Waarom heb je vet nodig?
Vet in eten vervult verschillende functies.
Energie
De vetzuren uit eten worden vooral gebruikt als brandstof voor het lichaam of opgeslagen als energiereserve in vetweefsel. Eén gram vet levert 9 kilocalorieën oftewel 38 kilojoule. Dat is een stuk meer dan de andere voedingsstoffen: koolhydraten en eiwitten leveren 4 kilocalorieën per gram en alcohol 7. Bovendien kan het lichaam vet efficiënt en compact opslaan. De opslag van vet kost nagenoeg geen energie en gaat – in tegenstelling tot koolhydraten en eiwit – niet gepaard met de opslag van water.
Smaak en vitamines
Vet is een belangrijke drager van smaakstoffen en de vetoplosbare vitamines A, D en E.
Bouwstenen en isolatie
Vetzuren en daarvan afgeleide stoffen, zoals de fosfolipiden en sfingolipiden, zijn een onmisbaar onderdeel van weefsels. Ze hebben onder meer een functie als bouwsteen van de cel en spelen een rol bij de bescherming tegen indringers. Ook houdt de vetlaag in de huid warmte vast.
Uit cholesterol maakt het lichaam galzuren (nodig voor de vertering van vet), adrenocorticosteroïden (die een rol spelen bij de elektrolyt- en waterhuishouding) en geslachtshormonen.
Linolzuur is belangrijk voor de huid en de groei.
Langeketenvetzuren en eicosanoïden
Het lichaam kan de meeste vetzuren zelf aanmaken. Het lichaam kan echter geen onverzadigde bindingen maken op de n-3- en n-6-positie. Daarom zijn linolzuur (n-6) en alfa-linoleenzuur (n-3) zgn. essentiële vetzuren: het lichaam moet deze vetzuren via het eten binnenkrijgen.
Linolzuur en alfa-linoleenzuur zijn voorlopers van allerlei onmisbare stoffen, zoals de (zeer) langeketenvetzuren en een groep zeer actieve kortlevende verbindingen, de zogenaamde eicosanoïden. Zo kan het lichaam linolzuur met behulp van enzymen omzetten in het n-6 langeketenvetzuur arachidonzuur. Uit alfa-linoleenzuur worden onder meer de n-3 langeketenvetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) gevormd.
Langeketenvetzuren en eicosonaïden spelen bij een aantal belangrijke lichaamsprocessen een rol. Langeketenvetzuren komen voor in hersenweefsel en het netvlies van het oog. Arachidonzuur is belangrijk bij de aanleg van hersenweefsel. DHA en EPA spelen een belangrijke rol bij de hersenontwikkeling en het gezichtsvermogen van ongeboren baby’s. Tot de eicosanoïden behoren onder meer de prostaglandines, de prostacyclines en de leukotrienen. Ze zijn betrokken bij allerlei essentiële processen in het lichaam, zoals de spierwerking, de bloedstolling, de regulatie van de bloeddruk en de afweer tegen ziektes.


