De schrijver Charles Bukowski is in mijn ogen de literaire versie van Paul Potts (de man die tot de verbazing van de goegemeente ‘Britain’s got talent’ won, ondanks het feit dat hij dik was en opera zong. ‘De lelijke kikker die een prins werd’, blokletterden de kranten ontzet.): ‘from rags, to riches’ quoi..
Charles Bukowski onderging een gelijkaardig lot. Verguisd en gejudast in zijn jeugd omwille van zijn lelijke pokdalige gezicht, beroemd en geëerd toen de schrijver in hem tot volle wasdom was gekomen. Maar wist u dat die lelijke, pokdalige, zuipende, soms degoutante Bukowski ook gedichten schreef. Dat hij naast stoned en dronken, ook wel eens lyrisch werd, en naar de gevleugelde pen greep! Dat weet ik uit de eerste hand van Wannes Van De Velde, die moderne vagant die de gevederde woorden: ‘een zanger is een groep’ over de tong liet rollen.
Wel die Wannes is hier vriend aan huis en woont in deze buurt. Vanmiddag nog stond hij aan de toog van het trefcentrum een keuninkske te drinken, pal voor de vrouwelijke buste, die ter ere van hem het opschrift “Wannes’ mummy” heeft gekregen. Hij zag er terug patent uit. Dat was een jaar geleden wel even anders. Chemotherapie had zijn helmboswuivend kapsel tot een Sahel-landschap herleidt, en zijn gezicht had een gelige tint die weinig goeds voorspelde. Maar het ergste leed schijnt nu geleden. And guess what. Wannes schonk ons een legaat van boeken voor onze huisbibliotheek.
Een van die boeken is dus ‘Septuagenarian Stew, Stories en Poems van Charles Bukowski. Niet voor niets heeft Wannes een zwak voor Bukowski. De eerste zin van Wannes’ boek ‘De klank van de stad’ luidt: ‘ik ben beginnen zingen uit onmacht, omdat ik op geen andere manier mijn frustratie gepotloodvent kreeg. Idem dito voor Bukowski. Ook die greep uiteindelijk naar de pen om zijn rancune gestalte te geven. Op de eerste pagina van Bukowski’s boek staat in paarse letters de naam van Wannes gedrukt. En nu heb ik dit boek dus in mijn bezit…of wat dacht u! Voor alle odd ones – en het waren niet de minsten – die mijn leven zo veel rijker en prettiger hebben gemaakt, omdat ze anders durfden te zijn en daardoor een verschil in de maatschappij gingen uitmaken – een proeve van Bukowski’s dichtkunst:
The strongest of the strange
you won’t see them often
for wherever the crowd is
they
are not
these odd ones, not
many
but from them
come
the few
good paintings
the few
good symphonies
the few
good books
and other works
and from the
best of the
strange ones
perhaps
nothing
they are
their own
paintings
their own
books
their own
music
their own
work
sometimes I think
I see
them-say
a certain old
man
sitting on a
certain bench
in a certain
way
or
a quick face
going the other
way
in a passing automobile
or
there is a certain motion
of the hand
of a bag-boy or a bag-
girl
while packing
supermarket
groceries
sometimes
it is even somebody
you have been
living with
for some
time-
you will notice
a
lightning quick
glance
never seen
from them
before
sometimes
you will only note
their existence
suddenly
in
vivid
recall
some months
some years
after they are
gone
I remember
such a
one-
he was about
20 years old
drunk at
10 a.m.
staring into
a cracked
New Orleans
mirror
face dreaming
against
the walls
of the world
where
did I
go?


