Anorexia discrimineert niet. Mannen, oudere mensen, gekleurde mensen, allemaal kunnen ze in de greep geraken van deze gevreesde ziekte. Een nieuw boek rekent af met hardnekkige stereotypen.
By Jessica Bennett | NEWSWEEK
Published Sep 6, 2008
From the magazine issue dated Sep 15, 2008
Jarenlang zou de spotnaam “Gordolfo Gelatinepudding!” Rodolfo Ruiz achtervolgen. . zijn neefjes scandeerden hem luidkeels terwijl ze naar de zwembandjes wezen die onder de t-shirt van de 10-jarige Rudy uitpuilden. . Sindsdien keek Ruiz keer op keer in de spiegel, terwijl hij in de vlezige handvatjes kneep en zich voornam om calorieënbommen zoals chorizo en taquito’s voortaan te mijden als de pest, ook al deed iedereen in zijn zuid-Texaanse familie er zich dagelijks te goed aan. Koken bij hem thuis was een moeilijke spreidstand: zijn moeder mengde de rijke Mexicaanse keuken met de fastfood wham bam van mainstream Amerika—tja, zijn moeder wist niet beter. “Moeder, is spek gezond?” vroeg Rudy soms. “Jawel,” antwoordde zijn moeder dan. “Spek is vlees.”
Als tiener werd de eens zo pafferige jongen zo mager, dat hij zwarte vlekken voor zijn ogen zag. Hij dronk liters Lipton ice tea, en jogde iedere dag een achttal kilometer. Zijn lichaam smolt weg als sneeuw voor de zon. “Vermits ik niet wist wat ik mocht eten of hoe ik gezond moest eten, ging ik voor de nuloptie,” zegt de nu 40-jarige Ruiz, die inmiddels verkoopsdirecteur is bij een belangrijke firma in auto-onderdelen. Ondanks zijn twee diploma’s van de Harvard universiteit, kampt hij vandaag nog steeds met de obsessie die – naar hij later vernam – anorexia heet. “Ik ben door het ergste heen, maar ik sleep die ziekte voor de rest van mijn leven met mij mee.” vertrouwt hij de reporter van NEWSWEEK toe.
Rudy beantwoordt niet meteen aan het profiel van de typische anorexiapatiënt. Hij is geen balletdanser of fotomodel. En al evenmin een homo of een blanke vrouw uit de hogere middenklasse. Zijn ouders zetten hem nooit onder druk om af te vallen, en hij is allesbehalve geobsedeerd door zijn uiterlijk. Dat is ook één van de redenen waarom hij, samen met 18 andere schrijvers, zijn ervaringen weergeeft in een nieuw boek “Going Hungry.” Onder auspiciën van de New Yorkse cultschrijfster Kate Taylor – zelf ooit een anorexiapatiënte – doet dit autobiografische pareltje een boekje open over de talrijke stereotypen die er omtrent anorexia bestaan. Vaak wordt de ziekte geassocieerd met ijdelheid (een recente Britse studie wees uit dat 1/3 van de bevolking gelooft dat iemand met anorexia bewust kiest voor deze ziekte). Maar de verhalen van de protagonisten in dit boek zetten de puntjes op de i: een migrant probeerde twee culturen met elkaar te verzoenen, een vrouw probeerde haar zwangerschap te verbergen, en een religieus fanaticus vastte om zich te vereenzelvigen met het lijden van Christus.
Van de 10 miljoen vrouwen en de 1 miljoen mannen die in Amerika aan anorexia lijden is het merendeel dat in de medische annalen belandt van blanke origine. Daar dienen evenwel kanttekeningen bij te worden geplaatst want in het verleden werden minderheden nauwelijks betrokken bij onderzoek dat in het eetstoornissenveld gevoerd werd. En de gangbare stereotypen ontmoedigden gekleurde mensen om uit de schaduw te treden. Een onderzoek van de psychologe Ruth Striegel-Moore, wees uit dat zwarte meisjes die aan een eetstoornis lijden minder geneigd zullen zijn om zich te laten behandelen. “Ik ken heel wat Afro-Amerikaanse vrouwen die een dokter raadpleegden met alle symptomen van een eetstoornis, en de arts zei, ‘Dat is een ziekte van blanke meiden,” aldus Cynthia Bulik, een eetstoornisdeskundige aan de Universiteit van Noord Carolina. “Dat hardnekkige stigma kan flink wat stokken in de wielen steken.”
