Ik hou van film. Mijn all time favoriet:
met de vijfde symfonie van Mahler als belangrijkste protagonist
Er zijn zo van die films die zoveel adeldom uitstralen dat zij een leven lang onder je huid blijven zitten. Het zijn deze zeldzame parels die je vrede doen nemen met de tonnen trash die jaarlijks door Hollywood worden uitgespuwd. Uiteraard heeft iedereen zo zijn eigen voorkeur. Maar de prent die mij het meest aangegrepen heeft is ongetwijfeld ‘Dood in Venetië’ van Luchino Visconti. Alleen al de openingssequentie met de aanzwellende Vijfde Symfonie van Gustav Mahler, slaat met een roodgloeiend brandijzer een merkteken in je lillend lijf.
In deze adaptatie van de roman van Thomas Mann, reist Gustave Aschenbach, (het alter ego van de componist Gustav Mahler), naar een Venetiaans resort om in het reine te komen met de dood van zijn dochter en de artistieke stress van zich af te schudden. Maar hij is er aan voor de moeite, want al snel vat hij een vreemde en verwarrende affectie op voor de Poolse adolescent Tadzio, die met zijn familie in hetzelfde hotel verblijft. De jongen belichaamt het schoonheidsideaal waarnaar Aschenbach als artiest al zo lang – tevergeefs – op zoek is en de oudere man wordt verliefd. Wat volgt is een innerlijke reflectie over schoonheid, want is dat in wezen geen spirituele schepping waarin God en de artiest aan elkaar gelijk zijn? Ook het Faust-thema wordt van stal gehaald. Immers, in ruil voor een hap uit de blinkende koek moet men zijn ziel aan de duivel verkopen. Aanvankelijk geniet Aschenbach enkel platonisch van de charmes van de knaap, maar geleidelijk aan voelt hij ook een gesublimeerde vorm van seksueel verlangen. Parallel daarmee, evolueert zijn gedrag van onschuldig voyeurisme op het strand tot iets wat op stalking lijkt. De koketterie van de jongen die ‘weet” en spelletjes speelt is daar niet vreemd aan.
De componist is niet bij machte een synthese te vinden van de tegenstrijdige gevoelens die hem bestormen:de dwingende kracht van de liefde versus de walging en schaamte voor het tegennatuurlijke van zijn passie. Uiteindelijk zet hij moraal en rationaliteit opzij en geeft toe aan zijn lagere impulsen. Dat keerpunt wordt in de verf gezet door de vierde beweging van Mahlers’ Derde Symfonie, een muzikale bewerking van Nietzsche’s Zarathustra (Oh Mensch! Gib acht)’, en een oproep tot de mensen om optimaal van hun vitale krachten te genieten. Maar tegelijk met die emotionele capitulatie zet ook het verval in. De verzorgde, gedistingeerde heer van weleer verwordt tot een zielige paskwil. In een onhandige poging om Tadzio te behagen laat hij door een barbier een potsierlijk wit masker op zijn gezicht aanbrengen. Het lijkt wel een omineus dodenmasker? Eros en Thanatos zijn trouwens complementair in deze film, want tegen de achtergrond van het liefdesverhaal woedt een dodelijke cholera in de stad die de corruptie symboliseert die alle idealen aanvreet en compromitteert. Uiteindelijk zal Aschenbach bezwijken aan die ziekte. Zijn verlangen om een glimp van Tadzio op te vangen heeft hem onnodige risico’s doen nemen en alle angst voor besmetting de mond gesnoerd. De slotsequentie is ronduit magistraal: Aschenbach die – stervende, en pathetisch opgedirkt met witte schmink – in een strandstoel op het Lido nog een laatste hunkerende blik werpt op Tadzio die in de verte als een Adonis met gestrekte arm oprijst uit de zee. Tja, Aschenbach is zeker de eerste niet die aan zijn ideaal ten onder gaat.
