Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus revisited
Wat gaat er door u heen, Power Grrrrrlllllll, Macha of moderne vrouw, als u de opdracht krijgt om tijdens de vergadering van de Raad Van Beheer drankjes aan te dragen voor de aanwezige mannen en nadien ook nog eens de afwas te doen? Als u dan thuiskomt in een complete chaos en manlief in de zetel mompelt dat hij niet heeft gekookt omdat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus en dat nieuwe mannen watjes zijn. Wat doet u als u op uw werk een promotie misloopt omdat u een vrouw bent, of uw baas zijn post-its op uw nieuwe Gucci trui plakt om zijn computerscherm te sparen (Jawel, jawel, het gebeurt)! En uw geliefde u bovendien vraagt om kleding te dragen van een eerder bedenkelijk allooi? Tandenknarsen? Binnensmonds verwensingen mompelen? Lijdzaam ondergaan? Ach, van binnenvetten krijgt u kanker, weet u? Mijn remedie is terugdenken aan de tijd dat het allemaal nog veel erger was, en citaten lezen van compleet misogyne, vrouwenvretende mannen die de kiem hebben gelegd voor dit hardnekkige buitenbaarmoederlijke machogedrag. En geloof me maar. Het werkt. Hier hebt u een handleiding bij de vrouw, samengesteld door de crème de la crème uit de geschiedenis…
Het plebs en de vrouwen zijn moeilijk op te voeden (Confusius)
Er is een goed beginsel dat de orde, het licht en de man heeft geschapen; er is een slecht beginsel dat de chaos, de duisternis en de vrouw heeft geschapen (Pythagoras)
Hij die ook maar één dag geen vrouwen meer beschimpt, is een arme man die de naam dwaas verdient (Euripides)
De vrouw is een gestrafte man. Mannen die laf zijn geweest of slecht hebben geleefd, zullen bij hun tweede geboorte in vrouwen worden veranderd (Plato)
Men kan met zekerheid stellen dat de vrouw slechts een mislukte man is, een vergissing van de natuur, het resultaat van een constructiefout (Aristoteles)
De man hoeft zijn hoofd niet te bedekken, omdat hij de afspiegeling van God is. Maar de vrouw is de afspiegeling van de man. Daarom moet zij op haar hoofd een teken van onderwerping dragen. (Echt waar, mijn moeder heeft het hoofddoekendebat uitgevonden). (Paulus)
Man, jij bent de meester, de vrouw is jouw slaaf, dat heeft God gewild. Sara, zegt de schrift, gehoorzaamde Abraham en noemde hem haar meester (…) Ja, jullie vrouwen zijn jullie dienstmaagden, en jullie zijn meester van jullie vrouwen (Augustinus)
Als individu is de vrouw een zwak en gebrekkig wezen. Het is een toevallig en willekeurig wezen (…) De man is geroepen voor het edelste werk, dat van de intelligentie, terwijl de vrouw is geroepen voor de voortplanting. (Thomas van Aquino)
Wanneer u een vrouw ziet, bedenk dan dat het noch een mens noch een wild beest is, maar de duivel zelf (Sint Antonius)
Conform het kerkbesluit van Constantinopel, dat in Trullo wordt genoemd, verklaren wij geëxcommuniceerd alle vrouwen die, door een al te gekunstelde schikking van hun haar, mensen in netten en vallen lokken waarin ze verstrikt raken (concilie van Tours 1583)
Een vrouw is geleerd genoeg wanneer ze onderscheid weet te maken tussen het hemd en de wambuis van haar man (Montaigne)
De waardigheid van een vrouw bestaat in het onbekend blijven. Haar enige glorie is gelegen in het respect van haar man en het dienen van haar gezin. God heeft haar geschapen om de onrechtvaardigheden van de man te verdragen en om hem te dienen (JJ Rousseau)
Het schone geslacht heeft evenveel intelligentie als het mannelijke geslacht, alleen is het een mooie intelligentie, terwijl de onze waarschijnlijk een diepgaande intelligentie is, wat hetzelfde betekent als verheven (Kant)
