De geschiedenis van anorexia
mei 19, 2008 door twiggiessis
Het overlijden van Karen Carpenter was voor veel mensen de eerste kennismaking met het fenomeen anorexia. Tot dan toe werd er in de populaire pers maar mondjesmaat gerept over deze eetstoornis. Niet zo veel later werden zowel anorexia als bulimia gefundenes fressen voor talkshows en TV-films. Actrices en publieke figuren outen zich in prime time op TV en vertelden over hun obsessie om slank te zijn. Ze zochten professionele hulp en gaven zo jonge meisjes het signaal dat het ‘cool’ was om in therapie te gaan.
Toch is er in de geschiedenis al veel eerder sprake van vrouwelijke hongerkunstenaars: vrouwen die hun leven veil hadden voor een krachtmeting met honger en voedsel. Anorexia of self starvation kwam volgens diverse bronnen vrij vaak voor in het Romeinse Keizerrijk, maar verdween schijnbaar tussen de plooien van de middeleeuwen toen vrouwelijke stamina en voortplantingskwaliteiten erg belangrijk werden. De ‘Holy Anorexia’ maakte in deze periode nochtans veel furore. Sommige vrouwen gingen uit piëteit vasten tot ze bij wijze van spreken nog maar ‘een ons wogen’. Wetenschappers menen dat de religieuze tijdsgeest deze zelfkastijding in de hand werkte. Het vrouwelijk lichaam werd immers gebrandmerkt als uitermate zondig. ”Schoonheid is ijdel: maar een vrouw die ‘de heer’ vreest zal geloofd worden” (Boek der Spreuken 31:30). De bijbel hamerde er voortdurend op dat christenen zich uitermate sober moesten opstellen. Ook in fysiek opzicht. Vrouwen kozen er dan ook voor om fysiek te verdwijnen om alsnog hun hemel te verdienen.
Ook in het Victoriaanse tijdperk werden vrouwen en meisjes in het culturele keurslijf van een slankheidsideaal gedwongen. Moeders en dochters vermeden naar verluidt voedsel uit angst dat hun fysiek eetlust zou gelinkt worden aan hun seksuele appetijt. Het adagium dat in die tijd opgeld deed was dat vrouwen met een gezonde honger ook op seksueel vlak erg actief waren.
in de medische literatuur werd in 1686 voor het eerst gewag gemaakt van een geval van anorexia in de ‘Phthisiologia: or a treatise of consumptions’ van ene Richard Morton. Hij beschreef hoe een jong meisje van twintig jaar weigerde om te eten, of medicijnen te nemen en uiteindelijk stierf. Tot dan toe werden vrouwen met anorectische symptomen gedoodverfd met vage epitheta, zoals hysterisch, neurotisch, enzovoort, enzoverder. Morton was de eerste die anorexia onderscheidde als een ziekte met specifieke symptomen.:
Specifieke erkenning en een nomenclatura voor de aandoening kwam er pas In 1868 toen W. Gull een vreemde ziekte beschreef die vooral jonge vrouwen scheen te treffen. Ze hongerden zichzelf uit tot ze er als een skelet gingen uitzien. Hij noemde de ziekte apepsia hysterica. Zes jaar later publiceerde Gull een herziene en geupdate versie van zijn bevindingen en gebruikte voor het eerst de term ‘anorexia nervosa”. Hij focuste vooral op de weigering om te eten, het gewichtsverlies, en amenorroe. Verder vestigde hij ook de aandacht op schadelijke bijwerkingen van de aandoening, zoals constipatie, lage polsslag, vertraagde ademhaling en de afwezigheid van een somatische aandoening. Gull uitte ook zijn verbazig over de hyperactiviteit van de meisjes die hij onderzocht. Hij veronderstelde dat de ziekte een gevolg was van een morbide mentale conditie bij jonge meisjes, op een leeftijd dat emotionele spanningen gemakkelijk konden gaan wegen op hun eetlust.
Ongeveer in diezelfde periode schreef Charles Lasègue L’ANOREXIE HYSTERIQUE,
Zijn boek was de synopsis van de ziektegeschiedenis van diverse jonge meisjes die aan de stoornis leden. Volgens Lasègue doken de eerste symptomen bij jonge meisjes doorgaans op tussen hun 15de en 20ste levensjaar en kende de ziekte drie onderscheiden fases. Hij meende dat een verborgen emotioneel trauma aan de basis lag van het gestoorde eetgedrag. Toch waren de meisjes die hij onderzocht ogenschijnlijk gelukkig. Tot wanhoop van hun familie was hun gedrag zo wisselvallig, dat de onderwerpen eten of niet eten al vrij snel het gezinsleven gingen domineren.