De rol van Aschenbach wordt subliem vertolkt door Dirk Bogarde, die als geen ander uiting weet te geven aan het verlangen dat in het innerlijke van Aschenbach woedt. Marissa Berenson speelt op overtuigende wijze de rol van moeder van Tadzio, al is haar bijdrage eerder beperkt. De Zweedse Björn Andresen tekende op zijn beurt voor de rol van Tadzio. Hij speelt gewoon wat hij is: een mooie jongen.
Het mistige Venetië draagt bij aan de melancholische sfeer van de film en heeft ook een symbolische waarde, aangezien het een prachtige maar gedoemde stad is die wellicht ooit in het water zal verdwijnen. Het is een film die het sowieso moet hebben van het visuele en audititieve aspect en van de sterk suggestieve acteerstijl van de hoofdrolspelers. Woorden komen er amper aan te pas.
Visconti weet ook de tijdgeest overtuigend te schetsen met Bilitis-achtige poses van de aristocratie. Wat meer is, hij blijft boeien door schoonheid als iets gevaarlijks voor te stellen en de complexiteit van de menselijke psyche te exploreren. De kleurenfotografie van Pasqualino De Santis, alsook de kostumering van Piero Tosi zijn ronduit schitterend.
Wat mij in die film zo aansprak? Het universele thema, denk ik. Iedereen is al wel eens in de ban geweest van schoonheid, in die mate zelfs dat elke rationaliteit in het niet verzinkt. Die hunkering naar het vrijwel onbereikbare is ingebakken in de mens. Het is kwestie van er op een gezonde manier mee leren om te gaan….
En verder staan op mijn netvlies gebrand:
La Notte di San Lorenzo: gebroeders Taviani
Una giornata particolare: Fellini
The pianist: Polanski
Bal van de vampieren: Polanski
Novecento: Bertolucci
The Great Dictator: Chaplin
Modern Times: Chaplin
Hotel Rwanda: Terry George
Amadeus: Milos Forman
On the waterfront: Elia Kazan
The Life of Brian: Monty Python
The African Queen: John Huston
A streetcar named desire: Kazan
De Zeven Samoerai: Kurosawa
Fanny och Alexander: Bergman
De gebroeders Leeuwenhart: (naar Astrid Lindgren): Olle Hellbom
Sneeuwwitje en de zeven dwergen: Walt Disney
My beautiful laundrette: Stephen Frears
The naked civil servant: Jack Gold
The red violin: Francois Girard
The dresser: Peter Yates
Under the Volcano: John Huston
Taxi Driver: Martin Scorsese
They shoot horses: Sydney Pollack
Night Porter: Liliana Cavani
Die verlorene ehre der Katharina Blum: Volker Schlöndorff
Die Blechtrommel: Volker Schlöndorff
Mean Streets: Martin Scorsese
Guess who is coming to dinner: Stanley Kramer
A strawberry statement: Stuart Hagmann
The walkabout: Nicolas Roeg
La meglio gioventu: Giordana
La strada: Felini
Cria Cuervos: Saura
Les uns et les autres: Lelouch
La passante du sans-souci: Jacques Rouffio
De helse trein: Roger Hanin
Dersoe Oezala: W.K. Arsenjef
Indochine: Regis Wargnier
Hiroshima Mon Amour: Alain Resnais
Le Vieux Fusil: Robert Enrico
Les choses de la vie: Claude Sautet
Nosferatu: F.W. Murnau
Roman Holiday: William Wyler
Deliverance: John Boorman
Excalibur: John Boorman
Don’t look now: Nicolas Roeg
Easy Rider: Dennis Hopper
The full monty: Peter Cattaneo
Le retour de Martin Guerre:
Last Tango in Paris: Bertolucci
Midnight Cowboy; John Schlesinger
Paris, Texas: Wim Wenders
Reds: Warren Beaty
Three Colors: Blue (1993) Krzysztof Kieslowski
Willy Wonka & the Chocolate Factory (1971) Mel Stuart
Splendor in the grass: Elia Kazan
En verder alles van Emir Kusturica


![UT 3, 4 & The Milky Way [video] UT 3, 4 & The Milky Way [video]](http://static.flickr.com/2633/4135738280_d16c9dd389_t.jpg)