Vanaf mijn dertiende kreeg ik eetproblemen. Ik was iemand die moeilijk emoties kon uiten, en een perfectioniste in hart en nieren. Mijn anorexia is lang verborgen gebleven. Ik loog immers iedereen wat voor. Bij het ontbijt schudde ik wat met mijn boterham zodat er kruimels op mijn bord vielen. Meestal strooide ik er nog wat muizenstrontjes overheen. De boter in het botervlootje bewerkte ik met mijn mes, zodat mijn moeder zou denken dat ik al gegeten had. De boterham stak ik weer terug in de broodzak. Als mijn moeder in de buurt was smeerde en belegde ik die boterham uiteraard wel. Ik zei dan dat ik haast had, en nam de hele handel mee naar buiten. Onderweg naar school gooide ik het brood weg. Het was je reinste cinema.
Ik hongerde mezelf dus uit. Ik had nochtans geen overdreven belangstelling voor beroemdheden met een slank figuur. Het is mij een raadsel waarom ik het deed. Gewoon, klooien met eten. Pas de laatste twee jaar wilde ik echt wel een modelfiguur. Ik had het gevoel dat ik de pedalen kwijtraakte, dat ik de controle verloor over mijn schoolwerk, mijn vriendschappen en tal van andere dingen. Lijnen, daar was ik goed in. Dat gaf macht. Hoe dunner, hoe beter, en over de gevolgen dacht ik niet na
Het had heel wat voeten in de aarde voor ik me wilde laten opnemen. Ik bleef ontkennen dat er iets ernstigs met me aan de hand was, er zijn tenslotte zoveel vrouwen die lijnen. En als ik in de spiegel keek zag ik alleen maar een te dikke buik en grote joekels van borsten. Ik dacht de hele dag aan eten, telde calorieën en ging om de haverklap joggen of skeeleren. Op school ging het ondertussen goed fout, ik had geen energie meer en kon mijn aandacht niet meer bij de lessen houden. En moeder bleef maar aandringen op een behandeling in een nabije kliniek. Ik twijfelde:… zo lang van huis, verpleegsters die je vertellen wat je moet eten.
Uiteindelijk hakte ik de knoop door en ging toch. Ik woog minder dan 45 kilogram en kon soms amper nog op mijn benen staan. En nu zit ik dus hier op de eetstoornissenafdeling van een gerenommeerde kliniek. De eerste weken in zo’n unit zijn verschrikkelijk. Er wordt een bepaald streefgewicht vastgesteld en indien je niet de nodige kilo’s bijkomt wordt je gestraft. Ik heb al heel wat traantjes gelaten als ik weer eens een vol bord moest leegeten. Ik ben al aardig wat aangekomen maar voel me daar niet echt happy bij. Het helpt soms wel als ik mijn gevoelens over eten in mijn eetdagboek noteer. Je krijgt een beter inzicht in je eetpatroon, in wat eten voor je betekent en wat je met je gekke eetgedrag wil uitdrukken. Dik zijn vind ik nog steeds vreselijk. Ik heb zo’n angst om bespot te worden. Als je dun bent, val je niet op. Het liefst kruip ik in een hoekje om alleen te zijn, om toe te kijken hoe de wereld zijn gang gaat. Dan kom ik tenminste geen problemen tegen. Het was een opluchting om hier te komen. Het gaf me een rustig gevoel dat ik eindelijk de controle uit handen kon geven: dat ik mocht eten, dat ik mocht aankomen.
We krijgen ook therapie om aan ons lichaamsbeeld te werken: spiegeloefeningen heet dat. Dan moet je voor een spiegel staan en vertellen wat je bevalt aan je lichaam en wat niet. De bedoeling is dat je wat meer van dat lichaam gaat houden, ondanks de schoonheidsfoutjes. Dat is heel confronterend, héél confronterend. Ik sta niet zo vaak voor die spiegel. Daarvoor hou ik niet genoeg van mezelf. Op donderdag sporten we. Lekker lichamelijk bezig zijn. Ik kan daar veel boosheid in kwijt. En dan -hebben we ook nog psychotherapie. Dat vind ik heus wel heavy. Praten over gevoelens is voor mij altijd al moeilijk geweest. Stukje bij beetje leer ik dat verdriet, angst of pijn geen gevoelens zijn om zich over te schamen. En praten lucht op. Verder leren we met stress en conflicten omgaan, assertief voor jezelf opkomen, en dat soort dingen.
Tussen de patiënten onderling gaat het er gezellig aan toe. Je vindt herkenning bij elkaar, er is begrip zonder woorden. Maar ook competitiestrijd: wie eet het minst, wie verliest het meeste gewicht. Als ik meer brood eet dan een ander, voel ik me een vreetzak. Mijn beste moment hier was toen ik mijn streefgewicht had bereikt. Dat was redelijk snel. Dan mag je aan tafel mee-eten in plaats van alleen op je kamer, en je mag aan alle therapieën meedoen. Ik was ook wel trots. Dat had ik dan toch maar voor elkaar gekregen. Ik hoop dat ik vroeg of laat definitief afscheid kan nemen van mijn eetstoornis. Ik wil een leuke opleiding volgen, misschien creatieve therapie, Ik wil ook zelfstandig gaan wonen. Maar ik ben ook bang. Dat de slinger doorslaat naar de andere kant. Dat ik me ga overeten. Het blijft een groot risico. Soms schreeuwt mijn lichaam om zoete dingen en soms geef ik daaraan toe. Ik voel me zo schuldig daarna, dan ga ik laxeren.
Lekker eten? Spinazie. En de komkommersalade die ze hier maken. Lekker licht, er zit niks in. Terug naar de maatschappij lijkt me heel zwaar. Ik voel me hier best buitengesloten van de wereld. Hier komen weinig vrienden van me. Ze durven niet. Dat is heel jammer. Hier hoeft niks. Maar als ik in het weekeinde naar huis ga en in de bus zit tussen gewone mensen, voel ik me ook heel lekker. Uiteindelijk zal ik wel met mijn eetproblemen in het reine komen. Maar of ik ooit helemaal de oude wordt? Veel meisjes herstellen volledig van deze ziekte, maar zelf vind ik het idee om zonder anorexia leven nog te beangstigend.
Lees ook het opnamedagboek op het ‘mijn geheim’ blog http://mijngeheim.punt.nl/index.php?r=1&id=438748&tbl_archief=0
Geplaatst in Anorexia | Geen reacties »