerfestivals, parades, braderijen en blote vrouwenbenen. Als een verguisd familielid dat niet mag aanzitten aan de feestdis weet ik met mijn frustratie geen blijf. Een sumo-worstelaar hoort immers niet thuis in een ‘Déjeuner sur l’ herbe’. Ik wou dat ik allochtoon of lesbisch was, of desnoods een bult had. Dan zou Jozef De Witte voor mij in de bres springen. Een anti-obesitas-vaccin? Laat maar komen. Ondertussen voer ik actie om fatso’s als een kansengroep in de focus te plaatsen. Ongelijkheid in het Gelijkekansenbeleid! No pasaràn.