De vrouw is een dier met lange haren en korte gedachten. Alleen al uit het uiterlijk van de vrouw blijkt dat ze noch voor grote intellectuele noch voor grote lichamelijke prestaties is bestemd. Ze betaalt haar schuld aan het leven niet door te handelen, maar door te lijden, door de barensweeën en de zorg voor de man. Vrouwen blijven hun hele leven grote kinderen, een soort tussenpersoon tussen het kind en de man. Van kindsbeen af moeten zij gehoorzamen. (Schopenhauer)
Wees dus wat men van u verlangt: zacht, ingetogen, toegewijd, kuis, matig, waakzaam, meegaand, bescheiden en we zullen uw verdiensten niet in twijfel trekken (…). En laat de opsomming van zoveel deugden u niet afschrikken: het komt eigenlijk steeds op hetzelfde neer: wees een HUISVROUW, dat woord zegt alles. (Proudhon)
De laagste man is superieur aan de hoogste vrouw (Nietzsche)
De intelligente man moet de vrouw als eigendom beschouwen, een bezit dat je achter slot en grendel moet bewaren, een wezen dat is geschapen voor dienstbaarheid en alleen in een ondergeschikte positie tot volmaaktheid geraakt. (Nietzsche)
Mannen die voor zaken zijn bestemd, moeten publiekelijk worden opgevoed, vrouwen daarentegen, die voor het huiselijk leven zijn bestemd, mogen misschien slechts in zeldzame gevallen het ouderlijk huis verlaten. (Mirabeau)
Men kan meisjes tot hun zevende of achtste jaar naar school sturen. Daarna moeten ze zich terugtrekken in de ouderlijke woning en uitsluitend leren zich bezig te houden met huishoudelijke werkzaamheden (Mirabeau, pedagoog)
De natuur wilde dat vrouwen onze slaven waren. Ze zijn onze eigendom. Ze behoren ons toe, net als een boom waarvan de opbrengst aan fruit de tuinier toebehoort… (Napoleon I)
Al sinds enige tijd voeren een paar vrijmetselaars van verschillende afdelingen een campagne die tot doel heeft de vrouw in te wijden. Deze campagne gaat van een verkeerd principe, van een onjuiste gedachte uit. Nee, de vrouw is niet de gelijke van de man. Ieder heeft een karakteristieke, speciale rol. Voor de man is dat het optreden naar buiten, voor hem is er de strijd om het bestaan en de politieke strijd. Voor hem de actieve en glansrijke kant (…) Voor de vrouw de rustige, langzame en volhardende bedrijvigheid van het gezin. Zij moet de raadgeefster voor de strijd, de troost na de nederlaag en de beloning na de overwinning zijn. (De Republiek der vrijmetselaars, 1881)
De plaats van de vrouw is thuis (…) de natuur heeft van haar een voedster en huisvrouw gemaakt, laten we haar niet van die sociale functie afhouden, want dan brengen we haar van het juiste pad; voor de man het werk en de studie van de menselijke vraagstukken, voor de vrouw de zorgen voor de kinderen en de verfraaiing van het interieur van de harde werker. (IAO, 1865)
De Jood heeft ons de vrouwen afgenomen door zijn verlangen naar seksuele democratie. Wij jongeren, hebben als taak de draak te doden om ons opnieuw toe te eigenen wat het heiligst op aarde is, de vrouw als dienares en dienstbode (Adolf Hitler)
Een ministerie voor vrouwenemancipatie? Waarom niet een staatssecretariaat voor breiwerk? (Charles Degaulle)
Voor mij is de vrouw de vrouw uit de Corrèze, uit vroegere tijden, een harde werkster, die de mannen aan tafel bedient, nooit bij hen gaat zitten en niet praat (Jacques Chirac)
En zo kunnen wij nog een eindje doorgaan. Voeg ook nog maar Shakespeare, Molière, Lord Byron, de Balzac, Baudelaire, William Burroughs, Flaubert, enz. enz. toe aan dit lijstje van witzige vrouwenbashers en je weet waarom je nog altijd niet de wegenkaart kan lezen. Een kwestie van chemie en hersenhelften? Ammehoela! Eeuwenlang bestonden er voor vrouwen maar drie wegen: die naar de keuken, de kerk, en de kinderkribbe. Na het verorberen van bovenstaande parels van bio-psychologisch vernuft, begin ik altijd weer blijgezind aan de afwas. Zijn het geen schatjes?
Citaten uit: ‘Vrouwen zijn mislukte mannen’ van Benoite Groult



