Ik heb zo van die vriendinnen die nog liever in een zoutzuil veranderen dan een blad voor de mond te nemen. Ongeveer zeven jaar geleden kreeg ik een brief van een hartsvriendin waarin ze me ongezouten haar mening gaf: ‘Jij bent zo’ n verdomd koppige ezel, wel één van de Nubische soort, maar niettemin een ezel’ schreef ze, ‘als je echt van je anorexia wou afgeraken, dan stopte je morgen al.
Hoewel ik al tien jaar een hechte relatie had met mijn anorexia, voelde ik op mijn klompen aan dat ze overschot van gelijk had. Ik was zo op en top anorectisch dat ik in een bepaalde fase van de ziekte zelfs niet meer wist hoe ik moest eten, laat staan wat voedsel eigenlijk was, of hoe ik mes en vork moest hanteren. Ik kon soms geen hap meer door mijn keel krijgen. Dan vastte ik zonder eigenlijk te beseffen dat ik mezelf aan het uithongeren was. Ik strompelde maar wat rond in mijn donkere, angstaanjagende wereld waarin pijn en angst de enige zekerheden waren.
Herstellen van anorexia is geen sinecure: soms gebruik je jarenlang al wat je hebt aan discipline en wilskracht om een geloofwaardige anorect te zijn, het type hongerartiest dat je ziet opdraven in talkshows en human interest programma’s, een wereldvreemd skelet met handen als klauwen. En de zelfhaat de je moet opbrengen om zo’n fundamentele, primaire instincten als eten en leven vakkundig de nek om te wringen eist ook het nodige van je potentieel. Je moet al van goeden huize zijn om dat van vandaag op morgen zomaar op te geven.
Als eigenzinnig en vastberaden individu, was ik een briljant anorexia-illusionist. De combinatie van mijn intelligentie en koppigheid, maakte dat dokters er voetstoots van uitgingen dat ik wel voor mezelf kon zorgen. En dat deed ik ook tot op zekere hoogte. Ik was nooit extreem mager, maar dat nam niet weg dat ik hoog spel met mijn gezondheid speelde.
De therapeuten die ik consulteerde vertelden me dat ik nooit zou genezen als ik er niet achterkwam waarom ik mezelf zo genadeloos uithongerde. Maar ik vreesde dat zo’n zoektocht naar oorzaken gelijk stond met de touwtjes (en de ziekte) uit handen geven, en daar was ik bijlange niet aan toe. Anorexia was mijn veilige haven waar ik beschutting vond voor de chaos in de suburbs van mijn leven. Soms was ik enorm depressief en nam ik medicatie. Ik kreeg te horen dat het onwaarschijnlijk was dat ik ooit helemaal zou genezen. Ik werd door de medische wereld geklasseerd als een hopeloos geval, een uitgeprocedeerde voedselvluchteling en zat in een hoekje bang mijn dood af te wachten.
Begin 2003 was ik al zo lang anorectisch dat het leek alsof ik nooit iets anders had gekend. Ik hield me onledig met het bestuderen van de psychologie van mijn ziekte, en trachtte in de mate van het mogelijke andere mensen met een eetstoornis te helpen, via webfora en emailcontacten. Men beschouwde mij, zo bleek, als iemand met een gezonde dosis inzicht, maar ook als iemand voor wie geen hulp meer mocht baten. Mijn identiteit viel samen met mijn anorexia, mijn wereldje had zich versmald tot een klein eilandje dat geregeerd werd door zelf opgelegde geboden en rituelen.
Uiteindelijk was mijn leven zo verschraald dat ik voor een onontkoombaar dilemma stond: ofwel was ik consequent en stapte ik er uit, ofwel gooide ik het roer drastisch om en nam een optie op een volwaardig leven. Om voor mezelf alles nog eens op een rijtje te zetten scheurde ik een bladzijde uit een schrift waarop ik een tabel tekende: de linkerkolom was bestemd voor de negatieve aspecten van anorexia, de rechterkolom voor de voordelen er van; (het opmaken van zo’n lijstje is een beproefde tactiek die vaak in therapie wordt toegepast, en die ook zijn nut heeft voor andere eetstoornispatiënten)
Mijn lijstje zag er ongeveer als volgt uit:
Voordelen
- ik voelde me zelfzekerder met mijn anorexia en had de indruk dat ik populairder was
- het was een veilige haven die me beschutte voor het nemen van verantwoordelijkheden
- ik genoot meer aandacht van het andere geslacht
- het leven was overzichtelijk en voorspelbaar
- ik kreeg meer aandacht van mijn familieleden
Nadelen
- ben ik nu echt populairder of heb ik last van te veel hersenspinsels, zouden die mensen mij echt minder graag mogen als ik wat dikker was?
