Naomi Hooke ging op zoek naar de oorzaken van de anorexia die haar bijna het leven kostte. Eén ding weet ze zeker: het had niets te maken met ’size 0′ modellen.
Dinsdag, 18 september 2007
Het was aan de vooravond van kerstmis, en voor de derde keer in mijn 20 jaar oude bestaan werd mijn bloeddruk gecontroleerd. Er werden ook een aantal bloedstalen genomen voor biochemische analyse. Het psychotherapeutisch team stak een tandje bij om mijn mentale ontreddering, het risico op zelfverminking of zelfmoord het hoofd te bieden. Eens te meer was ik opgenomen op de eetstoornissenafdeling van een kliniek, ternauwernood gered uit mijn kleine wereld van zelfvernietigende impulsen. De dag voordien had ik al mijn tijd besteed aan eten (of liever het vermijden ervan}, fitnessen, nadenken over mijn academische carrière, en fantaseren over een toekomst waarin ik er niet zou zijn om alles te verklooien.
Mijn ouders kwamen op bezoek en mijn jongere zus stond te springen van ongeduld om mijn geschenkje uit te pakken. Het deed pijn om recht te zitten, en het deed pijn om te liggen, en toch weigerde ik te geloven dat dit te wijten was aan mijn hongerkuur of aan opgebruikte spieren. Mijn familie bracht me de traditionele kerstsok. Ik kon nauwelijks geloven dat mijn ouders er van uitgingen dat ik al die lieve attenties waard was. Het geschenkje bleef een maand ongeopend op de vensterbank liggen.
Ik leed aan anorexia sinds mijn elfde jaar, verstopte voedsel en verborg mijn lichaam onder talloze lagen van kleding. En ja, ook dit keer had de anorexia-duivel mij weer flink te pakken.
Met de London Fashion Week in het vooruitzich, laait de controverse over “size 0″ modellen weer op. De banvloek van Madrid voor modellen met een BMI lager dan 18.5, is daar niet vreemd aan. Wereldwijd deden de grote modesteden onderzoek naar de link tussen eetstoornissen en de catwalk. Hoewel elk initiatief om modellen beter te beschermen een stap in de goede richting is, mag men er niet te licht van uitgaan dat de mode-industrie alleen verantwoordelijk is voor het bestaan van eetstoornissen. Dat doet afbreuk aan de complexiteit van een ziekte zoals anorexia.
Toen ik 11 was, joegen de fysieke aspecten van de puberteit en het vooruitzicht van een leven als volwassene me schrik aan. De puberteit kwam bij mij erg vroeg. Ik was bang om verantwoordelijkheid te nemen en bang van het ogenblik dat ik niet langer aan het handje van mijn ouders de wereld zou verkennen. Wat mij vooral angst aanjoeg waren mannen en seks.
Tijdens mijn ziekte ging ik er voetstoots van uit dat genezing onmogelijk was, zelfs al was ik sterk gemotiveerd om beter te worden. Maar mirakels bestaan echt. Ik was meer dan acht jaar lang in de greep van anorexia, maar met de hulp van mijn familie, vrienden en therapeuten was ik uiteindelijk in staat een einde te maken aan die negatieve spiraal van ziekte en zelfbeschadigend gedrag. Vaak wordt anorexia beschouwd als een queeste naar de schoonheid van een fotomodel, als de gril van een tiener, of een uit de hand gelopen dieet. Het wordt soms zelfs vergoelijkt als de keuze voor een bepaalde levensstijl.
Zelden wordt anorexia gezien als de levensbedreigende ziekte die ze is. Anorectische meisjes hebben vaak een afkeer van hun lichaam, weigeren zelfs te poseren voor familiekiekjes. Net zo min als veel andere eetstoornispatiënten die ik onmoette, was ik geobsedeerd door schoonheid. Wel integendeel, ik deed er alles aan om er zo onaantrekkelijk mogelijk uit te zien, om vooral geen (mannelijke) aandacht te trekken.
Van kindsbeen af had ik een gebrek aan zelfrespect en zelfvertrouwen. Kinderen kunnen wreed zijn, en hoewel mijn schoolmaatjes niet de directe aanleiding waren voor mijn eetprobleem, waren hun pesterijen nefast voor mijn gevoel van eigenwaarde. Geleidelijk aan begon ik mezelf te haten.
Men beweert vaak dat de grootste pijnpunten van anorexia voedsel en gewicht zijn. Maar het leeuwendeel van eetstoornissenpatiënten heeft nog een heel gamma van andere problemen. Zoals daar zijn: gebrek aan zelfvertrouwen en – waardering, problemen in het sociale verkeer. Ook de overtuiging dat patiënten modebladen verslinden om zich vervolgens uit te hongeren in de hoop spoorslags in glamoureuze sexgodinnen te veranderen snijdt geen hout. Het schoonheidsideaal heeft weinig vandoen met eetstoornissen, en de wens om mager te zijn is maar één van de vele symptomen. Anorexia is nu eenmaal niet te herleiden tot één enkele oorzaak.
