Perfectionisme en anorexia: een getuigenis
april 21, 2008 door twiggiessis
PERFECTIONISME
Moedigden jouw ouder je tijdens je schooljaren ook aan om voor een bepaald vak een ‘7′ te halen? Ik bedoel maar: er zijn massa’s ouders die hun kinderen aansporen om een ‘7′ te halen in plaats van een ‘5′, maar ouders die hun kinderen smeken om een ‘7′ te halen in plaats van een “10′ zijn niet zo dik gezaaid’. — Mijn ouders, van hun kant, bereikten ooit het punt waarop ze mijn compromisloze ‘tienen’ meer dan zat waren. Ze hadden niet zozeer iets tegen het document waarop mijn ‘A’s’ keurig op een rijtje stonden afgedrukt. Welnee, ze genoten er echt wel van om met de bumpersticker “Mijn kind is erestudent aan — rond te rijden” Wat ze minder leuk vonden waren mijn tranen en drukdoenerij in verband met cijfers. Niet zonder enig pathos riep ik vaak uit: “ik weet gewoon dat ik ga falen.” (Vertaling: ik ga spelenderwijs een 10 halen) In de humaniora was voor hen de maat vol. “Jenni,’ zei mijn moeder, ‘we willen dat je het wat rustiger aandoet. Dat je wat meer plezier maakt. Wij zijn al ruimschoots tevreden als je volgend semester een 7 haalt in plaats van een 10.”
Iets dergelijks kregen mijn broers nooit te horen, want Steven en Jeffery hanteerden een veel soepeler standaard op studiegebied. Mijn broers waren geen perfectionisten.
Maar ik ben altijd een perfectionist geweest. Ik wilde altijd dat alles netjes in de plooi viel en dat iedereen gelukkig was. En ik wilde het perfecte lichaam hebben in de dansschool. Zelfs toen ik vier was vergeleek ik mijn lichaam met dat van andere meisjes en maakte ik mij zorgen. Ik wou het ‘beste’ kleine meisje van de wereld zijn.
Toen ik wat ouder werd geloofde ik dat er één ding in mijn leven was dat altijd perfect zou zijn, en dat was mijn lichaam. Dat was iets dat ik volledig op eigen houtje kon controleren. Andere mensen hadden misschien zeggenschap over bepaalde aspecten van mijn leven, maar niemand kon mij vertellen wat ik moest eten, of hoeveel ik moest wegen. Een leraar van de humaniora kon mij een verdomd lastige examenvraag stellen, maar hij kon me niet dwingen om te eten. Klinkt dat belachtelijk? Wel voor mij was dat pure logica .
Maar perfecte cijfers waren niet mijn enige bekommernis. Nee, ik was een allround perfectionist. Tijdens mijn schooljaren wou ik bij alle parascolaire activiteiten haantje de voorste zijn. — van atletiek, zangkoren en handwerkclubs tot vrijwilligerswerk en bezinningsgroepjes. En ik wilde er niet zomaar een beetje bijhangen, ik wilde— nee, ik moest — de beste zijn. Ik was bij het beste koor, de beste band en het beste volleybalteam uit de omgeving. Ik leerde dat je zels in die elitekorpsen een foutje kon maken. Tijdens een volleybalcompetitie gaat de bal niet altijd even vlotjes over het net. Je kan niet altijd perfect zijn. Maar als ik slank was, deed dat er niet zo veel toe. Zolang ik slank was zat ik in mijn comfortzone. Daar kon ik altijd op terugvallen als ik op andere terreinen minder goed presteerde. Als ik mijn hoge maatstaven niet haalde bij het zingen of het sporten, zei ik tot mezelf “Ik ben tenminste slank.” Ik dacht dat mijn lichaam perfect was.
Tuurlijk was dat niet zo. Ik had een kanjer van een eetstoornis. Die vertelde mij dat het enige waar ik mij echt op kon verlaten mijn slanke lichaam was. Niemand kon ooit contole uitoefenen over wat ik at en hoeveel ik at. Ik geloofde die boodschappen en bleef gevangen in de intrieste vicieuze cirkel van anorexia.
Maar na een lange lijdensweg besloot ik effectief iets aan mijn eetstoornis te doen. Eerst en vooral moest ik mijn perfectionisme onder ogen zien. Ik moest uit mijn comfortzone komen. Als ik vandaag een niet zo perfecte prestatie neerpoot, kan ik niet meer terugvallen op mijn oude adagium: ‘ik ben tenminste slank’. Als ik vandaag een valse noot laat horen tijdens de koorrepetities, moet ik het feit onder ogen zien dat ik er in feite een potje van maak. Ik ben dus niet perfect. Maar ik tracht te leren uit mijn fouten en neem de draad weer op, in plaats van me door angst en schaamte te laten kwellen.
Vandaag ben ik dankbaar dat ik de overkant bereikt heb. Ik leidt een fantastisch leven, een leven gevuld met ‘7′, ’8′ en ‘9′, en zelfs de occasionele ‘5′. Men verzekert mij nu dat het leerproces belangrijk is, niet de cijfers, dat we een succes worden als we lessen trekken uit onze mislukkingen.
Ben ik een hersteld perfectionist?
Nee. Niet helemaal.
Maar wie is perfect?
Tips om je perfectionisme te counteren:
Thom Rutledge, auteur en mijn psychotherapeut leerde mij om mijn perfectionisme te personaliseren. Geef het een naam. Beschrijf hoe het er uitziet. Ik noemde mijn perfectionisme, “Ms. Perfectionist,” soms noem ik haar “Ms. P.”
Neem afstand van je perfectionisme. Jij en je perfectionisme vallen niet samen. Ga ermee in dialoog. Ik vond het zinvol om deze conversaties in een dagboek op te schrijven en een rollenspel te spelen met iemand anders. Een voorbeeld van een dialoog tussen mij en mijn perfectionisme:
Akkoord gaan en gehoorzamen
Ms. P: Hoe kon je dat woord in dat liedje vergeten?
Jenni: Ik voel me afschuwelijk. Denk je dat iemand het gemerkt heeft?
Ms. P: Ja. Nu moet je je repetitietijd uitbreiden.
Jenni: Okee
Nadat je onderscheid kan maken tussen je eigen stem en die van je perfectionisme, kan je je oefenen in het niet akkoord gaan met de negatieve commentaren van je perfectionisme. Thom leerde me om niet akkoord te gaan, zelfs al gehoorzaamde ik nog aan mijn perfectionisme:
Niet akkoord gaan, wel gehoorzamen
Ms. P: Hoe kon je dat woord in dat liedje vergeten
Jenni: Iedereen maakt fouten, niemand is perfect.
Ms. P: Je moet toch je repetitietijd uitbreiden om goed te maken wat je vandaag fout deed.
Jenni: Okee.
Neem afstand, ga niet akkoord en gehoorzaam niet
Ms. P: Hoe kon je dat woord in dat liedje vergeten?
Jenni: Iedereen maakt fouten, niemand is perfect.
Ms. P: Je moet je repetitietijd toch uitbreiden om goed te maken wat je vandaag fout deed.
Jenni: No. Geen sprake van.
5. Oefen deze technieken. Maar denk er aan, Thom zei steeds, oefenen geeft praktijkervaring maar maakt niet perfect.
Jenni Schaefer is een singer/songwriter, en auteur van Life Without Ed, : How One Woman Declared Independence from Her Eating Disorder en How You Can Too (McGraw-Hill). Zij is consultante en woordvoerster van Center for Change in Orem, UT. Voor meer informatie, bezoek www.jennischaefer.com of email jenni@jennischaefer.com .