Pas op het einde van de 19de eeuw werd anorexia formeel een diagnose. Maar pas in de jaren 1970 werd dat moeilijke woord een term die men ook in de achterkeukens en de fermettes van de westerse samenlevingen volop bezigde. De grote roergangers die het sectaire cocon van de ziekte met de koevoet openbraken waren de feministen die een kruistocht voerden tegen het Twiggiaanse lichaamsideaal. De media-aandacht kende hoge pieken in de jaren 1990 toen “The Beauty Myth” van Naomi Wolf verscheen. De jongste jaren is de aandacht weer verslapt, omdat obesitas de gedoodverfde nieuwe demon is om te bestrijden. Maar het aantal anorexia-diagnoses blijft stijgen. In 2003 kwamen onderzoekers tot de slotsom dat – sinds 1930 – het aantal vrouwen dat tussen hun 15de en 19de levensjaar anorexia krijgt ieder decennium stijgt. En tussen 1988 en 1993, verdrievoudigde het aantal bulimiagevallen bij 10- tot 39-jarige vrouwen. Sommigen steken de schuld op de graatmagere modellen en modeblaadjes die een onbereikbare esthetiek propageren. Maar voor het merendeel der patiënten is het probleem heel wat complexer dan wat politiek geneuzel over het tragische lot van onderdrukte vrouwen.
Voor sommigen, zoals Ruiz, heeft het alles te maken met hun culturele opvoeding. Hoewel lichaamsperikelen bij minderheden tot dusver minder aan de oppervlakte kwamen, tonen studies aan dat Amerikaanse opvattingen over lichaamskwesties doorsijpelen in migrantengemeenschappen. Voor anderen spelen er soms religieuze factoren mee: vasten bij wijze van geloofsbelijdenis, of als boetedoening voor vermeende zonden, of strikte eetrituelen die – in combinatie met andere factoren – een pathologisch karakter krijgen.
In het boek “Holy Anorexia,” dat in 1985 verscheen, beschrijft de historicus Rudolph Bell Teresa van Avila, een Spaanse heilige die volgens de overlevering twijgen van olijfbomen gebruikte om braakneigingen op te wekken en haar maag leeg te maken.—dat was volgens haar de enige manier om in zuivere staat de hostie te consumeren. Haar voorgangster was de Heilige Catherina van Siena, wier religieus geïnspireerde voedselweigering tot een voortijdige dood leidde. Haar vastenkuur werd door sommige historici ‘anorexia mirabilis’ genoemd.” In het nieuwe boek ‘Going Hungry’, beschrijft een man hoe zijn adventistische opvoeding zijn anorexia in de hand werkte. Volgens zijn geloofsleer was iedere lichamelijke uitspatting een zonde. Een vrouw wier moeder diep religieus was herinnert zich de belabberde eetgewoontes die haar familie er op nahield om gezond te blijven: vastenkuren, purificaties, rauw voedsel…waterstofperoxide uit de fles, appelazijn, bepaalde soorten gras. Het was eigenlijk gemakkelijker om helemaal niet te eten.
Voor veel mensen die aan anorexia lijden wordt hun ziekte zoiets als een religie. De auteurs beschrijven hoe ze op de toppen van hun geestelijke vermogens surfen, hoe de honger hen kracht geeft en een onvoorstelbaar doorzettingsvermogen. Ze putten energie uit kleine overwinningen: een maaltijd overslaan, of een kilootje kwijtspelen. Zoals iemand het stelt ‘het was iets om in te geloven’. En dat is een honger die niet gemakkelijk te bevredigen is.
http://www.newsweek.com/id/157574