Op de eetstoornissenafdeling waar ik verbleef, begon het na het kerstfeest bij mij te dagen dat ik niet genoeg hersteld was om mijn studies aan de universiteit te hervatten. Dat was in mijn ogen nog maar eens een bewijs dat ik er niets van bakte. In die weken bereikte ik een dieptepunt. Na jaren van doen alsof, stelde ik me eindelijk open voor het therapeutische team van de kliniek. Ik gaf een aantal van mijn diepste en intiemste gedachten prijs. Nog nooit was ik zo ziek geweest. De pijn was niet te harden. Mijn herinneringen aan deze helse periode zijn vaag, maar achteraf werd mij verteld dat mijn nieren niet al te best meer functioneerden en dat een hartstilstand niet denkbeeldig was. Ik had veel gesprekken met de dokters, en gaf uiteindelijk mijn fiat voor kunstmatige voeding. Het was een vreselijk gevoel toen ze de slang in mijn neus inbrachten, maar het redde waarschijnlijk mijn leven.
Het was toen dat er in mijn hoofd een knop werd omgedraaid. Het onzalige tij begon te keren; ik stopte met iedereen die mij wilde helpen de mantel uit te vegen. In de weken die volgden moest mijn maag zich aanpassen aan normale porties voedsel. Het kostte me uren om een kom soep leeg te eten. Maar geleidelijk aan zag ik het licht aan het eind van de tunnel.
Ik was allesbehalve een gemakkelijke patiënt. Ik schreeuwde en gilde en dreigde met weglopen. Maar ondanks alles, gaf het ziekenhuisteam mij nooit op. Ik blijf die mensen eeuwig dankbaar voor elke knuffel en elk troostend woord dat ze mij gaven. Een paar weken later mocht ik naar huis. Hoewel dat feit op zich beangstigend was, opende die terugkeer naar het alledaagse leven mijn ogen. Eindelijk zag ik in wat ik door de anorexia allemaal had gemist. Ik werd sterker, dacht weer logisch na en kreeg weer ambities. Ik begon te dromen van terugkeren naar de universiteit om op een dag zelf psychisch zieke mensen te kunnen helpen.
Zeven maanden verbleef ik residentieel in de kliniek. Nadien kreeg ik nog twee maanden therapie in de dagkliniek. Het resultaat mocht er zijn: ik kreeg terug een normaal lichaamsgewicht, besprak de onderliggende oorzaken van mijn probleem en begon geleidelijk aan een gevoel van zelfwaardering te krijgen.
Mijn verblijf in anoland had hoegenaamd niets te maken met de modewereld of blitze beroemdheden, maar ik kende wel degelijk andere patiënten die ziek werden door de imperatief van het westerse schoonheidsideaal. Ik geloof dat de richtlijnen van de Britse Moderaad een eerste aanzet kunnen zijn tot de bescherming van modellen. (waarvan naar verluidt 40% aan eetstoornissen lijdt). Toch meen ik dat zowel het initiatief van Madrid om modellen met een BMI lager dan 18,5 van de catwalk te weren, als het Britse voorstel om gezondheidsattesten verplicht te maken niet het gewenste effect zullen sorteren.
De BMI geeft misschien een ruwe indicatie van fysieke gezondheid, maar het is geen maat voor psychologische ontreddering. In weerwil van het volksgeloof is een te laag gewicht niet het enige gevaar van eetstoornissen. Ik heb periodes gekend dat mijn BMI vrij normaal was terwijl mijn eetgedrag en mijn psychische conditie verre van gezond waren. Ik kon dagenlang vasten, vooraleer mijn lichaam toegaf aan de pijn die honger veroorzaakt. Daarna kreeg ik vreetbuiten die mij met zoveel schuldgevoelens opzadelden dat ik alles weer ging uitbraken, of mezelf sneed met scheermesjes.
Wat gezondheidsattesten betreft: het kost heel wat tijd en vakmanschap om uit te maken of iemand een eetstoornis heeft, niet in het minst omdat patiënten alle moeite doen om hun ziekte te ontkennen. Ik kan er van meespreken, ik loog alsof het gedrukt stond en manipuleerde de weegschaal.
Het is een feit dat modellen meer risico lopen op een eetstoornis dan de modale burgers. De competitieve sfeer in de modewereld bestendigt ongetwijfeld het veelvuldig voorkomen van anorexia in deze branche, maar persoonlijk ben ik de mening toegedaan dat jonge meisjes met eetstoornissen door modellenbureau’s geselecteerd worden omwille van hun slanke voorkomen. En tenslotte is het merendeel van de eetstoornispatiënten niet ziek geworden door de invloed van de catwalk.
Bron: ‘The Independent’, UK