- mijn haar was dof en bros geworden
- ik had slaapproblemen
- ik had tijdens de lessen moeite om mij te concentreren
- ik was heel wat kostbare vrienden kwijtgeraakt door mij te isoleren
- ik had wel meer aanbidders, maar van een aantal onder hen was ik zeker dat ze me zouden laten vallen als ik terug in gewicht bijkwam, alors, a qoui bon? Bovendien waren mijn seksuele- en andere gevoelens zo afgevlakt dat het sowieso moeilijk was om met eender wie een relatie te beginnen. Alors, à qoui bon?
- ik kon niet meer genieten, het leven was schraal
- ik focuste zodanig sterk op eten, dat andere dingen mij niet meer konden boeien,
- bij mij thuis was het regelmatig hommeles omwille van mijn eetstoornis, gezellig was anders,…
enz.
Het werd al snel duidelijk welke kolom het langst was. Toen ik de lijst grondig had bestudeerd stond mijn besluit vast. De dag nadien stapte ik naar de dokter om hem mee te delen dat ik geen medicatie meer nam en dat ik van plan was afscheid te nemen van mijn anorexia. De woorden van mijn hartsvriendin resoneerden in dolby stereo in mijn gedachten. Ze had het bij het rechte eind. De kracht om een eind te maken aan mijn ziekte sluimerde al die tijd al in mijn binnenste. Ik had gewoon nooit een goeie reden om er gebruik van te maken en investeerde al mijn energie in het in stand houden van mijn ziekte. Ik dacht dat ik waardeloos was en dat ik straf verdiende. Ik moest dus mijn denkpatroon met 180 graden omgooien.
Als ik al die jaren zonder verpinken de wilskracht kon opbrengen om mezelf zo rucksichtlos uit te hongeren, moest ik toch ook wel de ‘guts’ hebben om de anorexia zelf te overwinnen, dacht ik zo bij mezelf. Veel mensen met anorexia spreken over dat stemmetje in hun hoofd dat hen beveelt om niet te eten, of dat hen toesnauwt dat ze te dik of te slecht zijn, dat ze geen recht hebben om te genieten van het leven. Ik begon met dat stemmetje te vechten en te discussiëren. Mijn besluit stond als een kathedraal. De rotsvaste overtuiging dat ik beter kon worden als ik dat echt wilde maakte een wereld van verschil. Ik weigerde gewoon nog naar die stem te luisteren als ik wat dikker dreigde te worden en mijn weegschaal gooide ik met een brede zwaai op de vuilnisbelt. Mijn wereld begon te veranderen.
Ik deed een beroep op een lokaal ziekenhuis om me te helpen bij deze odyssee naar een beter leven. Samen hebben wij wonderen verricht. Het moeilijkste onderdeel van de genezing, – de confrontatie met mijn emotionele pijn, was een kwestie van jaren. Je hebt geduld nodig en de bereidheid om de regels van een nieuw spel te leren, en wel van het spel: ‘ik hou van mezelf, want ik ben het waard’. Maar stap voor stap gaat een nieuwe wereld voor je open, een wereld waarin je kan en mag genieten van eten, van vriendschap, liefde enzovoort.
Als ik er zo over nadenk, is het moeilijk te vatten hoe ik met één simpel besluit mijn leven grondig veranderde. Maar ik weet nu dat je kan genezen van een eetstoornis. Het is een traject dat soms over doornen loopt, maar op de keper beschouwd is een eetstoornis minstens een even grote kwelling. Het verschil zit hem hierin dat je gevecht om te genezen op termijn lonend is: je komt innerlijk tot rust, ondekt je ware ik, en voelt je bevrijd en gelukkig. Het enige wat een eetstoornis te bieden heeft is een one way ticket naar de zelfvernietiging. Geef je negatieve gedachten of je innerlijke stem niet de kans om roet in het eten te gooien, dan ben je op de goeie weg
Lucia B., 28 jaar
Dr. Ira Sacker, eetstoornisdeskundige en auteur van Dying to be Thin: ‘als je helemaal wil herstellen van je eetstoornis, moet je op zoek gaan naar een passie (tuinieren, schrijven, toneelspelen, de wereld verbeteren, enz. enz.) om de leegte op te vullen die na het verdwijnen van je anorexia, bulimia of eetbuienstoornis is ontstaan.’