Zowel Gull als Lasègue gingen er van uit dat de familie een nefaste rol speelde in het verloop van de ziektegeschiedenis. Dreigementen en smeekbedes van ouders schenen alleen maar olie op het vuur te gooien. Deze vaststelling werd de basis voor een medische standaardprocedure, waarbij zowel de patiënt als de familie bij het genezingsproces betrokken werden.
Een groot deel van Lasegues bevindingen houden tot op de dag van vandaag stand. Maar zelfs na een aantal gepubliceerde studies was er weinig publieke belangstelling voor het fenomeen anorexia.
Baanbrekend werk werd een tiental jaren later ook verricht door Jean-Martin Charcot die de ‘who is de master’-tactiek lanceerde. Aan de universiteit van Parijs trakteerde hij zijn publiek van studenten graag op de anekdote van: een 14-jarig meisje uit Angoulème dat plotseling weigerde te eten, hoewel er geen sprake was van een fysieke aandoening. De ouders van het meisje smeekten Charcot om hun dochter te komen onderzoeken. Hij ging in op hun verzoek en stelde vrij snel vast dat het meisje aan anorexia mentale leed.:Hij zag geen andere oplossing dan het meisje naar zijn hydrotherapie kliniek in Parijs te sturen en ze een tijdje af te zonderen van haar familie. De dokter rondde zijn uiteenzetting ex cathedra steevast af met de bekentenissen van het meisje na haar herstel: ‘Zolang als mama en papa in de buurt waren, met andere woorden zolang jij niet de baas was (want ik zag wel dat jij per se de bovenhand wilde nemen) was ik bang dat mijn ziekte in feite niets om het lijf had, en vermits ik een afschuw had van eten, at ik niet. Maar jij maakte mij bang, en ondanks mijn afschuw, probeerde ik te eten, en beetje bij beetje lukte dat ook.
Uiteraard was ook Freud een pionier in de strijd tegen anorexia. Haast legendarisch werd zijn confrontatie met Frau Emmy, een anorectische vrouw die hij met behulp van hypnose van haar ziekte genas. Freud toonde aan dat het bij de behandeling van anorexiapatiënten van wezenlijk belang is om de onderliggende, emotionele of psychologische problemen bloot te leggen. Zijn’discussie over de anorexia van Emmy’ werd klassiek voor één welbepaalde aanpak van het probleem. Later werden zijn technieken verfijnd maar de essentie van zijn analyse staat nog steeds overeind.
In 1914 publiceerde M. Simmonds zijn aantekeningen bij de autopsie van een broodmagere zwangere vrouw. Hij merkte op dat haar hypofyse ernstig beschadigd was. De volgende twintig jaar werd het psychologische discours van Gull, Lasègue en anderen opzij geschoven. Vrijwel alle dokters behandelden gevallen van extreme ondervoeding als stoornissen van het endocriene systeem, zelfs als het duidelijk was dat de patiënt zich moedwillig uitgehongerde. Ook toen in de jaren dertig van vorige eeuw de ziekte van Simmonds duidelijk werd onderscheiden van anorexia, bleef de somatische aanpakvan het probleem nog geruime tijd opgeld doen. Wat niet wegneemt dat het fysieke aspect inderdaad belangrijk is. Zelfs diehards van een psychiatrische aanpak zoals Minuchin, Selvini-Palazzoli en Bruch bevestigden dat psychoanalyse slechts zinvol was als de ernstige gevolgen van ondervoeding waren teruggeschroefd.
Het werk van Hilde Bruch zou in latere jaren toonaangevend worden. Hoewel zij aanvankelijk een Freudiaanse aanpak voorstond, verlegde zij de klemtoon van de analyse van psychische conflicten naar een meer interactieve benaderng. Zij had oog voor de typische tijdsgeest van de jaren zestig, en verwees naar de invloed van Barbie en de dieetcultus als mogelijke oorzaken voor de snelle opmars van anorexia. In haar boeken ‘Eating Disorders’ en ‘The Golden Cage’ komen de thema’s identiteit, autonomie en perfectionnisme uitgebreid aan bod.
De eerste gepubliceerde foto van een meisje dat leed aan anorexia verscheen in 1932 in een editie van ’the New England Journal of Medicine’. Voor de term ‘anorexia nervosa’ opgeld deed, sprak men van ‘lange termijn vasten’ of ‘zelf uithongering’. De geschiedenis van anorexia toont aan dat culturele en economische aspecten een grote invloed hebben op het ‘gedijen’ van de ziekte in een samenleving..
Uit: Holy Anorexia van Rudolph Mark Bell


